...

Kankercellen zijn abnormale cellen met een abnormale stofwisseling. Zo hebben ze meer glucose nodig om te overleven in vergelijking met hun gezonde tegenhangers. Glucose is een bouwsteen van suiker. Darmkankercellen verbruiken bijvoorbeeld 8 keer meer suiker dan gezonde darmcellen, en longkankercellen 4 keer meer dan gezonde longcellen. Dat heet het Warburg-effect, vernoemd naar de Duitse arts Otto Warburg, die het fenomeen voor het eerst beschreef en daar in 1931 de Nobelprijs voor Geneeskunde voor kreeg. Dat Warburg-effect heeft al veel inkt doen vloeien: het opende de deur naar onderzoek om het metabolisme van kankercellen beter te begrijpen én naar diëten voor kankerpatiënten. Theoretisch kun je kankercellen 'uithongeren' als je de suikertoevoer stopt, en op die logica zijn tal van kankerdiëten gebaseerd. Gewoonlijk focussen zulke diëten op het weren van geraffineerde suikers uit de voeding en wordt tegelijk aanbevolen om veel groenten en fruit te eten. Nochtans zitten groenten en fruit bomvol glucose, zij het minder geconcentreerd en hier aangeduid als koolhydraten. In 1 appel zit bijvoorbeeld 11 tot 20 gram suiker, afhankelijk van de soort. Voor het kankergezwel maakt het geen verschil waar de suiker vandaan komt, van een stuk chocolade of van een stuk fruit. Een kankergezwel heeft slechts enkele grammen suiker per dag nodig, en die krijg je al binnen met een stevige hap uit een appel. Toch is het niet uitgesloten dat een verregaande suikerbeperking enige impact kan hebben op kanker. Van chemotherapie weten we dat die niet alleen kankercellen doodt, maar ook gezonde cellen beschadigt. Bij dierexperimenten blijkt suikerarme voeding en caloriebeperking de schade aan gezonde cellen door chemotherapie te verminderen, terwijl de doeltreffendheid van de therapie niet vermindert. Andere experimenten tonen dat kankercellen beter reageren op bestraling en chemotherapie als de proefdieren minder koolhydraten krijgen. Dat werd bijvoorbeeld aangetoond voor maag- en prostaatkanker. Bij kankerpatiënten werden de effecten van een suikerarm dieet ook al onderzocht in enkele studies, maar de resultaten zijn niet overtuigend. Het effect dat men teweegbrengt bij knaagdieren is nog niet aangetoond bij de mens. Daarvoor worden 2 mogelijke verklaringen gegeven. Ten eerste verloopt de stofwisseling bij mensen 7 keer trager dan bij muizen, waardoor het effect van dieetmaatregelen veel beperkter is. Ten tweede is een kankergezwel bij een mens in verhouding vele malen kleiner dan een kankergezwel bij een muis. Daardoor heeft een verminderde aanvoer van koolhydraten amper impact. Daar komt nog bij dat het menselijk lichaam zelf glucose produceert als we suiker noch koolhydraten eten. Onze hersenen draaien voornamelijk op glucose. Andere organen kunnen hun energie halen uit vetten en eiwitten, maar ons brein niet. Als we helemaal geen suikers of koolhydraten eten, wordt de glycogeenvoorraad in de lever aangesproken. Glycogeen kan worden afgebroken in glucosemoleculen. Zonder suikers te eten produceert een persoon van 70 kg dagelijks gemiddeld 200 gram glucose uit glycogeen. Aangezien een kankergezwel slechts enkele grammen nodig heeft, zullen de kankercellen geen hinder ondervinden van een suikerloos dieet. Stel dat je zo weinig eet dat ook je levervoorraad glycogeen op geraakt, dan kunnen hersencellen overschakelen op ketonen, een afbraakproduct van vetzuren, om te blijven functioneren. Maar heel lang houd je dat niet vol. Mensen met kanker moeten vooral goed en gezond eten om op krachten te blijven en zich niets aantrekken van de verhalen die de ronde doen over suiker. Meer dan 80 % van de mensen met kanker krijgt vroeg of laat te maken met ondervoeding, en daar moeten we wel aandacht aan schenken. Ondervoeding vermindert niet alleen de levenskwaliteit, maar kan er ook toe leiden dat een kankerbehandeling minder goed aanslaat. Als de spiermassa te veel slinkt, wordt chemotherapie bijvoorbeeld minder goed verdragen. Mensen met kanker moeten ook niet op eigen houtje gaan experimenteren met allerhande diëten. Ze moeten vooral gezond en lekker eten, net zoals iedereen: 5 porties groenten en fruit per dag, voldoende volkorenproducten, af en toe een stuk vlees en/of vis... Wie twijfelt of toch moeilijkheden ondervindt om goed te eten, kan te rade gaan bij een diëtist gespecialiseerd in kanker. In sommige omstandigheden krijgen kankerpatiënten een raadpleging bij zo'n gespecialiseerde diëtist geheel of gedeeltelijk terugbetaald. Zonder terugbetaling kost een raadpleging gewoonlijk tussen 40 en 60 euro.