Het geitenwollen verleden ligt al lang achter ons: vandaag is groen leven hip, stads, een vaste waarde van de middenklasse. Bovendien zou het steeds vaker winstgevend zijn, zo wordt beweerd. Een eigen hernieuwbare-energie-installatie zou u beschermen tegen de woekerende energieprijzen. Een elektrische wagen kan de kater aan de pomp eindelijk temperen. Wie laat nu al die overheidssubsidies aan zijn neus voorbijgaan? En door gezonder te leven, geeft u minder uit aan vervuilende en dure luxeproducten.
...

Het geitenwollen verleden ligt al lang achter ons: vandaag is groen leven hip, stads, een vaste waarde van de middenklasse. Bovendien zou het steeds vaker winstgevend zijn, zo wordt beweerd. Een eigen hernieuwbare-energie-installatie zou u beschermen tegen de woekerende energieprijzen. Een elektrische wagen kan de kater aan de pomp eindelijk temperen. Wie laat nu al die overheidssubsidies aan zijn neus voorbijgaan? En door gezonder te leven, geeft u minder uit aan vervuilende en dure luxeproducten. Wellicht zorgt geld voor de ultieme doorbraak van een milieuvriendelijke maatschappij. Zodra mensen brood zien in groene investeringen, is de overstap naar de duurzame economie een formaliteit, wil de redenering. Alleen: als je de rekening nuchter maakt, valt de uitkomst vooralsnog tegen. Om te beginnen veranderen mensen zelden hun gedrag, merken wetenschappers, waardoor ze meestal niet het volledige potentieel van hun groene investering bereiken. Tegelijkertijd zijn er reboundeffecten: dan veranderen we te véél ons gedrag, en wat we besparen op één vlak geven we weer uit op een ander. Maar het grootste probleem met de rentabiliteit van groen leven zit 'm in de onzekerheid over de toekomst. De argumenten om 'groen' te investeren, blijken heel vaak gebaseerd te zijn op voorspellingen voor de komende decennia. Maar weet ú precies hoe de energieprijzen, het overheidsbeleid, en de internationale verhoudingen dan zullen liggen? Tja. Is investeren in groene energie dan een maat voor niets? Toch niet. Het financiële verschil tussen groen leven en conventioneel leven wordt wel degelijk kleiner. De investeringskosten zijn vaak niet min, maar de opbrengst - hoe onzeker ook - zorgt ervoor dat zelfs als de uiteindelijke balans negatief is, de nettokosten zelden overdreven zijn. Winst is dus geen goed argument om duurzaam te investeren, maar geld is ook geen echte hindernis meer om het niet te doen. Groen is nu, meer dan ooit, een keuze. Wat? De onafhankelijkheid wenkt. Met een uitgekiende mix van eigen, groene energiebronnen kan een gezin voor bijna 100 procent in zijn eigen energie voorzien. Een zonneboiler, enkele zonnepanelen en een warmtepomp, en geen enkele inhalige energiereus kan u nog het mes op de keel zetten. Groen? Zeker. De berichten dat de productie van zulke apparaten meer uitstoot genereert dan hun mogelijke milieuwinst, zijn onterecht. De enige energiebron die even weinig CO2 uitstoot zijn kerncentrales, die door hun hoge risico's en nucleaire afval geen groen alternatief zijn. Lucratief? Dat weet helaas niemand. De tijd dat bijvoorbeeld zonnepanelen door de royale subsidies meer opbrachten dan het gemiddelde spaarboekje is voorbij: de wetgeving is veranderd. De sector heeft een nieuw argument - al is dat een stuk onzekerder: 'De klassieke energieprijzen zullen de komende decennia verder stijgen en zelfs exploderen. In zo'n geval verdient u veel geld als u zelf energie opwekt.' Aangehaalde redenen voor de prijsexplosie zijn vooral de schaarser wordende fossiele brandstoffen en de almaar hogere belastingen op milieuonvriendelijke energie. Alleen is het einde van de olie en het gas nog niet in zicht, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht. Je zult als Amerikaan maar zonnepanelen hebben gelegd vóór de ontdekking van schaliegas de energieprijzen deed kelderen. Bovendien verwachten haast alle experts dat ook groene energie gaandeweg meer belast zal worden, als de populariteit blijft aanhouden. Een voorbeeld: het injectietarief dat de Vlaamse overheid wil invoeren om gezinnen met zonnepanelen te laten betalen voor het gebruik van het elektriciteitsnet. Ten slotte wijzen onderzoekers op het belang van schaalgrootte. Niemand betwijfelt echt dat groene energie belangrijker zal worden in Europa, maar dan vooral in de vorm van grote zonnepanelen- en windmolenparken, of waterkracht- en biomassacentrales. Een vernieuwd en sneller elektriciteitsnetwerk moet die stroom dan efficiënt over het hele continent verspreiden. De kans dat díé groene stroom goedkoper zal zijn dan degene uit uw eigen installatie is groot. Kortom, zoals een specialist het verwoordt: 'Iedereen die zegt te weten wat de energieprijs over twintig jaar zal zijn, heeft zijn huiswerk niet goed gemaakt.' Wat? Vrijdag visdag, donderdag veggiedag of gewoon helemaal vegetarisch: aangezien we volgens het recentste huishoudbudgetonderzoek 4,1 procent van onze jaarlijkse uitgaven uitgeven aan vis en vooral vlees (samen dik een derde van wat we spenderen aan voeding), lijkt elke verschuiving naar meer groenten centen op te leveren. Groen? Is vlees milieuvriendelijk? Dat de vleesindustrie een van de meest milieuonvriendelijke boerenstielen is, is bekend. Dieren bezetten onevenredig veel gederfde akkergrond, ademen en veesten een recordhoeveelheid CO2, methaan en lachgas de atmosfeer in, en zijn ook zelden gelukkig in de niet-biologische gevogelte- en veehouderijen. Is vis milieuvriendelijk? Gekweekte vis zit evengoed opgesloten in vervuilende zeeboerderijen, en de wilde soortgenoten worden overbevist. Groenten zijn wél onschadelijk - als ze tenminste niet met een vliegtuig werden overgevlogen of een halfjaar in een energievretende serre lagen te rijpen. Lucratief? Als u goed kunt koken wel. Vegetarisch eten, of u dat nu altijd of enkele dagen per week doet, kan een stuk goedkoper uitvallen. Maar om net even voedzaam te zijn als een maaltijd met vis, kip of vlees moet u goed weten welke groenten, noten of peulen kunnen dienen als efficiënte vervangers. Niet dat er geen gamma aan lekkere vleesvervangers verkrijgbaar is, maar die kosten gemakkelijk net zo veel als het origineel. Tofoe dan weer niet, maar de kruiden en sauzen die nodig zijn om die op smaak te brengen wel. En doet u dat allemaal toch goed, dan hangt het er nog van af wélke groenten u klaarmaakt. Alleen lokaal geteelde seizoensgroenten zijn echt groen - en gelukkig meestal ook goedkoop. Wat? De dagelijkse treurgang in de file is frustrerend. Onze afhankelijkheid van olie - en de bijbehorende oliecrisissen en dubieuze producerende landen - is dat evenzeer. Met een elektrische wagen koopt u onafhankelijkheid. Groen? Een elektrische wagen stoot minder schadelijke gassen uit (behalve CO2 ook stikstof en fijnstof). Maar wat met de productie, de recyclage, en de opwekking van de energie die hem doet rijden? Tenzij u hem 's nachts oplaadt met groene stroom: dan bent u de held van het milieu. Trouwens: we bedoelen een échte elektrische wagen. Hybriden, met hun elektrische motor die wordt opgeladen door de klassieke verbrandingsmotor, zijn volgens transportwetenschappers niet meer dan een voorbijgaande tussenfase. Lucratief? Niet meteen. Het grootste ecologische probleem van de elektrische voertuigen is dat nieuwe conventionele voertuigen volgens wetenschappers al behoorlijk groen zijn qua uitstoot. En door schaalvoordelen zijn ze een stuk goedkoper. Concreet: om een gelijkwaardige elektrische auto te vinden voor uw nieuwe, luxueuze directiewagen op benzine, spendeert u al snel veel meer dan de mogelijke milieuopbrengst. De enige manier om én groen te rijden én geld te verdienen, is een kleiner elektrisch autootje te kopen dan de benzinebom waar u nu mee rijdt - aangepast aan ritten van minder dan 150 kilometer per vijf uur opladen - en er veel kilometers mee te doen. De brandstof maakt het financiële verschil, dus meer elektrisch rijden ook. Tenminste, zo geeft studiegroep Transport & Mobility Leuven nog mee, zolang elektrisch rijden niet zodanig populair wordt dat de overheid extra accijnzen oplegt en het financiële voordeel daalt. Wat? Groendaken zijn daktuinen die kunnen variëren van een dunne laag van vooral vetplanten tot een hele lusthof van grassen en kleine bomen. Groen? Dat mag u in dit geval letterlijk nemen. Zeker in steden kunnen groendaken de biodiversiteit van de regio een flinke boost geven. Niet alleen door de planten, maar ook omdat ze insecten, dieren en vogels helpen om zich te verspreiden. Bovendien heeft een groendak een isolerend effect op het gebouw, wat energie bespaart. Lucratief? Op lange termijn. De grote winst van een groendak zit in de veel langere levensduur van de dakbedekking. Die zou dubbel zo lang meegaan als een gewoon dak. In een studie van de KU Leuven rekent men voor de aanleg van een eenvoudig groendak op 32 euro per vierkante meter. Daar betalen Vlaamse subsidies 31 euro van terug - als uw gemeente meewil, tenminste. De kosten voor onderhoud liggen weliswaar iets hoger dan de daling van de energiefactuur, maar na 25 jaar is het kassa. Dan moeten normale daken vervangen worden, wat in de studie neerkomt op 180,3 euro per vierkante meter, inflatie meegerekend. Pure winst. Wat? Als geld groen kan zijn, dan kan de economie dat ook, en dus ook de beurs. Met uw geld investeren in groen werk van iemand anders, het kan. Wie het kleiner ziet, kan terecht op platforms voor crowdfunding. Daar wordt geld opgehaald om energiereconversies van bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen in uw regio te financieren. Groen? Ja, maar u moet uw huiswerk maken. Als bedrijven rechtstreeks actief zijn in de duurzame economie (zoals recyclagereus Umicore), of duidelijk kiezen voor een milieuvriendelijke manier van werken (zoals Colruyt), is de groene opbrengst duidelijk. Ook goed: lokale energieprojecten die werken met crowdfunding. Maar sinds groen een verkoopargument werd voor bedrijven is greenwashing wel een probleem: sommige investeringen zijn alleen groen omdat de marketingafdeling dat zegt. Lucratief? Groene of duurzame bedrijven blijken in studies iets winstgevender en stabieler te zijn dan vervuilende. Maar zoals u weet, is beleggen niet zonder risico. U moet dus jaarrekeningen uitpluizen. Banken bieden ook groene fondsen aan. Iemand anders doet dan het huiswerk voor u, maar de opbrengst daalt ook. Bij crowdfunding wordt er gesproken van winstmarges van 6 procent, een stuk meer dan wat sparen opbrengt. Maar feit is wel dat deze structuren een stuk jonger en onstabieler zijn dan de gevestigde financiële wereld. Wat? Het gros van de Vlaamse woningen, zeker de oudere, lijkt meer op een tent dan op een huis. Op warmtekaarten vanuit de lucht laaien hele stadswijken vuurrood op van de energie die via daken, ramen en tochtgaten naar buiten lekt. Een betere isolatie houdt die verspilling tegen. Sommige experts vinden het onbegonnen werk, en stellen voor om de meeste woningen gewoon plat te gooien en weer op te bouwen. Groen? De groenste vorm om energie te gebruiken, is er mínder te gebruiken. Bovendien wordt met een veel lager energieverbruik de kans groter dat groene energie in al haar vormen de totale energievraag aankan. Lucratief? Bijna zeker. Het voordeel is dat de bestaande subsidies meteen bij de investering worden uitgekeerd, en u dus niet afhankelijk bent van wispelturig overheidsbeleid in de toekomst. De kans dat de energieprijzen zodanig zullen dalen dat ze de kosten van het isoleren tenietdoen, is vrijwel onbestaande. Toch is het oppassen. Economen hanteren de 80/20-regel: de eerste 80 procent van een doelstelling is makkelijk haalbaar, daarna wordt het moeilijker. Lees: hoe slechter uw woning vandaag geïsoleerd is, hoe makkelijker er winst komt. Bij een redelijk goed geïsoleerd huis is niet elke bijkomende investering lucratief. En dan zijn er nog die verrassend vaak voorkomende reboundeffecten: als u zo blij bent met uw energie-efficiënte woning dat u van de weeromstuit elke lamp, radiator of televisie aanlaat, dan had u er evengoed niet aan kunnen beginnen. Wat? Een eigen moestuin garandeert de herkomst van uw voedsel en wat ermee gebeurt tijdens de productie. En de winst van al die producenten is nu voor u. Groen? Alleen als u het goed doet. Groenten en fruit uit eigen moestuin geven ecologische zekerheid (behalve als de moestuin op een historisch vervuilde plek blijkt te liggen), maar daarom is de productiewijze nog niet groen. Grote boerenbedrijven gaan efficiënter om met mest, water en andere grondstoffen dan u dat thuis kunt. De ironie is, zo leert Australisch onderzoek, dat hoewel hun groenten nog een paar honderd kilometer vervoerd moeten worden, ze per krop sla of per wortel minder milieubelastend werken dan u, die een keer met de auto tien kilometer hebt gereden voor een zak kunstmest. Lucratief? Uw concurrent is een landbouwer die professioneel, op grote schaal en dagelijks met boeren bezig is - dus zo gemakkelijk wordt het niet om geld te verdienen aan uw eigen boerenleven. De Amerikaanse tuinier William Alexander schreef enkele jaren geleden een hilarisch boek over de '64 dollar tomato': een zelfgekweekte brandywine-tomaat die de man een duizendvoud kostte van wat een echte boer nodig had gehad. Een moestuin kan geld opbrengen, maar daar is veel doorzettingsvermogen voor nodig. Vier uur per week, voor een tuintje van 40 vierkante meter, getuigt Jan Vannoppen, directeur van de ecologische tuiniersvereniging Velt. Mest creëer je zelf door compost, bestrijdingsmiddelen gebruik je amper. Vannoppen hield zijn kosten en uitgaven een jaar bij, spendeerde 182,5 euro aan materiaal (niet elk jaar) en won 960 euro in vergelijking met dezelfde groenten bij de biowinkel. Niet min qua winst, niet gemakkelijk qua moeite. En dan wordt de tijd die u erin steekt uiteraard niet meegerekend in de economische vergelijking. In de woorden van Vannoppen: 'Het spaart een fitness- en zonnebankabonnement uit.' Wat? Van de 110 liter water die elke Vlaming er dagelijks doorjaagt, valt niet minder dan 56 liter potentieel gewoon uit de lucht. Waarom dan geen hemelwaterput plaatsen? Wassen, drinken en koken doet u er beter niet mee, maar kleren wassen, poetsen, planten water geven of het toilet doorspoelen is geen enkel probleem. Groen? Zeker in regenachtig België lijkt water onuitputtelijk, maar het tegendeel is waar. Het watervolume is constant en beweegt in een voortdurende kringloop. Het kwalitatieve, drinkbare deel van die hele waterplas bedraagt bovendien slechts 0,6 procent. Daar het toilet mee doorspoelen, waarna dat kwalitatieve water alweer een heel zuiveringsproces doormaakt, is dan ook ecologisch not done. Lucratief? Net niet, ondanks de voordelen. De besparing komt volgens de KU Leuven jaarlijks wel neer op zowat 393,5 euro voor een gemiddeld huishouden, en dat veertig jaar lang (de levensduur van de installatie). Regenwater is ook zachter van kwaliteit, wat ervoor zorgt dat slechts half zoveel wasmiddel nodig is voor een propere mand kleren. En door de verminderde kalkaanslag gaat uw wasmachine zo'n twee jaar langer mee. Toch steekt u er volgens de KU Leuven-studie zeker 292,15 euro bij in, over 40 jaar. Het grootste probleem is dat er een parallel leidingenstelsel in kunststof moet worden aangelegd om de twee waterlopen te scheiden. Dat zijn relatief kleine nettokosten, maar ze kunnen nog oplopen. Aangezien mensen gewoontedieren zijn, blijven ze vaak grote hoeveelheden wasmiddel gebruiken. En ten slotte verwachten de meeste specialisten dat de extra zuivering die de overheid moet doen van regenwater op zeker ogenblik betaald zal moeten worden door de vervuiler. Daar staat u dan. Wat? Het energieverbruik van elektrische apparaten is in een tiental jaar indrukwekkend gezakt. Consuminderen mag dan groen klinken, vanuit milieuoogpunt is het soms een goed idee om oude apparaten naar het recyclagepark te brengen en eens goed te gaan shoppen. Groen? Milieukosten zijn méér dan het energieverbruik van een apparaat. De daling in de energiekosten moet op termijn groter zijn dan de milieukosten van de productie en recyclage van het toestel. Vervanging is dus enkel groen als het om echte energieslurpers gaat, zoals koelkasten en diepvriezers (17 procent van het gemiddelde elektriciteitsverbruik), of (af)wasmachines en droogkasten. De Nederlandse Consumentenbond stelt voor om zulke toestellen van voor het jaar 2000 te vervangen - door een exemplaar met een A+++-label uiteraard. Elektriciteits- en waterkosten worden dan gehalveerd. Bij twijfel kan een energiemeter tonen hoeveel een toestel verbruikt. Lucratief? Als u de kleintjes eert. Diezelfde Consumentenbond berekende dat de vervanging van een C-koelkast (zonder vriesvak) door een A++-exemplaar in één jaar 38 euro opbrengt door een verlaagde energierekening. Sowieso is de grootste energieslokop in een huishouden de verwarming (53 procent), dus blijft de mogelijke winst per apparaat beperkt. Om echt geld te verdienen aan elektrische toestellen is een totaalaanpak nodig: nieuwe apparaten, ledverlichting, weinig sluipverbruik van toestellen op stand-by of altijd brandende lampen. Wees geduldig, want met zulke lage winstmarges duurt terugverdienen lang. Wat? In plaats van werkdagen te beginnen en te eindigen met file- of treinstress gebruiken telewerkers het internet om te werken aan hun eigen eettafel. Groen? Amper. Er wordt minder gereden, maar de verwarming thuis staat wel vaker op. Toegegeven, de emissie van CO2 om wagens te doen rijden, ligt iets hoger dan die om de energie op te wekken voor de verwarming en de koffiemachine thuis. Bovendien komt er wel meer milieuonvriendelijks uit een uitlaatpijp. Maar toch worden de meeste positieve milieueffecten tenietgedaan door de zogenaamde reboundeffecten. Zo trekt het lagere aantal files door telewerken net nieuwe bestuurders aan - het aanzuigeffect dat ook speelt bij de aanleg van bredere snelwegen. In het basisscenario van een transportstudie van de KU Leuven doen zulke reboundeffecten niet minder dan 99 procent van de efficiëntiewinst teniet. Telewerken is dus alleen groen als zeer veel mensen het doen, en als op lange termijn de kantoren van de grote werkgevers kleiner worden en efficiënter verwarmd kunnen worden. De huidige grote kantoren kunnen niet flexibel genoeg verwarmd worden, hoe veel of hoe weinig mensen er ook opdagen. Lucratief? Als u zelfdiscipline aan de dag legt. Ook hier spelen reboundeffecten. Ten eerste stijgt de energiefactuur, doordat de verwarming blijft aanstaan. Als u een tankkaart heeft van het werk, betaalt u in plaats van te verdienen. Ten tweede wijzen studies uit dat telewerkers vaker de auto nemen voor niet-pendelverkeer. Zodanig zelfs dat bijna de helft van de pendelwinst, en van uw benzinekosten, tenietgaat. Ten slotte beslissen mensen vaker om verder van het werk te gaan wonen wanneer ze telewerken. Dat doet het aantal te betalen kilometers op de dagen dat ze wel pendelen net stijgen. Wat? Een slimme energiemeter is een digitaal alternatief voor de elektromagnetische gas- en elektriciteitsmeters die het gros van de huishoudens vandaag in de kelder heeft hangen. Zo'n meter toont haarfijn hoeveel u wanneer verbruikt tegen welk tarief, stuurt die informatie bovendien naar de distributiemaatschappij, én kan zelfs uw energieverbruik aanpassen aan de goedkoopste tarieven. Groen? Hoe meer controle de meter krijgt, hoe groener. Een slimme meter kan in theorie verhinderen dat een wasmachine draait om zeven uur 's avonds, wanneer energie het duurst is; de machine springt dan bijvoorbeeld 's nachts aan. Dat kan zorgen voor een veel betere spreiding van het globale energieverbruik, waardoor in totaal minder energie hoeft te worden opgewekt én hernieuwbare bronnen een groter deel van de totale productie voor hun rekening kunnen nemen. Maar omdat zo'n verlies van controle commercieel weinig haalbaar lijkt, rekenen voorstanders van slimme meters erop dat mensen zelf minder of meer gespreid energie zullen verbruiken, doordat ze beter zullen zien hoeveel het hen kost. Lucratief? De Big Brother-optie is nooit uitgetest, maar het kan bijna niet anders dan dat ze goedkoper uitkomt. Al komt u zelf een eind door energievreters als wasmachines nooit overdag te laten draaien. En zo'n slimme energiemeter? Een studie van de Vlaamse energieregulator Vreg toont aan dat met enkel meer informatie voor verbruikers, de meters op dit ogenblik hun geld niet waard zijn. Er is wel sprake van een energiebesparing van 3,4 procent van het elektriciteitsverbruik, maar niet op vlak van gas. Uitgerekend komt dat neer op een gemiddelde winst van 21 euro per jaar, wat helaas minder is dan de 24 euro die een slimme meter jaarlijks kost aan gestegen distributie-tarieven. Al is 3 euro per jaar extra besparen ook maar een kwestie van net iets beter op uw verbruik letten. DOOR JELLE HENNEMAN, ILLUSTRATIES ZAZAExperts verwachten dat ook groene energie gaandeweg meer belast zal worden, als de populariteit blijft aanhouden. De grote winst van een groendak zit in de veel langere levensduur van de dakbedekking. Die zou dubbel zo lang meegaan als een gewoon dak.