Column

Amir Bachrouri

‘Ik ben geschikt om muntthee voor je te serveren, maar in de klas zie ik jouw kinderen niet’

Amir Bachrouri Voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad

Amir Bachrouri is voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad. Zijn column verschijnt tweewekelijks, afwisselend met de column van theatermaker Martha Balthazar.

Lieve Korianderbrigadier,

Wat is het tof dat je er bent. Tof dat je in een multiculturele wijk woont, vaak met een grote tuin. Dat je dagelijks je volkorenbrood koopt bij bakker Abdel om de lokale economie een boost te geven. Of goedkope koriander in de Marokkaanse buurtwinkel. Ook is het bewonderenswaardig hoe je er als de biokippen bij bent om op sociale media een ‘zwart vierkant tegen racisme’ te posten. Maar het moet me van het hart: ik twijfel aan je oprechtheid. Je doet het allemaal wel erg gretig.

Dat zwarte vierkant lijkt een schaamlapje om de angst voor het vreemde te verhullen. Wanneer ik als jongere uit een kansarm gezin prima geschikt ben om zeemzoete muntthee voor je te serveren, maar in de klas je kinderen niet tegenkom, overvalt me het gevoel dat ik persona non grata ben verklaard.

Zodra we elkaar ’s ochtends aan de voordeur kruisen en groeten, zie ik hoe je op je bakfiets springt en door onze multiculturele straten scheurt, op weg naar een lichtgekleurde methodeschool in fancy Zurenborg of een andere hipsterwijk. Na schooltijd drop je je kinderen in een spierwitte jeugdbeweging, die ondanks de vele inspanningen maar weinig gekleurde jongeren uit de wijk aantrekt.

Ik ben geschikt om muntthee voor je te serveren, maar in de klas zie ik jouw kinderen niet.

Die hypocrisie knaagt aan mij. Vooral omdat ik dacht dat die hartelijke lach aan de deur een vorm van begrip was zonder woorden te hoeven gebruiken. Tot ik weer zag hoe je aan de schoolpoort van je kleinste met een groep ouders met een migratieachtergrond – die zich nu ook tot de Korianderbrigade rekenen – aan de praat was. Ook die Korianderbrigadiers hebben lage verwachtingen voor jongeren met migratieroots. ‘Die kansarme jongeren hebben ocharme wat tijd nodig. Geef ze veertig jaar en ze komen er wel’, mompelde een van hen.

Ocharme? Veertig jaar? Ik ben geen slachtoffer. Noch hoef ik bescherming van deze samenleving. Wel staat of valt mijn sociale mobiliteit en die van anderen bij jouw steun. Zonder medelijden en zonder betutteling, want #jenesuispasunevictime.

Wees gerust, ik wil je hier niet weg. Ik wil je alleen meer zien. In de lokale diverse jeugdwerkingen, in de lokale scholen waar de hoeveelheid gekleurde leerlingen de tolerantiedrempel overschrijdt. In handelingen die gelijke tred houden met je woorden. We hebben elkaar nodig om werk te maken van sociale mobiliteit. Die verandering hou jij nu tegen. En ik weet het, je meent het vaak goed. Dat geloof ik echt. Maar een wijze straatfilosoof snauwde me ooit toe: ‘De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.’ Tot dra!

Partner Content