Herwig Reynaert

Lokale verkiezingen: ‘We mogen ons niet blindstaren op nationale thema’s als konijnen in een lichtbak’

Herwig Reynaert Professor lokale politiek aan de UGent

Ruim een maand voor de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 is de verkiezingsstrijd losgebarsten. ‘Zelfs al mochten de debatten tijdens de verkiezingscampagne over lokale items gaan, er zullen nationale conclusies getrokken worden. Lokale thema’s mogen niet ondergesneeuwd geraken’, schrijft Herwig Reynaert (UGent).

Op 14 oktober worden in Vlaanderen opnieuw duizenden gemeenteraadsleden verkozen. De Antwerpenaren verkiezen bovendien nog eens tientallen raadsleden voor hun districtsraden. Hiermee is de electorale kous echter nog niet af. Er zijn immers ook provincieraadsverkiezingen. De provincies lijken echter wel kop van jut te zijn van de Vlaamse regering. Ze moeten het voortaan met de helft minder provincieraadsleden doen, het aantal gedeputeerden per provincie wordt herleid van zes naar vier en een deel van hun bevoegdheden en financiële middelen werd hen ontnomen.

We mogen ons niet blindstaren op nationale thema’s als konijnen in een lichtbak.

Het wordt voor de provincies bang afwachten wat de volgende Vlaamse regering in 2019 in het regeerakkoord zal inschrijven. Zal men het provinciale licht definitief doven? Wat komt er dan in de plaats? Stadsregio’s, een soort miniprovincies? Het blijft trouwens een eigenaardige vaststelling dat heel veel politici iets willen tussen gemeenten en de Vlaamse overheid, maar dat tegelijk de provincies, als intermediair bestuur, het zwarte schaap zijn.

Verkiezingen betekenen dat er duizenden kandidaten nodig zijn waaruit de kiezers hun vertegenwoordigers kiezen. Kandidaten die een ‘weerspiegeling’ vormen van onze maatschappij. Ze komen op de lijsten terecht als vertegenwoordigers van de deelgemeenten, op grond van hun sekse, hun leeftijd of als vertegenwoordigers van etnisch-culturele minderheden, holebi’s, andersvaliden,… Ook de zoektocht naar witte konijnen, waarvan men hoopt dat ze veel stemmen kunnen halen, is nog volop bezig.

De tijd begint echter te dringen: 15 september is de deadline. Sommige partijen hebben alle plaatsen al ingevuld, voor andere wordt het bang afwachten of men hierin zal slagen. Opnieuw hoorde men de voorbije tijd geregeld politieke partijen klagen dat het lastig is om voldoende vrouwelijke kandidaten te vinden. Is het spreekwoord ‘wie zoekt die vindt’ dan niet van toepassing?

Politici willen iets tussen gemeenten en de Vlaamse overheid, maar provincies zijn het zwarte schaap.

Voor 14 oktober 2018 worden er bij de lijstvorming al heel wat carrières gemaakt en gekraakt. De kiezers kiezen uit kandidatenlijsten die door de politieke partijen zijn samengesteld. Er is dus al een eerste selectie gebeurd vooraleer we naar het stemhokje trekken. Bij partijen, die uitgaan van een krimpscenario, worden er heel harde noten gekraakt.

Om de zes jaar worden de gemeenten extra in de kijker geplaatst. Terecht. Ook in de (nabije) toekomst zijn de uitdagingen voor de gemeenten niet min. Hoe zullen de gemeenten het financieel plaatje rond krijgen? Welke inspanningen moeten er nog gebeuren om zo maximaal als mogelijk te streven naar een nog meer toegankelijke, transparante en klantvriendelijke overheid? Hebben gemeenten voldoende bestuurskracht?

Zullen politici en ambtenaren het met elkaar kunnen vinden? Zullen de niet verkozen ambtenaren in bepaalde gevallen geen overwicht krijgen op de verkozen politici? Hoe zal de situatie evolueren in de vrijwillig gefusioneerde gemeenten? Welke thema’s zullen de volgende jaren domineren? Ongetwijfeld al de vier V’s (vergrijzing, vergroening, verkleuring, (verkeers-)veiligheid, nvdr.) om dan nog maar te zwijgen over mobiliteit, duurzaamheid,…

Achterkamerpolitiek

Los van deze vragen zijn politici ondertussen ijverig in de weer met het uitschrijven en/of bijvijlen van de partijprogramma’s, de verkiezingscampagnes en met het sluiten van talloze voorakkoorden. Is er trouwens iets mis met die voorakkoorden? In wezen niet. Politici en partijen horen immers met elkaar te praten. Idealiter communiceert men echter het resultaat van die akkoorden aan de kiezer. Het zou in principe de kiezer bijkomende informatie opleveren.

Is er iets mis met voorakkoorden? Neen, maar politici zouden de resultaten beter communiceren.

Bovendien zou het label ‘achterkamerpolitiek’ dan wegvallen. Probleem echter is dat bij een dergelijke communicatie heel wat kiezers het nut van hun stem niet meer inzien. Ze zouden dan namelijk liever thuisblijven, wat gezien de opkomstplicht uiteraard niet kan. De kiezers hebben echter niet helemaal gelijk. Heel wat voorakkoorden zouden immers door de kiezer naar de prullenmand verwezen kunnen worden.

Terwijl de electorale spanning zienderogen toeneemt moeten ook nog talloze projecten voor de verkiezingen afgerond worden. Heel wat politici lopen met een verhoogde bloeddruk en een versnelde hartslag rond. Wat heeft de kiezer immers in petto? Zullen het dolenthousiaste supporters zijn of trappen ze na? Wat zal trouwens bepalend zijn voor hun oordeel? Zal de Dorpsstraat het halen van de Wetstraat? Zullen met andere woorden plaatselijke of nationale gebeurtenissen het ‘rode potlood’ of de stemcomputer beïnvloeden?

Dorpsstraat of Wetstraat?

Zelfs al mochten de debatten tijdens de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezingen over lokale items gaan, er zullen nationale conclusies getrokken worden. En nu al zeker met een volgende ‘moeder van alle verkiezingen’, waarbij regionale, federale en Europese verkiezingen samenvallen, in 2019 in het verschiet.

Eigenaardig dat in dit verhaal trouwens de provincieraadsverkiezingen vaak buiten het vizier blijven. Mij lijkt het nochtans dat de resultaten van de provincieraadsverkiezingen, eerder dan deze van de gemeenteraadsverkiezingen, een weerspiegeling zijn van het ‘nationale en/of Vlaamse’ politieke klimaat.

Zullen de kiezers nog meer voor personen kiezen? Ook politici zouden graag weten hoe ze kunnen winnen, de onzekerheid knaagt. Maar niemand weet het: politicologen niet, de media niet, wellicht zelfs Madame Soleil niet.

Een traditionele vraag die in verkiezingstijd opduikt is: worden de verkiezingen van 14 oktober 2018 historische verkiezingen? Wordt het met andere woorden een spectaculaire politieke herfst? Ook op deze vraag weet niemand het antwoord. Laat ons hopen dat de media en de politieke wereld er in de aanloop naar de verkiezingen geen extreem gepolariseerde verhalen van maken.

We willen enerzijds uiteraard geen minuut missen van campagnes, maar anderzijds moeten we oppassen dat relevante lokale thema’s niet ondergesneeuwd geraken door titanenstrijden. Ik zou het betreuren mocht bijvoorbeeld zelfs de schijn van lokale verkiezingen verdwijnen. We mogen ons immers op dergelijke spektakels niet blindstaren als konijnen op een lichtbak.

Laat ons vooral hopen dat de verkiezingsstorm mandatarissen oplevert die over de nodige vaardigheden beschikken: mensen die in staat zijn goed beleid te voeren. Lokaal goed besturen is immers een van de grote uitdagingen van het politiek en ambtelijk bedrijf.

Partner Content