"Ik ervoer geen zwaartekracht meer, er was desintegratie en de merkwaardige helderheid die voortkomt uit totale wanhoop." Zo omschreef de Brits-Zwitserse filosoof Alain De Botton zijn gevoel na een liefdesbreuk in zijn bekende boek Proeven van liefde. Verderop wordt zijn toon nog onheilspellender: "Het besef van de waanzin van de liefde heeft nog nooit iemand voor de ziekte behoed. Misschien is het idee van een geheel pijnloze liefde even tegenstrijdig als dat van een bloedeloze veldslag."
...

"Ik ervoer geen zwaartekracht meer, er was desintegratie en de merkwaardige helderheid die voortkomt uit totale wanhoop." Zo omschreef de Brits-Zwitserse filosoof Alain De Botton zijn gevoel na een liefdesbreuk in zijn bekende boek Proeven van liefde. Verderop wordt zijn toon nog onheilspellender: "Het besef van de waanzin van de liefde heeft nog nooit iemand voor de ziekte behoed. Misschien is het idee van een geheel pijnloze liefde even tegenstrijdig als dat van een bloedeloze veldslag." Er zijn boeken, muziekwerken, gedichten en films zat die liefdespijn bloedserieus nemen. Het staat in scherp contrast met hoe we in ons dagelijkse leven naar liefdesverdriet kijken. We hebben het schamper over 'ludduvuddu' en wijzen het slachtoffer op de vele andere vissen in de zee. Professor neurobiologie Gert ter Horst (Universiteit Groningen) en hoogleraar psychologie Ad Vingerhoets (Universiteit Tilburg) vragen meer maatschappelijke erkenning voor de emotionele impact van liefdesverdriet. Beiden verrichten onderzoek naar de psychische en emotionele gevolgen van een liefdesbreuk. Die blijken minder onschuldig dan onze woordenschat erover doet vermoeden. "Liefdesverdriet duurt gemiddeld 6 maanden en heeft een aanzienlijke impact op ons dagelijks functioneren", zegt professor Ter Horst. "We voelen ons lusteloos, depressief, eten niet meer en ervaren zelfs fysieke pijn. Bij vrouwen die een relatiebreuk meemaakten, scoort meer dan de helft hoger dan 20 op de depressieschaal, wat neerkomt op een milde depressie. Veel artsen deinzen er dan ook niet voor terug om antidepressiva voor te schrijven." Aanvankelijk onderzocht Ter Horst chronische stress als katalysator van depressies. Via een omweg kwam hij uit bij liefdesverdriet. "Chronische stress leidt tot permanente veranderingen in ons brein. Het depressierisico verhoogt dan significant." Hij ging op zoek naar factoren die een mentaal en lichamelijk gezonde toestand doen overhellen naar een toestand van chronische stress. Twee gebeurtenissen bleken dat kantelpunt te kunnen triggeren: het overlijden van een partner en liefdesverdriet. "We kunnen liefdespijn maar beter niet onderschatten", concludeert hij. Sommigen trekken een parallel met een kind dat in de steek gelaten wordt door de moeder. In Waarom we liefhebben onderscheidt de Amerikaanse antropoloog Helen Fisher vergelijkbare fases van achtereenvolgens protest, berusting en wanhoop. "Vooral die wanhoopsfase hakt erin", weet Vingerhoets. "Onderzoek wijst uit dat 40 % van de proefpersonen die 2 maanden eerder de bons kregen tekenen van een klinische depressie vertoont. Vrouwen blijken daar vatbaarder voor dan mannen: ze eten niet, slapen niet, huilen, verliezen gewicht, kunnen zich niet concentreren, enzovoort. Mannen vluchten vaker en kanaliseren hun wanhoop in drankgebruik, agressie, roekeloos rijgedrag. Of ze stalken hun ex. Ze kiezen ook veel vaker dan vrouwen voor zelfmoord." Vrouwen internaliseren, mannen externaliseren, vat Vingerhoets samen. "Ook bij liefdesverdriet. Vergelijk het met heimwee in de kindertijd: meisjes trekken zich vaak terug, worden stil en keren zich in zichzelf. Jongens doen het omgekeerde: ze worden onhandelbaar en agressief." Het verschil in verwerking blijkt ook uit Ter Horsts onderzoek. "Vrouwen uiten hun problemen veel sneller tegenover de buitenwereld. Kort na een breuk vertonen ze heftige symptomen en zoeken ze sociale steun in hun netwerk of in de hulpverlening. Deels ligt dat aan hun maatschappelijke positie. Vrouwen blijven vaker achter met de kinderen en/of met een financiële kater. Die acute verslechtering van hun situatie drijft hen sneller naar een breekpunt. Mannen reageren anders. Zij nemen vaker de vlucht vooruit, genieten aanvankelijk van hun herwonnen vrijheid. Ook mannen plooien dan terug op hun netwerk. Ze zoeken en vinden er echter minder sociale steun. Dat laten veel mannen ook niet toe, ze praten moeilijker over emotionele problemen. De steun situeert zich eerder in sociale activiteiten: samen fysieke uitdagingen opnemen of samen de versiertoer opgaan." Die fase omschrijft Ter Horst als uitstel van executie. Uiteindelijk haalt het verdriet ook mannen in en volgen alsnog de confrontatie en de emotionele impact. Dat gebeurt niet zelden na een periode van ontnuchtering. Ter Horst: "Als ze uitgefeest zijn of als een nieuwe relatie toch niet zo veelbelovend blijkt te zijn." Wat mannen dan kan helpen? Ter Horst: "Ik zie weinig effectieve remedies. Mannen zoeken minder sociale steun dan vrouwen en houden hun emotionele problemen lang verborgen. Als ze professionele hulp inschakelen, is de zaak vaak al geëscaleerd. Het vooruitzicht op snel herstel is dan verdwenen. Al bij al is een nieuwe, goede relatie voor veel mannen waarschijnlijk de beste oplossing." "Behalve je geslacht speelt ook je persoonlijke hechtingsstijl een belangrijke rol bij de verwerking van liefdesbreuken", weet Vingerhoets. "Angstig gehechte personen ondervinden meestal veel last bij een breuk. Wie veilig of vermijdend gehecht is, lijdt waarschijnlijk minder. Vermijdend gehechte personen staan uit zelfbescherming sowieso al gereserveerder in een relatie. Wie niet ten volle investeert, lijdt bij een faillissement ook minder verlies. Veilig gehechte personen kunnen meestal het beste om met een afwijzing of relatie-einde; hun emotionele fundamenten zijn van kinds af solide." 'The First Cut is the Deepest', stelt het liedje. Klopt dat, en is de eerste relatiebreuk het pijnlijkst? "Dat is wetenschappelijk niet onderzocht", repliceert Vingerhoets. "Maar het kan zeker kloppen. In zekere zin is het leven en alles wat daarbij hoort één langgerekte loutering. Leren omgaan met pijn en verdriet is een proces waarin je groeit en waarmee je ervaring opbouwt. Jonge mensen die voor het eerst hun relatie op de klippen zien lopen, betalen in die zin meer leergeld dan ouderen." Moet liefdesverdriet officieel erkend worden als psychische stoornis? Je zou het bijvoorbeeld in de DSM kunnen opnemen. Ter Horst schudt het hoofd. "Medicaliseren of psychiatriseren heeft geen zin. Veel artsen nemen het fenomeen heel serieus en schrijven soms terecht medicatie voor. Liefdespijn kan in bepaalde gevallen heel ontregelend werken. Toch kan alleen de samenleving een duurzaam antwoord bieden." Liefdesverdriet moet bespreekbaar zijn, zoals rouw, vindt Ter Horst. "Iedereen is het erover eens dat een partner verliezen door ziekte of een ongeval erg zwaar is. Mensen krijgen tijd en begrip. Ook bij liefdesverdriet moeten we die maatschappelijke opdracht opnemen. Des te meer omdat sociale steun en erkenning goede buffers zijn tegen chronische stress en depressie." Ad Vingerhoets zit op dezelfde lijn. "Erkennen als stoornis? Grote terughoudendheid is hier op zijn plaats. Liefdesverdriet hoort, zoals rouw, bij het leven. Pijn en verdriet zijn dan normale processen. Om die reden hoeven we er geen DSM-categorie van te maken. Op voorwaarde dat we allen onze maatschappelijke opdracht opnemen. Dat begint al in ons taalgebruik. Zeg dus niet zomaar 'ludduvuddu'."(Thomas Detombe)