Generaal Saad Maan is het publieke gezicht van de Iraakse veiligheidsdienst. Tot voor kort moest hij de Irakezen uitleggen wat het leger en de politie ondernemen tegen de terreuraanslagen in Bagdad. Maar sinds kort heeft Maan het niet meer over 'incidenten', het Iraakse leger is nu 'in oorlog'. Hij neemt nu het woord 'front' in de mond. Op een kaart in het commandocentrum in Bagdad duidt hij aan hoe de zaken verlopen. 'Niet in het noorden, maar in het westen en het zuiden ligt het grootste gevaar', zegt Maan. 'Tussen de boerderijen en kanalen in de provincie Babylon, tussen de velden en palmbomen van Anbar.'
...

Generaal Saad Maan is het publieke gezicht van de Iraakse veiligheidsdienst. Tot voor kort moest hij de Irakezen uitleggen wat het leger en de politie ondernemen tegen de terreuraanslagen in Bagdad. Maar sinds kort heeft Maan het niet meer over 'incidenten', het Iraakse leger is nu 'in oorlog'. Hij neemt nu het woord 'front' in de mond. Op een kaart in het commandocentrum in Bagdad duidt hij aan hoe de zaken verlopen. 'Niet in het noorden, maar in het westen en het zuiden ligt het grootste gevaar', zegt Maan. 'Tussen de boerderijen en kanalen in de provincie Babylon, tussen de velden en palmbomen van Anbar.' In kolonnes schuiven ze dezer dagen over de grote weg naar de luchthaven van Bagdad: de ambassades evacueren diplomaten, buitenlandse ondernemingen brengen veel van hun ingenieurs in veiligheid. De private veiligheidsfirma's in Bagdad hebben hun tarieven in een paar dagen tijd verdubbeld. Sinds er gevochten wordt om de raffinaderij in Baidsji, de belangrijkste van het noorden, stijgen de prijzen van benzine en levensmiddelen. Op 10 juni nam de jihadistenmilitie Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) de miljoenenstad Mosul in, een dag later Tikrit, de geboorteplaats van Saddam Hoessein, en de 18e de olieraffinaderij in Baidsji. Intussen staan de strijders op een paar tientallen kilometer, van Bagdad. Het terreurleger, tot voor kort niet meer dan een van de vele rebellengroepen in de Syrische burgeroorlog, zaait nu in twee landen paniek. Het werd binnen de kortste keren wereldwijd bekend, samen met zijn raadselachtige aanvoerder Abu Bakr Al-Baghdadi. Er bestaan niet veel foto's van de man met het ronde gezicht. Velen zien in hem de nieuwe leider van de globale jihad, de meest succesvolle en geheimzinnige erfgenaam van Osama Bin Laden. Zelfs de geheime diensten weten niet veel over hem: ooit sloot Baghdadi zich aan bij Al-Qaeda, hij kwam ermee in conflict, en staat nu op het punt om de bekendste islamistische terreurorganisatie te overvleugelen. Hij en zijn bondgenoten controleren in Syrië en Irak intussen een gebied ter grootte van Jordanië. Delen van beide landen zijn één aangesloten oorlogszone geworden - het rijk van Baghdadi. ISIS-strijders brengen in Irak buitgemaakte tanks naar Syrië, Iraakse jihadisten die in Syrië vochten keren terug naar het vaderland. Het gebied dat ze controleren zou volgens sommige bronnen feitelijk een eigen staat zijn die voor strijders even veilig is als Afghanistan voor de aanslagen van 11 september 2001. Volgens generaal Saad Maan willen Baghdadi's terroristen de strijd nu naar de hoofdstad brengen. Maar zover zou het niet komen: 'We hebben nu genoeg soldaten. Grootayatollah Ali Al-Sistani, de hoogste autoriteit van de sjiitische islam in Irak, heeft opgeroepen om de heilige plaatsen te verdedigen. Duizenden vrijwilligers staan klaar.' Nog belangrijker: de Iraakse regering zou niet alleen staan: 'Wij zullen hulp krijgen van de Amerikaanse luchtmacht. Wij zullen de terroristen treffen en doden. En de wereld zal zien dat de Verenigde Staten aan onze kant staan. Bagdad is veilig.' Alleen: vrijwel niemand deelt het vertrouwen van generaal Maan. In het noorden van het land is het leger gevlucht voor ISIS. En Irak staat op het punt uiteen te vallen. Het gaat niet alleen om islamisten die tegen de staat ten strijde trekken, maar om een conflict tussen de grote confessies van de islam. Enerzijds de sjiieten, die in Irak in de meerderheid zijn maar slechts zo'n 15 procent van de internationale moslimgemeenschap uitmaken. Anderzijds de soennieten, die zich onderdrukt voelen door de sjiitisch gedomineerde regering van premier Nuri Al-Maliki. ISIS heeft zich opgeworpen als hun vaandeldragers, wat verklaart hoe ze zich zo snel konden uitbreiden. Soennitische milities, lokale sjeiks en vroegere aanhangers van dictator Saddam Hoessein steunen de mannen van Baghdadi. 'Oom Issat, ik ben blij dat ik terug naar huis kom', tweette Saddams dochter Raghad vanuit ballingschap naar Issat Ibrahim Al-Duri. De vrome, vroegere plaatsvervanger van haar vader vecht tegenwoordig aan de zijde van de jihadisten. De politieke misère in Irak is sinds de val van Mosul alleen maar toegenomen. ISIS, dat de heilige plaatsen Samarra, Kerbela en Najaf wil vernietigen, jaagt de sjiieten angst aan. Veel soennieten vrezen dat die angst kan leiden tot wraakacties en tot een burgeroorlog. De leiders van de Koerden verklaren openlijk dat de eenheid van de staat niet langer kan standhouden. Er is 'een Irak vóór en een Irak na Mosul', zegt Netsjirwan Barsani, premier van het autonome Koerdengebied in het noordoosten. En het spel van de regionale machten bemoeilijkt de situatie: Iran, de beschermmacht van de sjiieten, dreigde al dat het militair zou ingrijpen. De buitenlandminister van het soennitische Saudi-Arabië waarschuwde dan weer voor 'buitenlandse invloed en intriges', zonder Irak te noemen. Saudische en Qatarese zakenlui zijn vermoedelijk geldschieters van ISIS. De Verenigde Staten, die in 2003 dictator Saddam Hoessein ten val brachten en daarna acht jaar lang probeerden om de geloofsgroepen met elkaar te verzoenen en stabiliteit te creëren, kijken machteloos toe. Voor president Barack Obama is de opstand een catastrofe: hij werd destijds verkozen met de belofte dat hij de Amerikaanse troepen zou terughalen uit Irak. Vorige week moest hij met lange tanden 300 militaire adviseurs naar Bagdad sturen, en ook de inlichtingendiensten draaien overuren. Luchtaanvallen staan alsnog niet op de agenda van de president. Niet zonder reden: de precieze samenstelling van de opstandelingen is onduidelijk, er kunnen troepen tussen zitten van sjeiks die vroeger aan de VS waren verbonden - en er zouden waarschijnlijk ook burgerslachtoffers vallen. Zelfs generaal David Petraeus, de legendarische ex-opperbevelhebber in Irak, waarschuwt: de Amerikanen mogen er zich niet toe lenen om als luchtmacht van de sjiieten tegen de soennieten op te treden. Hebben de ISIS-terroristen hun doel bereikt nog voor ze hun bloedigste dreigementen hebben uitgevoerd? Keert het land terug naar de chaos waarin Obama's voorganger George W. Bush het stortte? En wie zijn precies de jihadisten die noch de Iraakse premier Maliki noch de westerse geheime diensten zagen aankomen? Wie is hun leider Abu Bakr Al-Baghdadi? Baghdadi hield zich, anders dan Bin Laden, altijd op de achtergrond. Daardoor kreeg zijn reputatie onder aanhangers mythische proporties. De huidige chef van Al-Qaeda, de Egyptenaar Aiman Al-Sawahiri daarentegen, wordt door heel wat jonge jihadisten niet meer erkend. Ze vinden Al-Qaeda te hiërarchisch, te strak, te oncool. Bij de burgerlijke stand heet de ISIS-leider kennelijk Ibrahim Al-Badri. Hij werd in 1971 geboren in het Iraakse Samarra en studeerde godsdienstwetenschappen aan de universiteit van Bagdad. Later zou hij gepredikt hebben in soennitische moskeeën in Noord-Irak. Kort na de inval van de Amerikanen in Irak zou hij zich als 22-jarige hebben aangesloten bij het verzet, aanvankelijk op lokaal niveau. In februari 2004 pakten Amerikaanse grondeenheden hem op in de provincie Anbar en brachten hem naar Camp Bucca, een berucht gevangenenkamp bij de Zuid-Iraakse stad Umm Kasr. Eind 2004 begingen de Amerikanen een zware fout: een commissie van militaire experts, die het geval-Baghdadi onderzocht, pleitte voor zijn onvoorwaardelijke vrijlating. Eind december van dat jaar kwam hij vrij. Hij begon aan een steile carrière in de islamistische underground. Maar ISIS gaat nog verder terug: tot 2003, aan de vooravond van de Amerikaanse invasie in Irak. Een toen 36-jarige, getatoeëerde Jordaniër, ex-gevangene en voortijdig schoolverlater, speelde daarbij een rol. Hij noemde zich Abu Mussab Al-Sarkawi, en werd onder die naam wereldwijd bekend. Hij was de voorganger van de voorganger van Baghdadi, die als soldaat onder Sarkawi moet hebben gediend. In de dagen voor de invasie was Sarkawi naar Bagdad gekomen, met in zijn bagage wapens en geld - en met een plan. Zijn droom was de oprichting van een soennitisch kalifaat, van Syrië tot de Perzische Golf. Met brutale, schijnbaar zinloos bloedige aanslagen op sjiieten wilde hij een godsdienstoorlog ontketenen, om al de soennieten naar zijn kamp te drijven en de sjiieten te verdrijven. Vijf maanden na de Amerikaanse invasie begon hij een reeks spectaculaire bomaanslagen, waaronder die op het VN-hoofdkwartier in Bagdad. Daarna viel hij vooral sjiieten en hun heiligdommen aan. Om zijn doel van een soennitisch kalifaat te bereiken, smeedde hij een coalitie met het Iraakse verzet tegen de Amerikanen en bouwde een netwerk op dat wapens, geld en steunverleners vanuit Syrië naar Irak sluisde. Tot aan zijn dood drie jaar later wakkerde Sarkawi een oorlog aan die tot vandaag het Midden-Oosten in zijn greep heeft. Zijn organisatie veranderde haar naam in Islamitische Staat in Irak, maar verloor aan slagkracht omdat de Amerikanen coalities sloten met soennitische stammenmilities. Kort voor de opstand in Syrië in 2010 kwam Abu Bakr Al-Baghdadi aan het hoofd van de terreurorganisatie. Hij heeft bereikt waar Sarkawi ooit van droomde: het vervagen van de grens tussen Irak en Syrië. ISIS behoort volgens Amerikaanse experts tot de volgende generatie van het qaedaïsme, en is de ster van de islamistenscene. 'Als je een zestienjarige Tunesiër bent en naar de jihad wilt trekken, dan ga je naar ISIS in Irak', zegt Douglas Ollivant. Maar zonder de Syrische burgeroorlog had noch Baghdadi noch ISIS ooit zo machtig kunnen worden - hij was een geschenk voor hen. Eerst stuurde Baghdadi begin 2012 strijders naar Syrië, om daar onder de naam Jabhad Al-Nusra een tak van Al-Qaeda mee op te richten. In die tijd volgde hij nog Al-Qaeda-chef Sawahiri. Het jaar daarop werd Al-Nusra sterker, en Baghdadi besloot om de organisatie te versmelten met de Islamitische Staat in Irak. De Syrische leider van Al-Nusra weigerde echter om onder het gezag van Baghdadi te komen, vermoedelijk op aangeven van Sawahiri. En zo kwam het tot een ruzie tussen Sawahiri en Baghdadi. In april 2013 dook kennelijk uit het niets een nieuwe rebellenorganisatie in Syrië op. Ze noemde zich Islamitische Staat in Irak en de Levant, en had een grote invloed op het verloop van de burgeroorlog. ISIS dwong de Syrische oppositie tot een oorlog op twee fronten - tegen de Syrische president Bashar Al-Assad aan de ene en tegen ISIS aan de andere kant. Het conflict tussen Baghdadi en het Al-Nusra-front over de vraag wie de enige ware 'emir' van het nieuwe 'kalifaat' zou zijn, leidde ertoe dat bijna alle buitenlandse jihadisten naar het ISIS-kamp overliepen. De hoofdreden: Baghdadi betaalde lonen van een paar honderd dollar per maand, en zorgde voor wapens en voertuigen. Niemand weet precies hoeveel strijders ISIS telt: de schattingen schommelen tussen de 7000 tot de 15.000 man. De leidende kliek in Irak, die vooral bestaat uit ex-officieren en kaderleden van Saddam Hoesseins Ba'ath-partij, sluit zich ook naar binnen hermetisch af. Veel strijders zijn Irakezen, maar er zitten ook zo'n 3000 buitenlanders tussen. Onder hen heel wat Tsjetsjeniërs, maar evengoed een aantal van de zowat 200 Belgen die naar Syrië vertrokken om te vechten. ISIS is aanlokkelijk als startplatform, omdat er ook mannen zonder militaire opleiding worden aangenomen. Ze worden als 'kanonnenvoer' bestempeld - en ingezet voor zelfmoordaanslagen of losgeldafpersingen. Met zijn centrale leiding, brutaliteit en omkoopparktijken maakte ISIS van meet af aan gebruik van de achilleshiel van de Syrische opstandelingen: hun interne verdeeldheid. ISIS viel zwakkere eenheden aan en sloot zich aan bij de anderen. Tegen krachten van het regime vecht ISIS maar zelden. En omgekeerd, het leger van president Assad liet ISIS altijd met rust. Dat veranderde pas na zijn recente successen in Irak: toen vielen troepen van Assad voor het eerst zijn stellingen aan - alsof ze zich voor het oog van de wereld wilden aandienen als het geringste kwaad. Vanwege ISIS raken hulpgoederen amper nog in rebellengebied. En westerse regeringen stopten hun materiële steun aan de gematigde oppositie, uit schrik dat ze in handen van Baghdadi zou vallen. Ook moreel komt de oppositie onder druk te staan. Intern, omdat ISIS slagvaardiger, brutaler en financieel beter uitgerust is. En extern, omdat het beeld van de moordende extremisten voor grote verontwaardiging zorgt in het Westen. Precies wat Baghdadi wil. In juni 2013 was ISIS aanwezig op veel plaatsen in Noord-Syrië, maar het hield zich gedeisd. Vanaf de late zomer veranderde de situatie. Eerst sluipend, stilaan rabiater nam ISIS de macht over in verscheidene steden langs de Turkse grens en in de provinciehoofdstad Rakka. Allemaal gebieden waaruit het leger van het regime al lang verdreven was. Daarmee is ISIS de invloedrijkste rebellenorganisatie in Syrië. In de grootstad Rakka organiseert ze shariarechtbanken, ze verbood het roken, en haalde jongens en meisjes uit elkaar op school. De veroveringstocht van ISIS in Irak versterkt de beweging ook in Syrië. En zo zijn Baghdadi en zijn ISIS de katalysator van een nieuwe orde in het Midden-Oosten geworden. Sinds tien jaar is Irak door de mislukte Amerikaanse invasie en haar gevolgen in beroering. Sinds 2011 werd de chaos versterkt door de Syrische burgeroorlog - en door de hulpeloosheid van het Westen, dat niet wilde ingrijpen. De combinatie van interventionisme en passiviteit tilde de regio uit haar hengsels. Syrië bestaat als staat al lang niet meer, en Irak lijkt in stukken te vallen. Binnenkort moet het Iraakse parlement een nieuwe minister-president kiezen, een ambt dat de omstreden Nuri Al-Maliki sinds acht jaar bekleedt. Sinds de val van Saddam Hoessein geldt er in Irak een evenredige verdeling op confessioneel-etnische basis. De eerste minister is sjiiet en vertegenwoordigt daarmee de grootste bevolkingsgroep van het land, de president is Koerd, en de parlementsvoorzitter is een Arabische soenniet. De VS willen de sjiiet Maliki nu dwingen om de andere groepen meer te betrekken bij de regering. Vicepremier Salih Al-Mutlak is de laatste invloedrijke soennitische tegenspeler van de sjiitische minister-president Nuri Al-Maliki, de andere Arabische soennieten ruimde Maliki allemaal uit de weg. 'Met Maliki gaat het voor de soennieten niet meer', zegt Mutlak. 'Hij heeft ons systematisch buitengesloten, en hij heeft ons gedegradeerd tot bedienden van zijn regering.' Mutlak stelt een nieuwe politieke start voor. 'Het ambt van president moet op de soennieten overgaan', zegt hij. Maar veel belangrijker nog is de nieuwe minister-president. Er circuleren vier namen: de voormalige vicepresident Adil Abd Al-Mahdi; minister van Financiën Baqir Jabr; ex-olieminister Hussein Al-Sjahristani; en Ahmed Tsjalabi. Die laatste is veruit de meest kameleontische politieke figuur in Bagdad: eerst vriend, dan vijand van Amerika, mislukte bankier en lange tijd verbonden met de geheime diensten in Bagdad, Washington en Teheran. En zo tekent zich, te midden van de strijd van de Iraakse regering tegen een soennitische jihadistenmilitie het politieke einde af van een man die Irak acht jaar lang regeerde. En die het land verdeelde, in plaats van het te verenigen. Ook de Amerikaanse president Barack Obama gaf onlangs te verstaan dat hij een aflossing van Maliki zou verwelkomen. Nu is het zeer de vraag of dat volstaat om Irak als staat bijeen te houden. ©Der SpiegelISIS heeft een sterrenstatus: als je een zestienjarige Tunesiër bent en naar de jihad wilt trekken, dan ga je naar ISIS in Irak.