Tot in de jaren negentig lag het zwaartepunt van de Oostenrijkse architectuurscène in Wenen en Graz, de periferie kwam zelden aan bod. Dit geldt zeker voor de regio Vorarlberg met als centrum de stad Bregenz, een gebied dat meer gericht is op Zwitserland. Na hun architectuurstudies in Wenen kwamen de jongeren terug naar de streek om te bouwen. In de jaren tachtig ontstonden de "Vorarlberger Baukünstler", architecten die zich verzetten tegen het opgelegd examen van de Orde van Architecten. Dat leidde tot onderlinge solidariteit, samenwerking ...

Tot in de jaren negentig lag het zwaartepunt van de Oostenrijkse architectuurscène in Wenen en Graz, de periferie kwam zelden aan bod. Dit geldt zeker voor de regio Vorarlberg met als centrum de stad Bregenz, een gebied dat meer gericht is op Zwitserland. Na hun architectuurstudies in Wenen kwamen de jongeren terug naar de streek om te bouwen. In de jaren tachtig ontstonden de "Vorarlberger Baukünstler", architecten die zich verzetten tegen het opgelegd examen van de Orde van Architecten. Dat leidde tot onderlinge solidariteit, samenwerking en een goed professioneel klimaat dat sterk gericht was op het concreet bouwen. De belangrijkste exponenten binnen deze synergie waren Carlo Baumschlager en Dietmar Eberle. Volgens Dietmar Steiner behoren de twee architecten tot de wereld van het bouwen, het uitvoeren en het gebruik. Bij hen geen zwaarwichtige theoretische bespiegelingen om hun werk te laten aanvaarden als architectuur met een grote "A". Voor hen is bouwen het zoeken naar de beste en meest economische oplossing, een doordachtheid die duidelijk wordt in het gebouw zelf. Zij zien bouwen als een dienstverlening die vertrekt vanuit een pragmatisch realisme. Elke opdracht start vanuit een gedrevenheid om architectuur en bouwen dichter bij elkaar te brengen. Het duo ontwijkt de permanente vraag naar goedkope en efficiënte bouwwijzen niet, al vervalt het evenmin in een "U vraagt wij bouwen"-situatie. Door een constante bevraging en een professionele attitude slaagt het erin een middenweg te bewandelen. Zich opnieuw positioneren in een sterk gewijzigd bouwproces is volgens Eberle en Baumschlager de enige mogelijkheid om het beroep te herbronnen en het voortbestaan ervan te garanderen. Bij ons is de architect veelal een noodzakelijke intermediair bij het bekomen van een bouwvergunning. Zij willen geen trendsetters zijn, noch een marginale positie innemen ten aanzien van de echte wereld van het bouwen. Uit hun werk komt een verlangen te voorschijn om architectuur opnieuw te koppelen met de wereld van het algemeen bouwen. In deSingel krijgen we een uitvoerig beeld van hun recente productie. Een doordacht gebruik van de middelen (het vele hout heeft te maken met de vakkennis uit de streek) ligt aan de basis en het bouwen is niet gericht op zelfontplooiing maar op het bevredigen van concrete behoeften. Een attitude valt echter moeilijk te visualiseren, foto's en maquetten worden vaak vanuit een esthetisch oogpunt bekeken en beoordeeld. Het werk van Baumschlager en Eberle kan inspirerend zijn voor de architect als een figuur die de dwingende randvoorwaarden niet ontvlucht en zich ervan bewust is dat men het bouwen niet zomaar kan overlaten aan producenten van kubieke meters ruimte. deSingel, t/m 31/5 di. zo. 14.00-18 uur.Marc Dubois