De samenwerking tussen de Verenigde Staten en zijn West-Europese bondgenoten leek lang harmonieus geregeld. Er was natuurlijk de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), maar er waren ook de talloze persoonlijke, politieke en commerciële contacten die de twee oevers van de Atlantische Oceaan met elkaar verbonden. Toch borrelde er ook tevoren bij tijd en wijle ongenoegen op. Over macht en wapengerief, maar soms ook over een verschillende kijk op de wereld. Zo wekte de manier waarop Amerikaanse foundations na de val van de Muur met veel dollars in Oost-Europa hun waarden probeerden te slijten in West-Europa wrevel op. Praag en Boedapest lagen toch in onze achtertuin?
...

De samenwerking tussen de Verenigde Staten en zijn West-Europese bondgenoten leek lang harmonieus geregeld. Er was natuurlijk de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), maar er waren ook de talloze persoonlijke, politieke en commerciële contacten die de twee oevers van de Atlantische Oceaan met elkaar verbonden. Toch borrelde er ook tevoren bij tijd en wijle ongenoegen op. Over macht en wapengerief, maar soms ook over een verschillende kijk op de wereld. Zo wekte de manier waarop Amerikaanse foundations na de val van de Muur met veel dollars in Oost-Europa hun waarden probeerden te slijten in West-Europa wrevel op. Praag en Boedapest lagen toch in onze achtertuin? Het Europese onvermogen om diplomatiek en militair in het conflict in Joe-goslavië een rol van betekenis te spelen, bracht duidelijk een nieuwe taakverdeling aan het licht. 'Amerika bereidt de maaltijd. Europa zorgt voor de afwas.' Amerika legt zijn wil op, Europa lijmt daarna de brokken. Zo ongeveer vat Robert Kagan de relatie samen zoals die in de jaren negentig geleidelijk tussen beide is gegroeid. Kagan is een auteur en denker uit de conservatieve school. Hij publiceert regelmatig in The Weekly Standard, een tijdschrift dat als de bijbel wordt beschouwd van de vaak streng-religieuze rechterzijde, die met George W. Bush haar intrek in het Witte Huis nam. Vice-president Dick Cheney is er een boegbeeld van, maar ook minister van Defensie Donald Rumsfeld en minister van Justitie John Ashcroft komen uit dezelfde stal. Het zijn mensen die vaak uitgaan van een soms eenvoudige kijk op goed en kwaad, wit en zwart. Ze hebben een groot wantrouwen tegenover alles wat niet Amerikaans is of onvoorwaardelijk achter de Stars and Stripes meeloopt. Omschrijvingen zoals 'de as van het kwaad' of 'schurkenstaten' komen uit hun begrippenarsenaal. Het essay waarin Robert Kagan zijn analyse maakte, trok zoveel aandacht omdat wordt vermoed dat hij schrijft wat er in Washington achter gesloten deuren wordt gedacht. Maar ook afgezien van zulke mogelijke binnenlijnen is zijn verhaal zeer het lezen waard. Hij woont al enige tijd anoniem en goed afgeschermd in Brussel - hij kent de Europese cenakels en de kringen waarover hij het heeft. Zijn boek 'Of Paradise and Power' verschijnt dit voorjaar trouwens als 'De Balans van de Macht' in het Nederlands. De Amerikanen, schrijft Kagan over het toenemende onbegrip tussen de westerse bondgenoten, komen als het ware van Mars. De Europeanen doen alsof ze van Venus zijn. Aan de ene kant staat zware militaire macht. Daar wordt een politiek gevoerd, die ook helemaal op het gebruik van die macht is afgestemd. Aan de andere kant hebben landen die eeuwenlang met elkaar hebben gevochten elkaar nu gevonden in een evenwichtsoefening van diplomatie, compromis en bemiddeling. Europa leeft bij de gratie van de wet en het recht. Het onderwerpt zijn conflicten aan een fijnmazig stelsel van magistraten en hoven van justitie. Dat is misschien wel de beste der werelden, erkent Robert Kagan. Maar dat 'paradijs' kan slechts bestaan als het wordt beschermd. En die beschermheer is vanzelfsprekend de Verenigde Staten, die het wankelmoedige Europa al decennialang een paraplu boven het hoofd houden. Bij mensen als Kagan is dat een verwijt. Europa, sneren ze, heeft er na de val van de Muur voor gekozen om zijn sociale programma's verder uit te bouwen. Het heeft zijn defensiemachine laten slabakken en het zogenaamde vredesdividend geïncasseerd. Robert Kagan weet natuurlijk ook dat Europa zijn deel van de machtspolitiek heeft gehad - met de Tweede Wereldoorlog als een gruwelijke climax. Hij erkent dat de samenwerking daarna is gegroeid, precies om te proberen voorkomen dat zo'n situatie zich opnieuw zou voordoen. Het is uitgerekend de woede van Duitsers zoals voormalig bondskanselier Helmut Schmidt en minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer, dat niemand hun land moet vertellen wat het betekent om met oorlog om te gaan. Kagan vertelt zelf hoe de jonge Verenigde Staten in de 18e eeuw voor het eerst de neus aan het venster staken op het internationale toneel, en daarbij met de wereldmacht van die tijd in botsing kwamen - Groot-Brittannië. Het was Washington dat toen pleitte voor het vastleggen van internationale regels en afspraken over de manier waarop staten zich tegenover elkaar horen te gedragen. Het was de Europese grootmacht die daar toen geen oren naar had. De analyse van Robert Kagan wordt grotendeels gedeeld door de Brit Robert Cooper, een naaste adviseur van Tony Blair en een hoge ambtenaar bij de Europese Unie. Cooper schetst hetzelfde beeld van een genoegzaam Europa, dat gelukkig is onder zijn stolp. Het zou, meent Cooper, een dubbele standaard moeten hanteren. Eén die geldt voor de relaties tussen de lidstaten en een andere voor het contact met de boze buitenwereld. Landen als Irak of Afghanistan lappen de fraaie regels die onder de Europese stolp van kracht zijn namelijk galant aan hun laars. In de jungle, schrijft Cooper, moet de wet van de jungle gelden. Europa moet dat durven erkennen en ernaar handelen, maar dat doet het niet. Als er met 'schurkenstaten' moet worden afgerekend, wacht het tot de VS dat karwei voor hun rekening nemen. Die houding vindt Robert Kagan dus niet redelijk: Europa doet te weinig. Het gaat daarbij niet over de waarden die moeten worden verdedigd. Daarover zijn Amerikanen en Europeanen het doorgaans nog altijd eens. Het diepere dispuut gaat over de manier waarop dat moet gebeuren. Moet Irak, bijvoorbeeld, mores worden geleerd omdat het de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties weer niet helemaal heeft nageleefd? Of moeten de Verenigde Naties geduldig blijven streven naar een vreedzame ontwapening van Bagdad? Enkele weken geleden kregen de Europeanen assistentie uit onverwachte hoek. James Rubin, een adjunct-minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton, diende Kagan in The New York Observer van repliek. Robert Kagan onderschat, volgens Rubin, de inspanning die Europa levert als het puin moet worden geruimd en de vrede herstelt - in zijn woorden: afwassen. Als het op de centen aankomt, betekent peacekeeping zeker zoveel als de brute macht die de VS tentoon spreiden. Maar bovenal toont Rubin zich geschokt door de manier waarop de kliek, die het in Washington voor het zeggen heeft, de Europese partner kleineert en schoffeert. De houding van, bijvoorbeeld, het Verenigd Koninkrijk en Spanje maakt duidelijk dat de situatie complexer is dan ze in de VS soms wordt voorgesteld. Er groeit zo overeenstemming over de vaststelling dat het Europese verzet tegen de Amerikaanse politiek veel te maken heeft met de arrogante houding van verschillende, leidende politici in en om het Witte huis. Dat wijst ook op een gebrek aan vertrouwen in wat Amerika van plan is - en dat is nieuw. Het gaat om de manier waarop ze de voorbije jaren hun macht hebben gebruikt, en dat heeft met meer te maken dan alleen met Saddam Hoessein. Ook Robert Kagan ziet dat het Amerikaanse krediet in Europa een knauw heeft gekregen: de VS hebben gewoon te weinig naar hun bondgenoten geluisterd. Militaire macht biedt namelijk geen antwoord op alle problemen. Ze staat machteloos tegenover de internationale misdaad, ze kan niets doen aan de opwarming van de aarde, ze is waardeloos in de strijd tegen aids of kanker. Ze is uiteindelijk waarschijnlijk helemaal geen wapen tegen het terrorisme zelf. James Rubin vat het zo samen: er is niet alleen nood aan de tederheid van Venus of de kracht van Mars, maar misschien nog het meest aan de wijsheid van Minerva. Zo'n wijze man is Ralf Dahrendorf. Ooit voor Duitsland lid van de Europese Commissie, maar nu een Brit die als Lord zitting heeft in het Hogerhuis. Als de waarden die je koestert, worden bedreigd, stelt Lord Dahren-dorf, dan moet je ze verdedigen. 'Maar een democratie kan niet gaan vechten als ze niet ten minste de stilzwijgende steun heeft van haar bevolking.' Daarmee is over Irak gezegd wat moest worden gezegd. Hubert van Humbeeck 'Amerika bereidt het gerecht. Europa doet de afwas.'