Zes miljard is veel volk, en in zo'n menigte verdwijnt de eigen kennissenkring in het niet. Op een hoge uitzondering na kennen reizigers in de hall van een luchthaven elkaar niet.
...

Zes miljard is veel volk, en in zo'n menigte verdwijnt de eigen kennissenkring in het niet. Op een hoge uitzondering na kennen reizigers in de hall van een luchthaven elkaar niet. Maar de wereld is een dorp en niemand verblijft er onopgemerkt. Al kennen de mensen elkaar niet, ze ontlopen elkaar ook niet en méér dan zij vermoeden, zijn zij bijna-bekenden van elkaar. En niet alleen tussen tijdgenoten bestaan onzichtbare connecties, ook met de afgestorvenen blijven de banden nauw. Met Mozart bijvoorbeeld. Er bestaat een band van persoonlijke bekendheid die ons met de gevierde componist verbindt. Maar ook met zijn schoonbroer, met de stalknecht die de paarden voor zijn koets spande, of met om het even wie in Salzburg of waar ook, in de achttiende eeuw of wanneer ook. En telkens is de band verrassend kort. Laat ons eerst bepalen wat in dit verband onder "persoonlijke bekendheid" wordt verstaan. Het criterium dat gebruikt wordt om twee personen elkaars bekenden te noemen, is dat tussen hen ooit een ontmoeting heeft plaatsgevonden waarbij zij iets uitwisselden, bijvoorbeeld enkele woorden tijdens een gesprek, of minstens een blik bij een handdruk. Welnu, kan Mozart volgens deze definitie vandaag iemands bekende zijn? Natuurlijk niet, want hij is gestorven vóór al wie nu leeft, geboren is. Laat ons dan onderzoeken hoe lang de ketting moet zijn van mensen die elkaar onderling persoonlijk gekend hebben, vertrekkend van de componist. Of liever, hoe kort die reeks kan zijn. Mozart stierf in 1791. Ongetwijfeld heeft hij tijdens het laatste jaar van zijn leven nog mensen gekend die jong waren en lang zouden leven, bijvoorbeeld een tienjarige die tachtig zou worden (van nog jongere kinderen nemen we aan dat ze niet beseffen met wie ze te maken hebben en dat geldt dan niet als contact). Dat betekent dat tot 1861 een bekende van Mozart geleefd kan hebben. Op zijn beurt zou deze Mozart-kennis laat in zijn leven een ontmoeting gehad kunnen hebben met een jonge persoon. Indien dat weer een tienjarige was die tachtig zal worden, zou tot 1931 een bekende van een bekende van Mozart geleefd kunnen hebben. Hieruit volgt dat op dit ogenblik nog miljoenen mensen leven die deze bekende van Mozarts bekende gekend kunnen hebben. Tussen de huidige generatie, en de generatie die nog tijdgenoot van Mozart geweest is, staat dus slechts één generatie. Deze tussengeneratie bestaat uit mensen die te laat geboren zijn om de geliefde componist zelf gekend te hebben, en te vroeg om tot de nu levende generatie te behoren. Zij maken de overbrugging. Steeds in de onderstelling dat mensen over het algemeen niet ouder worden dan tachtig en vóór hun tiende jaar de gave van onderscheid missen, kunnen we voor andere historische figuren het aantal tussengeneraties berekenen. Johann Sebastian Bach blijkt ons zo met twee tussengeneraties bekend te zijn, Isaac Newton ook met twee, Christoffel Columbus met zes, en keizer Augustus met zevenentwintig. Op de laatste na, kan men niet beweren dat de afstand in bekendheid van de anderen erg groot is. Mochten al deze tussenpersonen nog in leven zijn, zou het niet moeilijk zijn de intieme kring rond deze illusteren binnen te dringen door iemand te spreken die iemand gekend heeft die iemand gekend heeft die de betreffende beroemdheid nog gekend heeft. Ook onder tijdgenoten sluiten de banden van bekendheid zich dichter aan dan algemeen wordt aangevoeld. Wie kent de koning van Spanje? Niet veel mensen in dit land waren al in de gelegenheid met Juan Carlos een praatje te maken of hem de hand te schudden, maar velen hebben ooit wel iemand ontmoet die dat voorrecht mocht genieten: de Belgische vorst misschien, of een minister, of een journalist. Voor beroemdheden geldt altijd dat de ketting van bekendheid kort is, niet omdat iedereen de beroemde persoon zelf in levenden lijve heeft ontmoet, maar omdat vrijwel iedereen iemand kent voor wie dat wel het geval was. Maar ook de ketting die gewone burgers met elkaar verbindt, zelfs de meest onaanzienlijke of geïsoleerde individuen, is nooit lang. Laten we in een fictief voorbeeld twee mensen beschouwen die buiten hun eigen omgeving volkomen onbekend zijn en op duizenden kilometers van elkaar wonen met een oceaan ertussen. Ergens in een voorstadje van Caracas in Venezuela zal wel een schoenmaker wonen. In het plaatsje Bhadravati in centraal India moet wel een marktkramer te vinden zijn. Kennen de twee nietsvermoedende mensen elkaar? Rechtstreeks hoogstwaarschijnlijk niet, maar via een kleine omweg ongetwijfeld wel. Een aannemelijke mogelijkheid is de volgende. De Venezuelaanse schoenmaker kent de burgemeester van zijn woonplaats, die kent de minister van Binnenlandse Zaken van zijn land, die kent de president van de Verenigde Staten, die kent de minister van Buitenlandse Zaken van India, die kent een volksvertegenwoordiger uit de provincie van Bhadravati, die kent de burgemeester van het stadje, en die kent de marktkramer. Dat geeft samen vier tussenpersonen (zelf geen rechtstreekse bekenden van de schoenmaker of de marktkramer). Amper vier mensen slaan een brug tussen twee willekeurig gekozen individuen uit een verzameling van zes miljard. Het kunnen er in sommige gevallen misschien enkele meer zijn, maar met hooguit zes of zeven personen is iedereen op deze knusse planeet wel met iedereen verbonden. Dat schept een gevoel van samenhorigheid. De banden zijn, paradoxaal genoeg, zo nauw dankzij de hiërarchische structuur die elke samenleving kenmerkt en die ook juist schotten tussen mensen plaatst. De gelaagde maatschappij heeft bovenaan een schuimlaag van staatshoofden, gezagsdragers, vedetten en idolen waarlangs de meeste verbindingslijnen lopen. In een homogene, niet gedifferentieerde samenleving zouden de lijnen langer zijn. Maar welk verschil maakt het? Deze lijnen van bekendheid zijn onbruikbaar. Het zijn geen kanalen waar iets doorstroomt. Geen schoenlapper in Zuid-Amerika zoekt contact met een lotgenoot aan de andere kant van de wereld via Bill Clinton in het Witte Huis. De president is een nutteloze schakel. Maar wel goed bekend.