HIJ WISTDAT hij nog maar een beperkte tijd had te leven. De zogenaamde laatste dingen, waar de metafysica zo graag over spreekt, hadden voor hem in die context waarschijnlijk een vanzelfsprekende fascinatie. Op een drie weken durende boottocht naar Java in 1940, nam de toen éénenvijftigjarige Engelse filosoof R.G. Collingwood de mogelijkheid van een metafysische wetenschap onder de loep. Het resultaat is een sprankelend essay waarvan Guido Vanheeswijck nu het eerste deel heeft vertaald : ?Over metafysica?. ...

HIJ WISTDAT hij nog maar een beperkte tijd had te leven. De zogenaamde laatste dingen, waar de metafysica zo graag over spreekt, hadden voor hem in die context waarschijnlijk een vanzelfsprekende fascinatie. Op een drie weken durende boottocht naar Java in 1940, nam de toen éénenvijftigjarige Engelse filosoof R.G. Collingwood de mogelijkheid van een metafysische wetenschap onder de loep. Het resultaat is een sprankelend essay waarvan Guido Vanheeswijck nu het eerste deel heeft vertaald : ?Over metafysica?. Collingwood is een filosoof die de jongste jaren een zekere faam verwierf door zijn geschiedenisfilosofisch werk. Tijdens zijn leven werd hij weggedrukt door de reputatie van Wittgenstein, Russell en Ayers die toen eveneens in Oxbridge college gaven. Wanneer Collingwood in de schaduw van die Grote Drie het over metafysica had, zullen allicht niet alleen zij de wenkbrauwen hebben gefronst. Hadden Wittgenstein & Co niet uitputtend bewezen dat elke wetenschap van het pure zijn, ontologie of metafysica, onmogelijk was ? Collingwood countert zijn tijdgenoten door het zwarte beest waarover zij het hadden anders in te vullen. Metafysica zo Collingwood gaat inderdaad over absolute vooronderstellingen, maar kan nooit wetenschappelijk uitputtend worden beschreven. Daarom is het echter niet minder interessant om zich te buigen over een historische reconstructie van de manieren waarop bepaalde tijdperken ideologisch opereerden : waarom maakte dit en dat volk op dit en dat tijdstip deze en die absolute vooronderstellingen ? De metafysicus is voor Collingwood geen bevrager van het zijn à la Heidegger, maar ?een bijzonder soort historicus? die de wortels van de tijdgeest zelf probeert bloot te leggen, zoals Foucault of J.H. Van den Berg dat zouden doen. GRAND OLD LADY.Collingwood rehabiliteert met andere woorden de veel versmade grand old lady van de filosofie door de metafysica tot een historische discipline te hervormen. Terloops geeft hij zijn neopositivistische collega-hoogleraren een veeg uit de pan. De deductieve logica van een a-historische, statische wetenschap, zoals de wiskunde, is nu eenmaal onverenigbaar met de ?dynamische logica? van het leven en van een hervormde metafysica die op zoek gaat naar het waarom van de interpretaties van dat leven : ?Waar geen spanning is, is geen geschiedenis.? En uiteraard ook geen metafysica, aldus nog Collingwood in zijn aandoenlijke én ontwapenende poging om de metafysica nieuw leven in te blazen. Het heeft echter niet mogen helpen. Allerlei banale wijsheidspraatjes met hun uitzicht op celestijnse beloften hebben tegenwoordig de plaats ingenomen van de eerbiedwaardige metafysica. Met die huidige constellatie voor ogen is Collingwoods pamflet veeleer een ultieme zwanenzang. Frank Hellemans R.G. Collingwood, ?Over metafysica?, Kok Agora/ Pelckmans, Kampen/Kapellen, 137 blz., 540 fr.