Terwijl velen op Clint Eastwoods Changeling hadden getipt, is het uiteindelijk de Franse outsider Laurent Cantet die dit jaar de Gouden Palm won op het filmfestival van Cannes. Dat is dubbel en dwars verdiend. Niet alleen levert Cantet met Entre les Murs een trefzeker véritédrama af over een jonge leraar Frans en diens bonte klas scholieren. Het is tevens een film die de Franse multiculturele maatschappij zonder te zedenpreken een spiegel voorhoudt, én een mooi voorbeeld van hoe de Franse film niet noodzakelijk synoniem hoeft te zijn met zelfingenomen cinema bavard. ...

Terwijl velen op Clint Eastwoods Changeling hadden getipt, is het uiteindelijk de Franse outsider Laurent Cantet die dit jaar de Gouden Palm won op het filmfestival van Cannes. Dat is dubbel en dwars verdiend. Niet alleen levert Cantet met Entre les Murs een trefzeker véritédrama af over een jonge leraar Frans en diens bonte klas scholieren. Het is tevens een film die de Franse multiculturele maatschappij zonder te zedenpreken een spiegel voorhoudt, én een mooi voorbeeld van hoe de Franse film niet noodzakelijk synoniem hoeft te zijn met zelfingenomen cinema bavard. De 46-jarige Cantet, die eerder al zijn engagement onderstreepte met de prima maatschappelijke drama's Ressources Humaines (1999), L'Emploi du Temps (2001) en in iets mindere mate Vers le Sud (2005), baseerde zich daarvoor op de autobiografische bestseller van François Bégaudeau. Die mag zichzelf spelen als de jonge leraar die zich staande tracht te houden op een 'zwarte' middelbare school in Parijs, waar het slecht gesteld is met tucht en discipline. Met geduldig geobserveerde, improvisatorisch en documentair ogende scènes in Bégaudeaus klaslokaal registreert Cantet - wiens beide ouders lesgaven - de vaak moeizame interactie tussen leraar en leerlingen, maar hij legt ondertussen ook subtiel de raciale spanningen, twijfels, ambities en frustraties bloot van jongeren uit de banlieues die door president Nicolas Sarkozy twee jaar geleden nog voor 'voyous' werden versleten. Scène na scène groeit het rumoerige klaslokaal uit tot een microkosmos die de Franse samenleving reflecteert - maar dan zonder het geweld, sentiment en gemoraliseer waar het genre van het scholierendrama zo vaak van doordesemd is. Een terechte winnaar met andere woorden, én een relevante en actuele bovendien. Cantets bekroning kan de in artistieke crisis verkerende Franse cinema een boost geven. De Fransen konden de voorbije 42 jaar ondanks hun internationale renommée nog maar twee Gouden Palmen winnen: voor Un Homme et une Femme van Claude Lelouch (1966) en Maurice Pialats Sous le soleil de Satan (1987). Bovendien is de realitycinema van Entre les Murs de laatste jaren weer en vogue. Denk aan Paul Greengrass, Larry Clark en consorten. Daarmee lijkt Cannes de trend te bevestigen dat de auteurscinema almaar vaker aansluiting zoekt met zijn roots als registrator en maatschappelijke spiegel. Die 'sociaalrealistische' tendens vind je dit jaar bij alle prijswinnaars terug. Zo kregen onze landgenoten Luc en Jean-Pierre Dardenne de prijs voor beste scenario voor hun intrigerende, uit de Luikse onderklasse gerukte véritéfabel Le Silence de Lorna, en ging de Italiaan Matteo Garrone met de Grand Prix naar huis voor zijn ruwe maffiakroniek Gomorra. Daarnaast werd de Braziliaanse Sandra Corveloni uitgeroepen tot beste actrice in Walter Salles' ongekunstelde docudrama Linha de Passe, en kreeg de Britse videokunstenaar- cineast Steve McQueen de Camera d'Or als beste debutant voor het indringende gevangenisdrama Hunger, over IRA-hongerstaker Bobby Sands. Of hoe een zogenaamd pompeus en elitair filmfestival als dat van Cannes de auteurscinema helemaal tussen de mensen plaatst. Dave Mestdach