Kinderen die pijn hebben bij het stoelgang maken, die ophoudmanoeuvres uitvoeren en soms dagenlang niet naar het toilet gaan... Professor dokter Ilse Hofmann, die als kindergastro-enteroloog verbonden is aan het UZ Leuven, ziet ze regelmatig op het spreekuur. 'Of constipatie bij kinderen vandaag meer voorkomt? We zien wel meer patiëntjes, dat is zo. Maar dat kan ook liggen aan het feit dat er nu meer aandacht voor is, of dat het probleem makkelijker bespreekbaar is geworden.'
...

Kinderen die pijn hebben bij het stoelgang maken, die ophoudmanoeuvres uitvoeren en soms dagenlang niet naar het toilet gaan... Professor dokter Ilse Hofmann, die als kindergastro-enteroloog verbonden is aan het UZ Leuven, ziet ze regelmatig op het spreekuur. 'Of constipatie bij kinderen vandaag meer voorkomt? We zien wel meer patiëntjes, dat is zo. Maar dat kan ook liggen aan het feit dat er nu meer aandacht voor is, of dat het probleem makkelijker bespreekbaar is geworden.'Bij een verstoring van het normale stoelgangpatroon maakt een kind minder dan drie keer per week ontlasting of is de stoelgang hard en pijnlijk. Blijft dat probleem aanslepen, dan spreken we van constipatie. 'Er zijn een aantal alarmsignalen waarmee je het best naar de dokter gaat', weet Ilse Hofmann. 'Als de stoelgang van je kind bestaat uit harde kleine bolletjes, als je kind buikpijn heeft of minder eetlust, bij veegjes stoelgang in het onderbroekje. Waarom kinderen een verkeerd stoelgangpatroon ontwikkelen is niet altijd duidelijk. In 10 procent van de gevallen ligt een lichamelijke afwijking aan de basis. Bij de overige 90procent gaat het om functionele constipatie: er is geen aanwijsbare fysieke oorzaak.'Als een patiëntje op consultatie komt, wordt eerst gepeild naar de aard en de ernst van de klachten. Hoe vaak maakt het kind stoelgang, hoe ziet de ontlasting eruit, is er ooit een pijnlijke of moeizame ontlasting geweest? 'Dat laatste is nogal eens het geval bij functionele constipatie', bevestigt Hoffman. 'Een slechte ervaring kan ertoe leiden dat een kind in een negatieve vicieuze cirkel terechtkomt. Het associeert stoelgang maken met pijn, waardoor het ophoud- en uitstelgedrag gaat vertonen. En hoe langer de stoelgang in de dikke darm zit, hoe meer vocht eraan onttrokken wordt en hoe pijnlijker de ontlasting wordt.' Uiteindelijk slaagt het kind er niet meer in de harde massa uit te duwen en stapelen zich proppen op, die krampen en buikpijn geven. 'Ook vergroot de kans op overloopdiarree, waarbij verse stoelgang langs de harde bollen heen sijpelt en in het onderbroekje terechtkomt, zonder dat het kind dat voelt of kan tegenhouden.' Constipatie duikt nogal eens op bij de start van de zindelijkheidstraining. 'Kinderen moeten leren om stoelgang te maken', legt Ilse Hoffman uit. 'Dat vraagt tijd en geduld. Begint de zindelijkheidstraining op een moment dat het kind er nog niet klaar voor is, of gebeurt ze op een te strenge manier, dan kan dat problemen veroorzaken. Het is belangrijk je kind aan te moedigen om stoelgang te maken én complimentjes te geven als dat lukt. Roep dus niet te snel dat je kind flink is omdat het een propere pamper heeft. Zo kan het concluderen: ik maak mama en papa blij als ik geen stoelgang maak. Hoe je een ophoudmanoeuvre herkent? Als een peuter abrupt stopt met spelen, stokstijf blijft staan of zich terugtrekt onder de tafel of in een hoekje. Dat geeft misschien de indruk dat het bezig is met stoelgang maken, terwijl het in werkelijkheid al zijn spieren opspant om dat tegen te houden. Ouders zijn ook vaak geneigd de druk wat op te voeren als het kind bijna naar de kleuterschool gaat. Dat is wellicht een van de redenen waarom het optreden van kinderconstipatie lijkt te stijgen: er wordt vandaag sneller aan de alarmbel betrokken als de zindelijkheidstraining te lang duurt.'Het tweede moment waarop constipatie bij kinderen frequenter voorkomt, is bij het begin van een nieuw schooljaar of na een lange vakantie. 'Tijdens vakanties gaan kinderen naar het toilet als ze aandrang voelen, maar op school kan dat alleen op vaste tijdstippen. Kinderen onderdrukken dus hun stoelgangreflex tot de speeltijdmomenten, maar als het zover is, deinzen ze er soms voor terug om te gaan. Omdat er een lange rij staat, omdat er geen toiletpapier is, of omdat ze het moeilijk vinden om op een vreemd toilet te gaan. Ze houden liever op tot thuis.' 'Constipatie is meestal het resultaat van verschillende factoren'', zegt Ilse Hoffman. 'Naast een periode van moeizame en pijnlijke ontlasting kunnen er ook andere factoren meespelen: onvoldoende drinken, te weinig vezels in de voeding, geen tijd maken om naar het toilet te gaan, te weinig lichaamsbeweging... Daarom werken we hier multidisciplinair. Met kine-oefeningen om goed te leren duwen en persen, aangepaste voedingsadviezen en psychologische begeleiding, afhankelijk van de ernst en de oorzaak. Een verkeerde gewoonte vervangen door een correcte gewoonte gaat niet in een handomdraai; het kind moet leren luisteren naar zijn lichaam en de juiste reflex aankweken. Maar ook al kan de weg lang en lastig zijn, het goede nieuws is: het komt meestal helemaal goed.'