Karl Vrancken (UAntwerpen): ‘België PFAS-vrij? Dan duwen we ons hele recyclagesysteem omver’

Karl Vrancken: 'Men had sneller moeten reageren op de hoge bloedwaarden bij inwoners van Zwijndrecht.' © Rebecca Fertinel
Jan Lippens
Jan Lippens Freelancejournalist

Sinds een half jaar buigt professor Karl Vrancken (UAntwerpen) zich als opdrachthouder van de Vlaamse regering over de PFAS-problematiek. Vorige week leverde hij het eerste deel van een tussentijds rapport af. Knack kon het document van 65 bladzijden inkijken en las zowel verontrustende als hoopgevende vaststellingen. ‘We hebben een ander soort chemie nodig’.

Tot 2002 produceerde het chemiebedrijf 3M in Zwijndrecht PFOS, een niet-afbreekbare stof. Ze behoort tot de ruim 6000 PFAS-stoffen, zogenaamde forever chemicals, die de bodem, het water en de lucht verontreinigen. De PFOS-vervuiling kwam letterlijk aan de oppervlakte tijdens werken voor de Oosterweelverbinding en dijde in geen tijd uit naar hogere politieke regionen. In het bloed van omwonenden van de Zwijndrechtse fabriek werden spectaculair hoge waarden van de toxische stof gevonden. Actiegroepen trokken naar de Raad van State en die velde een arrest waardoor overheidsbedrijf Lantis een deel van de Oosterweelwerken moest stilleggen. Ondertussen lopen nog andere rechtszaken van actiegroepen.

Hoe kon het allemaal gebeuren en wie wist wat wanneer? Een Vlaamse parlementaire onderzoekscommissie zoekt het uit. Maar dat levert een soms weinig fraai schouwspel op van partijpolitiek zwartepieten tussen meerderheid en oppositie, wrevelige oud-ministers en bitse lokale politici die zich verschuilen achter de ambtenaren die hen indertijd adviseerden. De inwoners van Zwijndrecht maken zich intussen zorgen over lijf en leden. Gereputeerde milieuadvocaten voorspellen miljardenclaims en jarenlange procedures.

Door corona kun je op korte termijn ziek worden, in het ziekenhuis belanden en na een paar weken sterven. Dat soort risico heb je niet met PFAS.

Professor Karl Vrancken volgt het allemaal op de voet. Maar niet dat ‘proces van het verleden’ houdt hem bezig, wel de toekomst: hoe moeten we het complexe PFAS-kluwen ontwarren? Daarvoor heeft hij in principe een jaar de tijd gekregen. ‘Ik doe al 25 jaar onderzoek naar afval, recyclage, circulaire economie en milieubeleid. Met wetenschappelijk onderzoek wil je toch het beleid een beetje beïnvloeden? Daarom kon ik tegen deze opdracht niet “nee, bedankt” zeggen. Ik sta nu op de eerste lijn om samen met kabinetten, overheidsdiensten, ministers, lokale besturen, maar ook actievoerders en bevolking de problematiek te ontrafelen en oplossingen aan te bevelen.’

Er breekt een crisis uit en hopla, even een expert inschakelen is de oplossing. Nochtans zijn de problemen veroorzaakt door kaduuk politiek beleid. Schuiven politici hun verantwoordelijkheid niet gewoon af?

Karl Vrancken:Een externe expert brengt een nieuwe kijk op de zaak en kan dingen in beweging krijgen die voor administratieve diensten moeilijk zijn. Een belangrijk resultaat van mijn werk is dat er nu wekelijks gestructureerd overleg is tussen al de verschillende diensten, zoals de Openbare Vlaamse afvalstoffenmaatschappij (OVAM), de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG), het Departement Omgeving enzovoort. In de parlementaire onderzoekscommissie bleek dat er een gebrek was aan uitwisseling van gegevens tussen al die diensten. Ze zitten vaak vast in hun eigen silo, terwijl het PFAS-probleem net een systematische aanpak op veel vlakken vereist. Ook de complexe Belgische staatsstructuur speelt een rol, en dus betrek ik ook de federale overheidsdiensten van Volksgezondheid en Economie en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) bij het overleg.

Uw rapport slaat op Vlaanderen. Hebben Wallonië en Brussel geen PFAS-probleem?

Vrancken: Daar heb ik geen gegevens over. Maar de PFAS-vervuiling die we in Vlaanderen vaststellen op bijvoorbeeld brandweersites zal er ongetwijfeld ook in de andere gewesten zijn. We zijn begonnen met hotspot Zwijndrecht en breiden ons onderzoek uit naar alle risicosites in heel Vlaanderen. Dat is uniek in Europa.

PFAS zit in álle Europese landen. Hopelijk zullen andere landen inspiratie halen uit onze bevindingen en aanbevelingen. Vanuit Duitsland, Nederland en Frankrijk werd al contact opgenomen. Binnen het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) hebben vijf landen een initiatief genomen om PFAS uit te faseren. België was daar oorspronkelijk niet bij, maar nu wel. We zijn ondertussen een belangrijke informatiebron voor ECHA.

U onderzoekt PFAS in voeding, drinkwater, bloed, stof enzovoort. Laten we eens wat opvallende resultaten bekijken. U wijst bijvoorbeeld op normen van de Europese voedselautoriteit EFSA voor honing. Met de EFSA-normen van 2008 was honing veilig, maar in 2020 veranderde die norm en werd honing plots een potentieel risico. Creëer je zo niet problemen die vroeger geen problemen waren?

Vrancken: We vragen ons al decennia af waarom mensen kanker of andere levensbedreigende ziektes krijgen. Wat verstoort menselijke hormonen? Waarom wordt de ene persoon ziek en de andere niet? Die zoektocht naar oorzaken stopt niet in een bepaald jaar of met één bepaalde norm. We creëren dus geen problemen, maar een beter inzicht.

Herinner u de dioxinecrisis in 1999. Toen leek het alsof je kanker zou krijgen door een stukje kip te eten. Wel, het is nooit zo eenduidig. Met PFAS is dat hetzelfde. PFAS is een van de vervuilende stoffen waar we stilaan meer zicht op krijgen. Het zal niet de laatste chemische stof zijn die we grondig moeten onderzoeken op schadelijke effecten. Wie denkt dat alle PFAS-productie verbieden dé oplossing is, vergist zich. Dat zou de problemen alleen verschuiven.

Hoezo?

Vrancken: Neem bijvoorbeeld compost. We vonden hoge PFAS-concentraties in het ingezamelde groente-, fruit- en tuinafval (gft) in Zwijndrecht. Je kunt er dus voor pleiten om voor compost, die van gft wordt gemaakt, de nulnorm te hanteren. Dan mag er ook geen PFAS zitten in het gft-afval dat je bij gezinnen inzamelt. Gevolg: veel opgehaald gft wordt onbruikbaar voor compostering. Waar blijf je met dat gft? Bij verbranding wordt PFAS waarschijnlijk afgebroken, we onderzoeken dat nog. Maar als die afbraak niet volledig is, dan wordt het PFAS afgebroken tot CF4-gas en dat is zowat het sterkste broeikasgas dat er bestaat. Willen we dat liever meer uitstoten?

De remedie kan erger zijn dan de kwaal?

Vrancken: Exact. Je moet je afvragen wat een tolereerbaar risico voor de volksgezondheid is, maar ook hoe je de verontreiniging niet nog meer verspreidt via andere routes. Nog even over die compost. Zullen we vervuild gft dan als afval storten? Welke gemeente zit te wachten op een nieuw afvalstort? We hebben er vijfendertig jaar over gedaan om afvalstorten te sluiten en gescheiden afvalophaling te organiseren. We maken van gft compost om als meststof te gebruiken. Met die kringloop doen we aan milieubescherming, sparen we energie, verminderen we schadelijke emissies enzovoort. We weten dat PFAS ook in lagere concentraties problemen kan geven en dus moeten we compost in de hele kringloop herbekijken. Maar met een nulnorm voor PFAS duwen we zowat ons hele recyclagesysteem omver.

Activisten die een totaalverbod op PFAS eisen hebben het niet goed begrepen?

Vrancken:De EU heeft een zero pollution strategy. Die strategie dwingt ons om in te grijpen in de productieketen en bepaalde chemische stoffen uit te faseren of ze uitsluitend nog te gebruiken waar ze absoluut onmisbaar zijn. Een Zero pollution strategy is dus niet hetzelfde als overal en voor alles de nulnorm invoeren.

Ons onderzoek loopt nog, maar gemiddeld heb je ongeveer tien risicosites per Vlaamse gemeente.

In uw rapport is sprake van 4000 locaties in Vlaanderen die met PFAS vervuild zijn. Is dat niet gigantisch veel?

Vrancken: We maken een inventaris van potentiële risico’s en waar ze zitten. Dat kunnen bedrijven zijn die met PFAS werken of een vergunning hebben om zulke stoffen te lozen. Maar daar zijn ook 803 brandweersites bij die trainen met schuim dat PFAS bevat, en plekken waar grote branden werden geblust. Denk aan de treinramp in Wetteren of ongevallen met brandende vrachtwagens. De gemeenten controleren nu welke vergunning ze ooit aan welk bedrijf hebben gegeven. PFAS wordt ook gebruikt in verven, coatings, textiel, papier, tandwielkasten, auto-industrie, machinebouw. Ons onderzoek loopt nog, maar gemiddeld heb je ongeveer tien risicosites per Vlaamse gemeente.

En zodra die inventaris volledig is en gepubliceerd wordt, slaat er een golf van paniek over Vlaanderen.

Vrancken: Daarom publiceren we nu nog geen gedetailleerde lijst, want het is voorbarig om al die sites als gevaarlijk voor de volksgezondheid te bestempelen. Na onderzoek op brandweersites konden we al vijftig locaties schrappen omdat er geen direct risico bestaat. De moeilijkheid met PFAS is dat het om langetermijnblootstelling gaat. Er is nooit een acuut risico voor de gezondheid.

Dat zal inwoners van Zwijndrecht niet geruststellen.

Vrancken: Door corona kun je op korte termijn ziek worden, in het ziekenhuis belanden en na een paar weken zelfs sterven. Dat soort risico heb je niet met PFAS. Daarom is radicale actie tegen PFAS niet van vandaag op morgen nodig. Het risico zit in langdurige en herhaalde blootstelling.

De vervuiling in Zwijndrecht is er al een paar decennia. Dat is toch langere termijn?

Vrancken: Men had sneller moeten reageren op de hoge bloedwaarden bij inwoners van Zwijndrecht. De blootstelling wordt nu gelukkig beperkt met zogenaamde no regret-maatregelen, zoals geen groenten uit je tuin of eieren van je eigen kippen eten. Maar we moeten aan langetermijnoplossingen denken. Het is geen kwestie van morgen een rist voedingsproducten uit de rekken halen. Het verband tussen vervuiling en ziekte kun je alleen op het niveau van een hele populatie leggen. Als op een vervuilde plek meer dan elders ziektes voorkomen, kun je een verband zien. Dat kan niet voor één persoon.

Vergelijk het met roken. Je hebt mensen die hun hele leven twee pakjes per dag roken en geen longkanker krijgen. Wil dat zeggen dat roken geen risico inhoudt? Uiteraard niet en er zijn genoeg redenen om iets tegen rookgedrag te doen, bijvoorbeeld een rookverbod op publieke plekken. Of je vandaag of pas volgende week stopt met roken zal weinig verschil maken voor je gezondheidsrisico. Maar helemaal stoppen of er nooit mee beginnen is op lange termijn het beste. PFAS verdwijnt maar langzaam uit het lichaam. In bloedmetingen bij 3M-personeel zie je dat het een tiental jaar duurt voor de bloedwaarde halveert.

Een citaat uit het rapport over die bloedwaarden: ‘Het persoonlijke resultaat kan omwonenden ook motiveren om goed de no regret-maatregelen op te volgen en een gezonde levensstijl aan te nemen ter preventie van hormoonverstoring, verminderde vruchtbaarheid, verzwakt afweersysteem, hart- en vaatziekten, diabetes en kanker. Het ontstaan van deze aandoeningen kan te wijten zijn aan verschillende oorzaken, waarvoor PFAS een extra risicofactor is. Individueel zal een arts op basis van een bloedresultaat niet kunnen voorspellen welke nadelige gevolgen er eventueel zijn of zullen komen.’ Met andere woorden: we weten niet hoe groot het risico is.

Vrancken: In de onderzoekscommissie zei de bedrijfsarts van 3M dat als een werknemer hem vraagt of hij ziek zal worden, hij antwoordt: ‘Dat kan ik u niet zeggen.’ Dat is het verschil met de toxicoloog die een algemeen verhoogd risico vaststelt.

Over PFAS in stof stelt het rapport laconiek dat er niets gereglementeerd is in Vlaanderen of de EU. Er bestaat zelfs geen standaardmethode voor stofmetingen. Toch staat in het rapport dat PFAS zich voor 20 procent via de lucht verspreidt.

Vrancken: Wat mag je maximaal in je bloed hebben en hoe belandt de vervuiling in je bloed? Je hebt een model nodig dat die elementen verbindt. Dus moet je aan de verspreiding van PFAS via voeding, water, bodem en lucht een percentage toekennen. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) vindt 20 procent via de lucht een aanvaardbaar criterium. Bedrijven kregen wel normen opgelegd voor stof, maar niet specifiek voor PFAS in dat stof. De productie van PFAS is begonnen in de jaren zeventig…

… dus na een halve eeuw is er nog altijd geen norm of meetmethode. Hebben we de verspreiding van PFAS via stof tot nu toe onderschat?

Vrancken: We gebruiken nu nanogrammen en meten dus ongelofelijk minuscule hoeveelheden op grote volumes. Maar het is gewoon te vroeg om al te zeggen dat we verspreiding via stof compleet onderschat hebben. We doen pionierswerk. Hoe lang heeft het niet geduurd voor we doorhadden dat asbest een probleem was? En asbest in je lichaam maakt gegarandeerd ziek. Asbest is ondertussen uitgefaseerd. Nog beter vind ik de vergelijking met cfk’s. Die chemische stof gebruikten we sinds de jaren dertig als koelmiddel en drijfgas in spuitbussen. Tot we ontdekten dat cfk’s het gat in de ozonlaag veroorzaakten. We hebben cfk’s uitgefaseerd en dat heeft tien jaar geduurd. Toen was het gat in de ozonlaan zo goed als weg. (in 2020 kwam het plots grootschalig terug, nvdr)

Cfk’s werden voor een deel door PFAS vervangen. De industrie zegt nu dat er geen alternatief is voor PFAS. Maar het cfk-verhaal bewijst net dat voor minstens een deel andere componenten kunnen worden ontwikkeld. Dat zal een aantal jaren duren. In feite moet de PFAS-industrie naar een andere soort chemie evolueren. We moeten van op koolstof gebaseerde chemie overschakelen naar chemie gebaseerd op silicium. Naast zuurstof is silicium het meest voorkomende scheikundige element op aarde. Het zit in zand, en daar hebben we woestijnen vol van.

Waarom gebeurt dat niet?

Vrancken: Daar heb je een totaal ander productieapparaat voor nodig en zoiets staat er niet in een vingerknip. De chemie-industrie verzet zich tegen nieuwkomers die met alternatieve chemische stoffen werken, want ze dreigen de oude industrie te verdringen. Daarom is het belangrijk om die alternatieven te stimuleren en te laten groeien. Je moet dus een industriële revolutie op gang brengen. Silicium gebruiken we al volop in bijvoorbeeld zonnepanelen. Met silicium raak je dus ook van vervuilende fossiele energie af. Het is geen toeval dat silicium en koolstof precies onder elkaar staan in de tabel van Mendelejev, want ze lijken sterk op elkaar. Het kan een grote omslag zijn voor het klimaat.

Karl Vrancken: 'Het kan niet de bedoeling zijn om de Oosterweelwerken koste wat het kost helemaal stil te leggen.'
Karl Vrancken: ‘Het kan niet de bedoeling zijn om de Oosterweelwerken koste wat het kost helemaal stil te leggen.’© Rebecca Fertinel

Ondertussen blijft de overheid investeren in fossiele chemiereuzen zoals Ineos.

Vrancken: Er is een overgangsperiode nodig. De huidige chemiebedrijven proberen bijvoorbeeld koolstof uit niet-fossiele bronnen te halen. Duurzame of circulaire koolstof kunnen ze uit planten of gerecycleerd plastic halen. Met 15 procent van alle opgepompte olie is plastic gemaakt en daarvan slingert 75 procent nog altijd rond op de planeet. 10 miljoen ton komt elk jaar in de oceanen terecht. We willen toch af van al dat plastic? Wel, dat kunnen we de komende twintig jaar doen door het in duurzame koolstof om te zetten. En ondertussen bouwen we een industrie uit die op biokoolstof en silicium gebaseerd is. Ik besef dat het misschien te simpel klinkt, maar het kan.

Terug naar PFAS. Blijkbaar bestaan er reinigingstechnieken die vervuilde grond tot 99 procent zuiveren. Waarom gebruiken we die niet massaal?

Vrancken:Met fysiochemische reiniging via zeven en wassen kun je grond die vervuild is met 300 à 1000 microgram PFAS inderdaad tot 95 à 99 procent zuiveren. In Willebroek wonen mensen op vervuilde grond van een oude papierfabriek waar soms 2000 microgram in zit. Hun tuingrond wordt 70 centimeter diep afgegraven en gereinigd, waardoor nog 2 à 3 procent vervuiling overblijft. Zelf krijgen ze zuivere grond. De norm voor vrij hergebruik van gereinigde grond is 3 microgram. Die zuivering is dus heel nipt. Dat kun je doen met beperkte volumes, maar niet met alle grond in Zwijndrecht en van de Oosterweelwerken. Dat gaat over meer dan 300.000 ton, en de totale capaciteit voor die reiniging in Vlaanderen is vandaag 300.000 ton.

De installaties staan verspreid over het hele gewest. Je zou de grond dus met duizenden vrachtwagens over Vlaamse wegen moeten rondrijden. Bewoners in Zwijndrecht schieten nu al in actie als er één vrachtwagen in hun buurt passeert. Er moet een oplossing komen die de grond ter plaatse houdt of ter plaatse reinigt. In afwachting daarvan moeten we vervuilde grond opslaan en afdekken. Dat doet Lantis. Daarnaast heb je het probleem dat die zuiveringsmethode niet zo goed werkt als grond bijvoorbeeld maar met 50 of 70 microgram vervuild is. Hoe vuiler de grond, hoe beter te reinigen.

De oplossing voor de zwaar vervuilde grond in Zwijndrecht is dus afgraven en ter plaatse fysiochemisch reinigen?

Vrancken: Je moet een onderscheid maken tussen enerzijds de werf en de 3M-site en anderzijds de gemeente. De site van 3M is zwaar vervuild, met waarden tot 3000 microgram, maar in verder gelegen tuinen meten we tot 120 microgram. De aanpak van de sanering zal in het voorjaar bepaald worden. Daarom zijn de no regret-maatregelen belangrijk. De structurele oplossing is PFAS uitfaseren, maar dat kan alleen op middellange termijn en in Europees verband. Tegelijk moeten we collectief nadenken welk risico we aanvaardbaar vinden. Nul risico bestaat niet en dat geldt niet alleen voor PFAS maar voor heel veel andere risico’s. We aanvaarden als samenleving blijkbaar elk jaar 300 verkeersdoden. Waarom streven we niet naar nul doden? Waarom voeren we in heel Vlaanderen geen permanente snelheidsbeperking tot 30 kilometer per uur in op alle wegen?

In uw rapport staat letterlijk dat in Zwijndrecht ‘dringend actie nodig is’. Volstaan de no regret-maatregelen over groenten en eieren?

Vrancken:Het probleem zo volledig mogelijk in heel Vlaanderen in kaart brengen, dat is mijn opdracht. De overheid moet maatregelen nemen, en dat doet ze ook. De hoge bloedwaarden die in Zwijndrecht werden gemeten zijn de reden waarom 3M een deel van zijn productie moest stoppen. Zolang het bedrijf geen duidelijkheid kan geven over hoeveel PFAS het via de lucht uitstoot zal de productie stilliggen.

Kán geven of wíl geven? Is het denkbaar dat 3M niet weet wat het allemaal uitstoot?

Vrancken:(afgemeten) Je zou mogen verwachten dat het bedrijf weet wat het allemaal doet.

Naast eieren en groenten somt het rapport ook een reeks andere producten op, van textiel tot cosmetica. Hoe komt PFAS in cosmetica?

Vrancken: In waterafstotende lippenstift zit PFAS. PFAS wordt ook gebruikt om kleding of kampeermateriaal waterdicht te maken. Het zit in bakpapier, broodzakken, tefalpannen, pizzadozen,enzovoort.

De media focussen op eieren en groenten, maar we kunnen dus beter ook geen lippenstift meer gebruiken of afhaalpizza bestellen?

Vrancken: Als je cosmetica koopt, kun je checken of er PFAS in zit. Het probleem is dat de producenten niet verplicht zijn om dat op het etiket te vermelden. Dat moet Europees geregeld worden. Over voedingsverpakkingen bestaan studies, maar omdat het over lage concentraties gaat, is het zeer moeilijk om risico’s in te schatten. Soms is het wel heel duidelijk. Er zijn bijvoorbeeld zakjes met maiskorrels op de markt die je in de magnetron moet verhitten en dan heb je popcorn. Die verpakkingen bevatten PFAS en door verhitting met microgolven komt die PFAS in de popcorn zelf terecht. Pizzadozen of broodzakken verhit je normaal niet en daar is overdracht van PFAS niet bewezen. In Denemarken zijn bepaalde voedingsverpakkingen al verboden. Allerlei producten zullen met nieuwe productnormen onder de uitfasering van PFAS moeten vallen. In afwachting kun je als consument alleen maar voorzichtig zijn.

De belangrijkste bron van fijnstof is niet langer de industrie, maar het verkeer en de huishoudens. Wij allemaal zijn dus de grootste vervuilers.

De EFSA bepaalde in 2020 de toelaatbare dagelijkse inname op 0,63 nanogram per kilo lichaamsgewicht. In uw rapport staat dat die dosis ‘bij een aanzienlijk deel van de bevolking reeds wordt overschreden met de consumptie van commerciële voeding’ en dat het ‘nauwelijks nog mogelijk is om een bijdrage vanuit de bodem (en lucht, water) van de blootstelling aan PFOS en PFOA toe te staan’. Impliceert dat niet dat er sowieso een nulnorm moet komen?

Vrancken: Die EFSA-waarde is zeer streng en wordt niet met elk voedingsproduct overschreden. Er bestaan bijvoorbeeld grote verschillen tussen vlees van dieren die buiten hebben gelopen of in stallen werden gekweekt. Nogmaals, een algemene nulnorm werkt niet.

Slaat die strenge EFSA-norm dan nergens op?

Vrancken: Het is belangrijk om te weten waar de norm vandaan komt. De EFSA deed onderzoek naar immuunverstoring bij baby’s. Daarbij zagen ze dat sommige baby’s niet zo goed reageerden op klassieke vaccinaties voor tetanus en polio. Ze ontdekten een verband met blootstelling aan PFAS bij de moeders. Die strenge risicogrenswaarde is dus bedoeld om zwangere vrouwen maximaal te beschermen en immuunverstoring bij hun baby te vermijden. Moet je die norm voor iedereen hanteren? Ook bijvoorbeeld voor mannen of voor mensen die niet in de buurt van een met PFAS vervuilde hotspot leven?

EFSA-experts zeggen zelf dat die strenge waarde niet zomaar kan worden veralgemeend in een norm. Normen zijn keuzes. Wat bepaalt die keuze? Wie is de norm? Iemand uit Zwijndrecht die 100 procent zelf gekweekte groenten eet, of iemand die 30 procent eigen kweek gebruikt en 70 procent in de winkel koopt? Is iemand met een tuin in Zwijndrecht de norm of houd je ook rekening met wie in Brussel op een appartement woont? Woon je in een landbouw- of industriezone of in woongebied? Zelfs in woongebied stellen we verschillen in blootstelling met factor 75 vast tussen wie een siertuin of een moestuin heeft. Ik doe daar geen uitspraken over, maar zo breed is dus de discussieruimte over de risicoladder.

De strengste norm is niet per definitie de beste?

Vrancken: Nee, het is veel complexer dan dat. Elke regelgeving moet keuzes maken na aanbevelingen vanuit de wetenschap.

Maar 3M en Lantis hebben toch zowat eigen normen kunnen bedingen en afspreken?

Vrancken: Er is overleg en discussie met sectoren over wat technisch, milieukundig en economisch haalbaar is. Dat is nodig voor de overheid een normenkader oplegt. Ik werk aan dat overleg met overheidsdiensten, bedrijven, economische sectoren, ngo’s en actiegroepen. Daarom stellen we al onze verzamelde data ter beschikking van alle actoren, en tegelijk brengen we ze samen met de bevoegde overheden. Die puzzel moet je in elkaar passen en dat doe je niet met juridische steekspelen.

Actiegroepen zijn dus fout bezig, ook al krijgen ze gelijk van de Raad van State?

Vrancken: We hebben voor een stuk hetzelfde doel, maar zij kiezen een andere route. Ik kies voor samenwerking met alle actoren.

Actiegroepen zeggen dat u niet onafhankelijk bent, omdat u zelf voor overheidsinstelling VITO werkt: ‘Vrancken, de fraudeur die zelf bemiddelaar mag spelen.’

Vrancken: Ik werk sinds juni voltijds als opdrachthouder en gebruik daarbij mijn jarenlange ervaring bij VITO. Die quote komt van één persoon (activist Thomas Goorden, nvdr). Het probleem is dat zo stemmingmakerij ontstaat die expertise van overheidsinstellingen en ook actiegroepen verdacht maakt. In de argumentatie van de eisers voor de Raad van State was dertig bladzijden zowat copy-paste van teksten die ik als opdrachthouder schreef. Ik vind dat goed, want het is mijn rol om informatie te verzamelen waar iedereen mee aan de slag kan. De praktijken op de Oosterweelwerf zijn ondertussen al veranderd, maar het kan niet de bedoeling zijn om de werken koste wat het kost helemaal stil te leggen.

Sommige actiegroepen en een deel van de publieke opinie krijgen de indruk dat alles moet wijken voor Oosterweel omdat politieke en economische logica overheerst.

Vrancken: Er is uiteraard een economisch luik, maar het project moet in de eerste plaats milieu en gezondheid verbeteren, en de leefbaarheid in de stad. De werken moeten worden uitgevoerd met een zo minimaal mogelijke impact, maar we moeten uitkijken dat we niet alleen op dat PFAS-probleem focussen. Dat is pas tunnelvisie. De hardste roepers hebben niet altijd gelijk, noch vertegenwoordigen ze iedereen.

Zou u zelf in Zwijndrecht blijven wonen?

Vrancken: Ja. Ik woon in Borgerhout, op 20 kilometer van 3M maar naast de Ring met al het verkeer en fijnstof. Dat probleem zijn ze met Ringland en Oosterweel aan het oplossen. Je kunt verhuizen naar om het even waar in Vlaanderen, de realiteit blijft dat we in een dichtbevolkte en sterk geïndustrialiseerde regio leven. Vijftig kilometer verder verhuizen zal dus niet veel uithalen. Overigens heeft de industrie de voorbije decennia ongelofelijk veel gedaan aan milieuproblemen. De belangrijkste bron van fijnstof is niet langer de industrie, maar het verkeer en de huishoudens. Wij allemaal zijn dus de grootste vervuilers.

Alarmisme, zoals met PFAS, helpt misschien op korte termijn om de zaak grondiger aan te pakken. Mijn aanstelling als opdrachthouder is daar een voorbeeld van. Maar tegelijk moet je dat probleem tot zijn ware proporties terugbrengen en de blik op de langere termijn houden. We moeten ons afvragen hoe Zwijndrecht er over vijf jaar moet uitzien en hoe we dat kunnen organiseren.

Bent u een optimist?

Vrancken: Anders zou ik hier niet zitten. Ik ben een geboren optimist en heb veel vertrouwen in mensen. Zoals de Nederlandse schrijver Rutger Bregman vind ik dat de meeste mensen deugen.

Karl Vrancken

– 1969: geboren in Merksem

– 1995: doctor in de chemie (UA)

– 2004: projectmanager VITO

– 2005: professor afvalverwerking en circulaire economie (UA)

– 2021: lid wetenschappelijk comité Europees Milieuagentschap

– 2021: opdrachthouder Vlaamse regering

Partner Content