Hij leek er zelf oprecht van overtuigd. 'Maar', zei de Iraakse ambassadeur bij de Verenigde Naties, 'wij kiezen toch áltijd voor de meest vredelievende oplossing!' Hij overhandigde VN-secretaris-generaal Kofi Annan daarbij een brief van zijn bazen in Bagdad. In die brief stond dat Irak resolutie 1441 van de Veiligheidsraad accepteert. Die voorziet op dwingende wijze in de hervatting van de wapeninspecties in Irak. Het is tegelijk ook een laatste waarschuwing: als de inspecteurs nog maar de geringste tegenkanting ondervinden, riskeert Bagdad alsnog de oorlog die het nu nipt heeft vermeden.
...

Hij leek er zelf oprecht van overtuigd. 'Maar', zei de Iraakse ambassadeur bij de Verenigde Naties, 'wij kiezen toch áltijd voor de meest vredelievende oplossing!' Hij overhandigde VN-secretaris-generaal Kofi Annan daarbij een brief van zijn bazen in Bagdad. In die brief stond dat Irak resolutie 1441 van de Veiligheidsraad accepteert. Die voorziet op dwingende wijze in de hervatting van de wapeninspecties in Irak. Het is tegelijk ook een laatste waarschuwing: als de inspecteurs nog maar de geringste tegenkanting ondervinden, riskeert Bagdad alsnog de oorlog die het nu nipt heeft vermeden. Dat Irak altijd voor de meest vredelievende oplossing kiest, geloven wellicht alleen de paladijnen van Saddam Hoessein zelf. Omdat ze moeten. Het regime ontketende de voorbije twintig jaar twee bloedige oorlogen en het heeft de reputatie een dictatuur te zijn die niets of niemand ontziet. Anderzijds zijn er weinig aanwijzingen dat Saddam de moslimfundamentalist Osama bin Laden zou hebben geholpen bij zijn terroristische plannen tegen de Verenigde Staten en, bij uitbreiding, de hele westerse wereld. Dit in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, Saudi-Arabië, dat nog altijd op de volle steun van Washington mag rekenen. Het is in die zin een beetje merkwaardig dat uitgerekend Irak, na Afghanistan, een hoofdrol toegemeten krijgt in de oorlog tegen het terrorisme, die de Amerikaanse regering na de aanslagen van 11 september 2001 heeft afgekondigd. Maar de Verenigde Staten hebben plannen met Irak, en er staat natuurlijk nog altijd een rekening open. President George Bush sr. brak de Golfoorlog in 1991 af voor de dictator in Bagdad ten val was gebracht. Zijn raadgevers van toen, die vandaag zijn zoon George W. bijstaan, hebben jaren gewacht op de kans om de klus te kunnen afmaken. Afgezien daarvan, is Irak ook een perfect slachtoffer. Het land wordt overal gevreesd, maar nergens geliefd. Het wil niet plooien voor de Amerikaanse macht, en dus zal het boeten. Daarvoor dient precies die nieuwe theorie, die wil dat Amerika al mag toeslaan als het zich alleen nog maar bedreigd voelt. Het verbaast daarom enigszins dat George W. Bush uiteindelijk toch voldoende geduld opbracht om het diplomatieke spel in de Veiligheidsraad tot het einde te spelen. Te wachten tot er een tekst op tafel lag, die door alle vijftien leden werd aanvaard - ook door Syrië. Dat was niet vanzelfsprekend en het was de verdienste van de in Washington vaak verguisde minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell. Die maakt daarmee een verrassende comeback, maar hij had ook een sterk argument. Powell is een oud-militair, hij was stafchef van het Amerikaanse leger ten tijde van de vorige oorlog in de Golf. Hij heeft vandaag de steun van een groot deel van de legertop. Die bereidt zich liever rustig voor op een nieuwe oorlog met Irak en lust de drammerige minister van Defensie Donald Rumsfeld niet zo. Rumsfeld en vice-president Dick Cheney leiden de adviseurs van president Bush, die liever vandaag dan morgen tegen Saddam ten strijde trekken. Maar ook de Verenigde Naties komen versterkt uit het debat. Dat de supermacht Amerika verkoos om te wachten tot er een akkoord was in de Veiligheidsraad, komt het prestige en het belang van de instelling ten goede. Ze kon zo'n opsteker ook goed gebruiken. Secretaris-generaal Kofi Annan mag George W. Bush wel bedanken, omdat die ten minste de indruk wekte dat de Verenigde Naties op het wereldtoneel een tegenwicht voor de VS kunnen vormen. Annan ging ook eind vorige week nog bij Bush langs om hem te bezweren de wapeninspecteurs, nu ze eindelijk in Irak terug zijn, toch vooral de tijd te gunnen om hun job te doen. De kans dat Saddam uiteindelijk ontsnapt, blijft gering. Maar het klinkt allemaal toch al enigszins anders dan enkele maanden geleden. Directeur John Chipman van het International Institute for Strategic Studies in Londen vertelde toen in Knack dat er helemaal geen behoefte was aan een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad over Irak. Daar lagen immers nog al die resoluties over controles en ontwapening, die na de Golfoorlog in 1991 waren goedgekeurd en die Saddam allemaal vrolijk naast zich neer had gelegd. De coalitie van toen, zei Chipman, kon de oorlog op basis daarvan gewoon weer hervatten. Het probleem was natuurlijk dat die coalitie als zodanig niet meer bestond. Alleen het Verenigd Koninkrijk stond nog vierkant achter Washington. Frankrijk liet het been slepen en de Arabische wereld had geen zin om nog een keer het toneel te zijn van strijd tussen Amerika en Irak. Veel wankele leiders daar weten dat de bevolking weinig sympathie heeft voor de Amerikanen. Het wordt ze soms heet onder de voeten. De Arabische Liga smeekte Saddam vorige week nog om de resolutie toch vooral te aanvaarden - de club toonde zich ook bijzonder opgelucht toen dat ten slotte gebeurde. Een eerste ploeg wapeninspecteurs is sinds begin deze week ter plaatse. Ze hebben hun huiswerk gemaakt. De verschillende teams willen zo'n duizend plekken bezoeken en onderzoeken. Een honderdtal daarvan worden prioritair onder de loep genomen. Op de lijst staan niet alleen fabrieken, laboratoria en militaire bases, maar ook moskeeën en verblijven van president Hoessein zelf. Ze beschikken over informatie, die de Amerikanen van overlopers van het regime kregen. Ze weten dat materiaal om chemische en biologische wapens te maken ook vaak onder privéwoningen en ziekenhuizen is verborgen. Van de Britten weten ze dat Irak niet zo lang geleden nog met veel belangstelling informeerde naar belangrijke hoeveelheden uranium in Afrika. Dat kan er op wijzen dat Bagdad de hoop niet heeft opgegeven om een atoombom te maken. Ze zijn nu gewapend met een veel steviger mandaat dan vorige keer. Ze zullen niet hulpeloos moeten toezien hoe vrachtwagens met bezwarend materiaal aan de achterkant van een complex worden weggereden, terwijl Iraakse soldaten aan de voorkant zogezegd naar de sleutels zoeken. Elke poging van Irak om de inspecteurs van hun werk te houden, een spelletje waarin het regime zich uiterst bedreven heeft getoond, zal meteen worden gerapporteerd. De minste zweem van tegenkanting kan voor Washington genoeg zijn om het zware geschut in stelling te brengen. Verwacht wordt dat de inspecteurs zo tegen februari 2003 klaar zijn met hun job. Maar de eerste deadline ligt al veel vroeger. Irak kreeg van de Veiligheidsraad tot 8 december de tijd om een lijst op te stellen en over te leggen, met daarop alle nucleaire, chemische en biologische programma's waaraan het land werkt. Als die lijst nog maar een dag te laat is of onvolledig blijkt, is dat voor de VS genoeg om Bagdad ervan te beschuldigen dat het weer niet meewerkt, zoals het dat al meer dan tien jaar niet doet. Er zijn er daarom die er niet aan twijfelen dat de oorlog er hoe dan ook komt: in Bagdad tikt de klok. Scott Ritter, bijvoorbeeld, een voormalig wapeninspecteur, is ervan overtuigd dat Bush de oorlog verder voorbereidt - of Irak resolutie 1441 nu naleeft of niet. Vorige week verschenen in verschillende kranten de plannen, volgens welke Amerikanen en Britten zouden proberen om Saddam snel op de knieën te dwingen. Er zou aan een korte periode van felle bombardementen worden gedacht, gevolgd door een aanval met grondtroepen langs drie fronten. Er zou daarvoor een leger met een kwart miljoen soldaten op de been worden gebracht. Volgens voormalig NAVO-opperbevelhebber Wesley Clarke kan alleen Saddam zelf die voorbereiding nog in de war sturen. Hoe meer Irak met de wapeninspecteurs meewerkt aan de uitvoering van resolutie 1441, hoe moeilijker het voor de Amerikanen zal zijn om oorlogszuchtig in en rond de Golf een strijdmacht van die omvang op te bouwen. George W. Bush en zijn adviseurs houden zo hardnekkig aan hun doel vast omdat ze Irak nog altijd beschouwen als de sleutel van het gebeuren in het hele Midden-Oosten. Een oorlog wil zeggen dat Irak langdurig moet worden bezet en heropgebouwd. Er moet niet alleen militair worden opgetreden, er moet daarna aan natievorming worden gedaan. Hoe moeilijk dat is, blijkt in Afghanistan. Daar hebben de Amerikanen en hun bondgenoten buiten de grote steden nog altijd geen greep op het land. Toch is het eigenlijk de bedoeling dat de hele regio vanuit Irak wordt hervormd en herschikt. Het is, denken ze in Wash- ington, de manier om de balans te laten kantelen. Om via die omweg ook de Palestijnse kwestie op te lossen, waarbij er ook veel aandacht zal zijn voor een veilige toekomst voor Israël. Zo'n omvattend programma kan zelfs Amerika niet opzetten zonder de steun van zijn bondgenoten, maar ook van de andere landen in de buurt. En het kan niet anders of dat moet ook gevolgen hebben voor die landen zelf. Ze staan, bijvoorbeeld, in de Golf en in Saudi-Arabië niet te springen om op die manier de moderne tijd binnen te stappen. Het probleem van de Amerikanen is dat ze stilaan in tijdnood komen. Het Pentagon vindt het niet aangewezen om zijn troepen na het begin van de zomer nog de woestijn in te sturen. Dat wil zeggen dat het hele proces over zo'n maand of zes afgerond moet zijn. Want 2004 is in de VS weer een verkiezingsjaar. George W. wil dan beter doen dan zijn vader: verkozen worden voor een tweede ambtstermijn als president van de Verenigde Staten. Het is riskant om dan verwikkeld te raken in wat een vieze oorlog kan worden. Washington moet ondertussen ook rekening blijven houden met een fenomeen zoals Osama bin Laden. De indruk ontstaat dat de fundamentalistische terreur stilaan de hele wereld omspant. Hoewel dat daarom niet noodzakelijk waar is. De aanslag op het eiland Bali, bijvoorbeeld, werd snel aan al-Qaeda toegeschreven. Maar het is nog niet met zekerheid aangetoond dat die organisatie daar ook echt verantwoordelijk voor is. George W. Bush beloofde dat hij ook de volgende stap eerst aan de Veiligheidsraad zal voorleggen. Maar ook Kofi Annan weet dat Irak deze kans moet grijpen om te beletten dat het tot oorlog komt. De mening van de Iraakse bevolking is niet gevraagd. Ofwel krijgt ze straks weer tonnen Amerikaanse bommen op haar kop. Ofwel leeft ze nog een tijd verder onder de ijzeren knoet van Saddam Hoessein. Hubert van HumbeeckDe wapeninspecteurs hebben dit keer een veel steviger mandaat dan tevoren.Washington denkt nog altijd dat Irak de sleutel is tot veranderingen in het Midden-Oosten.