Voor het tweede weekend op rij werd er in Chinese steden massaal tegen Japan betoogd. Het zwaartepunt van de manifestaties lag dit keer in de zuidelijke havenstad Shanghai. In de hoofdstad Peking was namelijk de Japanse minister van Buitenlandse Zaken Nobutaka Machimura op bezoek. In de Chinese Volksrepubliek komen dit soort van massale demonstraties nog altijd zelden spontaan op gang. Zoals het Engelse weekblad The Economist schreef: 'Een betoging voor, laten we zeggen, meer democratie in China zou op minder welwillende goedkeuring van de overheid kunnen rekenen.'
...

Voor het tweede weekend op rij werd er in Chinese steden massaal tegen Japan betoogd. Het zwaartepunt van de manifestaties lag dit keer in de zuidelijke havenstad Shanghai. In de hoofdstad Peking was namelijk de Japanse minister van Buitenlandse Zaken Nobutaka Machimura op bezoek. In de Chinese Volksrepubliek komen dit soort van massale demonstraties nog altijd zelden spontaan op gang. Zoals het Engelse weekblad The Economist schreef: 'Een betoging voor, laten we zeggen, meer democratie in China zou op minder welwillende goedkeuring van de overheid kunnen rekenen.' Dat neemt niet weg dat deze betogingen de belangrijkste in China zijn sinds de aanval door een Amerikaans gevechtsvliegtuig op de Chinese ambassade in Belgrado tijdens de oorlog om Kosovo in 1999. Ruiten werden ingegooid, Japanse bezittingen werden kapotgeslagen en er werd opgeroepen om Japanse producten te boycotten. Supermarkten haalden bekende Japanse producten, zoals blikjes Asahi-bier, uit voorzorg uit de rekken. De Chinese regering weigerde zondag om zich voor de demonstraties en de veroorzaakte schade te verontschuldigen. De anti-Japanse stemming in China is een gevolg van de goedkeuring door de Japanse regering van de tekst in nieuwe schoolboeken, waarin het gruwelijke optreden van het Japanse leger tijdens de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw in China onderbelicht blijft. Japanse politici gaan al vijftig jaar dubbelzinnig met de erfenis van het verleden om. De huidige premier, Junichiro Koizumi, maakt daarop geen uitzondering. De spanning tussen de twee Oost-Aziatische reuzen stijgt op een moment dat ze economisch sterk naar elkaar toe gegroeid zijn. Ze zijn sinds kort elkaars belangrijkste handelspartners. Meer dan 15.000 Japanse bedrijven doen zaken in China. De combinatie van goedkope Chinese arbeid en Japanse technologie is een garantie voor succes. Maar op politiek vlak bleven de betrekkingen tussen Peking en Tokio uitermate koel. China blijft vinden dat Japan zich nog niet genoeg voor de misdaden van zijn soldaten heeft verontschuldigd. De toppolitici van de twee landen lopen elkaars hoofdsteden ook niet plat. Het is van 1998 geleden dat een Chinese president in Tokio op bezoek was. De Japanse premier bezocht Peking voor het laatst in 2001. China en Japan zijn nu ook in een conflict gewikkeld over de soevereiniteit van enkele eilandjes, waar naar olie en gas wordt gezocht. Ze hebben er al alletwee mee gedreigd om hun vloot ter plaatse te sturen. Volgens The Economist steekt het de Chinezen vooral dat Japan op een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aast, als die organisatie zou worden hervormd. Tot nog toe is China het enige Aziatische land dat van die selecte club deel uitmaakt. Als het tot een hervorming komt, heeft Japan objectief ook recht op een stoel in de nieuwe Veiligheidsraad. Het is een rijke en dichtbevolkte democratie. Na de VS draagt Japan financieel het meeste bij aan de werking van de VN, terwijl het land ook in toenemende mate participeert aan vredesmissies die door de VN worden georganiseerd. Het lijkt erop dat die Japanse politieke ambitie de relatie met China niet heeft verbeterd. De wonden die door de oorlog werden geslagen, waren daarvoor niet minder diep. Maar Peking en Tokio hadden wel een vaste plaats in de wereld. China stond economisch zwak, maar op het geopolitieke vlak was het een sterke speler. Japan was een reus op economisch vlak, maar het speelde geen rol van betekenis in de internationale diplomatie. Die verhoudingen zijn nu niet meer dezelfde als enkele jaren geleden. China is op weg om een economische supermacht te worden. Het heeft nu al een groter handelsoverschot met de VS dan Japan. Japan van zijn kant heeft nog altijd de tweede economie van de wereld, maar het stelt zich op het internationale politieke toneel niet langer tevreden met een rol in de coulissen. Het evenwicht dat vijftig jaar lang voor een gewapende vrede in Azië zorgde, is daarmee danig verstoord. H.v.H.