‘Inflatie is een verdoken belasting’: macro-econoom Edin Mujagic trekt lessen uit de geschiedenis

Edin Mujagic: 'Sinds corona denken veel mensen dat we de economische problemen kunnen oplossen door gewoon heel veel geld bij te maken.' © Rebecca Fertinel
Han Renard
Han Renard Han Renard is redacteur bij Knack

‘Hoge inflatie zorgt ervoor dat de koopkracht van vooral de armen en de middenklasse daalt’, zegt de Nederlandse macro-econoom Edin Mujagic, auteur van verschillende boeken over inflatie.

Edin Mujagic heeft een fascinatie voor de economische geschiedenis. Volgens de macro-econoom kunnen vakgenoten en beleidsmakers uit die geschiedenis tal van lessen trekken, om te voorkomen dat we dezelfde fouten maken als in het verleden. Fouten uit het verleden en hoe we daarvan tot op heden de gevolgen voelen, vormen de rode draad van zijn laatste boek over het economische scharnierjaar 1971, toen de Amerikaanse president Richard Nixon de koppeling tussen dollar en goud verbrak – waarover later meer. Mujagic sprak daarvoor uitvoerig met de geestelijke vader van dat besluit, wijlen Paul Volcker (1927-2019), oud-voorzitter van de Fed, of Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. ‘Ik heb hem sinds 2008 bijna elk jaar mogen spreken. Een voorrecht en een genot’, zegt Mujagic in ons videogesprek.

Naderhand, eind jaren ’70, zou Volcker als toenmalig voorzitter van de Fed de naar zijn mening onbedoelde neveneffecten van die zogeheten Nixonschok gaan bestrijden met meedogenloze renteverhogingen. Gevolg: een bikkelharde recessie. Maar de legendarische Volcker legde daarmee wel het fundament voor een langdurige periode van economische groei.

Met Volcker deelt Mujagic een afkeer van inflatie. Die afkeer ontstond bij hem in zijn geboorteland Joegoslavië, met zijn gierende inflatie. De in Bosnië-Herzegovina geboren Mujagic sloeg op zijn vijftiende op de vlucht voor de burgeroorlog. Vandaag zijn er weer mensen op de vlucht voor een oorlog in Europa.

Bij hoge inflatie de rente verlagen, dat is alsof wij samen in een auto ergens proberen heen te gaan en u geeft gas terwijl ik rem. Dat werkt niet.

‘Iedereen vindt de beelden van vluchtende moeders en kinderen uit Oekraïne natuurlijk verschrikkelijk,’ zegt hij, ‘maar ik ben een van de mensen die precies weten wat die vluchtelingen nu doormaken, want ik heb hetzelfde meegemaakt dertig jaar geleden. Je wenst het niemand toe. Maar ik zeg er meteen bij: het leed van een Oekraïense vluchteling is niet groter dan het leed van een vluchteling uit Syrië.’

Vorige week was Mujagic met een handvol andere Nederlandse topeconomen in de Nederlandse Tweede Kamer om toelichting te geven bij de oorzaken van de hoge inflatie en oplossingen aan te reiken.

Wat veroorzaakt de huidige inflatie?

Edin Mujagic: De ontzettend hoge inflatiecijfers moet je eigenlijk ontleden in twee stukken. Eén stuk is tijdelijk en komt door het economisch herstel na de coronapandemie en, niet in de laatste plaats, door de oorlog in Oekraïne. Dat heeft zijn weerslag op de prijzen van gas, olie en voedsel, en sijpelt door naar de prijzen van alles waar wij ons geld aan uitgeven. Dat deel van de inflatie zal na enige tijd grotendeels wegvallen uit de inflatiecijfers, omdat de kans klein is dat de energieprijzen in dit tempo blijven stijgen. Daaronder zit een stuk inflatie dat niets te maken heeft met de hoge gas- en olieprijzen, maar met structurele factoren, die nu al spelen en de komende jaren sterker kunnen worden.

En dat zijn?

Mujagic: De allerbelangrijkste factor is dat er op mondiaal niveau, en zeker hier bij ons, op grote schaal extra geld wordt bijgedrukt. In de kern is het fenomeen inflatie heel doorzichtig. Geld is net als elk ander goed: hoe meer ervan is, hoe minder het waard wordt. En als we de afgelopen tien à vijftien jaar ergens geen tekort aan hebben gehad, is het geld. Een andere factor is de vergrijzing. Daardoor neemt in veel landen de beroepsbevolking langzaam af. Arbeid wordt schaarser en dan is het niet vreemd dat de lonen stijgen, wat ook zorgt voor inflatoire druk. Een van de zaken die de afgelopen veertig jaar de inflatie in het Westen omlaag hebben gedrukt, is de globalisering. We zijn hele fabrieken gaan verplaatsen naar landen als China, waar de lonen ontzettend laag waren. Decennialang werd vanuit China een soort deflatie geëxporteerd, omdat leger na leger na leger Chinese werklozen wilde werken voor een schijntje van een loon. Maar de vergrijzing speelt in China nu ook en arbeid is daar ook steeds schaarser. Ik lees de laatste tijd meer verhalen van bedrijfsleiders in China die hun werknemers loonstijgingen van 20 procent en meer geven. Dat zijn dingen die langzaam maar zeker onze inflatie mee beïnvloeden. En gezien de situatie in de wereld vertraagt de globalisering of gaat ze zelfs hier en daar achteruit. Ook dat zorgt voor stijgende prijzen.

Moeten we ons zorgen maken over die hoge inflatie?

Mujagic: Zeer zeker, zelfs als je vaststelt dat de helft van de huidige inflatie op termijn zal wegvallen. Dan nog hou je de komende jaren een inflatie over van twee à vier procent. En dat is natuurlijk één cijfer voor alle goederen en diensten die we met z’n allen kopen. Maar als in dat mandje het voedsel bijvoorbeeld vijf procent duurder wordt, raakt dat heel veel mensen. Hoge inflatie valt altijd het zwaarst bij de middenklasse en de mensen die daaronder zitten. Precies omdat zij een groter stuk van hun inkomen moeten besteden aan levensnoodzakelijke producten.

Voeg daarbij dat zelfs in een land met automatische loonindexering zoals België de lonen niet even sterk, en niet voor iedereen evenveel meestijgen en dat hoge inflatie hand in hand gaat met hogere rentes. Heel veel mensen hebben een huis gekocht met een hypotheekrente. Heel veel bedrijven lenen geld om te investeren. Bij hoge rentes kan dat allemaal minder en duurder worden. Dus hoge inflatie remt ook de economische groei. En dan hebben we het alleen over de economische gevolgen van inflatie. Als je behoort tot de middenklasse en je merkt dat je veel meer last hebt van de hoge inflatie dan de laag boven je, zorgt dat voor boosheid en verontwaardiging. En als dat gevoel lang duurt, nemen mensen dat ook mee wanneer ze gaan stemmen.

Edin Mujagic: 'In se is het fenomeen inflatie heel doorzichtig. Geld is net als elk ander goed: hoe meer ervan is, hoe minder het waard wordt.'
Edin Mujagic: ‘In se is het fenomeen inflatie heel doorzichtig. Geld is net als elk ander goed: hoe meer ervan is, hoe minder het waard wordt.’© Rebecca Fertinel

Kunt u aansluitend nog even uitleggen waarom de rijke bovenlaag geen last heeft van inflatie? En waarom inflatie volgens u dé oorzaak is van toenemende ongelijkheid?

Mujagic: Hoge inflatie zorgt ervoor dat de koopkracht van vooral armen en de middenklasse daalt. Bij hoge inflatie stijgen doorgaans de aandelenkoersen en de vastgoedprijzen. Die zijn veelal in handen van een relatief kleine groep, het rijkste deel van de bevolking. Die combinatie zorgt voor toenemende ongelijkheid, een van de belangrijkste conclusies uit mijn boek Keerpunt 1971. We zien een aanmerkelijke toename van ongelijkheid in inkomen en vermogen sinds de Nixonschok in 1971. De rol van de centrale banken daarin is niet gering. Enkele economen van De Nederlandsche Bank hebben nader gekeken naar de invloed van het rentebeleid van de centrale banken op de toename van inkomens- en vermogensongelijkheid. Daartoe hebben ze naar de cijfers uit twaalf landen sinds 1920 gekeken. Zij kwamen tot de conclusie dat het ruime rentebeleid tot een sterke toename van het inkomen van de rijkste één procent van de bevolking heeft geleid.

Ziet u veel overeenkomsten tussen de jaren ’70, toen de inflatie ook pijlsnel omhoog ging, en nu?

Mujagic: De overeenkomsten zijn behoorlijk groot. De enorme inflatiegolf in de jaren ’70 is ook begonnen met een sterk stijgende olieprijs. Maar er is meer. In de jaren ’70 zijn de grote centrale banken, met de Duitse Bundesbank als notoire uitzondering, de rente gaan verlagen in plaats van verhogen, omdat de hoge olieprijs de economische groei afremde. Ze hoopten zo de groei te stimuleren. Maar bij hoge inflatie de rente verlagen om de groei aan te jagen, dat is alsof wij samen in een auto ergens proberen heen te gaan en u geeft gas terwijl ik rem. Dat werkt niet. Nadat in de jaren ’70 de inflatie gedurende een jaar of negen bleef doorstijgen en de economische groei ook niet van de grond kwam, trokken ze eindelijk de conclusie dat ze die inflatie de kop moesten indrukken. Alleen moest de rente in Amerika begin jaren ’80 daarvoor naar 20 procent, en dan zorg je voor een heel diepe recessie. Dat moest Volcker destijds doen om de inflatie terug in het hok te krijgen. Eigenlijk reageren de centrale banken nu precies op dezelfde manier als begin jaren ’70.

De Amerikaanse centrale bank is toch begonnen met een reeks renteverhogingen?

Mujagic: Dat klopt, alleen hebben economen wat we de Taylorregel noemen, een soort wiskundige vergelijking waar je de economische groei kunt instoppen en het niveau van inflatie dat je over een paar jaar wilt bereiken. Wat die formule dan uitspuwt, is de rente die je als centrale bank moet hanteren om daar te komen. Als ik in de Taylorregel de Amerikaanse economische groei van 2,5 procent stop, en 2 procent inflatie op langere termijn invoer, komt uit dat rekensommetje een rente tussen 6 en 8 procent. Dat is het renteniveau dat je nodig hebt om de inflatie stevig omlaag te duwen en laag te houden, en dat was niet toevallig ook het renteniveau dat gangbaar was voor de financiële crisis van 2008. Door die bril bekeken ogen de plannen van de Fed om de rente dit jaar met 2 à 2,5 procentpunt te verhogen, lang niet meer zo indrukwekkend.

De huidige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, Jerome Powell, loopt op persconferenties ostentatief met de autobiografie van zijn beroemde voorganger Paul Volcker onder de arm. Heeft Powell de lessen uit het verleden dan toch nog niet geleerd?

Mujagic: Nou nee. We mogen niet onderschatten hoe intelligent die centrale bankiers zijn. Wat ik zeg, weten zij ook. Maar we zijn in een situatie gekomen waarin je de rente niet zo ver kúnt verhogen zonder dat het allerlei ongewenste gevolgen heeft. En ik begrijp dat het voor veel mensen een brug te ver lijkt, maar dat heeft naar mijn bescheiden mening alles te maken met de Nixonschok. Tot 1971 mocht de Amerikaanse centrale bank wel extra dollars bijdrukken, als ze er maar voor zorgde dat er een evenredige voorraad goud in de kluis kwam te liggen. Elke dollar moest door goud zijn gedekt. Toen Nixon in 1971 besloot de koppeling tussen goud en dollar los te laten, is het voor het eerst mogelijk geworden om ongelimiteerd dollars en andere munten bij te drukken. Dat betekent dat een model van economische groei die drijft op schulden, wat voor 1971 niet mogelijk was, na 1971 opeens wel kon. Op zich is er niets mis met lenen in plaats van sparen. Maar zoals altijd geldt ook hier: mits het met mate gebeurt. Als je schulden blijft opbouwen, jaar in jaar uit, vijftig jaar lang, is het onvermijdelijk dat je op een punt aankomt waar je schulden veel te hoog zijn. Dat remt niet alleen de economische groei af, het is voor centrale banken anno 2022 ook een groot obstakel om de rente te verhogen. En dat betekent dat ze de inflatie niet daadkrachtig kunnen aanpakken en dat die inflatie ruimte krijgt om te stijgen, met alle gevolgen van dien. Anders gezegd: het niveau waarop de rente pijn doet, is vandaag veel lager dan voorheen.

Nog in de jaren ’80 was het heel gebruikelijk dat als je een nieuwe auto wilde hebben, je eerst vijf jaar ging sparen. Het maakte voor veel mensen dan ook niet uit dat de rente pakweg 5 procent of meer bedroeg, want ze hadden geen schulden. Nu heeft iedereen schulden en nog meer schulden.

Dus is het voor centrale banken moeilijker geworden om de inflatie de kop in te drukken?

Mujagic: Zeker. Bij de Fed zitten ze in een spagaat. Ze weten heel goed dat ze iets moeten doen, want de inflatie is echt veel te hoog, maar ze weten tegelijkertijd dat ze niet voldoende kunnen doen. Want als je de rente nu zou verhogen naar de 6 of 7 procent die je nodig hebt, zouden heel veel Amerikaanse huishoudens, bedrijven en zeker ook de Amerikaanse overheid in financiële problemen komen. Dat wil de Fed natuurlijk niet riskeren. Voor de ECB komt daar nog een extra lastige dimensie bovenop, want Europa heeft weliswaar één munt, maar de eurozone bestaat uit negentien landen die allemaal hun eigen rentes hebben. Als de ECB de rente zou verhogen naar 1,5 of 2 procent, doet dat in België misschien niet heel veel pijn, maar in Spanje wel. Dat verklaart, terwijl de Fed het wel over renteverhogingen heeft, waarom de ECB daar eigenlijk niet aan wil denken.

Periodes waarin het niet moeilijk was om somber te zijn blijken achteraf, economisch gezien, de kraamkamers van betere tijden.

Wat zou u de ECB vandaag adviseren?

Mujagic: Het zou ontzettend cru zijn om nu te zeggen: let niet op de neveneffecten, verhoog gewoon de rente. Zelfs voor iemand als ik, die heel afkerig is van inflatie en een voorstander van een heel ander beleid, zou dat onverantwoord zijn. Maar dat betekent niet dat je niets kunt doen. Het minste wat de ECB in mijn ogen zou moeten doen, is de buitenwereld voorbereiden op stijgende rentes. De ECB moet zeggen: gegeven de grote kans dat de inflatie langdurig hoog blijft, gaan we nú nog niet de rente verhogen, maar wel in december dit jaar. Zo geef je mensen, bedrijven, overheden en de financiële markten de kans om op die toekomstige hogere rentes te anticiperen.

Wat vindt u van maatregelen als btw-verlagingen op gas en elektriciteit, om prijsstijgingen te compenseren?

Mujagic: Vroeg of laat komt er een moment dat de btw teruggaat naar het oude tarief. Dus je bent als regering alleen tijdelijk aan het compenseren en je lost helemaal niks op. Maar als de ECB de buitenwereld niet voorbereidt op een renteverhoging, zullen de regeringen van België, Nederland of Italië zich blijven gedragen alsof die rente nooit omhoog gaat. Waardoor het voor de ECB de facto ook steeds moeilijker wordt om de rente te verhogen. Waardoor de inflatie steeds hoger wordt. Want tegen de aanhoudend opwaartse druk van de inflatie is geen tijdelijke btw-verlaging bestand.

De sleutel voor de oplossing voor deze hoge inflatie ligt niet bij de regeringen in Brussel of Den Haag, maar bij de centrale bankiers. Die moeten ervoor zorgen dat de geldhoeveelheid niet meer zo fel stijgt. En dat betekent de rentes verhogen. Is dat leuk? Nee. Maar als je te lang wacht, zul je uiteindelijk gedwongen zijn om in te grijpen, maar dan met draconische renteverhogingen. De les van de jaren ’70 is dat je de inflatie in een vroeg stadium moet bestrijden. Hoe langer je wacht, des te meer renteverhogingen je nodig hebt voor hetzelfde effect.

Tijdens de coronapandemie hebben mensen de indruk gekregen dat je de economie wel overeind kunt houden, als je er maar genoeg geld tegenaan gooit.

Mujagic: Kijk, recessies zijn heel normaal voor een economie. Een recessie doet pijn, maar is ook een soort zelfreinigend mechanisme. Om de zoveel tijd heeft de economie dat nodig om opnieuw te kunnen groeien. Maar sinds corona denken heel veel mensen: wacht eens even, we kunnen dus economische problemen oplossen door gewoon heel veel geld bij te maken. Als ik nu door België rijd en bij iedereen in zijn of haar zak 1000 euro stop, denkt iedereen: leuk toch? Maar dat is het nare van de wetenschap waarmee ik me bezighoud: als ik bij iedereen 1000 euro in de zak stop, dan voelt iedereen eerst dat zoete, het zure deel komt altijd later, en dat is dat de prijzen gaan stijgen.

Het groei-op-schuldenmodel, waar onze economie volgens u sinds 1971 steeds sterker op leunt, heeft centrale banken ertoe aangezet te streven naar een beperkte mate van inflatie, ook toen de prijzen hadden moeten dalen als gevolg van onder meer de globalisering?

Mujagic: Dat klopt, omdat een beetje inflatie elk jaar een deel van je schuld wegsnoept. Je schuld wordt immers steeds minder waard en daardoor gemakkelijker terug te betalen. Een economisch model waarin je steeds meer leunt op schulden om te groeien, heeft inflatie nu eenmaal nodig. Bovendien: als ik je kan verleiden om geld te gaan lenen, dan moet dat geld, met het oog op economische groei, ook nog gaan rollen. Daar helpt inflatie ook bij. De verwachting dat we elk jaar inflatie hebben en dat spullen elk jaar duurder worden, is een stok achter de deur: ga nu dat geld uitgeven.

Het gevolg daarvan is, zegt u, dat centrale bankiers jaar in jaar uit de koopkracht van grote groepen in de samenleving meer uithollen?

Mujagic: Omdat inflatie toch een soort verborgen belasting is. En telkens wanneer we in het verleden inflatie hebben gehad, waar dan ook in de wereld, kwam die rekening het hardst aan bij de armen en de middenklasse in de samenleving. Sommige mensen zullen tegenwerpen: de inflatie is de afgelopen veertig jaar steeds lager geworden. Gemiddeld hebben we het over 2 procent per jaar. Wie ligt er nou wakker van 2 procent? Maar hebt u ooit het voorrecht gehad om het Grand Canyon National Park te bezoeken? Een rivier heeft daar in de loop van duizenden jaren, door met kleine bewegingen steeds maar weer tegen die rots aan te komen, uiteindelijk een enorme kloof gemaakt. Dat is waarmee je een paar procent inflatie eigenlijk zou moeten vergelijken. Het stelt op zich niets voor, maar na vijftig jaar doet het wel degelijk wat. En uiteindelijk richt inflatie altijd veel meer schade aan dan ze voordelen oplevert.

Deflatie of dalende prijzen is een fenomeen waarvan de meeste economen maagkrampen krijgen als ze er nog maar aan denken. Maar volgens u heeft ze ten onrechte een slechte reputatie.

Mujagic: Periodes in onze geschiedenis waarin de welvaart voor iedereen steeg, dus ook voor de middenklasse, zijn altijd periodes die samenvallen met periodes van dalende prijzen of deflatie. Periodes waarin het economisch het slechtst ging en mensen er massaal op achteruitgingen, vielen altijd samen met periodes van hoge inflatie. Technologische vooruitgang, of het nu in het jaar 1800 was of nu, zorgt – mits ze niet verstoord wordt door bijvoorbeeld centrale banken – voor deflatie, omdat we spullen efficiënter en goedkoper gaan produceren. En de overgangsfases die zulke betere tijden inluiden, worden altijd gekenmerkt door politieke, economische, maatschappelijke en geopolitieke instabiliteit, maar ook door drive en innovatie. Neem de Grote Depressie van de jaren ’30, ongeveer het donkerste hoofdstuk in de economische boeken. Maar de jaren ’30 behoren in al die ellende tot de meest innovatieve decennia die we als mensheid ooit hebben gekend. Waarom? Omdat wij mensen zo in elkaar zitten. Als de situatie hopeloos lijkt, geven we niet op en gaan we innoveren. Dat kun je ook nu zien. We staan weer aan de vooravond van een nieuwe golf van technologische vooruitgang.

Waaraan ziet u dat?

Mujagic: Een van de katalysatoren is het klimaatvraagstuk. In 2015 hebben wij als mensheid gezegd dat we in 2030 de uitstoot van CO2 gehalveerd willen hebben en in 2050 eigenlijk helemaal geen CO2 meer willen uitstoten. Op dit moment hebben we de technologie nog niet om in 2030 de CO2-uitstoot te halveren. Maar sinds 2015, en dat is wat je nu ook ziet als je door dat corona- en inflatiebos heen kijkt, zijn heel veel bedrijven gaan innoveren. Want als je als eerste met een nieuwe technologie komt, levert dat winst op. Er zijn allerlei projecten en ideeën die ervoor zullen zorgen dat wij dat doel in 2030 halen – daar twijfel ik niet aan. Het is nooit anders geweest. Periodes waarin het niet moeilijk was om somber te zijn blijken achteraf, economisch gezien, de kraamkamers van betere tijden.

Verstoort de oorlog in Oekraïne uw optimistisch toekomstvisioen niet?

Mujagic: Een van de gevolgen van de oorlog in Oekraïne is dat Europa niet langer afhankelijk wil zijn van olie en gas uit Rusland. Daardoor zal de beweging naar schone energie nog versnellen. Een bekend optisch verschijnsel is dat het donkerste uur even voor de dageraad komt. In mijn optiek komt die dageraad ergens halverwege dit decennium. Over twee à drie jaar is het zover. Maar om ervoor te zorgen dat in die nieuwe periode van stijgende welvaart iedereen profiteert, moet je het schuldenprobleem oplossen, want zonder schulden hoef je ook niet te streven naar inflatie en kunnen we dalende prijzen toestaan.

Edin Mujagic

– Geboren op 12 oktober 1977 in Prijedor (Bosnië-Herzegovina)

– Studeerde macro-economie aan de Universiteit van Tilburg

– Macro-economisch analist, redacteur economie bij een zakenweekblad en sinds 2018 hoofdeconoom OHV Vermogensbeheer (vestigingen in Amsterdam, Zuid-Holland en Brabant)

– Publiceerde verschillende boeken, waaronder Keerpunt 1971: over staatsschulden, werkende armen en nieuwe economische groei (2021)

Partner Content