Pakweg 30 jaar geleden was het doodnormaal dat een moeder na haar bevalling een volle week in het ziekenhuis bleef. Vandaag gaat ze na gemiddeld 4 dagen naar huis. En het kan nog sneller, vindt federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block. Op haar vraag onderzoeken 6 proefprojecten of de kraamtijd korter kan en wat nodig is om dat te realiseren. Als straks blijkt dat de balans positief is, maakt het model een goede kans om over het hele land uitgerold te worden.
...

Pakweg 30 jaar geleden was het doodnormaal dat een moeder na haar bevalling een volle week in het ziekenhuis bleef. Vandaag gaat ze na gemiddeld 4 dagen naar huis. En het kan nog sneller, vindt federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block. Op haar vraag onderzoeken 6 proefprojecten of de kraamtijd korter kan en wat nodig is om dat te realiseren. Als straks blijkt dat de balans positief is, maakt het model een goede kans om over het hele land uitgerold te worden. In UZ Leuven, Heilig Hart Leuven en Heilig Hart Tienen loopt zo het KIK-project, wat staat voor Korter in de Kraamkliniek. Maar hoe kort is dat? "In ons project is de norm 3 nachten ziekenhuis na een ongecompliceerde vaginale bevalling van een eerste kind, 2 nachten vanaf de tweede bevalling en 4 na een keizersnede", zegt Lies Versavel, coördinator van De Bakermat, het expertisecentrum voor kraamzorg dat het project aanstuurt. "Uiteraard verlaten moeder en kind de kraamkliniek alleen als er geen verwikkelingen zijn." Van 7 nachten in de kraamkliniek naar 2: het is een enorme omwenteling. "Een aantal bewegingen hebben elkaar daar gevonden en versterkt", legt Anne Dedry, gezinssocioloog en oprichtster van De Bakermat, uit. "Een eerste komt van onderuit en dateert van de jaren '80: het protest tegen de medicalisering van bevallingen. Het was de tijd dat de epidurale verdoving haar intrede deed en dat er haast routinematig 'geknipt' werd. Deze vrouwen wilden zelf beslissen hoe en waar ze bevielen. Het ging om een minderheid, maar hun ideeën zetten iets in gang." Een blik op het buitenland leerde bovendien dat een kortere opname in het ziekenhuis best mogelijk was. "In Nederland bevallen vrouwen thuis of blijven ze slechts 1 nachtje in het ziekenhuis, in het Verenigd Koninkrijk gaan ze al na 2 à 3 dagen naar huis." Ook wetenschappelijk groeide het inzicht dat een bevalling geen lang ziekenhuisverblijf vereist. "En dat sluit naadloos aan bij het groeiende besef dat ziekenhuisbedden ontzettend duur zijn", zegt Dedry. "Ook na operaties gaan patiënten sneller naar huis. We evolueren naar een systeem waarin thuiszorg een prominentere plaats inneemt." Is het streven naar een kortere kraamtijd dan vooral een besparingsmaatregel? "Minister De Block streeft naar een efficiëntere inzet van middelen, zonder aan kwaliteit in te boeten", stelt Dedry. "We hoeven met het KIK-project het uitgespaarde geld niet terug te geven aan de overheid, maar mogen het investeren in de verbetering van de eerstelijnszorg." Als een pas bevallen vrouw sneller naar huis mag, is het uiteraard cruciaal dat de thuiszorg klaarstaat om haar optimaal te ondersteunen. De kraamzorg is de afgelopen 10 jaar sterk uitgebouwd en goed verspreid over heel Vlaanderen. Ook vroedvrouwen zijn er voldoende, maar in hun opleiding zou meer aandacht mogen gaan naar thuiszorg. "Idealiter werken eerstelijnsvroedvrouwen niet meer solo maar in groepspraktijken, om de kwaliteit en de continuïteit van de zorg te verzekeren. Het is een van onze aanbevelingen", zegt Versavel. "Samenwerken leidt tot betere zorg, net als overleg en communicatie tussen alle betrokken zorgverleners: gynaecoloog, kinderarts, vroedvrouw, huisarts, kraamzorg, Kind en Gezin. Op dat vlak heeft het KIK-project een belangrijk pijnpunt blootgelegd: de zorgverleners werken nog te vaak met hun eigen dossier. Een gedeeld elektronisch dossier is absoluut nodig als we willen evolueren naar een kortere opname." Een ander aandachtspunt is de verhoogde werkdruk voor vroedvrouwen, gynaecologen en kinderartsen in de ziekenhuizen. "De informatieverstrekking en de medische zorg moeten binnen een kortere tijdsspanne verlopen. Net als de extra screenings, omdat moeder en kind pas naar huis mogen als dat veilig is. Het zevendedagsonderzoek kan eventueel thuis door de huisarts gebeuren." In de aanbevelingen wordt ook gewezen op de noodzaak om kwetsbare gezinnen zo goed mogelijk te detecteren, zodat die niet door de mazen van het net glippen. "En natuurlijk moet een vrouw al tijdens haar zwangerschap voorbereid worden op de kortere kraamtijd", besluit Versavel. "Zo kan ze op tijd kraamzorg regelen en contact opnemen met de vroedvrouw voor de postnatale begeleiding. Hoe de vrouwen hun kortere kraamtijd ervaren? Uit onze bevraging blijkt dat ze tevreden zijn. Het strookt in elk geval met de trend die we constateren: voor kersverse moeders wordt het steeds normaler om minder lang in de kraamkliniek te blijven. Niet alleen omdat het wordt aangemoedigd, maar ook omdat ze dat zelf willen."