Het decor: een houten bank op een kale toneelvloer. De 'acteurs': een tiental deelnemers van een workshop 'improvisatietheater voor beginners'. Het impro-spel: bankje in het park. De opdracht: speel een voorbijganger, probeer je medecursist op de een of andere manier van de bank te krijgen en neem zijn plaats in. Het spel begint, de eerste persoon nestelt zich op de bank en wacht af. Het blijft even stil, maar dan wordt de bankzitter achtereenvolgens belaagd door een dronken persoon met braakneigingen, iemand die niet ophoudt met praten, een andere die flirterige avances maakt en een hond die een plasje tegen zijn been doet. De ene speler na de andere krijgt een gekke inval en springt naar voren, ook zij die vooraf hadden aangegeven dat ze liever de kat uit de boom keken.
...

Het decor: een houten bank op een kale toneelvloer. De 'acteurs': een tiental deelnemers van een workshop 'improvisatietheater voor beginners'. Het impro-spel: bankje in het park. De opdracht: speel een voorbijganger, probeer je medecursist op de een of andere manier van de bank te krijgen en neem zijn plaats in. Het spel begint, de eerste persoon nestelt zich op de bank en wacht af. Het blijft even stil, maar dan wordt de bankzitter achtereenvolgens belaagd door een dronken persoon met braakneigingen, iemand die niet ophoudt met praten, een andere die flirterige avances maakt en een hond die een plasje tegen zijn been doet. De ene speler na de andere krijgt een gekke inval en springt naar voren, ook zij die vooraf hadden aangegeven dat ze liever de kat uit de boom keken. "Dat is impro", zegt Dries Desmet, die al decennialang op de planken staat als impro- acteur. "Je hoeft geen teksten uit het hoofd te leren of dure kostuums aan te trekken. Er is geen regisseur die aangeeft waar je moet staan of die je een scène telkens laat overdoen. Bij impro is alles goed. Het is een veilige cocon zonder verwachtingen of verplichtingen, zonder winnaars of verliezers. Je kunt even iemand zijn die je totaal niet bent. Misschien kom je gespannen en slechtgehumeurd binnen en speel je even later een blij kind op een roze fiets. En het mooie is: na afloop neem je iets van dat blije kind mee naar huis." Improvisatietheater is niet alleen fun en ontspanning, het zet ook je zintuigen op scherp. En het verruimt je comfortzone. Dat is te danken aan een aantal basisprincipes. Regel nummer 1 bij impro: maak er een gewoonte van 'Ja, én' te zeggen in plaats van 'Ja, maar' of 'Nee'. "Accepteer wat de ander zegt, ook al is het een andere piste dan je oorspronkelijk voor ogen had", zegt Dries Desmet. "Als je op elkaars ideeën en spelimpulsen voortborduurt en consequent 'ja' zegt op wat er wordt aangereikt, dan houd je het positief en constructief. Daarmee kom je veel verder dan met een blokkerende nee-houding. Wie meegaat met onverwachte wendingen en altijd 'ja, goed idee!' roept, helpt niet alleen de medespeler en het spel vooruit, maar bewijst vooral zichzelf een dienst." Een tweede belangrijk principe: fouten maken mag. Sterker nog: het hoort erbij. Je zegt en doet in een improvisatie-oefening dingen die je niet vooraf hebt bedacht en voorbereid. "Zonder falen geen improvisatie", zegt Desmet. "Alleen door jezelf toe te laten fouten te maken - en ze zelfs te cultiveren - kom je tot nieuwe inzichten en zie je nieuwe mogelijkheden. Fouten remmen je niet af, maar stuwen je juist vooruit. In het dagelijkse leven raap je een bananenschil op, in een impro-oefening is het juist interessanter om erover uit te schuiven en te kijken wat er vervolgens gebeurt." Geen wonder dat veel oefeningen in het improvisatietheater juist mikken op stralend falen, of falen in stijl. Zodat je voelt: dit is oké, en ik geniet er nog van ook. Fout is goud. Improviseren doe je samen. Weet je even niet goed wat je kunt zeggen of doen, dan heeft je medespeler misschien een idee voor een volgende stap. De focus ligt op 'wij' en op coöperatie, niet op 'ik' en competitie. "Als iemand van de groep schittert en een geweldige uitspraak doet, dan vind je dat zelf ook fantastisch", weet Desmet. "En wie weet, misschien heb jij wel de ultieme voorzet gegeven om tot die uitspraak te komen. Impro is teamspel: het draait om samenwerken en vertrouwen. Improvisatieoefeningen worden daarom vaak gebruikt bij bedrijfstrainingen en teambuildings. Met als leerdoelen: gebruikmaken van elkaars sterke kanten, goed communiceren, niet bang zijn voor veranderingen maar het onverwachte juist verwelkomen én je collega's op een andere manier leren kennen. Een werknemer kan spontaan de touwtjes in handen nemen en de groep aansturen, zijn chef kan merken dat het best fijn is om eens géén verantwoordelijkheid te dragen." Marthe D'Hooghe heeft enkele jaren improworkshops achter de rug. "Wat me daartoe aanzette? Ik ben lerares en dacht: impro-ervaring komt allicht van pas als ik in de klas geconfronteerd word met een onverwachte situatie. Maar ik deed het toch vooral voor mijn plezier. Dat is gelukt: nooit een cursus gevolgd waarin ik zo veel en zo hard gelachen heb als toen." Marthe herinnert zich hoe vooral in het begin gehamerd werd op samenwerking. "Je staat niet als individu op het podium, maar als groep. Het is belangrijk om elkaar goed in het oog te houden, zodat je voortdurend kunt inspelen op wat een ander doet en zegt. We oefenden daar ook echt op. Dan waren we allemaal koeien die in een wei stonden te grazen, tot er eentje zogezegd opkeek om naar een voorbijrijdende trein te kijken - de rest moest de blik van die ene koe volgen tot de trein uit het zicht was. Hilarisch." In een therapeutische context wordt meer dan eens 'gespeeld' met improtechnieken. Voor Dries Desmet is het zelfs een logische brug tussen zijn 2 werelden: die van het improvisatietheater en die van zijn job als stress- en burn-outcoach en als trainer in bedrijven. "Bij impro draait het in essentie om transformatie. Laat een timide man een stoere Schot spelen die in zijn eentje een boomstam optilt, en er gebeurt iets met die man: hij wordt breder en groter, en als het gelukt is, steekt hij triomfantelijk zijn vuist in de lucht. Het mooie is: die ervaring zet zich vast in zijn hersenen. Die man loopt hier gegarandeerd op een andere manier buiten dan hij is binnengestapt." Impro-oefeningen doen je naar jezelf kijken. Ze maken je bewust van je gedrag en nodigen je uit tot evaluatie. Hoe voelde het om een vrouw te spelen die hulp inroept bij alles wat ze doet, terwijl je dat normaal gezien niét doet? Hoe was het om een man te zijn die alle tijd van de wereld heeft, terwijl je in werkelijkheid een jachtig leven leidt? Dries Desmet: "De truc is dat je jezelf een bepaald gedrag oplegt en dat gedrag in het dagelijkse leven zo dikwijls herhaalt dat het een attitude wordt. Elke sportman weet: verandering is gebaseerd op herhaling. Wie vaak genoeg speelt dat hij zelfverzekerd is, krijgt op den duur meer zelfvertrouwen. Je wordt wat je speelt. Het helpt als je focust op je lichaamshouding, want die bepaalt voor een stuk hoe je je voelt. Krijg je bij de droogkuis te horen dat die vlek niet uit je lievelingsbroek is gegaan? Als je je rug recht, brengt dat je geest in de war: het zal zo erg wel niet zijn, want je krimpt niet ineen van ellende. Doe je dat consequent, dan verandert er iets. Krijg je minder pech? Nee, maar je gaat er wel anders naar kijken." Marthe D'Hooghe stond als leerkracht jarenlang voor een groep. En ze had als student ooit amateurtoneel gespeeld, dus podiumervaring had ze ook al. "Maar impro is nog iets anders", vertelt ze. "Je moet volledig vertrouwen op je ingeving van het moment. En op je medespelers, die je moeten opvangen als jij de mist in gaat. In het begin vond ik het superspannend, ook omdat ik niemand kende. Maar de sfeer was zo positief en constructief dat de stress snel van me af gleed." Het deelnemen aan improworkshops is een boost geweest voor haar zelfvertrouwen, vertelt ze. "Ik ben nu vlotter in de omgang met onbekenden, heb er vertrouwen in dat ik altijd wel een gesprekje op gang kan brengen. Het dient zich gewoon vanzelf aan, als je maar goed kijkt en luistert." Naast kijken en luisteren zijn er nog een heleboel andere tools die ook naast de scène van pas kunnen komen. Durven falen, bijvoorbeeld. Rechtveren als iets fout gaat, en doorgaan. Omgaan met het onverwachte. Patronen herkennen en loslaten. Out of the box denken. Je richten op mogelijkheden in plaats van op wat niét kan. "Ik verwijs mijn cliënten regelmatig door naar improworkshops", zegt psycholoog en psychotherapeut Herman Dierickx, die zelf ooit een improcursus volgde en overtuigd is van het positieve effect ervan. "Impro is vooral een aanrader voor mensen die op zoek zijn naar een manier om beter om te gaan met hun onzekerheden of angsten. Het doet je op een veilige manier uit je comfortzone stappen en je grenzen verleggen. Je leert je twijfels te omarmen en milder te zijn voor jezelf: alles wat je zegt en doet, doe je op je eigen manier en is per definitie goed. Je ervaart hoe het is om dicht bij jezelf te blijven, in het hier en nu te zijn. Ook leer je beter loslaten wat anderen van je denken, niet omdat je het naast je neerlegt, maar omdat je goed bent zoals je bent. Die mindset werkt vanuit het improvisatietheater door in de rest van je leven."