Het kan raar lopen in de literatuur. Woon je in Ierland en wil je gewoon een roman schrijven over een oude man. Dus begin je te denken: hoe ver terug kan ik de tijd in? 1910? 1920? Is iemand van een jaar of tachtig, negentig nog in staat zinvol terug te blikken op een goedgevuld leven? Waarschijnlijk wel. Dus alleen nog een plaats, en dan schiet het je te binnen dat het tweede decennium van deze eeuw voor je vaderland bepalend is geweest: het was de periode van de onafhankelijkheidsstrijd. Dus beslis je van je hoofdpersonage iemand te maken die iets meegemaakt heeft, een man die de geschiedenis mee heeft helpen maken zonder daar ooit in de aftiteling voor te worden vernoemd. Je plaatst je held dus in het Dublin van 1916, tijdens de Paasopstand, in het door de Ierse vrijheidsstrijders bezette hoofdkantoor van de post dat na een week verzet door de Engelsen volledig in puin zal worden geschoten. En daar zit hij dan, je Henry Smart, begonnen als een oude man en geëindigd als de hoofdpersoon van een uiterst politieke roman.
...

Het kan raar lopen in de literatuur. Woon je in Ierland en wil je gewoon een roman schrijven over een oude man. Dus begin je te denken: hoe ver terug kan ik de tijd in? 1910? 1920? Is iemand van een jaar of tachtig, negentig nog in staat zinvol terug te blikken op een goedgevuld leven? Waarschijnlijk wel. Dus alleen nog een plaats, en dan schiet het je te binnen dat het tweede decennium van deze eeuw voor je vaderland bepalend is geweest: het was de periode van de onafhankelijkheidsstrijd. Dus beslis je van je hoofdpersonage iemand te maken die iets meegemaakt heeft, een man die de geschiedenis mee heeft helpen maken zonder daar ooit in de aftiteling voor te worden vernoemd. Je plaatst je held dus in het Dublin van 1916, tijdens de Paasopstand, in het door de Ierse vrijheidsstrijders bezette hoofdkantoor van de post dat na een week verzet door de Engelsen volledig in puin zal worden geschoten. En daar zit hij dan, je Henry Smart, begonnen als een oude man en geëindigd als de hoofdpersoon van een uiterst politieke roman.Het overkwam Roddy Doyle, die met zijn De ster Henry Smart op het eerste zicht een buitenbeentje aan zijn oeuvre heeft toegevoegd, maar bij nader inzien gewoon verder gaat op de ingeslagen weg. Roddy Doyle: Mijn boeken zijn altijd heel politiek geladen geweest. In een Ierse context is een boek schrijven als De Commitments, over de leefomstandigheden van de arbeidersklasse, een politieke daad. Deze keer komt de grote geschiedenis op de proppen en daardoor ook de grote politiek, de Politiek met een hoofdletter als het ware. Centraal in het boek staat de vaststelling dat de Ierse opstand, opgezet door een handvol idealisten, op een bepaald moment door de middenklasse gekaapt werd. De goegemeente koos eieren voor haar geld. Opeens was het niet langer bon ton om Engels te zijn.Doyle: Wat er begin deze eeuw in Ierland gebeurde is te vergelijken met het Zuid-Afrika van een paar jaar geleden. Het waren de economische leiders die beslisten dat het tijd geworden was om te breken met het oude systeem en er het nieuwe voor in de plaats te stellen. Opeens droegen zij bij wijze van spreken allemaal een andere das. Hetzelfde gebeurde in Ierland: de mannen met geld beslisten hun inzet te veranderen. Ze wierpen hun oude Engelse namen af en gaven zichzelf nieuwe, Gaelic namen. En dan restten er nog de paar idealisten die...Doyle: Tegen de muur gezet werden. Dat waren de gekken die niet wilden zwijgen. Zij zijn in iedere revolutie onvermijdelijk. Als sommige leiders van de Paasopstand van 1916 niet door de Engelsen waren geëxecuteerd, hadden de Ieren hen een paar jaar later wel zelf een kopje kleiner gemaakt. Zij zouden gewoon niet meer gepast hebben in de politiek van onderhandelingen en compromissen. De parallellen met de Franse en Russische revoluties liggen voor de hand, ook al zijn deze natuurlijk veel bekender dan de Ierse omwenteling.Doyle: Het is ook nooit een echte revolutie geweest maar een overdracht van de macht. De Engelse accenten werden vervangen door de Ierse, niet meer dan dat. De Russische revolutie was een globaal gegeven en de Franse veranderde zowat alles. Niets zou meer hetzelfde zijn nadien. Zij veranderden de manier waarop de mens naar zijn wereld keek. Van de Ierse kun je dat niet zeggen. Buiten Ierland veranderde er niets. En toch, ook de Franse en de Russische revolutie werden verraden?Doyle: Natuurlijk, zoals alle revoluties. En gelukkig maar. Stel je voor dat Trotski zijn zin had gekregen, dan zou er voor menselijke zwakheid geen plaats meer zijn in onze leefwereld. Hij wou zuiverheid, iets wat alle revolutionairen gemeen hebben. Zij kunnen niet leven met compromissen en uiteindelijk kunnen zij niet leven met de realiteit. Vandaag zien we dat in Noord-Ierland. Het merendeel van de voormalige terroristen is bereid rond de tafel te gaan zitten om te praten met mensen die ze recent nog bestempelden als vijanden. En dat is goed. Maar dan zijn er ook nog een tiental koppigaards die niet bereid zijn enige vorm van compromis te aanvaarden. Zij blijven loopgraven aanleggen en bommen plaatsen. Zij zullen blijven doden tot zij precies datgene krijgen wat ze willen: iets wat iemand zei in 1916, dat Ierland één en onafhankelijk moet zijn. Zuiver menselijk gezien moet het inderdaad niet makkelijk zijn je idealen na jaren van strijd te begraven. Neem nu de mannen en vrouwen die de onafhankelijkheidsoorlog van Ierland uitgevochten hebben. Zij leefden jaren aan een stuk in grachten en ondergrondse bunkers, werden gearresteerd en gemarteld. Zij verlangden slechts een zaak: een eigen Ierse staat, en naarmate die meer en meer dichterbij kwam, groeide hun enthousiasme. Tot die staat er eindelijk was en ze aannamen dat het vechten nu eindelijk kon ophouden. Toen ze om zich heen keken bleek er niets veranderd. Dat moet hard aankomen, om dan te horen dat het voorbij is, omdat er nu een harp op het geldstuk staat, in plaats van een Engelse kroon. Veel onafhankelijkheidsstrijders zijn toen geëmigreerd naar de Verenigde Staten, om voor de Ierse maffia te gaan werken. Revoluties worden inderdaad verraden. Dat geldt ook voor de Cubaanse, waar het momenteel mogelijk is om volledig legaal naar muziek te luisteren in de Buena Vista Social Club, ook al was dit na de revolutie ondenkbaar omdat die muziek subversief genoemd werd. Ik leef liever in een wereld waar die muziek toegelaten is dan in een waar ze verboden is. En het kan me geen barst schelen of dat antirevolutionair is of niet. Er wordt daar goede muziek gespeeld, daar gaat het om. Daarmee wil ik de Cubaanse revolutie niet veroordelen. Alleen, er bestaat ook nog zoiets als het middenveld. Er moet altijd plaats blijven voor menselijke zwakheid. Er moet altijd een ontsnappingsmogelijkheid blijven. Ik ben lang actief geweest in politiek linkse hoek, maar uiteindelijk ben ik ermee gestopt omwille van het puritanisme. Er was geen plaats voor lol. Lachen was verdacht. Wanneer je over een vrouw zei dat ze er goed uitzag was je een seksist. Van een man mocht je niets zeggen of je was een homohater. De meerderheid van de revolutionairen was gewoon puriteins.De meerderheid kwam ook uit de arbeidersklasse, en toch is het de middenklasse die na de revolutie aan de macht gekomen is.Doyle: Natuurlijk, zowel in Frankrijk, Rusland als Ierland. Stel dat ik jong geweest was in 1916 en ik niet in het postkantoor bij de opstandelingen had gezeten, dan had ik ook iedere ochtend de executies gehoord die de Engelsen een week lang uitvoerden, om ons een lesje te leren. Ik had de dode jongemannen op straat zien liggen, en ik was ook in opstand gekomen. Het geschiedenislesje dat alle Ierse kinderen op school krijgen is dat in 1916 de Ieren in opstand kwamen en vochten voor hun vrijheid. Maar dat is nu precies wat er niet is gebeurd. Slechts een paar duizend mannen en vrouwen namen de wapens op en slaagden erin de rest van de Ieren zo te manipuleren dat ze ook warm liepen voor een Ierse opstand. In 1914 vervoegden honderdduizenden Ierse mannen iets wat het leger genoemd werd en vertrokken naar Vlaanderen om er tegen de Duitsers te vechten. Vier jaar later kwamen de overlevenden terug als leden van het Britse leger, en dus verraders. Gedurende die vier jaren was er iets enorms gebeurd: het moderne Ierse bewustzijn was geboren uit de hoofden en handen van een paar duizend opstandelingen. Wat betekent Ierland voor u?Doyle: Thuis. Ik ben graag Iers. Niet dat ik er trots op ben, maar toch, soms doet het me iets, zoals tijdens de wereldbeker voetbal van 1990 waarin we heel ver raakten. Toen was het prachtig om Iers te zijn. Ik houd van de levensstijl en van het levensritme, van de conversatie en de humor. Er zijn natuurlijk facetten waar ik niet van houd. Er heerst momenteel een grote verwaandheid in het land. We zijn zo fantastisch. Iedereen houdt van ons. Wij hebben de wereld zoveel te bieden en de wereld kan ons niets in de plaats geven, zo goed zijn wij. Dat soort zaken. Maar over het algemeen heerst momenteel in Ierland een heel open, liberale sfeer. Voor het eerst in zijn geschiedenis is het land een economische magneet. We krijgen vluchtelingen uit Nigeria en Somalië en er meren zigeuners aan op onze kusten. We weten niet wat er gebeurt. Voor het eerst sinds 1167 loopt niet iedereen weg uit Ierland, maar willen ze er juist naartoe komen. U bent dus niet zo'n oude melancholicus die de tranen in de ogen krijgt bij het horen van een Gaelic liedje?Doyle: God nee, een van de leuke dingen aan Ierland is dat het zo gemakkelijk is de nationalistische liederen en de sentimentaliteit te vermijden. Toen ik leraar Engels en aardrijkskunde wou worden moest ik een examen Gaelic afleggen, wat heel serieus genomen werd. Mijn kinderen leren nu ook Gaelic op school, maar het gaat er veel ludieker aan toe dan vroeger, toen je niet als een volwaardige Ier beschouwd werd als je geen Gaelic sprak. Die strikte definitie behoort gelukkig tot het verleden. Ik houd eigenlijk niet zo van de meeste traditionele Ierse muziek, maar wat mij betreft heeft dat niets te maken met mijn Ierse achtergrond. Wanneer je op een zondagmiddag door een Ierse volksbuurt wandelt, hoor je met wat geluk een sing-song, waarbij een bandje het hele café begeleidt. Die mensen zingen geen traditionele volksliederen, maar wel een stukje blues, of iets van Frank Sinatra. Zijn dat dan geen Ieren? Van muziek gesproken, ook in uw nieuwste boek staan populaire liedjes weer centraal.Doyle: Ik gebruik vooral Amerikaanse muziek die historisch juist moest klinken, maar toch ook een directe impact moest hebben. Ik wou dat de muziek lijfelijk aanwezig was, net zoals alle andere als niet-traditioneel Iers geziene zaken. Ierland heeft nogal eens te lijden van een visie die wil dat tot de jaren zestig het land opgesloten zat in een extreem katholieke, onnozele luchtbel. Er was ooit een Iers politicus die zei dat er in het land geen seks geweest was voor de intrede van de tv. En hij meende het. Er was zogezegd geen moderne muziek, seks was iets wat in het donker gebeurde en waar nooit over gepraat werd. Dat is natuurlijk niet zo. De Ierse opstandeling was helemaal niet te druk bezig met de bevrijding van het land om oog te hebben voor de andere geneugten van het leven. Hij had echt nog wel de tijd voor een neukpartijtje. En wanneer hij bezig was, dacht hij echt niet aan het vaderland. Die revolutionairen braken alle regels. Zij konden nog maar een dag te leven hebben, dat wisten ze niet. De strakke moraal die ze op school geleerd hadden had geen vat meer op hen. Het was ook rond die tijd dat de fonograaf en de automatische, met metalen cylinders werkende piano populair werden. Zij bereikten Ierland vanuit Amerika, het land van melk en honing sinds de negentiende eeuw. En de muziek die deze apparaten voortbrachten deed de luisteraars wegdromen. Even waren zij ook in Amerika. Om die muziek te kunnen traceren heb ik vooral gebruik gemaakt van Luc Santes boek Low Life dat een fantastisch portret geeft van het alledaagse leven in het Manhattan van eind negentiende, begin twintigste eeuw. Ik heb ook veel geluisterd naar de liedjes van de Ierse tenor John McCormac, die in het tweede decennium van deze eeuw populaire deuntjes zong, vergelijkbaar met de popsongs van vandaag. Hoe reageerde men in Ierland op deze nogal ontnuchterende visie op de onafhankelijkheidsstrijd?Doyle: Heel goed. De dagen dat politici iets te zeggen hadden over een roman zijn in Ierland lang voorbij. Het land heeft een gezond zelfbewustzijn ontwikkeld. Iedere kolonie die onafhankelijk wordt gaat door een overgevoelige periode: wat zullen de andere landen wel niet van ons denken? Er dient een reputatie opgebouwd te worden, of er moet er een nageleefd worden: je hebt de naam een land van dronkaards te zijn, dus dat is ook wat je naar buiten toe toont. Ierland is daar al lang overheen. Denk ik. Roddy Doyle, "De ster Henry Smart", Nijgh en Van Ditmar, Amsterdam, 357 blz., 799 fr.Marnix Verplancke