Helden voor en achter de camera te boek gesteld. Het grootste filmplezier op papier.
...

Helden voor en achter de camera te boek gesteld. Het grootste filmplezier op papier.HIJ DAALDE met de twee Stenen Tafelen de berg Sinaï af ; won als een joodse prins de spectaculaire wagenrennen in het Romeinse Circus Maximus ; schilderde fresco's op het plafond van de Sixtijnse Kapel tot zijn rug er krom van was ; voerde, dood op zijn paard gebonden, zijn Spaanse manschappen naar de overwinning tegen de Moorse veroveraars. Wie Charlton Heston zegt, denkt spontaan aan kolossale figuren als Mozes, Ben-Hur, Michelangelo, El Cid en zelfs aan de stem van God. Hij vertolkte meer klassiek geworden heldenrollen dan welke acteur van zijn generatie. Zijn autobiografie ?In the Arena?, een dikke turf van 592 pagina's, is dan ook even massief als het heroïsch profiel waarmee hij de spektakelfilms van de jaren vijftig domineerde. Hoewel deze kranige zeventiger nog altijd actief is en waarschijnlijk in het zadel zal sterven, blijft Heston een icoon van de fifties, toen alles nog goed ging met het Amerika waarvan hij de waarden inzonderheid persoonlijke vrijheid omstandig propageert. Het is dan ook niet te verbazen dat hij ook als een held uit deze autobiografie tevoorschijn komt. Daarvan getuigt ook zijn loyaliteit tegenover grote regisseurs die als ?maverick? in aanvaring kwamen met het Hollywoodsysteem waarvan ?Chuck? Heston de verpersoonlijking was. Hij zorgde ervoor dat Orson Welles in 1958 nog een laatste Amerikaanse film kon draaien (?Touch of Evil?), hij sprong in de bres voor Sam Peckinpah tijdens de productie van ?Major Dundee?. Zelfs zijn totaal onberispelijk privé-leven hij is al een halve eeuw getrouwd met het eerste meisje met wie hij een afspraakje maakte kan in het Hollywood van de zedenverwildering als een vorm van heroïsme worden beschouwd. En last but not least : anders dan zijn meeste collega's schreef hij eigenhandig zijn autobiografie, zonder hulp van enige ghostwriter. In het politieke spectrum bevindt deze rabiate Republikein zich uiterst rechts, maar dat belet hem niet om in zijn verdediging van de vrije meningsuiting (met name de overheidssteun aan de kunsten) ?liberaal? uit de hoek te komen. Hij bewondert Ronald Reagan en Barry Goldwater, maar noemt de radicale Vanessa Redgrave de grootste levende actrice en was al van bij het begin van de burgerrechtenstrijd een actieve supporter van Martin Luther King. EETGEWOONTES.Hoewel hij het niet kan laten zijn politieke denkbeelden te ventileren en zijn gekanker over de belabberde situatie van het onderwijs soms op de zenuwen werkt is ?In the Arena? hoofdzakelijk een boek over het leven van een acteur. Ofschoon hij op tijd en stond afdwaalt naar zijn privé-leven (dat erg gelukkig is en voor de buitenstaander dan ook erg saai), brengt hij vooral gedetailleerd verslag uit over het filmproces, in het bijzonder de problemen van de acteur. Elke aspirant acteur zal dit boek verslinden. Dat hij zich zo nauwkeurig de omstandigheden van elke productie voor de geest kan halen, is te danken aan het feit dat hij sinds 1956 een dagboek bijhoudt (waarvan al in 1976 flarden werden gepubliceerd in ?The Actor's Life?). Ook de Britse actrice Emma Thompson hield tijdens de opname van ?Sense and Sensibility? een dagboek bij. Het wordt nu als appendix gepubliceerd bij het script dat ze schreef voor de verfilming van een jeugdroman van Jane Austen, over twee zusters en hun gecompliceerde liefdes- en huwelijksperikelen. Thompson werkte over een periode van vijf jaar aan haar eerste script, meestal in haar vrije uurtjes tijdens de opname van andere films. Ze noteert in haar dagboek nauwgezet zowel de emotionele hoogte- als laagtepunten van de verfilming door de Taiwanees Ang Lee. Maar uiteindelijk krijgen we meer ontboezemingen over haar eetgewoontes of menstruatiecyclus dan inzicht in de omzetting van een scenario in een film. Een boek dat wel een inzicht geeft in de totstandkoming van een film, is ?Making Pictures?. De vaak onderschatte vakman Sidney Lumet schreef geen boek over zichzelf (wie op zoek is naar roddels komt bedrogen uit) maar over zijn vak. Hij doet dit op zulke heldere, onthullende en intelligente manier dat je door het lezen van dit boek waarschijnlijk meer te weten komt over de praktijk van het filmmaken dan tijdens vier jaar filmschool. Lumet beschrijft overzichtelijk en compact elke fase van het filmproces, van het kiezen van het script tot de postproductie. En hij heeft één groot voordeel op de vele theoretici die dezelfde routine beschrijven : hij illustreert elk probleem, elke hindernis, elke gelukkige toevalstreffer of mislukking aan de hand van raak gekozen voorbeelden uit zijn eigen films. Zodoende krijgt de filmkenner een hoop boeiende achtergrondinformatie over het vervaardigen van films als ?12 Angry Men? (zijn opmerkelijk debuut uit 1957), ?The Hill?, ?Dog Day Afternoon? en ?Prince of the City?. In één van de meest lezenswaardige hoofdstukken ontleedt Lumet het visueel concept van een groot aantal van zijn films en legt hij uit hoe de gebruikte cameratechniek wordt gedicteerd door het materiaal. Terwijl het werk van sommige regisseurs haast kapot geanalyseerd werd (ik denk aan Hitchcock, Ford, Bergman), blijven andere carrières zo goed als onontgonnen. ?Dancing on the Ceiling. Stanley Donen and his movies? van Stephen M. Silverman vult zeker een leemte. Ofschoon Donen algemeen wordt erkend als een van de meesters van de moderne musical, verscheen over zijn werk niet eerder een kritische monografie. Misschien ligt dit ten dele aan het feit dat Donen zijn beroemdste films samen ondertekende met danser, acteur en choreograaf Gene Kelly, en het altijd een netelige kwestie blijft wie nu precies verantwoordelijk is voor ?On the Town? en ?Singing in the rain?. FILM NOIR.Het boek van Silverman herinnert er ons ook aan dat Donen heel wat meer is dan de partner van Gene Kelly. Een musical die hij op zijn eentje draaide als ?Seven Brides for Seven Brothers? bevat even weergaloze dans- en zangnummers. Het dansje van Fred Astaire op de muren en zoldering van een Engelse hotelkamer in ?Royal Wedding? (een technisch hoogstandje dat de titel van dit boek suggereerde), blijft een van de duizelingwekkende trompe-l'oeil pareltjes uit de MGM-musical. Vóór zijn carrière in de jaren zeventig een pijnlijke deuk kreeg, maakte hij in uiteenlopende genres drie briljante films met de verrukkelijke Audrey Hepburn : de musical ?Funny Face?, de gesofistikeerde thriller ?Charade? en het melancholisch huwelijksdrama ?Two for the Road?. Donen is met andere woorden een regisseur om te herontdekken, iets waar dit boek, zonder nu meteen dé definitieve studie te zijn, in ieder geval toe aanzet. Een lees- en kijkboek om te savoureren is ?Hard-boiled : Great Lines From Classic Noir Films? waarin Peggy Thompson en Saeko Usukawa de hardgekookte, botsende en cynische uitspraken noteren uit een groot aantal alfabetisch geklasseerde exemplaren van het gitzwarte misdaadgenre. Zoals het een uitgave over het stijlvolste aller Hollywood-genres betaamt, is dit een prachtig uitgegeven bloemlezing. De taaie teksten zijn verlucht met reproducties van kernachtige posters en schitterende zwart-wit stills (vaak paginagroot) die beter dan welke erudiete uitleg de unieke visuele signatuur van ?film noir? definiëren. Het door John Boorman en Walter Donohoe geredigeerde jaarboek ?Projections? is nu al toe aan zijn vijfde editie. Het opzet van de reeks blijft ongewijzigd : het woord verlenen aan de filmmakers zelf niet de academici en de outsiders. Dit levert in ?Projections 5? bijvoorbeeld gesprekken op tussen Tony Curtis en dochter Jamie Lee, tussen Quentin Tarantino en idool Brian De Palma. Jean-Jacques Annaud overloopt in een vraaggesprek zijn hele carrière. Het dagboek wordt dit keer bijgehouden door co-auteur Donohoe, die meewerkte aan de dialogen en montage van Boormans ?Beyond Rangoon?. James Stewart en Fred Zinnemann zijn de oud-Hollywood gedienden die aan het woord komen. In het jaar waarin de eerste volledig met een computer vervaardigde film (?Toys?) de bioscopen veroverde, gaat de meeste aandacht uit naar animatie in al zijn vormen : interviews met stop-motion pionier Ray Harryhausen, Oscar-winnende plasticine virtuoos Nick Park (?A Close Shave?), poppen-animator Henry Selick (?The Nightmare Before Christmas?, ?James and the Giant Peach?) ; een beschouwing over de Russische 3-D animator en proto-surrealist Ladislaw Starewicz. Met de dood, vorige maand, van Albert ?Cubby? Broccoli is definitief een hoofdstuk afgesloten in de geschiedenis van de James Bond-films, de langstlopende serie aller tijden. Alles wat u over het 007 fenomeen wilt weten, wordt nog eens keurig op een rijtje gezet in ?De James Bond Saga?. De meeste feiten, anekdotes en weetjes kon u al lezen in diverse Angelsaksische naslagwerken (waarvan ?The Complete James Bond Encyclopedia? van Steven Jay Rubin de meest volledige is), maar de Vlaamse Bondfanaat Raymond Rombout heeft zeker zijn huiswerk gedaan. Alle films over de Britse geheim agent passeren de revue, maar de interessantste passages van dit dossier nemen de erg gedateerde romans van Ian Fleming onder de loep. Voor een boek over een serie die het in zulke grote mate van visuele opschepperij, ingenieuze gadgets en etaleren van onbereikbare luxe moet hebben, vallen de illustraties nogal magertjes uit. Patrick Duynslaegher Charlton Heston, ?In the Arena?, Simon & Schuster, New York, 592 blz., 27.50 dollar.Emma Thompson, ?The Sense and Sensibility Screenplay & Diaries?, Newmarket Press, New York, 288 blz., 23.95 dollar.Sidney Lumet, ?Making Movies?, Alfred A. Knopf, New York ; 220 blz., 23 dollar.Stephen M. Silverman, ?Dancing on the Ceiling. Stanley Donen and his movies?, Alfred A. Knopf, New York, 390 blz., 35 dollar.Peggy Thompson, Saeko Usukawa, ?Hard-Boiled. Great Lines From Classic Noir Films?, Chronicle Books, San Francisco, 124 blz., 14.95 dollar.John Boorman, Walter Donohue, ?Projections 5?, Faber and Faber, Londen, 312 blz., 9.99 pond.Raymond Rombout, ?De James Bond Saga?, Teek ! Entertainment, Leuven, 208 blz., 790 frank. Charlton Heston, de kolossale held van de jaren vijftig.