In beeld: op stap met de rioolinspectie

© Franky Verdickt

Met twee kabels laat rioolinspecteur Tony Vandebourry van Labo Devlieger zijn zelfrijdende robot met 360 gradencamera in een rioolput zakken. De lens glijdt nauwgezet langs alle dichtingen in de riool. ‘In deze nieuwe leiding is alles in orde, maar doorgaans zie ik veel problemen’, zegt hij. ‘Geregeld is de hele riool volledig dichtgegroeid met boomwortels.’

‘Rioleringen en ondergrondse waterleidingen interesseren de meeste mensen pas als hun toilet helemaal verstopt zit of de straat overstroomt.’ Of wanneer – zoals net nog in Brussel – door een ondergronds lek in een riool of leiding een gat van zes meter bij zes ontstaat in het wegdek. ‘Als het te laat is dus.’

Tot twintig jaar geleden werden riolen amper gecontroleerd op gebreken, zegt Wim Bonte van Aquafin die de inspectie begeleidt. ‘Het is niet sexy om erin te investeren – politici geven liever geld aan een zwembad, dan het in de grond te steken – maar controle was ook moeilijk. Vroeger had je geen softwarepakketten voor rioolbeheer of robotwagens, maar enkel VHS-cassettes en polaroids van een beeldscherm. Je kunt ook niet zomaar afdalen in een riolering. Ze zit vol afvalwater, je moet ingeënt zijn tegen allerlei ziektes, je kunt gevaarlijke gassen inademen.’

Die preventieve controle is nochtans hoognodig. Het rioleringsnetwerk is oud en slecht onderhouden. In kleinere gemeenten werd het aangelegd tussen 1940 en 1960, in centrumsteden als Antwerpen, Gent of Brussel kan de riolering zelfs tot tweehonderd jaar oud zijn. ‘Daar zijn het nog vaak grote gemetselde structuren’, zegt Bonte. ‘Na zoveel jaar komen die bakstenen of de voegen los, waardoor de riool het kan begeven. Of ze raken verstopt door alles wat gedumpt wordt in de straatkolken: frietvet, betonafval, halve schapen. Ooit hebben we zelfs een wereldbol gevonden die alles verstopte.’

Bric-à-brac

In landelijke gemeenten zijn de riolen minder oud maar vaker in abominabele staat, vervolgt Wim Bonte. ‘Veel riolering is in de jaren vijftig en zestig aangelegd door de bewoners zelf. Onlangs polste een bewoner bij een inspectie of de riool niet in te slechte staat was. Hij had die veertig jaar geleden zelf nog gemaakt met buizen die hij ergens gevonden had. Behoorlijk bric-à-brac dus.’

Ook veel voorkomend: pijpen die doorboord zijn voor nutsleidingen. ‘Eén keer stak er een leiding van 0,8 meter doorsnee door een riool van een meter diameter’, toont accountmanager Koen De Winne (Aquafin) met brede gebaren. ‘Dan blijft er niet veel over van de riool. Om de straat niet meer te hoeven openbreken, boren ze soms onder de weg door. Zo’n boorkop gaat dwars door alles heen: door bakstenen, maar ook door beton. Die werklui merken dat niet eens.’

Helaas zie je bovengronds weinig of niets van de problemen. Ooit werd Vandebourry naar Antwerpen geroepen omdat een kasseistrook geregeld wegzakte in een grote weg waar veel bussen passeerden. ‘Toen ik de camera liet afdalen, kon die er nog amper door. De riool stond op het punt om in te storten. Dat was echt op het nippertje.’

Wegverzakkingen komen best vaak voor. ‘Wij noemen dat geen zink-, maar zuiggaten’, zegt Koen De Winne. ‘Als grondwater via een lek in de riool kan binnensijpelen en zand meeneemt, kan het alle grond rond de riolering wegspoelen. Ondergronds ontstaat een gat dat het bovenliggende wegdek naar beneden zuigt. Je wilt niet meemaken dat zoiets gebeurt onder een drukke winkelstraat of spoorweg waar een trein over dendert.’

Toch is inspectie van het oude rioleringsnetwerk amper gebeurd. ‘Er zijn veel problemen, waardoor het nu vaak bij brandjes blussen blijft’, zegt Wendy Francken, directeur van Vlario, het kenniscentrum en overlegplatform van de Vlaamse afvalwater- en rioleringssector. ‘Van riolen ouder dan tien jaar, is er nog bijna geen enkele geïnspecteerd. Ze allemaal controleren hoeft niet en is onbetaalbaar, maar we vragen steden wel om in kaart te brengen welke hun kritische riolen zijn – die onder drukke of belangrijke wegen – en die eerst te controleren.’

Die inventarisering begint nu mondjesmaat. ‘In veel gemeenten weet het hoofd van de technische dienst wel ongeveer waar de riolering ligt, maar staat het nergens op papier’, zegt De Winne. ‘Dat begint te veranderen nu het verplicht is om je ondergronds patrimonium digitaal te inventariseren.’ Hoe dan ook moet er een enorme inhaalbeweging gemaakt worden. Geschatte kostprijs om goede riolering te onderhouden: 700 miljoen euro per jaar. Tel daar dus nog maar flink wat bij voor de verouderde riolering.

Partner Content