Twee Belgen krijgen in het zopas verschenen boek van de voormalige Britse premier John Major The Autobiography een vermelding. Niet toevallig zijn het de twee Belgische eerste ministers die Major tussen 1990 en 1997 ontmoette. Met Wilfried Martens (CVP) zat hij in december 1991 in Maastricht aan tafel en veel indringends weet Major over hem niet te vertellen. Toen Major goed en wel was ingereden, stond Martens al op de stoep van de Wetstraat 16.
...

Twee Belgen krijgen in het zopas verschenen boek van de voormalige Britse premier John Major The Autobiography een vermelding. Niet toevallig zijn het de twee Belgische eerste ministers die Major tussen 1990 en 1997 ontmoette. Met Wilfried Martens (CVP) zat hij in december 1991 in Maastricht aan tafel en veel indringends weet Major over hem niet te vertellen. Toen Major goed en wel was ingereden, stond Martens al op de stoep van de Wetstraat 16. Op Europese raden kwam het tussen Martens en Margaret Thatcher meer dan eens tot verbale botsingen, met Major niet. Zij had er een immens plezier in al haar collega's-regeringsleiders in de gordijnen te jagen, de innemende Major paste daarvoor. "Ik schrok ervan hoe onproductief haar optreden was", zo schrijft hij. "Margaret was de gemeenschappelijke vijand en slaagde erin iedereen tegen ons te verenigen." Major pakte het omzichtiger aan en probeerde het Britse isolement in de Unie te doorbreken. Tijdens de onderhandeling over het verdrag van Maastricht moest hij echter kleur bekennen. Major was tegen de eenheidsmunt en het sociale hoofdstuk en bedong telkens een Britse uitzonderingspositie. In zijn boek verbaast de voormalige premier er zich nog over dat het allemaal zo vlot verliep en hij nauwelijks iets in ruil moest geven. Na een onderonsje met Helmut Kohl en Ruud Lubbers slikten alle deelnemers de Britse voorwaarden. "Het optreden van Lubbers was voorbeeldig", zo concludeerde Major. Sindsdien kon het tussen beiden niet meer stuk, zoals in 1994 op Corfu bleek. Voor het eerst speelde Major het toen keihard en formuleerde hij - in de beste Thatchertraditie - een veto tegen Dehaene. Vanaf het begin had Major België laten weten dat de Britten Dehaene nooit als opvolger van Jacques Delors zouden aanvaarden. "Ik zei het tijdig en duidelijk, omdat ik Dehaene een afgang wou besparen. Ik kon immers goed met hem opschieten. I liked Dehaene. Hij was easy company, een voetbalfanaat, een geboren humorist en achter een ruw uiterlijk school een scherp verstand. Inzake Europese politiek belichaamde hij echter het tegendeel van wat de Britten wilden." IN FEITE WAS HIJ EEN SOCIALISTMajor stoorde zich aan de politicus Dehaene, maar evengoed aan de wijze waarop hij door Kohl en François Mitterrand in de vitrine was geplaatst. Volgens de voormalige Britse premier was het een German-French diktat. Het zoveelste. De machtspositie van het Frans-Duitse duo irriteerde Major mateloos. Vooral Kohl was voor de Brit ondraaglijk dominant en hij merkt op dat zowat alle regeringsleiders hun overtuiging inslikten als ze een aanvaring met Kohl riskeerden. Het had allemaal met de economische kracht van Duitsland en de gulle Europese subsidieregeling te maken. Major citeert in dit verband een uitspraak van Aneurin Bevan over de wijze waarop hij de Britse geneesheren ooit in de pas deed lopen. "Ik stopte hun mond vol goud". Op Corfu was voor Major de maat vol. Eerst verdedigde hij de Britse kandidaat Sir Leon Brittan, vervolgens Ruud Lubbers. Tot verbazing van Major steunde Wim Kok, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, de kandidatuur van Lubbers niet tot het einde. "Kok had er geen echte verklaring voor. Het was duidelijk dat hij onder zeer zware druk stond." Aangezien alleen Dehaene overbleef en alle regeringsleiders hem steunden, kwam Major met het Britse veto. Enkele weken later slikte Major Jacques Santer. In tegenstelling tot wat Kohl probeerde te doen geloven, verschilde die wel met Dehaene. Ze hadden, volgens Major, weliswaar dezelfde langetermijnvisie over Europa, maar daar hielden de gelijkenissen op. "Dehaene was een veel sterkere persoonlijkheid en minder bereid om compromissen te sluiten. In feite was hij een socialist en geen christen-democraat. Santer was een voorzichtige twijfelaar, Dehaene daarentegen een doorduwer, bovendien een centralist. Bijgevolg was hij vanuit Brits oogpunt veel gevaarlijker dan Santer." Onmiddellijk na de benoeming van Santer riep Major de Luxemburger uit tot the right man in the right place at the right time. Vandaag vindt hij die beoordeling te positief. "Ik had er beter aan gedaan om hem als the least unwelcome candidate available te bestempelen." Interessant is ook dat Mitterrand, aldus Major, veel zwaarder aan de nederlaag van Dehaene tilde dan Kohl. Waarom dat zo was, vertelt de Britse ex-premier er niet bij. P.G.