Er werd weinig over gepiept, de politieke klasse vertoefde dan ook nog in vakantiestemming, maar de studie van de fiscale administratie over het gebruik van de notionele-interestaftrek die de zakenkrant De Tijd vorige week donderdag uitbracht, is ontluisterend.
...

Er werd weinig over gepiept, de politieke klasse vertoefde dan ook nog in vakantiestemming, maar de studie van de fiscale administratie over het gebruik van de notionele-interestaftrek die de zakenkrant De Tijd vorige week donderdag uitbracht, is ontluisterend. In juni 2005 keurden liberalen en socialisten de notionele-interestaftrek goed: vennootschappen konden een percentage van hun eigen vermogen fiscaal aftrekken. Dat systeem werd ingevoerd omdat het fiscale gunstregime van de coördinatiecentra (en meteen ook de bijbehorende 15.000 banen) door Europa op de helling werd gezet. Eigenlijk kwam die notionele-interestaftrek neer op een belastingverlaging voor alle bedrijven die er gebruik van maakten. De liberale politici in dit land, onder aanvoering van de toenmalige premier Guy Verhofstadt (Open VLD), riepen luid dat die notionele-interestaftrek zou zorgen voor meer investeringen en meer tewerkstelling. Maar daarover hadden de politici met het bedrijfsleven geen enkele afspraak gemaakt. Vanaf dag één is de vraag gesteld: wat kost die notionele interest en wat levert hij op? Wat is de impact? De fiscale administratie kreeg de opdracht om dat te onderzoeken, en nu is die studie dus klaar. Wat leert ze ons? Op basis van 90 procent van de belastingaangiftes van bedrijven blijkt dat slechts 41 procent daarvan in het eerste jaar gebruik heeft gemaakt van de notionele interest. Dat is geen groot succes. Bovendien blijkt - en nu wordt het nog interessanter - dat 37 procent van het totale bedrag aan interestaftrek naar 25 bedrijven is gegaan. En de totale interestaftrek bedroeg ruim 6 miljard euro. Anders gezegd: 25 bedrijven hebben samen pakweg 2 miljard euro aan interestaftrek mogen doen. Een klein groepje profiteerde dus extreem. Nog geen derde van de coördinatiecentra (40 van de 143) maakte gebruik van de gunstmaatregel. En dat terwijl de notionele-interestaftrek juist uitgewerkt werd om die coördinatiecentra in het land te houden. Die 40 coördinatiecentra genoten trouwens samen van een aftrek van ruim 2 miljard euro. Het waren vooral de banken die van de interestaftrek profiteerden: ze konden samen 1,2 miljard aftrekken. De kostprijs van de notionele interest wordt ook steeds duidelijker: er werd dus voor 6 miljard euro aan interestaftrek goedgekeurd. Tegen een belastingtarief van 33 procent betekent dat 2 miljard minder inkomsten, maar de coördinatiecentra hádden al een fiscaal gunstregime. Als je dat in rekening brengt, komt de budgettaire kostprijs uit op 712 miljoen euro. Dat is veel meer dan altijd gezegd werd. Over nieuwe werkgelegenheid of investeringen wordt niet meer gerept. En of sommige bedrijven misbruik maakten van de notionele interest, is nog altijd niet duidelijk. Dat wordt nu door een taskforce onderzocht. Nu al is duidelijk: de doelstellingen van de notionele-interestaftrek werden niet bereikt, en weinig coördinatiecentra maakten er gebruik van. Het systeem blijkt in de eerste plaats een cadeau voor de grote bedrijven, en dan nog vooral de banken. En de socialisten en liberalen die het systeem van notionele interest goedkeurden, hebben geflaterd door er geen investerings- en werkgelegenheidsvoorwaarden voor de bedrijven aan vast te koppelen. door Ewald Pironet