WAAROM HEEFTPaul van Ostaijen nooit iets met foto's gehad ? Dirk van Bastelaere schreef een origineel essay over één van de manco's in Van Ostaijens oeuvre, aldus Van Bastelaere. Hoewel Polleke de fotografie maar twee keer expliciet ter sprake brengt, evolueerde ze in de jaren twintig naar een zelfstandige vormentaal. Van Ostaijen, zo beweert Van Bastelaere, zag in de fotografie blijkbaar nog een muffe, naturalistische tante die daarom achterbleef bij de aseïteit of literaire autonomie van de avant-garde waar Van Ostaijen z...

WAAROM HEEFTPaul van Ostaijen nooit iets met foto's gehad ? Dirk van Bastelaere schreef een origineel essay over één van de manco's in Van Ostaijens oeuvre, aldus Van Bastelaere. Hoewel Polleke de fotografie maar twee keer expliciet ter sprake brengt, evolueerde ze in de jaren twintig naar een zelfstandige vormentaal. Van Ostaijen, zo beweert Van Bastelaere, zag in de fotografie blijkbaar nog een muffe, naturalistische tante die daarom achterbleef bij de aseïteit of literaire autonomie van de avant-garde waar Van Ostaijen zo mee was begaan. Maar zou het niet kunnen dat Van Ostaijen zelf ten achter bleef bij de evolutie in andere artistieke media, zoals dus blijkt uit zijn miskenning van de nieuwste fotografische technieken ? Van Bastelaere is één van de zestien stemmen die in ?De stem der Loreley? het werk dat Van Ostaijen in al zijn veelzijdigheid onder de loep neemt. Vlak na Van Ostaijens dood waarschuwde Richard Minne zijn kunstbroeders al voor de ?officiëlen en hansworsten? die zijn werk maar al te graag zouden inpikken : ?Wij zullen het graf omringen.?Onder aanvoering van Geert Buelens en Erik Spinoy schaarden zich een hele kluit essayisten achter Minnes oproep om het belang van Van Ostaijen zonder poeha maar ook zonder academische dikdoenerij nog eens op een rijtje te zetten. Gedichten, grotesken en essays van de meester worden tegen het licht gehouden en natuurlijk borrelt de vraag op waar Polleke de mosterd vandaan haalde bij het componeren van zoveel fraais. Mystieke bronnen, Duitse obscure schrijvers, zoals Mynona of Paul Scheerbart, en een gedicht over Antwerpen van Ford Madox Ford passeren de revue. Ook de ?receptie? van Van Ostaijen in de hedendaagse Nederlandse literatuur komt om het hoekje kijken. ACTUELE POINTE.Cyrille Offermans schreef vroeger al een langer essay over de plaats van Van Ostaijen in de internationale avant-garde dat in deze reader werd hernomen. Naast de close-reading van andere interpretatoren, is Offermans' synthetische visie op het fenomeen Van Ostaijen een verademing. Zo vraagt hij zich af wat het recept was van zijn poëtica : ?een zo groot mogelijke onopzettelijkheid.? Het werk moest zich als het ware vanzelf schrijven. De ?bedoelingen? van de auteur, laat staan enige bekommernis om het publiek, zijn uit den boze. Op die manier krijgt Van Ostaijens literatuurvisie een wel erg actuele pointe : ?Poëzie is niet : gedachte, geest, fraaie zinnen, is noch doctoraal, noch dada. Zij is eenvoudig een in het metafysiese geankerde spel met woorden.? Dat die Vlaamse, literaire ?verankering? helemaal niet zo eenvoudig is, wordt in deze bundel vanuit verschillende invalshoeken én op een toegankelijke manier toegelicht. Minne moet zich dus niet in zijn graf omdraaien en Van Ostaijen, me dunkt, al evenmin. Frank HellemansGeert Buelens en Erik Spinoy (red.), ?De stem der Loreley. Over Paul vanOstaijen?, Bert Bakker, Amsterdam, 278 blz., 695 fr.