De Franstalige Canadees Guy Delisle (42) is een echte globetrotter. Hij reisde Azië rond om animatiestudio's te leiden in China, Noord-Korea en Vietnam. Hij maakte er dikke stripreportages over, die hij vernoemde naar de steden waar hij verbleef: Shenzhen en Pyongyang. Het maakte van hem een pionier in het genre. De exclusiviteit van de locaties en zijn lichtvoetige, voortreffelijk getimede anekdotes bezorgden hem wereldwijde faam. Maar ook toen hij de animatie vaarwel zei en zich in Frankrijk vestigde, bleef hij reizen dankzij zijn partner, die dokter is bij Artsen zonder Grenzen. Samen met hun pasgeboren zoontje vertrokken ze in 2005 een jaar naar Myanmar, dat Delisle nog altijd Birma noemt - zoals veel landen en dissidenten die de huidige bewindslieden niet erkennen. Zijn verslag over zijn verblijf in de voormalige Birmaanse hoofdstad Rangoon verscheen zopas in het Nederlands. Wie nieuwsgierig is naar het land achter de neergeslagen protestbeweging, de cycloon en het onvermurwbare militaire regime, vindt in Birma een lichtvoetig maar eerlijk portret van een mysterieus land.
...

De Franstalige Canadees Guy Delisle (42) is een echte globetrotter. Hij reisde Azië rond om animatiestudio's te leiden in China, Noord-Korea en Vietnam. Hij maakte er dikke stripreportages over, die hij vernoemde naar de steden waar hij verbleef: Shenzhen en Pyongyang. Het maakte van hem een pionier in het genre. De exclusiviteit van de locaties en zijn lichtvoetige, voortreffelijk getimede anekdotes bezorgden hem wereldwijde faam. Maar ook toen hij de animatie vaarwel zei en zich in Frankrijk vestigde, bleef hij reizen dankzij zijn partner, die dokter is bij Artsen zonder Grenzen. Samen met hun pasgeboren zoontje vertrokken ze in 2005 een jaar naar Myanmar, dat Delisle nog altijd Birma noemt - zoals veel landen en dissidenten die de huidige bewindslieden niet erkennen. Zijn verslag over zijn verblijf in de voormalige Birmaanse hoofdstad Rangoon verscheen zopas in het Nederlands. Wie nieuwsgierig is naar het land achter de neergeslagen protestbeweging, de cycloon en het onvermurwbare militaire regime, vindt in Birma een lichtvoetig maar eerlijk portret van een mysterieus land. GUY DELISLE: Als ik op reis ga, neem ik elke dag trouw dagboeknotities. Ik schrijf op wat ik die dag heb meegemaakt. Daarna laat ik dat rusten, herlees het eens, kijk wat interessant is. Sommige dingen krijgen pas later hun belang. In het begin van Birma vertel ik iets over de geruchtenmolen. Die blijkt later belangrijk, omdat er zo weinig kranten zijn. Bovendien blijken de geruchten te kloppen over de verplaatsing van de hoofdstad. Omdat ik mijn verhaal boeiend wil houden, bewaar ik vooral de ongewone, grappige dingen. Maar ik schrik er ook niet voor terug om informatieve passages in te lassen. Over Aung San Suu Khi (in 1991 winnares van de Nobelprijs voor de Vrede, nvdr), bijvoorbeeld. Mijn reisverhalen hebben iets van een blog. Het moet op een postkaart lijken die ik naar mijn familie zou sturen. Het mag dus niet té serieus worden. DELISLE: Bijna niets. Je ziet me eerst een onderkomen zoeken voor mijn gezin, en daarna kan ik me langzaam openstellen voor het land, ontmoet ik mensen enzovoort. Nu, het is nog een vertekend beeld van het land, omdat mijn verhaal zich bijna integraal in Rangoon afspeelt. Er gebeuren in Birma verschrikkelijke dingen: tentenkampen die in brand worden gestoken, verkrachtingen, moordpartijen, maar ik heb dat niet gezien dus bericht ik er ook niet over. Een journalist zou misschien proberen door te dringen tot de gebieden waar je als buitenlander niet mag komen en dat is prima. Maar ik had een ander doel: ik wou vooral meer vertellen over het dagelijkse leven in zo'n land. DELISLE: Ja, mijn aanpak kan voordelen hebben. Een journalist moet feiten presenteren, maar vaak weet hij het ook niet zo goed. Journalisten hebben steeds minder tijd, en dat is een probleem als ze hun werk goed proberen te doen. In Pyongyang viel het me bijvoorbeeld op dat de stad helemaal geen spookstad is, zoals journalisten steeds weer schrijven. Ik weet hoe dat komt: er zijn drie hotels voor buitenlanders, en journalisten verblijven altijd in hetzelfde hotel. Foto's worden meestal op zondag genomen, maar op zondag is het verboden om met de auto rond te rijden. Op andere dagen rijden er wel degelijk auto's in de stad. Ik ben dus blij dat ik op mijn eigen manier zo'n plaats kan bezoeken. DELISLE: Tijdens de revolutie was ik vooral ongerust over de mensen die ik daar ken. Ik zag ze in mijn hoofd al mee demonstreren, en dat maakte me bang. Ik had die revolutie helemaal niet zien aankomen. In 2005 was de gasprijs al eens flink gestegen, en Aung San Suu Khi kreeg opnieuw huis-arrest. Ik dacht toen nog: kalm land, hier, ze betogen niet eens. Het leek alsof ze zich schikten in de dictatuur. Sommigen zouden zeggen dat het door het boeddhisme komt, omdat de mensen daardoor verder kijken dan het huidige leven. Maar dat is niet het enige, denk ik. De mensen zitten ook helemaal aan het eind van hun krachten. Het is al een hele inspanning om je gezin te voeden, dus demonstreren kan er niet meer bij. En ze worden natuurlijk ook in de gaten gehouden. Het is niet zonder risico om te protesteren. Ze zijn bang. Vorig jaar in september is het onverwachte dan toch gebeurd, en volgens mij zal het protest binnenkort wéér de kop opsteken. De rijstvoorraad van het land is bijna op, en mensen die honger hebben, hebben niets te verliezen. En dat kan weer een explosieve situatie worden, want steun uit het buitenland is er nauwelijks. India en China hebben nauwe zakelijke banden met het regime, onder andere door het Birmaanse gas. Bovendien zijn de andere landen in de buurt, zoals Laos, ook al geen toonbeeld van democratie en mensenrechten. Het ziet er dus niet mooi uit, maar toch ben ik blij dat ik een minder dramatisch beeld van het land heb kunnen schetsen door mijn contact met de lokale bevolking. DELISLE: Nee, want de verhuizing van de hoofdstad was ook al een mooi staaltje van eigengereidheid. Ze hebben dat gedaan zonder andere landen op de hoogte te brengen. Zelfs bevriende landen zoals China en Thailand wisten nergens van. Het schijnt dat de Chinezen er niet om konden lachen. Toen de hoofdstad verplaatst werd naar de nieuwe stad Naypyidaw, ontstond er grote onzekerheid. Alle internationale organisaties zaten nog in Rangoon. Sommige landen waren er nog een ambassade aan het bouwen, zoals de arme Australiërs. Het schijnt dat zij jaren hebben moeten wachten op een vergunning, ze hadden eindelijk de nodige middelen bij elkaar geharkt en dan verhuist de hoofdstad. Het regime had wel een diplomatieke wijk gepland in de nieuwe hoofdstad, maar vertikte het om dat aan de andere landen mee te delen. Als je dat weet, is het perfect logisch dat het regime ook bij de cycloon doof bleef voor de oproepen van buitenaf. Het lijkt bijna een slechte grap. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon probeert Than Shwe, de militaire machthebber, te bellen. Die beantwoordt drie weken lang de telefoon niet. Drie weken! Terwijl Birma deel uitmaakt van de Verenigde Naties... DELISLE: Als het aan mij lag liever niet. Ik heb meer dan genoeg gereisd om mijn reishonger te stillen, maar mijn vrouw wil nog niet ophouden. Ik zou graag in Montpellier blijven wonen en andere soorten strips maken, wat experimenteren misschien. We hebben nu ook twee kinderen, dus dit soort missies zal steeds moeilijker worden. Maar dat belet niet dat ik er het beste van zal maken tijdens mijn komend verblijf in Israël. Ik maak die reisreportages niet met tegenzin, hoor, maar wat mij betreft is het nu stilaan welletjes. GUY DELISLE, BIRMA, OOG&BLIK, 263 BLZ., EURO 24,95. DOOR GERT MEESTERS