Ooit leefden we in de naïeve overtuiging dat kankercellen bijna allemaal identiek waren. Dat er ergens iets mis liep met de controle over hun aangroei en dat ze daardoor gingen woekeren. Dat we de sleutel op dat slot moesten vinden om ze te neutraliseren. De zaken zitten echter iets ingewikkelder in elkaar dan dat, maar de ware omvang van die complexiteit verrast ook vandaag nog menig wetenschapper.

Uitzaaiingen zijn nog complexer

Je kan de enorme verschillen binnen de kankercellen vergelijken met de explosie van de biodiversiteit op aarde. Alle levensvormen zijn voortdurend aan evolutie onderhevig en wanneer een nieuwe eigenschap de kans op overleven en verspreiding vergroot, zie je dat ook gebeuren. Darwin noemde het 'the survival of the fittest'. Het overleven van levensvormen die het best aangepast zijn aan hun omgeving. Voor kankercellen betekent dat vooral ontsnappen aan de verdedigingsmechanismen van het lichaam en parasiteren op andere weefsels.

95% van de middelen gaat naar onderzoek van de primaire tumor

In het kankeronderzoek gaat meer dan 95% van de middelen naar het begrijpen en uitschakelen van de primaire of eerste tumor. Begrijpelijk, want indien we die in de kiem kunnen doodknijpen, vermijden we dat hij kan uitzaaien. Maar vaak ontdekken we ze te laat en zijn ze al losgebroken, met fatale gevolgen. Zo'n 90% van alle kankerdoden overlijdt aan de gevolgen van uitgezaaide kanker. Het is bijgevolg belangrijk dat we meer aandacht aan dit proces besteden dan de 5% van de financiële middelen die het nu krijgt.

90% van alle kankerdoden overlijdt aan de gevolgen van uitgezaaide kanker

Er is dringend nood aan behandelingen die specifiek op uitgezaaide kankercellen gericht zijn. Het lukt ons wel om ze tijdelijk samen met de primaire tumor stil te leggen en ze zelfs te doen krimpen, maar ook niet meer dan dat. Gelukkig kruipt het fundamenteel onderzoek verder en dat heeft de laatste jaren steeds meer blootgelegd dat uitgezaaide kankercellen heel andere eigenschappen hebben dan die van de moedertumor. Er zijn voorbeelden genoeg. Nemen we bijvoorbeeld de verpakking van het DNA in onze cellen. Normaal zit dat gevat in een zeer strakke structuur met andere eiwitten, chromatine, die zich alleen opent wanneer er zich specifieke eiwitten op vastzetten, zoals een sleutel in een slot. De sleutels openen telkens heel gericht een bepaald gen zodat de productie van eiwitten in de cel zeer nauw geregeld blijft. Bij uitgezaaide kankercellen staat het chromatine echter veel meer open waardoor veel meer genen aangezet worden tot de productie van allerhande stoffen, wat bijdraagt tot het ontregelde gedrag van die cellen.

Stilaan krijgen we zicht op de eiwitten die in processen zoals het openzetten van het chromatine mogelijk een rol spelen en dat opent op termijn waarschijnlijk openingen naar nieuwe therapieën. We moeten echter voorzichtig blijven met zulke voorspellingen omdat kanker een gigantische puzzel blijkt te zijn waarvan we een massa stukjes nog niet eens kennen, maar zoals gezegd, we boeken langzaam terreinwinst.

Soldaten worden slaven

Een ander cruciaal stuk in de grote kankerpuzzel is de vraag waarom uitgezaaide kankercellen zolang ergens in het lichaam in een slapende toestand kunnen zitten zonder dat ze opgespoord en vernietigd worden door afweercellen. Recent werd duidelijk dat hen dat blijkbaar lukt omdat ze veel gelijkenissen vertonen met een ander celtype dat eveneens heel lang in slapende toestand doorbrengt: stamcellen. Die stamcellen blokkeren hun activiteit tot er van buiten een prikkel komt, bijvoorbeeld omdat er nieuwe cellen nodig zijn voor het herstel van beschadigde weefsels. Wanneer kankercellen zich in een gelijkaardige slapende toestand terugtrekken, maken zij gebruik van dezelfde mechanismen als stamcellen en worden zij onzichtbaar voor afweercellen. Pas wanneer zijn beginnen groeien gaan ze weer opvallen.

© Getty Images/iStockphoto

Uitzaaiende kankercellen ontsnappen nog op andere manieren aan het afweersysteem. Bijvoorbeeld wanneer ze in de hersenen terecht komen. Daar lopen ze normaal prompt in de armen van astrocyten, stervormige steun- en bewakingscellen in de bloed-breinbarrière die ongewenste indringers opsporen en vernietigen. In laboschaaltjes zagen onderzoekers echter hoe sommige kankercellen minuscule buisjes wisten aan te leggen waarlangs ze stoffen injecteerden die de astrocyten omvormden tot grondstofslaven. Kortom, de kankercellen gingen parasiteren op de cellen die hen hoorden te vernietigen. De omgekeerde wereld.

Op wandel

Een ander spoor van verrassende vaststellingen is de omgeving waarin kankercellen zich ontwikkelen. Kankercellen ontstaan omdat er zich steeds meer fouten in onze erfelijke materie opstapelen met de leeftijd. Maar er is meer. Zo werd er recent aangetoond dat genetisch identieke kankercellen trager groeien in een celcultuur van jonge mensen dan in die van oudere. In die laatste verspreidden ze zich ook nog eens sneller en dat kan mee verklaren waarom de vooruitzichten op genezing voor ouderen met kanker minder gunstig zijn dan voor jongeren. Er zijn al aanwijzingen voor mogelijk relevante eiwitten in dit proces die kankercellen bij ouderen misschien ook minder gevoelig maken voor behandeling, zoals bleek in hetzelfde onderzoek. Bij 65-plussers waren de tumoren na behandeling met 25% gekrompen, maar bij de jongere groep was dat met bijna 50%. De leefomgeving van de kankercellen heeft dus ook een invloed, wat betekent wat we dus met veel meer aspecten rekening moeten houden en veel verder moeten kijken dan naar de kankercellen alleen.

Er is eveneens duidelijkheid gekomen over de manier waarop kankercellen in bloedvaten dringen. Zij vormen daartoe een soort van poorten met twee andere cellen, een specifieke macrofaag (afweercel) die de groei van nieuwe bloedvaten stimuleert en een endotheelcel van de bloedvatwand. De kankercel wringt een heel fijn uitsteeksel langs de endotheelcel en prikkelt de macrofaag tegelijkertijd tot de afscheiding van stoffen die de endotheelcel licht doet samentrekken. Op die manier ontstaat er even een kleine opening en krijgt een andere kankercel de kans om zich in het bloedvat te wurmen.

Vrouwen met een groot aantal van dergelijke poorten op de bloedvaten lopen een groter risico op uitzaaiing van bepaalde types van borstkanker, zo blijkt. Maar er is meer. Bij testen op muizen bleek dat chemotherapie het aantal van die poorten deed toenemen. Nu mogen we de resultaten van onderzoek bij muizen niet zomaar overnemen voor mensen want er is een groot verschil tussen beide en er zijn bovendien geen aanwijzingen dat de gebruikte chemotherapie de overlevingskansen bij mensen in gevaar brengt. Maar misschien schuilt hier wel een mogelijkheid om de behandelingsmogelijkheden verder te verfijnen. Misschien kunnen we via deze weg immers achterhalen waarom bepaalde chemo bij bepaalde types en stadia van borstkanker niet het verwachte effect oplevert.

Finaal in de hoek gedreven?

Het lijkt allemaal misschien heel chaotisch, maar dat is het niet. Complex is het wel. Maar de eiwitten die de wildgroei van kankercellen sturen zijn geen vreemde stoffen. Vaak kennen we ze nog niet, maar het zijn stoffen die meestal ook een rol spelen in de normale celdeling en de organisatie van weefsels. Alleen is die werking bij kankercellen ontregeld. Door al die stoffen op te sporen en hun ontaarde gevolgen te blokkeren, zal het ons uiteindelijk misschien lukken om zoveel ontsnappingswegen van de kankercellen af te sluiten en hun aanwezigheid kenbaar te maken aan ons afweersysteem zodat ze uiteindelijk allemaal vernietigd zullen worden. Het zal waarschijnlijk nog veel werk vragen voor we zover zijn. Hoeveel, dat weten we nog niet, maar we leren elke dag bij.