Turkije mag dan al groen licht gekregen hebben voor onderhandelingen met de EU, de scepsis bij de publieke opinie in Europa blijft groot. Het beeld dat leeft, is dat van een land met twee zielen, waarvan er slechts één westers is.
...

Turkije mag dan al groen licht gekregen hebben voor onderhandelingen met de EU, de scepsis bij de publieke opinie in Europa blijft groot. Het beeld dat leeft, is dat van een land met twee zielen, waarvan er slechts één westers is. Er is het kosmopolitische Turkije met Istanbul, Ankara en de westkust met de toeristenparadijzen. De rest van het land is in de ogen van veel Europeanen achterlijk, verarmd, conservatief en niet-Europees in normen en waarden. Centraal-Anatolië vormt het centrum van dit achterland. Journalisten, politici en diplomaten die om professionele redenen in Turkije moeten zijn, doen dat deel van Turkije zelden of nooit aan. Ze gaan naar Ankara om te vergaderen, naar Istanbul voor het decor en naar Diyarbakir omdat ze vandaaruit de Koerdische kwestie opvolgen. Steden als Kayseri, Eskishir, Afyon, Antep, Denizli, Bursa... zullen bij niet veel Europeanen een belletje doen rinkelen. Ten onrechte, volgens een studie van ESI (European Stability Initiative), een onafhankelijke denktank die opereert vanuit Berlijn, Brussel en Istanbul. De stad Kayseri ligt ergens halverwege tussen twee toeristische topbestemmingen, de Turkse Riviera en Cappadocië. De kans dat touringcars er halt houden is echter bijzonder klein. Daarvoor ontbreekt het de stad aan charme. Niet dat toeristen niet welkom zijn, integendeel, maar Kayseri heeft zijn zaakjes op een andere manier voor elkaar gekregen. In 1950 woonden er 60.000 mensen, nu bijna 700.000. En de groei is nog niet voorbij. De voorbij 12 maanden werden meer dan 10.000 nieuwe appartementen op het elektriciteitsnet aangesloten. Toch lijkt de stad minder dan andere Turkse steden onder die snelle groei te lijden gehad te hebben. Brede lanen, omzoomd met groen, leiden naar het stadscentrum. Er liggen fietspaden, wat in Turkije toch altijd even opkijken is. Aan de invalswegen bevinden zich grote winkelcentra, goed voorzien van parkeerplaatsen. Op de campus van de Erciyes Universiteit tennissen jongens en meisjes met uitzicht op de eeuwige sneeuw van de bergen aan de horizon. In de winter staan ze na een half uurtje rijden op de latten. De monumenten in de oude stadskern zijn prima onderhouden. Maar meer nog dan om zijn historische patrimonium klopt Kayseri zich op de borst voor de activiteiten in de industriezone, 2350 hectaren groot. De stad solliciteerde in 2004 naar een opname in het Guinness Book of Records toen op één dag maar liefst 139 ondernemingen er de deuren openden. Dat trok de aandacht van Gerald Knaus, directeur van ESI. Hij maakte een analyse van de sociale en economische veranderingen in de provincie Kayseri (één miljoen inwoners) gedurende de laatste 15 jaar. Het rapport maakt definitief brandhout van het beeld van een patriarchale, islamitische cultuur die zich afspeelt in de context van het dorp, in een wereld waarop de tijd geen vat heeft. Het illustreert hoe binnen één generatie een omwenteling plaatsvond van een rurale maatschappij naar een geïndustrialiseerde, competitieve maatschappij. Gerald Knaus noemt de omwentelingen in de streek rond Kayseri 'de sofarevolutie'. Dat beeld gebruikt hij onder de indruk van het succesverhaal van de meubelindustrie van Kayseri, waarin 40.000 mensen werken. De twee bekendste merken Bellona en Istikbal voorzien, naast Turkije, steeds meer mensen in Zuidoost-Europa en het Midden-Oosten van comfort. Ook in andere sectoren, zoals textiel, kijken de Turkse ondernemers ver over de grenzen. Het lokale Orta Anadolu levert denim aan de grootste vijf jeansmerken ter wereld. Gerald Knaus gebruikt het beeld van de 'sofarevolutie' ook omdat het perfect illustreert hoe de samenstelling en de leefwijze van de gezinnen in de regio de afgelopen 15 jaar zijn veranderd. In het traditionele Anatolische huis namen gasten plaats op de sedir, een soort verhoog met daarop kussens, tapijten en matrassen. Maaltijden werden zittend op de grond gegeten, geslapen werd op matrassen die 's ochtends opgerold aan de kant geschoven werden. Alles, van tapijt tot matrasvulling, werd door de familie zelf gemaakt. Anno 2005 wonen de Kayserili zoals het gemiddelde Europese gezin en hebben ze dezelfde behoeften en eisen. Het stroomverbruik is er vorig jaar met 20 procent gestegen, en dat ligt heus niet alleen aan de industrie. De sofa biedt ook geen plaats meer aan de kroostrijke gezinnen van voorheen, maar aan kleiner wordende families waarvan de kinderen steeds langer naar school gaan. De urbanisatie vergemakkelijkte de toegang tot onderwijs, wat vooral de vrouwen goed uitkwam. In 1950 kon meer dan 80 procent van de vrouwen in de provincie Kayseri lezen noch schrijven. Vandaag is nog 14 procent analfabeet. Maar het best meetbaar is hun hogere scholingsgraad nog aan de teloorgang van handenarbeid die traditioneel door vrouwen gedaan werd, zoals tapijtknopen. De twee grote economische crisissen die Turkije het voorbije decennium hebben getroffen, bleken voor de regio Kayseri niet meer dan een kort oponthoud. De laatste twee jaar heeft de ontwikkeling van de provincie onder invloed van de gunstige Turkse conjunctuur een buitengewone vlucht genomen. Op dit ogenblik wordt de industriezone in Kayseri uitgebreid met 200 productiehallen. Maar net zo belangrijk als de naakte cijfers is de vaststelling dat ondanks de economische boom het diepreligieuze karakter van de bevolking niet veranderd is. In het centrum van de stad moet je goed zoeken om alcohol te vinden. Er zijn amper twee bioscopen, geen chique restaurants, laat staan iets wat lijkt op dancings. In de industriezone staat een grote moskee, die voor het vrijdaggebed steevast volloopt. De meeste bedrijven hebben een gebedsruimte voor het personeel. Het ESI-rapport legt een link tussen het economische succes van Kayseri en het islamitische karakter van de Kayserili. Gerald Knaus: 'Een kabelfabrikant zei me: "Een fabriek openen is als een gebed." Islamitisch kapitalisme is niet nieuw. Midden jaren negentig dook het begrip 'Anatolische tijgers' voor het eerst op in de Turkse pers. Müsiad is een Turkse werkgeversorganisatie die zich islamitisch geïnspireerd noemt, en waarin de Anatolische zakenmensen goed vertegenwoordigd zijn. In de publicaties van Müsiad wordt aan de profeet gerefereerd als een 'handelaar', en de organisatie verkent en promoot de link tussen de islam en het kapitalisme. Een heel onverwachte verwijzing doet Sukru Karatepe, voormalige burgemeester van Kayseri: 'De Kayserili hebben een protestantse werkethiek. Hard werken is een verantwoordelijkheid ten opzichte van jezelf en de maatschappij. Winst investeren we hier voor de volgende generaties.' Het leverde Gerald Knaus de inspiratie voor de titel van het rapport, Islamic Calvinists. Knaus: 'Ik ontmoette hard werkende mensen, die de nadruk leggen op opvoeding en onderwijs, die bewust kiezen voor ondernemen, veel belang hechten aan netwerken en solidair zijn met elkaar.' Een recent artikel (september 2005) in het opinieblad Yeni Aktuël raakte datzelfde thema aan met het coververhaal 'Worden de moslims protestant?' In het artikel verwijst de socioloog Hakan Yavuz naar de grote populariteit in Anatolië van Said Nursi, een islamitische geleerde die moslims aanmoedigde zich te verdiepen in de studie van de westerse wetenschappen en technologie, met het oog op de verdere verspreiding van de islam. Om die reden werd Nursi, die leefde van 1876 tot 1960, door de Kemalisten verbannen naar Anatolië. Volgens Yavuz kan de mobilisatie van de Turkse moslims niet los gezien worden van de beweging van Said Nursi, wiens gevolg op 5 tot 6 miljoen geschat wordt. Het ESI-rapport citeert het bestaan van 60 dershanes (leslokalen) van de beweging van Said Nursi in Kayseri. Mensen, vaak uit de hogere klasse, komen er over de vloer om Nursi's teksten te bestuderen. Maar net zo goed dienen de bijeenkomsten als netwerkplek voor zaken. Het ESI-rapport blijft op de vlakte of het zakelijke succes van de regio een gevolg is van hun interpretatie van de islam, dan wel dat de toegenomen welvaart de Kayserili gedwongen heeft op zoek te gaan naar een manier om hun geloof te verzoenen met moderniteit. De lakmoesproef wordt de positie van de vrouw, denkt Gerald Knaus: 'Te weinig vrouwen werken, en dat heeft voor een stuk te maken met tradities waarin een man wiens vrouw werkt, gezien wordt als iemand die zijn gezin niet kan onderhouden. Maar als de economische groei zich doorzet, dreigt een tekort aan arbeidskrachten. Vrouwen die uit werken gaan, zijn niet langer ondenkbaar.' In het onderwijs heeft die emancipatie zich al doorgezet. Op de Erciyes Universiteit in Kayseri zijn 40 procent van de studenten meisjes. Gerald Knaus haalt in zijn studie het voorbeeld aan van het district Hacilar (20.000 inwoners), dat ligt aan de rand van Kayseri: 'Op het eerste gezicht zie je niets spectaculairs in Hacilar. Het ziet er uit als gelijk welke andere Turkse voorstad. Maar het geaccumuleerde kapitaal is enorm. 9 ondernemingen uit de top-500 van de grootste Turkse ondernemingen zijn in handen van families uit Hacilar.' Volgens Knaus is datgene wat de industriëlen van Hacilar bindt een combinatie van een gedeelde geloofsovertuiging en trots in de lokale gemeenschap. In de Raad voor Gemeenschappelijke Hulp zitten naast de belangrijkste zakenlui ook de burgemeester en de zoon van de mufti (geestelijke leider). De Raad geeft financiële steun aan 345 studenten uit Hacilar die aan Turkse universiteiten studeren, organiseert studieadvies, betaalt het onderhoud van de moskee, de sporthal, het lokale ziekenhuis en zelfs het plaatselijke politiestation. Dat patroon van 'wat we zelf doen, doen we beter' is terug te vinden over heel de provincie Kayseri. Volgens bronnen van het ministerie van Onderwijs bedroegen de investeringen van de overheid in lager en middelbaar onderwijs in de regio door de overheid een derde van de investeringen gedaan door de privé-sector. De elite in Kayseri zal eerder een beroep doen op de eigen bronnen dan de hand uit te steken naar Ankara. De Turkse overheid, erg bureaucratisch en gecentraliseerd, wordt er als een andere planeet ervaren. Sinds het begin van de republiek in 1923 geloofde Ankara dat de religieuze overtuiging van de inwoners van Anatolië vooruitgang in de weg stond. Die wederzijdse argwaan leeft ook vandaag nog. Tijdens de voorstelling van het ESI-rapport in Istanbul merkte een van de Turkse toehoorders op dat een economisch succesverhaal niet betekent dat het wereldbeeld van de islamisten veranderd is: 'De islamitische zuil wordt sterker. Ze hebben nu eigen ondernemingen, scholen, banken, media... Kan dat wel in het seculiere Turkije?'Mustafa Akyol is een columnist die schrijft over de islam (o.a. in The Weekly Standard en The Washington Times): 'Het gaat om de definitie van moderniteit. Zijn moslims plots modern omdat ze kapitalisme omarmen? Ja, maar dat kan niet het enige antwoord zijn. Het probleem is dat seculier Turkije een zeer nauwe definitie heeft van wat modern is en wat niet, en die erop neerkomt dat mensen maar afstand moeten doen van hun geloof. Iedereen die zijn hoofddoek aflegt, is volgens hen modern. Alsof je niet gelovig kunt zijn en toch rationeel denken. Dat is wat we zien in Centraal-Anatolië.' Maar wat is het antwoord op de hamvraag of mensen die alles afmeten aan de Koran geïntegreerd kunnen worden in de EU? Gerald Knaus: 'Ik daag iedereen die denkt dat dit onmogelijk is uit om naar Turkije te komen. Je kunt toch niet zeggen dat mensen die geen alcohol drinken niet in de EU thuis horen? Het gaat om mensen die democratisch denken, respect hebben voor individuele rechten en de rechtstaat, solidaire burgers zijn, de spelregels van de markteconomie beheersen... Wat je in Centraal-Anatolië ziet, is een groeiende middenklasse, conservatief in opvattingen, religieus geïnspireerd, maar die tegelijk kapitalisme en democratie omarmt, en die de EU als houvast zien voor hun levensstijl. Kayseri is geen uitzondering, maar een exponent.'De regio is niet toevallig de machtbasis van de AK-partij van premier Recep Tayyip Erdogan, die bij de lokale verkiezingen in maart 2004 in Kayseri 70 procent van de stemmen behaalde. Minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül is trouwens geboren in Kayseri, en veel mensen in het kader van de AKP hebben hun roots in Centraal-Anatolië. De economische hervormingen die de regering-Erdogan doorvoert, maken korte metten met de notie van de overheid als herder, als 'Vadertje Staat' die jobs creeert. De conservatieve middenklasse in Anatolië heeft zich op eigen kracht onttrokken aan die betuttelende overheid. Gerald Knaus: 'Wie wil begrijpen hoe het kan dat een regering met islamitische roots zo'n pro-Europese koers kan varen, moet naar Centraal-Anatolië. Daar klopt Turkije het hardst aan de Europese deur.'Door Dirk VermeirenIn 1950 woonden er 60.000 mensen in Kayseri, nu bijna 700.000.