Truffeltherapie: het verhaal van een psychedelisch experiment in Amsterdam

© Anna Uru
Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Onrust, paniek, alcohol, vaderkwesties. Hoe kun je je loswrikken uit een beklemmend leven? Met therapie, zeker. En aanvullend met ‘magische truffels’.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Een zonnige middag midden augustus, twee hoog in een Amsterdams kantoorgebouw. Gefascineerd observeer ik mijn rechterarm. De cellen van mijn huid lijken zich in ijltempo te regenereren. Het proces is sprankelend mooi en pijnloos, voelt zelfs prettig. De muren van de kamer zijn nog altijd hetzelfde zachte eierschaalwit als daarnet, maar ze lijken nu te ademen. Langzaam maar diep, alsof het hele gebouw een slapende mastodont is. Jazeker, ik hallucineer.

Zo’n vier uur geleden reikte een jonge therapeut mij een schaaltje met 35 gram ‘magische truffels’ aan. Die truffels – tussen ondergrondse zwamdraden verharde schimmels – bevatten net als ‘magische paddenstoelen’ het psychoactieve bestanddeel psilocybine. Wat volgde, was een reis naar mijn diepe onderbewuste. Een begeleide psychedelische trip die me vanuit een neutrale, veilige omgeving tot ver achter de sluier van mijn bewustzijn heeft gevoerd. Een van de brutaalste maar ook meest verhelderende ervaringen van mijn leven.

35 gram magische truffels kun je vergelijken met de inhoud van één zakje bruine M&M’s. Ze smaken aardeachtig en bitter.

Mijn reis naar wat de befaamde mysticus en auteur Aldous Huxley ‘de tegenpool van de geest’ noemde, begon enkele maanden eerder. Ik ben in Amsterdam op uitnodiging van Field Trip Health, een beursgenoteerd onderzoekscentrum met hoofdzetel in Toronto dat verschillende therapeutische centra uitbaat in Canada en de VS. ‘Een wereldwijde leider in de ontwikkeling en toepassing van psychedelische therapieën’, volgens de website van het bedrijf, dat in 2019 werd opgericht door een groep entrepreneurs met een verleden in de Canadese cannabisindustrie. In hun klinieken (of ‘gezondheidscentra’, zoals Field Trip ze liever noemt) in Toronto, New York en Seattle bieden ze therapeutisch begeleide sessies onder invloed van ketamine aan. Dat legale, pijnstillende narcosemiddel is ook bekend als de recreatieve drug Special K, en behoort tot de zogenaamde dissociatieve middelen. Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat ketamine in een psychotherapeutische context kan helpen bij mentale aandoeningen zoals depressie, angststoornissen en posttraumatisch stresssyndroom. Behandelingen met psilocybine, waaraan dezelfde eigenschappen worden toegedicht, heeft Field Trip niet in de aanbieding in Canada en de VS. De stof is er zoals bijna overal ter wereld geclassificeerd als illegale drug, in dezelfde categorie als cocaïne en heroïne. Dat probleem is er niet in Nederland, waar Field Trip vorig jaar zijn eerste Europese vestiging opende. Volgens de in 2008 ingevoerde Opiumwet zijn het bezit en het gebruik van ‘paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten’ strafbaar. Maar de ondergronds groeiende, psilocybine bevattende truffels zijn technisch gezien geen paddenstoelen, en glippen dus door de mazen van de wet. Je kunt ze naast cannabiszaadjes en waterpijpen vrij kopen in de smartshop. Maar: bezint eer ge begint.

Selectieprocedure

Field Trip biedt me de kans om psychedelische truffeltherapie aan den lijve te ondervinden. Tenminste, als ik eerst door de selectieprocedure raak. En die is best grondig. Met vier lange medische en psychiatrische vragenlijsten wordt eerst gepeild naar mijn fysieke en mentale gezondheid. Mensen met een voor- of familiegeschiedenis van psychoses en schizofrenie, bijvoorbeeld, worden bij voorbaat niet toegelaten tot psychedelische therapie. Ook minstens één maand vrij zijn van antidepressiva is een vereiste, omdat ze de werking van psilocybine verstoren. Na de vragenlijsten volgen twee gesprekken van telkens één uur, met een psychiater en een psychotherapeut. Zij toetsen verder mijn gemoedstoestand af, mijn persoonlijke voorgeschiedenis en vooral: mijn intentie. Welke inzichten of veranderingen wil ik uit mijn psychedelische ervaring halen, die vraag staat centraal. Set en setting zijn de twee grote pijlers die een veilige, optimale trip moeten waarborgen. Setting is de omgeving en de atmosfeer, set is kort voor mindset, de intentie dus. Ik krijg voldoende tijd en kansen om daarover te reflecteren, want het evaluatieteam geeft groen licht.

Field Trip biedt me het basispakket aan, Evolve. Boven aan het menu staan het psychiatrische consult en het psychologische intakegesprek – dat heb ik dus al achter de rug. Wat nog volgt: in totaal zes uur gesprek met een therapeut. Drie voorbereidende sessies met de facilitator, de persoon die tijdens de hele trip niet van mijn zijde zal wijken. Een medische check-up voor en na een hele dag truffeltherapiesessie (de duur van de trip wordt geschat op vijf à zeven uur). En twee integratiegesprekken achteraf, om samen met de therapeut de ervaring te evalueren en te duiden. Prijskaartje: 4150 euro.

Intentie

Fleur van den Elzen (1991) is de therapeut die zich de komende weken over me zal ontfermen. De Limburgse kwam tijdens haar opleiding psychodramatherapie in aanraking met mescaline, de psychoactieve stof in de peyotecactus, en rolde vanuit die ervaring de wereld van medische psychedelica binnen. Onze gesprekken via Zoom zijn vaak intens en confronterend. Geen teer punt blijft onaangeroerd: de rol van mijn grotendeels afwezige vader op mijn ontwikkeling, mijn wankele zelfbeeld, mijn chronische onrust, verlammende angst- en paniekaanvallen, en mijn bij momenten destructieve relatie met alcohol. Soms neem ik het woord als mijn interne, strenge criticus, dan weer als de controlefreak, zoals Van den Elzen ze benoemt. Twee factoren in mijn persoonlijkheid die ze zowel een saboterende als een beschermende rol toedient. Zulke rollenspelen zijn eigen aan dramatherapie, en ik ervaar het als een techniek om snel door te dringen tot de kern van mijn vastgeroeste psyche. Na enkele sessies – en één keer oncontroleerbaar in tranen uitbarsten – leg ik mijn voornaamste intentie vast: zelfliefde.

Mystieke openbaring, het ego dat oplost in liefde, spirituele verbinding? Niets van gemerkt.

Mijn facilitator is Drew Puxley (1992). Hij neemt de praktische voorbereidingen op mijn trip voor zijn rekening, en zal de dag zelf van begin tot eind mijn begeleider en wanneer nodig mijn steunpilaar zijn. Op zijn zeventiende nam Puxley, die opgroeide in een verloederd working-classstadje buiten Londen, voor het eerst magic mushrooms. Een openbaring die hem motiveerde om de mysteries van het brein te doorgronden. Eerst via een studie medische neurowetenschappen, vervolgens met een doctoraat neuropsychologie. Hij verhuisde naar Nederland om in zijn research beter toegang te krijgen tot psychedelica, geïnspireerd door het onderzoek naar onder meer MDMA van de Belgische psychofarmacoloog Kim Kuypers aan de Universiteit Maastricht. Gedreven door de wil om mensen concreet te helpen volgt hij uiteindelijk een opleiding cognitieve gedragstherapie en schematherapie. Met zijn wetenschappelijke en therapeutische profiel was hij de aangewezen man voor de Amsterdamse afdeling van Field Trip, waar hij net als Van den Elzen zijn baan combineert met een eigen psychologische praktijk.

‘Go in and go through’

Wanneer ik half augustus om halfnegen ‘s ochtends van mijn hotel naar de kantoren van Field Trip wandel, ben ik zoals de voorbereiding gebiedt twee weken alcoholvrij, heb ik mijn laatste deadline vijf dagen eerder afgerond en daarna vooral gerust, en heb ik de dag voordien alleen vegetarisch gegeten.

‘De psilocybine zal je niet geven wat je wilt, maar wel wat je nodig hebt’, drukt Puxley me op het hart, terwijl hij stap voor stap een laatste keer zijn ‘vluchtinstructies’ overloopt. Zie ik tijdens mijn trip een deur? Open ze dan. Een tunnel? Ga erdoor. ‘Go in and go through’ is het motto, en focus op mijn ademhaling is mijn houvast, een wapen wanneer mijn interne criticus of controlefreak zich zou roeren. ‘We hebben je een flinke dosis gegeven’, zegt de verpleegster plagend terwijl ze mijn hartslag en bloeddruk meet. 35 gram magische truffels kun je vergelijken met de inhoud van één zakje bruine M&M’s. Ze smaken aardeachtig en bitter. Het duurt dus een poos voor ik ze met de hulp van wat groene thee en zwarte chocolade naar binnen speel. Meteen daarna neemt Puxley me mee naar een andere kamer. Ze is ingericht zoals de hele verdieping waar Field Trip Health gehuisvest is: pasteltinten, natuurlijk groen mos op de muren, veel kussens en zachte schaapvelletjes, grote, gezellige sofa’s om in weg te zakken. Niet dat ik veel van het interieur zal opmerken, want ik zet een zwart oogmasker op. Wanneer ik me op de tast in de sofa onder het donsdeken nestel, beginnen de eerste psychedelische patronen al te dansen achter mijn oogleden. Hier gaan we dan, denk ik. Dan valt de duisternis. En komen de hagedissen.

Een intense, overweldigende duisternis is het, als een muisstil, sterreloos heelal. Ik ben er alleen, tot ik hun koppen door de donkerte zie priemen. Reptielachtige wezens die me van een afstand observeren. Na een tijd herken ik ook mijn vader in hun gezelschap. In menselijke gedaante, weliswaar. Dan verandert het perspectief en zie ik waar die (ver)vreemde wezens hun aandacht op richten. Ik, als foetus, zwevend in mijn inktzwarte universum. Het is een desoriënterend gevoel: ik ben tegelijk toeschouwer en onderwerp, want ik voel de stress en het ongemak van dat premature mensje in mijn eigen lijf. Net als de hagedissen is zijn/mijn huid bedekt met schubben. Een pantser. De tijd die ik doorbreng met mijn ongeboren zelf in die donkere, verstikkende biotoop lijkt een eeuwigheid te duren. In werkelijkheid is het ongeveer een uur, weet ik achteraf op basis van de notities die Puxley op mijn verzoek bijhoudt. Tijdsbesef tijdens de hele trip: nul. En dan komt het licht.

Field Trip Health, Amsterdam. ‘Zie je tijdens je trip een deur? Open ze dan. Een tunnel? Ga erdoor.’
Field Trip Health, Amsterdam. ‘Zie je tijdens je trip een deur? Open ze dan. Een tunnel? Ga erdoor.’ © National

Zacht, geelgroen glinsterend licht, in een heel ander universum. Een web, of toch een netwerk van ‘draden’, nog het best te vergelijken met de structuur van een blad, gezien onder een microscoop. Hier kan ik ademen en is het aangenaam toeven. Tot de film van mijn leven begint, zoals bij een bijna-doodervaring. Alleen speelt de film zich af in fast forward. Ik probeer de beelden vast te houden, te bewaren, maar de montage raast met een rotvaart voorbij. Lichte paniek. Hoe kan ik hier betekenis uit halen, hoor ik mezelf denken. Maar dan: ‘Go in and go through, kerel.’ Dus laat ik de film over me heen komen. Wanneer hij afgelopen is – duurde het vijf minuten? Vijftig? – keert de rust in het geelgroene licht weer. Ik verken de omgeving, en mijn aandacht wordt af en toe getrokken door felle fonkelingen in het netwerk van draden. Het lijken wel jonge knopjes of scheutjes. Ik herken er eentje als mijn geduld. Jong, delicaat. Kijk, daar kiemt de mildheid. Ik koester mijn ontdekkingen, en er daalt een heerlijke, warme rust over me neer.

Tot ik opnieuw naar de duisternis zink. De foetus is verdwenen, maar ik word een andere, storende aanwezigheid gewaar. Het duurt een poos voor ik een klein, misvormd wezentje herken dat zich aan de onderkant van mijn romp vastklampt. ‘Broertje’, zo schiet het door mijn hoofd. Of toch iets waarmee ik me verwant voel, en me instinctief over wil ontfermen. Maar het kleine, gedrochtelijke kind is kwaad. Kwaad en gekwetst, en ik voel hoe het alle energie uit me zuigt. Hoe het knaagt en krabt. ‘Nee, broertje, sorry. Ik heb je lang genoeg verzorgd, nu is het tijd voor afscheid.’ Ik wil het kwade, gekwetste kind wegduwen. Dat gaat niet makkelijk, het klampt zich koppig vast. Terwijl ik blijf duwen voel ik de tranen over mijn wangen stromen. ‘Byebye’, hoor ik mezelf hardop zeggen. ‘Byebye’, verschillende keren. En dan ben ik weer alleen, en ga ik ademen in het licht.

Geen film deze keer, wel bijna transparante silhouetten. ‘Geesten’, zonder specifieke, fysieke kenmerken. Toch kan ik ze herkennen, gevoelsmatig, energetisch. Katrien, bijvoorbeeld, die als vertrouwenspersoon op aanraden van Field Trip is meegereisd naar Amsterdam. Haar aanwezigheid in het licht is geruststellend, maar er zijn ook andere silhouetten. Een bepaalde ex-partner, bijvoorbeeld. Ah, dáár ben je, hoor ik mezelf licht schertsend denken. Want dit is het licht, en ik heb geen zin in spoken uit het verleden. Dus duw ik het silhouet zachtjes, liefdevol weg. Hetzelfde doe ik met de oude schoolleraar die hallo komt zeggen (mooi geprobeerd, strenge criticus), en met de opstandige, nijdige puber die ik was (hardnekkig baasje). Telkens stuur ik ze met liefde maar kordaat wandelen. Dat voelt goed. Maar dan voel ik het geknaag opnieuw. Het kind is me gevolgd. En zo begint de strijd van voren af aan. Alleen duw ik deze keer niet, ik pers. ‘Aborteren!’ flitst het door mijn hoofd. Ademen, blijven ademen. Puffend pers ik en pers ik, tot ik voel dat ik het kind van me heb afgeschud. Hopelijk, want dan wordt het weer donker.

Geen oneindigheid nu, wel een doolhof van kamertjes en gangen. In elk kamertje tref ik een ander tafereel aan. Vuur, in het ene. In een ander, mijn vader opnieuw, zijn hoofd in stilte gebogen. Koortsachtig loop ik van het ene kamertje in het andere. Ze zijn verbonden, maar ik zie niet hoe of waarom. Wanneer ik in één kamer bestookt wordt met harde, seksueel expliciete beelden word ik misselijk, overmand door de chaos en de verwarring. Klaar, weg hier! Ik stijg op richting het licht, waar ‘Katrien’ meteen voor me opdoemt. Haar sensuele aura heeft een kalmerend effect. En dan doe ik mijn ogen open. ‘Ik geloof dat ik wil landen, Drew.’

Ontgift

Dit is min of meer hoe ik een dag later mijn ervaring uiteenzet voor Van den Elzen tijdens ons integratiegesprek. Ze prijst mijn moed, omdat ik de moeilijkheden ben tegemoetgetreden, omdat ik ‘erbij ben gebleven’. Ik vertel dat ik me veel lichter voel. Gezuiverd, ontgift, lees ik in de notities die ik meteen na mijn trip als een gek begon te nemen. ‘Zuinig zijn met het woord “herboren” / op z’n minst tien jaar jonger’, staat er gekribbeld. En ook: ‘Gedaan met straffen.’

‘Wat wil je nu meer gaan voeden, nu de boosheid eruit geperst is?’ vraagt de therapeute. Ze herinnert me aan een van onze sessies, die keer dat ik creativiteit en leergierigheid noemde als safe space in mijn kindertijd. En ze troost, de keren dat ik moeilijk uit mijn woorden raak. ‘Niets dient zich aan als je er niet klaar voor bent.’ Ze eindigt het gesprek met enkele opdrachten (huiswerk) voor onze volgende, digitale afspraak, en door nog één keer te benadrukken: geef sommige dingen genoeg tijd om op hun plaats te vallen. En dat ik vooral de jonge knopjes en scheutjes niet mag vergeten.

Mijn trip in Amsterdam was het begin noch het einde van een reis. Wat ik vandaag vooral voel is: ik zit niet meer vast.

We zijn intussen twee maanden verder. Uit een in 2021 gepubliceerd onderzoekrapport van Compass Pathways (een Britse concurrent van Field Trip Health) met 233 proefpersonen die lijden aan onbehandelbare depressie bleek dat een op de vier personen die één dosis 25 milligram psilocybine slikten drie maanden later nog altijd aan de beterhand waren. So far, so good, want ook ik voel me nog steeds lichter.

Een inventaris: voor het eerst in mijn hele leven doe ik vrijwillig aan sport. Lopen, drie, vier dagen per week, met de loopschoenen die zes jaar onaangeroerd in de doos op zolder lagen. De fles neemt veel minder plaats in op mijn tafel of op mijn bureau. Ik spendeer minder tijd aan sociale media, van doomscrollen is geen sprake meer. Sinds Amsterdam heb ik nog geen enkele keer mijn toevlucht gezocht tot de kalmerende medicatie waarmee ik mijn paniek- of angstaanvallen bedwing. Ik ben rustiger, zegt een vriendin. Een ander verbaast zich over mijn veel positievere, ontspannen kijk op de toekomst. Er vallen woorden als ‘meer attent’ en ‘meer tijd voor anderen’. ‘Alsof er meer ruimte voor bepaalde dingen is’, merkt mijn moeder terecht op. Tijdens een lang, openhartig gesprek vertelt ze me over de mentale en fysieke stress die ze doorstond tijdens haar zwangerschap. Drie weken te laat ben ik ter wereld gekomen, en dan nog pas na drie kunstmatige inleidingen. Een pantsertje had ik niet. Niet aan de buitenkant.

Vlak na mijn trip knaagden er af en toe gemengde gevoelens, soms zelfs lichte teleurstelling. Mystieke openbaringen, het ego dat oplost in pure universele liefde en spirituele verbinding? Niets van gemerkt. En vooral: waar was de zelfliefde? Daarop krijg ik een antwoord telkens als ik bezweet maar opgeladen en met een helderder hoofd de trap op stap. Telkens als ik de dag begin met een gezond ontbijt. Telkens als ik ‘s avonds (of ‘s middags al) niet de drang voel om spanning of onrust te temperen met alcohol. Er ís simpelweg ook minder onrust. ‘Sussend’, zo had Van den Elzen mijn alcoholverbruik omschreven. Zoals je een kwaad of gekwetst kind sust. Mijn trip in Amsterdam was het begin noch het einde van een reis. Want wat ik vandaag vooral voel is: ik zit niet meer vast. Ik ben in beweging.

Heeft de psilocybine dan mijn brein geherprogrammeerd? Moeilijk te zeggen. De truffels lijken vooral een katalysator voor verandering. Oude patronen lijken doorbroken en ruimen plaats voor nieuwe gewoonten. So far, so good. ‘Een werktuig’, noemt Drew Puxley psilocybine. Niet ‘medicijn’, zoals gangbaar is in het psychedelische milieu. ‘Medicijn impliceert dat er iets genezen zal worden’, legt hij uit. ‘Met een werktuig bouw je iets op.’

Wat dóén psilocybine en lsd met ons brein? De activiteit in het defaultnetwerk – zeg maar de waakvlamfunctie van ons brein – neemt sterk af. Er komen meer en nieuwe verbindingen tussen bepaalde hersengebieden, wat voor entropie of wanorde zorgt. Ze hebben invloed op serotoninereceptoren, waarmee de ‘voorspelmachine’ in ons brein wordt verstoord. Maar zodra je vanuit een therapeutische setting door the doors of perception stapt, dan is de wetenschap eigenlijk niet meer van tel. Daar wacht enkel de wildernis van het onderbewuste. Niemand kan me bijvoorbeeld een biologische of chemische verklaring geven voor de beelden in het doolhof. Dat kan alleen ikzelf verder uitzoeken. De huidige mediahype over de therapeutische toepassingen van psychedelica legt veel nadruk op de sleutel, en soms te weinig op wat zich achter de deur bevindt. ‘First comes the ecstasy, then the laundry’, zegt Puxley. Eerst de verwondering, dan de vuile was. Al zeven jaar ga ik op consultatie bij dezelfde psychotherapeut. Ook zij was sterk onder de indruk toen ik verslag deed van mijn door magische truffels opgewekte ervaringen. Mijn visioenen en de naschokken ervan in deze dimensie. We hebben materiaal om verder mee te bouwen.

Neuroloog Steven Laureys over truffels: ‘Een elektroshock voor het brein’

Decennialang waren psychedelica het terrein van mystici, goeroes en sjamanen. Tegenwoordig zijn het de hersenspecialisten en experts in de psychologie die pleiten voor de medische toepassingen van deze lang verguisde moleculen. Ook de Vlaamse neuroloog Steven Laureys is een believer.

‘Correctie: ik ben geen believer, ik ben een wetenschapper. Het is dus geen kwestie van erin te geloven, ik kijk naar de data’, verduidelijkt Steven Laureys, professor neurologie aan de universiteit van Luik. ‘De therapeutische mogelijkheden en toepassingen van onder meer psilocybine en ketamine zijn een realiteit. Onder meer de gerespecteerde onderzoeken van mijn Britse collega David Nutt, in samenwerking met het Imperial College of London, wijzen het uit.’

Laureys nam deel aan Nutts studies met psilocybine. Ze werd in zijn geval intraveneus toegediend. ‘In een MRI-scanner werd mijn hersenactiviteit in kaart gebracht. Geen aanrader: ik had de bad trip van mijn leven in die machine.’ (lacht) ‘Ik beschouw psychedelische therapie als een neurochemische behandeling als een andere. Net als antidepressiva hebben ze een positieve invloed op de neurotransmittersystemen in de hersenen, en net zoals met traditionele medicatie zijn ze gebaat bij aanvullende psychotherapie.’

De werking is wel helemaal anders. Psychedelica valt nog het best te vergelijken met een soort elektroshock voor het brein. Je neurale constellatie wordt grondig door elkaar geschud. Laureys: ‘In het geval van depressie kan dat schokeffect ervoor zorgen dat er negatieve spiralen doorbroken worden. Maar of psychedelica op lange termijn effectief beter werken dan de bekende antidepressiva, daarvoor is het nog te vroeg om grote uitspraken te doen. De stoffen zijn nu uit de taboesfeer gehaald, wat ik een goede zaak vind, maar meer onderzoek is wel degelijk nodig. Zo is het heel moeilijk om het effect van de psychedelische ervaring op zich wetenschappelijk te bestuderen of te vertalen. Ze is sowieso voor elk individu anders, en dan komen we op het terrein van de psychoanalyse terecht. Maar die uitdaging en het bijbehorende scepticisme mogen ons niet afschrikken.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content