Hoog in de wolken is de atmosfeer anders. Ook in een vliegtuig wordt de lucht ijler met het stijgen en nemen alle inzittenden iets minder zuurstof op. Omdat de luchtdruk daalt, gaan gassen uitzetten (expanderen), waardoor de zuurstofspanning in het bloed afneemt (*). De zuurstofspanning is de druk die uitgeoefend wordt door de hoeveelheid zuurstof in het slagaderbloed. Op langeafstandsvluchten vliegen moderne toestellen op zo'n 10 tot 12 kilometer hoogte. Vanaf 6000 meter daalt de druk in het vliegtuig tot een waarde die vergelijkbaar is met een verblijf op 2000 tot 2500 meter boven de zeespiegel. Gezonde reizigers merken daar niets van. Ze compenseren het relatieve zuurstoftekort door een beetje sneller te ademen, waardoor ze voldoende zuurstof binnenhalen.
...