Het meisje dat u hierboven aankijkt heet Daniella. Ze is twaalf jaar, glimlacht zacht en kijkt dromerig. En ze is doofstom en zwanger. Van een van de mannen die haar veelvuldig seksueel hebben misbruikt.
...

Het meisje dat u hierboven aankijkt heet Daniella. Ze is twaalf jaar, glimlacht zacht en kijkt dromerig. En ze is doofstom en zwanger. Van een van de mannen die haar veelvuldig seksueel hebben misbruikt. Welkom in het Panzi-ziekenhuis in Bukavu, de miljoenenhoofdstad van de Oost-Congolese provincie Zuid-Kivu aan het gelijknamige meer. Het ziekenhuis biedt alle soorten medische zorgen aan, maar heeft internationale faam voor zijn expertise in de behandeling van slachtoffers van seksueel geweld en vrouwen die lijden aan fistels en/of prolaps, een verzakking van organen als baarmoeder, blaas of rectum ten gevolge van seksueel misbruik of een moeilijke bevalling. Sinds 2015 krijgt het ziekenhuis daarvoor de hulp van de humanitaire ngo Dokters van de Wereld. Panzi is als een fonkelend muntstuk in een modderpoel. Het ligt omgeven door volkse, chaotische en overbevolkte wijken. Stampvolle busjes toeteren zich door mensenzeeën en over aarden wegjes. Hun enige bescherming tegen ongevallen zijn de kleurrijke religieuze stickers op de voorruit: 'Le Seigneur est la réponse'. Geregeld breekt er geweld uit. Vorig jaar nog werden er vier mensen in brand gestoken - een geval van justice populaire: de slachtoffers waren inbrekers die de buurt terroriseerden en gevat werden door een burgerpatrouille. Niets van dat alles in Panzi. Hier heerst rust, orde en vrede. Er zijn grasperkjes, keurig onderhouden en omgord door rozen. Elke ochtend wordt in de lommerrijke patio een mis opgedragen die eindigt in uitbundig, ritmisch gezang. Overal hangen affiches van dokter Denis Mukwege, met inspirerende quotes als 'La corruption ne passera pas par moi'. Dokter Mukwege is de charismatische bezieler van het Panzi-ziekenhuis. Hij richtte het op in 1999, toen Oost-Congo uiteengereten werd door gruwelijk oorlogsgeweld. Zijn eerste patiënte was een vrouw wier geslachtsorganen kapot waren verkracht. Toen er steeds meer van dergelijke slachtoffers naar het ziekenhuis kwamen, begon Panzi meer en meer van zijn middelen en aandacht te besteden aan de gevolgen van seksueel geweld. De achterliggende Panzi Foundation ontwikkelde een holistisch model dat op vier manieren werkt aan de genezing en herintegratie van slachtoffers van seksueel geweld: medisch, psychologisch, juridisch en sociaal-economisch. Massale verkrachtingen, zowel door buiten- als binnenlandse militaire groepen, waren schering en inslag tijdens de Congolese burgeroorlog, die duurde van 1994 tot 1998. Daar horen twee kanttekeningen bij. De oorlog was allesbehalve exclusief Congolees: het startschot werd gegeven in Rwanda, toen daar in 1994 de genocide tegen de Tutsi-bevolking losbarstte, en uiteindelijk zouden negen Afrikaanse landen het slagveld op marcheren. De tweede kanttekening maakt gynaecoloog Mukwege als we hem spreken in zijn bureau in het Panzi-hospitaal. 'De oorlog is officieel beëindigd, het extreme geweld geenszins.' Hij herhaalt wat hij al liet optekenen in de aangrijpende documentaire over zijn werk en leven, L'homme qui répare les femmes - La colère d'Hippocrate: 'Het besef dat dit geweld blijft duren, viel op mij toen ik voor het eerst een kind opereerde dat geboren was uit een verkrachting. Ik had de moeder van dat kind nog geopereerd! Hier moet het stoppen, dacht ik. Ik wil geen kleinkinderen van die eerste slachtoffers opereren.' Als hij niet opereert, is Mukwege een onvermoeibaar mensenrechtenactivist. Hij gaat wereldwijd praten over de straffeloosheid in zijn land. Dat levert hem de ene na de andere prestigieuze onderscheiding op - in 2014 nog de Sacharovprijs van het Europees Parlement. De keerzijde is dat de Congolese autoriteiten hem zien als een nestbevuiler, een vijand van het regime van president Joseph Kabila. In 2012 overleefde hij ternauwernood een moordaanslag. Sindsdien wonen hij en zijn vrouw - 'alsof we gevangenen zijn' - in het ziekenhuis, permanent bewaakt door VN-blauwhelmen. Als dokter Mukwege een vermoeide, zelfs kregelige indruk maakt wanneer we hem een eerste keer spreken tijdens ons bezoek aan het Panzi-hospitaal begin april, dan is dat omdat hij ondertussen wél aan die derde generatie patiënten zit. Het jongste verkrachtingsslachtoffer op zijn operatietafel was amper zes maanden oud, zei hij in 2015 aan de Nederlandse televisie. Een paar maanden geleden opereerde Papa Mukwege, zoals hij hier liefdevol wordt genoemd, een kind van anderhalf. Een infernaal perpetuum mobile, dat zijn effect op Mukwege niet mist. Onze eerste vraag - waarom hij verstek liet gaan op de VN-donorconferentie over Congo in Genève op 13 april, waar de humanitaire hulp aan Congo werd opgetrokken tot 530 miljoen dollar - beantwoordt hij onverholen cynisch: 'Om wat te zeggen?' Hij kijkt ons vragend aan. 'Men vraagt me te vertellen dat alles hier goed gaat. Echt?' Weer een stilte. 'Onze overheid wilde zelf niet naar de conferentie gaan, zogezegd omdat de problemen overdreven worden. Ik denk niet dat de VN overdrijven wanneer ze zeggen dat er dit jaar 1,8 miljard dollar nodig is voor de humanitaire noden van Congo. Ik sprak pas nog een vrouw die de laatste drie jaar nooit langer dan vier maanden op dezelfde plek heeft geleefd. Permanent trekt ze van hot naar her, met haar kinderen. In Congo zijn er bijna vijf miljoen mensen in haar situatie. De overheid kan die mensen negeren, omdat ze zo verspreid zitten in dit grote land. Hun toestand is schrijnend. Sommige van onze patiënten komen hier zo ondervoed binnen, dat we moeten wachten met een behandeling en hen eerst moeten laten aansterken.' Dokter Mukwege is ontgoocheld en gefrustreerd, zegt dokter Neemah Rukunghu. We krijgen van haar een rondleiding in het ziekenhuis, waar ze sinds 2007 werkt, tegenwoordig als medisch coördinator. 'Er verandert niets, er beweegt te weinig.' Geweld in Congo is niet nieuw, maar de laatste maanden flakkert het weer op. Dokters van de Wereld kreeg onlangs meldingen over massale verkrachtingen in Walungu en Shabunda, bezuiden Bukavu. Wat de Panzi-medewerkers extra zorgen baart, is dat het geweld extremer wordt.Eric Wynants, die de activiteiten van Dokters van de Wereld in Panzi coördineert en een goed zicht heeft op het patiëntenbestand, ziet de slachtoffers ook steeds jonger worden. Een troep giechelende tienermeisjes die eerder passeerde, loopt opnieuw langs. Dit keer allen met een baby op de arm. Wynants ziet onze gechoqueerde blik. Hun baby, bevestigt hij. 'Vandaag is bijna tachtig procent van de patiënten die zwanger is door een verkrachting, minderjarig. Een kwart is jonger dan achttien.' Dokter Rukunghu vult aan: 'Laatst heeft dokter Mukwege een baby van vijftien maanden moeten opereren.' Veertig procent van de patiëntes die in de eerste drie maanden van dit jaar in Panzi terechtkwamen, werd verkracht door gewapende groepen. Het kleine dorpje Kabikokole, gelegen in onherbergzaam gebied op zo'n tweehonderd kilometer van Bukavu, kreeg in februari bezoek van zo'n bende. 'Toen het nieuws over die aanval binnenkwam, zijn we meteen vertrokken', vertelt Esther. Ze is een vrouw die altijd lacht, alsof deze wereld alleen maar goeds te bieden heeft. Ze werkt in Panzi als maman-chérie. Dat zijn tot sociaal werkers omgeschoolde verpleegsters die de patiënten van begin tot einde begeleiden tijdens hun verblijf in Panzi. Het zijn de steunpilaren van het ziekenhuis en de patiënten. De mobiele kliniek - een delegatie van dokters, verpleegsters en psychologen - trof in Kabikokole een ravage aan. De aanvallers zijn als beesten tekeergegaan, vertelt Byandoga via Esther, die tolkt. Zij was een van de slachtoffers. 'Ze hebben mij geslagen en verkracht, terwijl mijn kinderen de jungle in zijn gevlucht. Ik heb geroepen en gehuild tot mijn stem kapot was. Ze dachten dat we goud in onze vagina hadden gestoken en staken hun handen in ons. Een meisje van dertien werd door vier man verkracht, ik door vijf.' De mobiele kliniek van Panzi verzorgde de meeste slachtoffers ter plaatse. Wie er bijzonder erg aan toe was, zoals Byandoga, mocht mee naar Panzi. Wat het doel was van de aanval, weet ze niet. 'Het geweld was zo extreem en zinloos. Mannen en kinderen moesten toekijken hoe hun vrouwen en moeders verkracht werden.' Het is geen toeval dat dit type geweld, georganiseerd en gepleegd door gewapende groepen, weer oplaait, zegt dokter Mukwege. 'Mensen die op de vlucht zijn voor geweld, zijn niet bezig met verkiezingen. De omstandigheden om verkiezingen te organiseren - wat volgens de Grondwet al vorig jaar had moeten gebeuren, maar is uitgesteld naar december van dit jaar -, zijn dus bijzonder slecht. Ik weiger te geloven dat dat toeval is.' Hij ziet er een 'stratégie de K.-O.' in: de samenleving nog meer destabiliseren, zodat het politieke status quo gehandhaafd blijft. Afgaand op de cijfers van Panzi lijkt die strategie zeer efficiënt te zijn in de ontregeling van de civiele samenleving. Eric Wynants: 'In 2008 werd 82 procent van de Panzi-patiëntes verkracht door gewapende groepen, uit binnen- en buitenland, en achttien procent door burgers. In tien jaar tijd is die balans nagenoeg omgekeerd: in 2017 was de verhouding 40 versus 53 procent.' Voor de eerste drie maanden van 2018 ziet Wynants weer een toename van de hommes armés in de statistieken, maar het is nog te vroeg om conclusies te trekken, waarschuwt hij.Wynants' cijfers krijgen een gezicht wanneer Daniella ons vervoegt tijdens de rondleiding van dokter Rukunghu. Zij legt zacht een arm rond de schouders van het kind. 'Comment vas-tu, Daniella?' Het meisje glimlacht; de glimlach waarmee dokter Rukunghu die beantwoordt, sterft weg wanneer ze ons Daniella's verhaal vertelt. 'Ze is doofstom. Ze kwam hier binnen, een kind nog, met erge buikpijn. Hier is ze vrouw geworden, ze bleek zwanger te zijn. Binnen vier maanden bevalt ze.' Omdat Daniella niet kan praten, was het lastig te achterhalen wat haar is overkomen. Via gebarentaal en tekeningen en met het engelengeduld van de mamans-chéries en de psychologen kwam het er moeizaam uit: Daniella werd misbruikt door meerdere mannen uit haar wijk. Gewone burgers, dus. Zij wisten zich beschermd door de beperking van het kind en vooral, benadrukken de Panzi-medewerkers, door de straffeloosheid die in Congo criminelen vrij spel geeft en de samenleving tot in haar diepste vezels vergiftigt. Dokter Rukunghu zucht: 'Daniella wil haar baby vermoorden als het een jongetje is.' Daniella is de rauwe uiting van wat dokter Mukwege de stratégie de K.-O. noemt. 'Als je dochter of vrouw verkracht wordt, en jij kunt daar niets aan doen - meer zelfs: je wordt gedwongen ernaar te kijken of het zelf te doen -, dan word ook jij vernietigd. Moraal groeit uit de ervaring dat je iets kunt doen tegen onrecht. Hoe kunnen kinderen een moreel kader vormen wanneer ze zien dat verkrachters en moordenaars vrijuit gaan?' Zijn landgenoten beseffen niet in welke miserie ze zitten, zegt Mukwege. 'En dat is niet eens hun schuld. Armoede zorgt ervoor dat je maar één vraag kunt stellen: wat eet ik vandaag? Combineer dat met corruptie en repressie en je krijgt een duivelse verdoving. Wel, ons land wordt gemarteld onder anesthesie.' Naast de zogenaamde SVS of survivant(e)s de violences sexuelles vinden ook patiëntes met fistels of prolaps gespecialiseerde zorg bij Panzi. Dokter Mukwege is expert in de bijzonder ingewikkelde fisteloperatie. Hoe ingewikkeld, blijkt uit de lijdensweg van Aimee. Zij werd al drie keer geopereerd, zonder succes. De fistel waaraan ze lijdt, is het gevolg van een slecht gelopen bevalling. Die vond plaats in 2006, in de jungle waarin Aimee op de vlucht was voor oorlogsgeweld. Haar kind werd dood geboren. Boven op die tragedie kwam een fistel en blijvende incontinentie. 'Ik schaam me zo', vertaalt maman-chérie Esther haar getuigenis. 'Ik stink altijd, moet doeken in mijn schoot dragen alsof ik een klein kind ben. Ik ben een jonge vrouw, maar wie wil zo iemand?' Aimee wacht nu op de vierde operatie. De ingreep is duur: minstens 550 dollar, zo'n 444 euro. Het ziekenhuis dekt die kosten volledig. Ze kan niet geloven dat de dokter haar niet opgeeft. 'Dat er mensen zijn die vrouwen als ons nog respecteren, dat geeft hoop.' De gulle glimlach van Esther vult opnieuw de kamer. ' Papa Mukwege heeft eens een vrouw twaalf keer moeten opereren voor ze genezen was. Wij laten niemand vallen.' Ook Aimee lacht nu. Wat later spreken we de veertigjarige Furaha. Zij kampt met prolaps, een pijnlijke gynaecologische verzakking waarvan zwangerschap en bevalling de grootste oorzaken zijn, naast onder meer lichamelijk zwaar werk. Furaha kan die risico's allemaal aanvinken: ze heeft vijf kinderen en zeult als landbouwster elke dag met loodzware manden vol maniok. Pierre Verbeeren, algemeen directeur van Dokters van de Wereld, ziet in prolaps een uiting van een cultureel probleem in dit land: 'Veel mannen zien hun vrouw als lastdier.' Dokter Tina Amissi, de rechterhand van dokter Mukwege bij de Panzi Foundation, knikt. 'Daarom werken we hard op positieve mannelijkheid.' Een werk van lange adem, maar ze is optimistisch. 'Het gaat ontzettend traag, maar de man-vrouwverhouding evolueert wel degelijk. Een meerderheid van de studenten aan de universiteit van Bukavu is vrouwelijk, scheidingen zitten in de lift en vrouwen denken na over hoeveel kinderen ze willen.' Een ander maatschappelijk probleem dat zich in planetaire proporties laat voelen in Panzi, is dat van de victim blaming. Het merendeel van de Panzi-patiëntes werd door hun familie schuldig bevonden aan wat hun is overkomen - of het nu verkrachting is of een fistel. Spot, uitsluiting en soms zelfs meer geweld werden hun deel. Die reactie is soms verwoestender voor het zelfbeeld dan het geweld zelf, weet Marc Ombeni, al vier jaar psycholoog bij Panzi. 'Veel van onze patiëntes zijn suïcidaal. Zelfvertrouwen heropbouwen is de rode draad in onze therapieën.' Dat zijn geen snel afgehandelde groepsgesprekjes. Therapie is in Panzi noodgedwongen van het korte type - vier à vijf sessies -, maar altijd wetenschappelijk onderbouwd én op maat. 'Een fractie kan geholpen worden door de mamans-chéries, de meerderheid heeft therapie nodig. Blootstelling aan het trauma, oplossingsgerichte therapie of gezinstherapie.' Ombeni's werk is donquichotterie, geeft hij toe. 'Hoe goed onze therapie ook is, zolang de straffeloosheid duurt, doen we aan symptoombestrijding.' Toch tekent hij ook successen op. 'We hebben in maart zes relatiebemiddelingen afgerond, waarvan vier met succes: die mannen zijn tot het inzicht gekomen dat hun vrouw een slachtoffer is en sloten haar weer in de armen. Vier mannen: ik weet het, het is een druppel in de oceaan. Maar elke geheeld gezin telt.' We vragen waar zijn gevoeligheid voor het thema vandaan komt. 'Je suis un vrai féministe', antwoordt hij zonder aarzelen. 'Ik heb altijd aangevoeld dat er iets scheelt aan onze kijk op vrouwen. Elke vrouw die verkracht wordt, kan toch je moeder zijn?' Even verderop zit Maison Dorcas. Hier worden de opleidingen gegeven, van zeep en sojamelk maken over brood bakken tot leerbewerking. Die worden met marktonderzoeken afgestemd op de noden van de markt, zegt coördinator Emery. Hij is van het ' Vlerick-boy-type', met zijn kleurrijke hemd en lange puntschoenen. 'Wij doen hier niet aan bezigheidstherapie. Waarom zeep leren maken als je die toch niet verkocht krijgt?' De dames krijgen ook een basisopleiding business management. Het tekent de professionaliteit en resultaatgerichtheid van Panzi. En ook hier is de blik gericht op de maatschappij. 'Bij de business skills training komen ook coöperatieven aan bod. Onze gemeenschap is diep beschadigd. Om ons land te herstellen moeten we egoïsme en wantrouwen vervangen door solidariteit.' Wanneer we het mooie, grote gebouw van Maison Dorcas uit lopen, maakt Eric Wynants de bedenking die we net zelf wilden opwerpen: hoeveel arme Congolese vrouwen met kinderen kunnen het zich permitteren alle vier de pijlers van Panzi te doorlopen? Wie kan na de psychische en fysieke behandeling nog langer van huis blijven voor een opleiding of juridische bijstand? 'De kinderen opvoeden, voor een inkomen zorgen: het is allemaal de verantwoordelijkheid van de vrouw. Natuurlijk kunnen ze niet allemaal even lang blijven.' Toch weet Wynants als diehard fan van Standard de Liège - hij bekijkt elke wedstrijd via streaming - hoe belangrijk het is één veldslag te winnen, al lijkt de oorlog verloren. Er zijn nog altijd de witte raven als Angeline. Zij is gered van een hels bestaan als prostituee in de goudmijn van Luhwindja, drie uur rijden van Bukavu. Op een bergflank, langs een modderig stroompje, is daar een mijngemeenschap van naar schatting vijfduizend mensen gegroeid, kinderen niet meegerekend. Uit slijk en grof zand goudschilfers zeven is hard labeur. Zes à zeven jaar moeten ze zijn, de kinderen die we teilen slijk zien aandragen, uitglijdend in de modder op hun versleten slippers of sjofele gympjes. APEF, een partnerorganisatie van Panzi, richt zich op hen en op de moeders van sommigen onder hen, de mijnprostituees. Is het leven hier al hard voor de arbeiders, deze vrouwen zitten echt in het voorportaal van de hel. Ze zijn gemiddeld twintig jaar, hebben drie tot vijf kinderen en werken een vijftal klanten af per dag in donkere, lage ruimtes waarvan de grond bezaaid ligt met kapotjes. 'Ik had verwacht dat het leven hier hard zou zijn, maar niet dat het zo gewelddadig zou zijn', zegt een van hen. We spreken Angeline na ons bezoek aan de mijn. Zij werkte vier jaar als prostituee in de mijn en is er dankzij APEF weggeraakt. Haar verhaal is een metafoor voor dit land van onmetelijke bodemrijkdommen: het meest goddelijke is er mogelijk, duivelse ellende is er werkelijkheid. Ze rolde de prostitutie in omdat ze voor haar zieke moeder en broertjes en zusjes moest zorgen. Het was een miserabel leven: ze werd meer dan eens het slachtoffer van geweld. In twee jaar tijd kreeg ze evenveel kinderen. 'Hun vaders ken ik niet. Het kunnen er duizend zijn.' Dankzij APEF kreeg ze eerst gratis verzorging bij Panzi en daarna een opleiding automechanica - als een van de vier meisjes tussen 46 jongens. Vandaag staat Angeline aan het hoofd van een garage en stuurt ze een ploeg van dertien mannen aan. 'Laatst ging ik nog eens naar de mijn. Een jongen die me kende van vroeger, bood me vijfduizend Congolese frank (ongeveer 2,50 euro) aan voor een nacht. Ik heb hem afgewimpeld. Vijfduizend frank? Dat verdien ik nu in een kwartier in de garage.' Wanneer we dokter Mukwege op de laatste dag van ons bezoek nog eens spreken, net na de opzwepende ochtendmis, is hij nog steeds kwaad en verontwaardigd, maar wel de bon esprit. Zelfs wanneer we hem wijzen op het veiligheidsrisico van de werf naast zijn kantoor, waar een bankfiliaal wordt gebouwd. Zonder veel moeite kan iedereen zijn bureau bereiken, ook wie slechte bedoelingen heeft. 'Ach, je moet positief zijn. Ik heb die bank hier zelf uitgenodigd. Banken zijn belangrijk in de strijd tegen corruptie. Hoe minder baar geld er circuleert, des te minder er kan blijven kleven aan hebberige handen. Het potentieel van Congo is enorm. Geloof me, wanneer we ons land op orde krijgen, kan het plots veel sneller gaan dan we denken.'