W ilfried Martens had objectieve redenen om boos te zijn op zijn partij toen hij na zijn laatste regering in 1992 de woestijn werd ingestuurd. Dat iemand de symbolische rekening voor Zwarte Zondag moest betalen, het was begrijpelijk. Dat dat niet de chef van de oppositie - Guy Verhofstadt - kon zijn, die met zijn "Burgermanifesten" volgens Martens de antipolitiek had gevoed, maar wel de chef van de meerderheid, was ook logisch. Martens had het dan ook bij het rechte eind toen hij zei de indruk te hebben dat "ik voor sommigen een obsessie werd". Hij wàs immers een symbool. Dat bleek ook uit de oproep van de toenmalige CVP-jongerenvoorzitter Ludwig Caluwé aan de hele CVP-top, maar vooral toch aan Martens, om op te stappen.
...

W ilfried Martens had objectieve redenen om boos te zijn op zijn partij toen hij na zijn laatste regering in 1992 de woestijn werd ingestuurd. Dat iemand de symbolische rekening voor Zwarte Zondag moest betalen, het was begrijpelijk. Dat dat niet de chef van de oppositie - Guy Verhofstadt - kon zijn, die met zijn "Burgermanifesten" volgens Martens de antipolitiek had gevoed, maar wel de chef van de meerderheid, was ook logisch. Martens had het dan ook bij het rechte eind toen hij zei de indruk te hebben dat "ik voor sommigen een obsessie werd". Hij wàs immers een symbool. Dat bleek ook uit de oproep van de toenmalige CVP-jongerenvoorzitter Ludwig Caluwé aan de hele CVP-top, maar vooral toch aan Martens, om op te stappen. Ongetwijfeld had de partij toen in zijn druk op Martens om een stap opzij te zetten iets meer tact aan de dag kunnen leggen. Ongetwijfeld had zeven jaar later ook partijvoorzitter Marc Van Peel wijzer kunnen handelen, door Martens vroeger in te lichten. De CVP-voorzitter moet toch geweten hebben wat er in die jaren veranderd was, wat er in het hoofd van Martens omging en derhalve hoe de gewezen premier de plannen van de partij voor de eurolijst mogelijk zou kunnen uitleggen. Temeer omdat Martens de laatste weken steeds openlijker een inkijkje had gegeven in zijn denken over de verzuurde relatie tussen hemzelf en de Wetstraat 89. Van Peel of Jean-Luc Dehaene vonden het klaarblijkelijk niet meer nodig om Martens' zienswijze nog te corrigeren. Zeker is dat in 1992 het privé-leven van deze of gene actor geen rol speelde in het toenmalig koningsdrama. In het laatste bedrijf van de afgelopen weken was dat wel het geval, maar niet zoals Martens zelf dacht en evenmin zoals een Mark Eyskens het graag wil zien. Die twee waren ironisch genoeg elkaars spiegelbeeld in hun geloof in een scenario dat de één vreesde en de ander juist stilletjes toejuichte en daarmee bevestigde, maar dat nooit echt heeft bestaan. Of toch nooit die mythische proporties heeft aangenomen die zij er zelf aan toedichtten. Het is het scenario dat wil dat Martens "gestraft" werd voor zijn levenswandel. Het scenario dat de jongste dagen een bepaalde pers gek maakte van goesting. Gewezen partijvoorzitter Johan Van Hecke heeft ooit hetzelfde gedacht toen hij zijn hielen lichtte. Hij is daar later, en vorige week nog in de krant Le Matin, op teruggekomen. VERJONGING IN DE DIASPORAMartens' onvrede met de partij kreeg pas later, en ver weg van de Tweekerkenstraat en de Wetstraat 89, subjectievere gronden. Pas na de vernieuwingsoperatie van Johan Van Hecke, en na diens verwarde vertrek. De twee gewezen CVP-boegbeelden vonden elkaar in de diaspora. De partijvoorzitter bracht een analyse van de partij en van zijn eigen wedervaren mee. En Martens leende hem een gewillig oor, want hij herkende het verhaal. Ook hij had moeten afkicken van de macht, ook hij was door een tocht in Afrika "menselijker" geworden. Samen met Van Hecke is Martens na de zomer van 1996 beginnen te dagdromen over politieke vernieuwing in het algemeen, over christen-democratische vernieuwing in het bijzonder. Je zag Martens in Europa de laatste jaren zienderogen verjongen. Ongetwijfeld herleefde bij Martens iets van de vonk uit het engagement van zijn vroege jaren, toen hij - voor de klim naar de macht - ook ten strijde trok tegen het strikt confessionele denken van de partij over zulke ethische thema's als echtscheiding en abortus. En zie, het heette ook in 1996 dat Van Heckes opzet om de CVP om te bouwen van een confessionele, behoudsgezinde partij naar een open, verdraagzame beweging gestrand was. "Een objectieve alliantie tussen een groepje fundamentalisten en enkele opportunisten" zou zijn privé-leven hebben misbruikt om die hele operatie te nekken en de klok terug te draaien. Het zou niet lang meer duren, dacht Van Hecke, of het ethisch reveil was een feit. En de grote, stille motor in dit scenario was volgens Van Hecke Herman Van Rompuy. De vice-premier en zijn kleine broer Eric moesten het ook in Martens' uitleg vorige week ontgelden. Enkele maanden na zijn vertrek zei Van Hecke dat hij een bril met dikke glazen nodig had om nog vernieuwing te zien in de CVP. Toen volksvertegenwoordiger Luc Willems (CVP) te horen kreeg dat zijn ideeën over antidiscriminatie en homohuwelijken "nog niet rijp" waren, kopte menig persorgaan dat de "nieuwe CVP" begraven was. Van Hecke zag zijn analyse bevestigd. En hij had de wind al voelen waaien tijdens zijn laatste dagen in de Tweekerkenstraat. "Toen is mij duidelijk geworden", zei hij in De Morgen, "dat niemand er ooit zal in slagen de CVP op het sociaal-economische uit elkaar te spelen, maar dat de potentiële splijtzwammen zich op het communautaire en zeker op het ethische vlak situeren." Het was een analyse die Martens een zinvol nieuw referentiekader bood om zijn oude onvrede in te passen. Ze sloot, zoals gezegd, ook aan bij zijn hervonden politieke jeugd. De analyse werd des te aanlokkelijker omdat ook zijn eigen privé-leven ondertussen een wending, en alweer een verjonging, had genomen die gelijkenissen vertoonde met die van Van Hecke. Ook bij Martens groeide zo het idee dat de CVP wel eens een (ethische) stok zou kunnen vinden om verder politiek met hem af te rekenen. Kort na het vertrek van Van Hecke liet Martens het zich in de marge van een CVP-hoogmis nog besmuikt ontvallen: hoe de "fundamentalisten" in de partij het pleit gewonnen hadden. Later, vader geworden van een tweeling en hertrouwd, zei hij almaar openlijker dat de partij hem zijn privé-leven zwaar aanrekende. De apotheose kwam vorige week.ETHIEK ALS PARAMETEREthiek is sinds Van Hecke een parameter geworden om de graad van vernieuwing in de CVP te testen. Verklaringen over menselijke relaties worden in christen-democratische kringen gespeld. Insinuaties worden uitvergroot. Vermeende "vuile was" heeft in de CVP een politieke connotatie zoals geldzaken bij de SP. Maar Van Hecke is op zijn passen teruggekeerd. En heus niet alleen omdat hij zijn plaatsje op de lijst wou veiligstellen. Hij heeft zijn analyse bijgesteld, zijn directe medestanders van toen zijn het er ondertussen over eens dat hij gevlucht is voor zijn schaduw. Hij had de impact van zijn vernieuwingsoperatie, en met name het afscheid van het confessionele, onderschat. Ja, de Van Rompuys zullen wel niet de meest progressieve jongens zijn, maar het is hoogst twijfelachtig dat ze daarom ook in staat moeten worden geacht om de CVP in een ethisch conservatief vaarwater te houden, gesteld dat ze dat al zouden willen. Luc Willems bijvoorbeeld wist zich in zijn ethische strijd gesteund door een stille kracht, maar wat voor één: Jean-Luc Dehaene. Of de opgejaagdheid van Van Hecke aanvankelijk en Martens tot vandaag dan herleid moet worden tot paranoïa? Nee, want het is natuurlijk wel zo dat de achterban, zoals in alle partijen, zeker over ethische zaken conservatiever is dan de top. Maar als het kader geen probleem maakt van dat privé-leven, is er geen probleem. En Jean-Luc Dehaene, Van Peel en het merendeel van de volksvertegenwoordigers vormen toch de hoofdmoot van dat kader. Waarom Martens dan toch die eerste plaats niet kreeg? Tja, waarom zou Miet Smet ze niet gekregen hebben? Als er al een ethisch bezwaar was in hoofde van Van Rompuy, dan verviel dit toch in het niet bij de andere en zuiverder politieke redenen die een meerderheid van het kader zag om Martens naar de tweede plaats te verwijzen. Ongetwijfeld speelde een zekere onvrede over het begrotingsbeleid van de jaren tachtig mee. En het geharrewar rond Forza Italia. Maar nog objectiever is wellicht het gegeven van de natuurlijke evolutie in de partij. In die zin is de officiële CVP-versie over de vervrouwelijking van de lijst misschien niet eens zo ongeloofwaardig. Het getuigt van lichte zinsverbijstering om te geloven dat de partij uit schrik voor een mogelijk stemmenverlies omwille van Martens' levenswandel dan maar meteen het risico wou nemen om aan het hele stemmenpotentieel van de man te verzaken. Niet voor niets moest er ter elfder ure een alternatieve stemmentrekker, Stefaan De Clerck, worden gevonden als eerste opvolger. Martens heeft al jaren objectieve redenen om zijn partij te brandmerken. Maar zeker in zijn optreden van vorige week bleek nog maar eens dat hij in recentere jaren "de ware reden" voor de kilte in zijn partij zocht in de analyse die Van Hecke hem had aangereikt. Martens bleef die analyse aanhouden terwijl Van Hecke ze al verlaten had. Of waarom de gewezen partijvoorzitter vanuit Zuid-Afrika een dodelijke stilte in acht nam, toen Martens twee weken geleden ontplofte in zijn beruchte communiqué. In Le Matin zei Van Hecke vorige week dat hij "geen verband" zag tussen wat hem overkomen is en Martens. Dat zal wel. Het maakt Martens' recente campagne voor Van Hecke als zijn Europese troonopvolger er alleen maar wranger op. Van een Vlaamse Lewinsky-affaire is in heel deze zaak uiteindelijk geen sprake geweest. "Als er hier al een taboe in het geding is geweest, is het niet dat van seks in de Wetstraat. Wel van dat van de meest onderschatte ziekte in de politiek: depressies", vat een CVP'er het eigenzinnig samen. Depressies, dat zijn zo van die zaken die horen bij de illusie van een hervonden jeugd, en ze komen makkelijk los na de val van de macht. Maar zo'n analyse wordt niet luidop gemaakt, wegens te onkies, te privé, te pijnlijk. Bovendien wordt zo'n uitleg al heel snel beschouwd als een poging om de drijfveren van de gedupeerde te minimaliseren, om mogelijks terechte kritiek te ontmijnen. En laten we wel wezen: Martens hééft gelijk als hij zegt dat zijn partij het afgelopen jaar in versnelde mate ook politiek afscheid had genomen van haar vroeger boegbeeld. Alleen zocht hij het zelf in een veel te duistere hoek. Hij kreeg het laatste woord. De anderen zwegen. Veeleer uit deemoed dan uit triomfalisme.Filip Rogiers