Je kind zoekt voortdurend naar smoesjes om niet te hoeven mee-eten aan tafel, zoals 'ik heb geen honger' of 'ik heb al gegeten'. Een nichtje doet aan de lijn en schrapt rigoureus alle voedingsmiddelen die volgens haar te calorierijk zijn. Je maakt je als leerkracht zorgen over een leerling die opvallend vermagerd is. Gaat het om een eetstoornis? Je wilt niet zomaar de andere kant op kijken, maar weet ook niet goed wat je wél kunt doen.
...

Je kind zoekt voortdurend naar smoesjes om niet te hoeven mee-eten aan tafel, zoals 'ik heb geen honger' of 'ik heb al gegeten'. Een nichtje doet aan de lijn en schrapt rigoureus alle voedingsmiddelen die volgens haar te calorierijk zijn. Je maakt je als leerkracht zorgen over een leerling die opvallend vermagerd is. Gaat het om een eetstoornis? Je wilt niet zomaar de andere kant op kijken, maar weet ook niet goed wat je wél kunt doen. Eetstoornissen komen ook voor bij jongens en volwassenen, maar toch vooral bij meisjes en jonge vrouwen: uit onderzoek blijkt dat 1 op de 10 Belgische vrouwen tussen 10 en 30 jaar ooit een eetstoornis heeft gehad. 'We stellen de laatste jaren ook een verlaging van de leeftijd vast', zegt Ursula Van den Eede, kinderpsycholoog en coördinator van de Eetkliniek van het UZ Brussel. 'Anorexia dook vroeger meestal op rond de leeftijd van 14 à 15 jaar. Nu zien we alsmaar meer kinderen die al een eetstoornis ontwikkelen op het einde van de lagere school, of bij de overgang van het lager naar het secundair onderwijs.' Eetstoornissen zijn meer bekend dan vroeger, maar het blijft lastig om op te merken dat je kind er eentje aan het ontwikkelen is. 'Ook omdat het bij die jongere groep vaak zo sluipend begint', zegt Ursula Van den Eede. 'Je kind wil minder snoepen, geen frisdrank meer drinken en meer bewegen. Allemaal dingen die je als ouder alleen maar kunt toejuichen. In het begin worden vooral voedingsmiddelen geschrapt, vanwege de calorieën. Daarna komt de fase waarin de porties verkleinen en het eetgedrag steeds selectiever wordt.'Parallel daarmee treden gedragsveranderingen op. Je kind gaat nog meer bewegen en soms fanatiek sporten. Sociale contacten, ook met leeftijdgenoten, worden afgebouwd, want waar mensen samen zijn, kan gegeten worden. Er is vaak sprake van perfectionisme; je kind studeert veel en legt de lat voor zichzelf hoog. Ursula Van den Eede: 'Een constante is ook de focus op alles wat met eten te maken heeft. Je kind komt erbij staan als je aan het koken bent, kijkt angstvallig mee wat er in de potten gaat en hoe je het eten bereidt. Of het raakt verzot op kookprogramma's op tv, zoekt recepten op en bakt taarten en koekjes waar het vervolgens zelf niet van eet. Als je kind van 's morgens tot 's avonds voortdurend met eten bezig is, is dat een teken dat het in een volgende fase van de eetstoornis komt.'Het gewichtsverlies hoeft op dat punt nog niet eens zo spectaculair te zijn. 'Dat kan, maar het is lang niet altijd het geval', nuanceert Ursula Van den Eede. 'Het is een misverstand dat iemand met anorexia per definitie graatmager is. Je kunt een normaal gewicht hebben en toch met een eetstoornis kampen. Soms is er geen groot gewichtsverlies, maar platten zowel de lengte- als de gewichtscurve af: het kind stopt met groeien en bijkomen.' Ouders die bij de Eetkliniek aankloppen voor hulp voelen zich vaak schuldig, vertelt Ursula Van den Eede. 'Ze zeggen: 'Ik had het vroeger in de gaten moeten hebben. Als ik er nu op terugkijk, zie ik de alarmsignalen wél.' Maar die beginfase gaat meestal zo geleidelijk dat het moeilijk is om er de vinger op te leggen. Wat ook een rol speelt: een kind dat een eetstoornis ontwikkelt, doet er alles aan om dat voor de buitenwereld te verbergen. Als bezorgde ouders aan de alarmbel trekken en voor het eerst op consultatie komen, zit het kind meestal nog in de ontkenningsfase. "Laat me met rust, ik let alleen wat op mijn eten", minimaliseert het. Het wil niet dat er iets verandert, want zijn eetgedrag is zijn houvast.' De kern van het probleem is immers niet de eetstoornis op zich, maar wat eronder zit: een negatief lichaamsbeeld, een gebrek aan zelfvertrouwen. Eten en niet eten als middel om grip te krijgen op het leven of op bepaalde problemen. 'Sommige kinderen zijn zo bang voor eten dat ze heel weigerachtig staan tegenover hulp', vult Ursula Van den Eede aan. 'Het komt er dus op aan om hen bewust te maken van hun eetprobleem én van hun angsten. Want onder een eetstoornis zit angst. Angst om te moéten eten, om te verdikken, om de controle te verliezen. Het is cruciaal om die angst bespreekbaar te maken. Aan ouders leg ik uit dat een eetstoornis gepaard kan gaan met heel onlogische gedachten. Mijn advies: probeer te begrijpen wat er in het hoofd van je kind omgaat en met welke angsten hij of zij zit. Op die manier kun je al een beetje bijsturen.' Ook leerkrachten, grootouders en andere volwassenen in het leven van een jongere doen er goed aan om aan de alarmbel te trekken bij het vermoeden van een eetstoornis. Praat erover met de ouders, maar zeker ook met het kind zelf. Benoem wat je ziet: dat hij of zij weinig eet of erg dun geworden is, dat je bezorgd bent en erover wilt praten. Ursula Van den Eede: 'Mensen voelen vaak schroom om erover te beginnen, maar het is belangrijk dat de jongere een spiegel krijgt voorgehouden van de bezorgdheid van de mensen rondom hem. En ook: vechten tegen een eetstoornis is heftig. Hoe meer supporters, hoe beter.'Aan ouders raadt ze aan snel hulp en steun te zoeken. 'Misschien hopen ze dat ze zich vergissen of dat het vanzelf overgaat. Maar echt: hoe meer tijd er verstrijkt, hoe groter het risico dat de eetstoornis de controle overneemt en hoe moeilijker het wordt om de jongere daaruit te krijgen. Een vroege ontdekking kan van levensbelang zijn.'