Opinie

‘Hoe ongerust moeten we nu eigenlijk zijn om die prijsstijgingen?’

‘Voor de pandemie waren de centrale banken vaak bezorgd over een te lage inflatie, dat is nu dus wel even anders’, schrijft Jonas Vandenbruaene.

Economen die de inflatiecijfers volgen, verslikken zich tegenwoordig regelmatig in hun koffie. Die bedraagt in België momenteel namelijk 5,71 procent. Als je een jaar geleden 100 euro betaald zou hebben voor een volle winkelkar, zou je vandaag 105,71 euro moeten neertellen om dezelfde producten te kunnen kopen. De koopkracht van een euro is met andere woorden afgenomen omdat de prijzen gestegen zijn.

Een inflatie van 5,71 procent is veel, zeker als je weet dat de gemiddelde inflatie de laatste 20 jaar in België zo’n 1,9 procent bedroeg. In de VS wordt er momenteel zelfs een inflatie van 6,8 procent opgemeten, het hoogste cijfer sinds 1982. Veel centrale banken hebben de opdracht om de inflatie in de buurt van de 2 procent te houden. Voor de pandemie waren ze vaak bezorgd over een te lage inflatie, dat is nu dus wel even anders.

Hoe ongerust moeten we nu eigenlijk zijn om die prijsstijgingen? Betekent dat dat we binnenkort niets meer gaan kunnen kopen? Het ietwat verrassende antwoord is dat we op korte termijn eigenlijk niet zo moeten wakker liggen van de stijgende inflatie over wat ons inkomen betreft. België heeft namelijk een systeem waarbij lonen en pensioenen automatisch aangepast worden aan de levensduurte. Wanneer prijzen stijgen zullen onze lonen, mits wat vertraging, ook stijgen. Zo zetten we inflatie buitenspel en beschermen we onze koopkracht.

Hoe ongerust moeten we nu eigenlijk zijn om die prijsstijgingen?

Inflatie is problematischer voor mensen met spaargeld. Spaargeld wordt namelijk niet automatisch geïndexeerd, waardoor je op termijn een groot deel van je vermogen in rook ziet opgaan. Om een rekenvoorbeeld te geven, stel dat iemand vandaag 1000 euro aan de kant zet voor zijn of haar pensioen binnen 40 jaar. Als de inflatie de volgende 40 jaar zo’n 3 procent per jaar zou bedragen, is die 1000 euro nog maar 300 euro waard bij pensionering.

Om ons spaargeld te beschermen tegen inflatie moeten we zelf op zoek gaan naar oplossingen. In theorie zouden we ons geld op een spaarrekening kunnen zetten. In de praktijk is dat een slecht idee, want de rente op de meeste spaarrekeningen bedraagt op dit moment 0,11 procent per jaar (dat is 11 cent rente op 100 euro spaargeld). Met een inflatie van meer dan 5 procent per jaar is het duidelijk dat dit maar een doekje voor het bloeden is. Het is misschien zelfs gek dat we een spaarrekening nog een spaarrekening noemen. Je kan het immers al jaren niet meer gebruiken om te sparen. Het is een emmer met een groot gat in.

Beluister ook de podcast van de Universiteit van Vlaanderen:

Waarom is jouw spaargeld straks niets waard?

De klassieke oplossing is om het geld dat je voor een langere periode kan missen te beleggen in een gediversifieerd aandelenfonds. Liefst dan nog in een passief fonds met lage kosten en een wereldwijde spreiding. (Voor de geïnteresseerde lezer, de fondsen ‘IWDA’ van iShares of ‘VWCE’ van Vanguard zijn hier prima keuzes voor. Je betaalt een stuk minder kosten dan bij een fonds van een bank en je kan ze binnen enkele minuten aangekocht hebben als je een account hebt bij een beleggingsplatform.)

De beurs is natuurlijk risicovol, maar op de lange termijn zijn er veel meer risico’s verbonden aan niet beleggen dan aan wel beleggen. Laten we even terugkeren naar ons rekenvoorbeeld. Stel dat het reële rendement op een aandelenportefeuille 5 procent per jaar bedraagt. De 1000 euro die we vandaag aan de kant zetten, zal bij pensionering binnen 40 jaar aangedikt zijn tot meer dan 7000 euro. Ter herinnering, als we niets zouden doen, blijven we met 300 euro over. Het is duidelijk dat de financiële keuzes die je maakt een enorm effect kunnen hebben op je welvaart.

Automatische indexatie kan tot een prijs-loonspiraal leiden.

Wat dan met mensen die geld lenen? Wel, als je geld leent, klinkt inflatie als muziek in je oren. Als je enkele jaren geleden een hypotheeklening hebt afgesloten om een woning aan te kopen, dan sprak je met de bank af hoeveel je elke maand zou terugbetalen. Die terugbetalingen staan vast. Wanneer er en cours de route onverwachte inflatie opduikt, dan zal je loon stijgen, waardoor de maandelijkse terugbetalingen steeds minder zwaar doorwegen. Dat geldt trouwens ook voor overheden, die zoals geweten een grote staatsschuld met zich meezeulen. Inflatie maakt zo’n schuldenberg wat makkelijker verteerbaar.

Om deze survivalgids af te sluiten is het interessant om even te kijken naar wat minder voor de hand liggende gevaren voor onze koopkracht. Zoals gezegd worden lonen en pensioenen in België automatisch geïndexeerd. Zo’n systeem kost natuurlijk een pak geld wanneer de inflatie hoog is. De overheid zou kunnen beslissen om als besparing een indexsprong door te voeren. Bij zo’n indexsprong wordt een automatische indexatie van de lonen en pensioenen aan de levensduurte overgeslagen.

Politiek gezien is dit een slimme truc. Als je zou willen besparen door mensen hun loon of pensioen te verlagen, word je de volgende verkiezingen waarschijnlijk naar de slachtbank geleid. Echter, bij een indexsprong verlaag je het inkomen van mensen niet rechtstreeks. Iedereen ziet op het einde van de maand nog steeds hetzelfde bedrag op zijn of haar rekening verschijnen. Hoewel het lijkt alsof er niets gebeurd is, zijn we er met z’n allen armer op geworden doordat de prijzen gestegen zijn. Een indexsprong is een geniepige, technische manier om een reële loonsverlaging door te voeren.

België behoort trouwens tot een heel select clubje landen waar lonen automatisch geïndexeerd worden. Het is niet ondenkbaar dat in een periode van hoge inflatie het systeem van automatische indexatie in vraag gesteld zal worden. Automatische indexatie kan namelijk tot een prijs-loonspiraal leiden: door hogere prijzen worden lonen automatisch geïndexeerd waardoor bedrijven een hogere loonkost hebben en op hun beurt hun prijzen zullen moeten verhogen, wat dan weer leidt tot hogere lonen.

De inflatie is op dit moment een stuk hoger dan wat centrale banken zichzelf als doel stellen. De vraag is dan ook of onze centrale bankiers zullen ingrijpen. Momenteel is er nog wat twijfel over hoe hardnekkig de huidige inflatie zal zijn. Als de inflatie louter het gevolg is van de wereldeconomie die wat groeipijnen ondervindt na de heropstart uit de pandemie, dan is het waarschijnlijk een goed idee om de inflatie even te laten begaan. Ze zal vanzelf wel weer naar beneden komen wanneer de economie terug volledig ontdooid is.

Als onze beleidsmakers van oordeel zijn dat de hoge inflatie zal aanhouden, zullen ze moeten ingrijpen. Dit gebeurt typisch via het verhogen van de rente, wat de economie doet afkoelen. Een moeilijke beslissing wanneer de wereld nog steeds geteisterd wordt door lockdowns en coronavarianten.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content