De impact van chemicaliën: ‘We beginnen pas nu de effecten op onze hormonen te zien’

Max Nieuwdorp: 'Het meest verontrustende aan hormoonverstoorders is dat ze cumulatief zijn.' © getty images
Trui Engels Journalist Knack.be

Hormonen zijn de dirigent van ons lichaam, op alle mogelijke vlakken en in alle levensfasen. Maar wat als ze met je lijf aan de haal gaan? En wat als hormoonverstorende chemicaliën het dirigentstokje overnemen? Endocrinoloog Max Nieuwdorp geeft antwoord.

We kunnen niet zonder ze. Hormonen regelen hongergevoelens, slaap, partnerkeuze, zwangerschap, hoe we ouder worden en zelfs ons geestelijk en lichamelijk welbevinden. Maar als het samenspel van hormonen uit balans is, kan dat het dagelijks functioneren en de persoonlijkheid danig overhoopgooien.

Dat merkt internist-endocrinoloog Max Nieuwdorp dagelijks in zijn praktijk in het Amsterdam UMC. Geïnspireerd door de verhalen van zijn patiënten en het steeds toenemende aantal hormonale ziektes, zoals diabetes, schildklieraandoeningen of zelfs bijniertumoren, schreef Nieuwdorp Wij zijn onze hormonen. ‘Het is een knipoog naar de bestseller van Dick Swaab over de hersenen. Want waar ons brein belangrijk is bij alle beslissingen die we nemen en de keuzes die we maken, zijn hormonen op hun beurt van invloed op hoe het brein functioneert. Dat betekent natuurlijk niet dat we een slaaf van onze hormonen zijn. Er is altijd een wisselwerking tussen omgeving, lichaam en geest. Je hebt patiënten met een trage schildklier die nog steeds marathons kunnen lopen en je hebt er die arbeidsongeschikt zijn. Dat illustreert dat we nog heel veel niet weten over hormonen en dat het onderzoek nog verre van af is.’

U pleit ervoor dat artsen en patiënten meer stilstaan bij waarom het hormonale circuit op bepaalde momenten in het leven verandert en om de zaken wat meer op hun beloop te laten. Rommelen we te veel met ons endocrinologisch systeem?

Nieuwdorp: ‘De reactie van een arts is heel vaak om iets wat de patiënt mist terug te geven. Men meet een tekort in het bloed, schrijft een pilletje voor en daarmee is de kous af. Zo makkelijk is het uiteraard niet. Als de suikerspiegel van een 80-jarige te hoog staat, is een behandeling met hormonen waarschijnlijk niet erg nuttig. Het is normaal dat een ouder lichaam wat meer insulineresistent wordt omdat het zo energie kan vasthouden. Er is ook heel wat ellende voortgekomen uit het teruggeven van verloren hormonen aan vrouwen in de overgang. Dat was tussen de jaren 60 en 2000 erg in zwang, maar leidde tot een hogere kans op borst- en eierstokkanker, trombose en hart- en vaatziekten. Vaak is er een biologische reden waarom een mens stopt met hormonen aan te maken. Bij de overgang is dat waarschijnlijk omdat te veel zwangerschappen het lichaam uitputten. Maar hormoontherapie bij overgangsklachten helemaal afzweren, is ook geen goed idee. Een hormoonbehandeling kan best veilig, wanneer het snel na de menopauze gestart wordt en zo kort mogelijk gegeven wordt.’

Mannen van een zekere leeftijd die testosteron bijslikken als verjongingskuur is dus ook geen goed idee?

Nieuwdorp: ‘Dat is inderdaad niet zo slim omdat er een goede reden is waarom het lichaam dan minder mannelijke hormonen gaat produceren. Bij iedere man daalt vanaf 45 jaar de hoeveelheid testosteron met één procent per jaar. Dat is een natuurlijk proces dat al duizenden jaar bestaat. Het zorgt voor meer vetopslag en minder roekeloos gedrag. Als je supplementen gaat slikken om het mannelijk hormoon op te krikken, zal je misschien iets meer spiermassa krijgen, maar je zult er niet in één klap veel jonger gaan uitzien. De keerzijde is dat je een groot deel van je eigen hormoonproductie om zeep helpt. Als er te veel hormonen gegeven worden, schakelt het lichaam vaak zijn eigen productie terug, zeker bij geslachtshormonen. Bovendien zijn mannen van een bepaalde leeftijd doorgaans iets dikker, waardoor testosteron in het vetweefsel ook nog wordt omgezet naar vrouwelijk hormoon.’

Vaak krijgen mensen met aanhoudende vermoeidheid cortisone voorgeschreven, een synthetische versie van het hormoon cortisol, wegens een zogenaamde ‘bijnieruitputting’. Maar daar bestaat discussie over?

Nieuwdorp: ‘Bij patiënten met een depressie of burn-out is de koppeling tussen het brein en de bijnier verstoord. De bijnier zelf functioneert vaak prima, hij krijgt alleen niet de juiste aansturing. Dat kan door langdurige chronische stress, maar ook door inhalatiecorticosteroïden voor astma of bepaalde zalfjes. We zien het nu ook vaak bij mensen met long covid. Of je dat nu bijnieruitputting wilt noemen of niet, het hoeft zeker niet met medicijnen behandeld te worden.’

Wat doet u dan wel om die verstoorde koppeling te behandelen?

Nieuwdorp: ‘Eigenlijk niet zo veel. Het lichaam moet vooral zichzelf genezen. En dat is soms een werk van lange adem zijn. Bij de ene persoon lukt dat, bij de andere niet. Waarom dat zo is, weten we niet. Daarom is het beter om te voorkomen dan te genezen. Behoed jezelf voor langdurige chronische stress.’

Hormoonverstoorders
De man en zijn zaad blijven een zwakke schakel in de menselijke voortplanting

Sinds de publicatie van het boek Dode lente in 1962 van de Amerikaanse biologe Rachel Carson weten we dat gifstoffen onze hormonale huishouding ernstig kunnen ontregelen. Het gaat dan om pesticiden, chemicaliën in plastic, voeding en kledij. Hoe bezorgd bent u hierover?

Nieuwdorp: ‘Het meest verontrustende aan hormoonverstoorders is dat ze cumulatief zijn, met andere woorden dat ze opstapelen in ons lichaam. Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben onlangs voor het eest microplastics in het bloed van mensen gevonden. Af en toe eens uit een plastic waterflesje drinken, hoeft niet per se een probleem te zijn. Je lichaam breekt die microplastics voor een deel af en de ene persoon doet dat beter dan de andere. Maar als je jarenlang plastic flesjes gebruikt, kan jouw lichaam dat op de duur niet meer kwijt. Zelfs al houd je er vandaag mee op. Daarnaast stapelen hormoonverstoorders zich waarschijnlijk op in vet en vetachtige organen waar ze de productie van de hormoonklieren en de communicatie tussen het lichaam en de klieren kunnen verstoren. Er is dringend meer onderzoek nodig naar de impact op lange termijn van deze stoffen. Vandaag zijn er al heel wat dwardoorsnede-onderzoeken. Dat zijn studies waarin men op één bepaald tijdstip één situatie of aspect observeert, zoals de relatie tussen hormoonverstoorders en schade aan de schildklier. Maar er zijn nog geen langdurige onderzoeken die allerlei effecten als cumulatie, omgeving en darmflora combineren. Patiënten en artsen moeten zich bewust zijn dat een ziekte een optelsom is van factoren. Jarenlange blootstelling, medicatie, levensstijl, genen… Het kost ons wellicht tien tot twintig jaar om dit allemaal in kaart te brengen, maar waar rook is, is vuur.’

Waarom zijn deze onderzoeken niet al lang gebeurd? Het valt toch niet uit te leggen dat we aan schadelijke hormoonverstoorders blootgesteld blijven worden?

Nieuwdorp: ‘Die gaan wel van start in Europa. Je zou kunnen zeggen dat de wetenschap daar te laat in is, maar het probleem is dat de periode tussen blootstelling en het ontstaan van klachten erg lang is. Er kunnen tientallen jaren zitten tussen het moment waarop het lichaam aan een stof wordt blootgesteld en de gevolgen daarvan. We beginnen pas nu de effecten van hormoonverstoorders te zien. Bij geneesmiddelen heb je een langetermijnmeldingsplicht zodat onveilige medicijnen van de markt kunnen worden gehaald. Bij weekmakers in plastics, E-nummers in voeding en andere hormoonverstoorders is dat niet. Je houdt er dus best mate mee. Alles verbieden wat potentieel gevaarlijk kan zijn? Dat is onmogelijk. Sommige E-nummers hebben ook hun nut zoals de voedselveiligheid. Maar mensen moeten zich wel afvragen of het normaal is dat iets drie maanden houdbaar is.’

Kunnen hormoonverstoorders al op jonge leeftijd een effect hebben?

Nieuwdorp: ‘Het is een feit dat meisjes vroeger in de puberteit komen. Daar kunnen hormoonverstoorders een rol in spelen, maar zeker ook het slaappatroon, een veranderd voedingspatroon en niet te vergeten een hoge mate van sociale stress. Dat zijn allemaal factoren in de westerse levensstijl die ervoor kunnen zorgen dat we sneller vruchtbaar worden. De verklaring zou kunnen zijn dat ons lichaam vindt dat het sneller klaar is voor reproductie in een wereld vol overvloed. Ik vind het fascinerend te zien dat de timing van de vruchtbaarheid bij mensen te beïnvloeden is. Een meer zorgwekkende trend is de mogelijk dalende zaadkwaliteit bij mannen. Mensen realiseren zich dat nog te weinig, ook al komen ze me vaak vertellen dat ze het steeds meer in hun omgeving opmerken. Ik wil dat we hierover gaan nadenken. Het onderzoek is nu erg gefragmenteerd en blijft wat onder de radar.’

Zitten we binnen afzienbare tijd met een spermacrisis?

Nieuwdorp: ‘Zo dramatisch is het niet. Rachel Carson beweerde dat het in 2110 afgelopen zou zijn met de voortplanting. Maar die berekening klopt niet. Ook al lijkt er een dalende trend te zijn, als man heb je nog steeds een overvloed aan zaadcellen, zo’n 47 miljoen in een theelepel zaad. Maar feit blijft dat de man en zijn zaad een zwakke schakel zijn in de menselijke voortplanting. Heb je als man een kinderwens, wacht dan niet te lang en houd je gewicht op peil. Want ook overgewicht vormt een risicofactor: doordat testosteron in lichaamsvet wordt omgezet in oestrogeen.’

Ondertussen is het diabetesmedicijn Ozempic, dat de eetlust onderdrukt, erg populair aan het worden als hulpmiddel om af te vallen. Een goed idee?

Nieuwdorp: ‘De komende jaren zullen we een combinatie zien van hormonen die de eetlust en het metabolisme remmen wat tot 30 procent gewichtsverlies kan leiden. Aan de andere kant heb je ook bariatrische chirurgie die kan resulteren in 40 procent gewichtsreductie. Wat is de beste manier? Dat is nog niet helemaal duidelijk. De ontbrekende hormonen aanvullen is duur en het is maar de vraag hoelang dat effect aanhoudt. Maar je kunt ermee stoppen als je bijwerkingen hebt. Barriatrie is ook best duur, maar het  is zo goed als onomkeerbaar en we kennen de langetermijneffectien niet. Aan de andere kant zal overgewicht een groot probleem blijven in onze samenleving. We hebben van onze voorouders genen gekregen die heel effectief vet opslaan en sinds de jaren 60 worden we geconfronteerd met een overvloed aan hoogcalorisch voedsel. We blijven oude keuzes maken in een nieuw aards paradijs.’

Wat kunnen we zelf doen om onze hormonen in balans te houden en gezond oud te worden?

Nieuwdorp: ‘Ziek worden we allemaal. Dat hoort bij de manier waarop het lichaam ouder wordt. De ene kampt met versleten heupen, de andere met een schildklierziekte. En soms krijg je het allebei. We kunnen ouderdom vooralsnog niet heel erg een halt toe roepen omdat we het proces niet helemaal begrijpen. Maar je kunt ziekte, lang voordat ze optreedt, zoveel mogelijk proberen te voorkomen door je levensstijl aan te passen. Daar draag je zelf een grote verantwoordelijkheid in. Ik zie vaak mensen op consultatie die mij om een pilletje vragen, maar je kunt jezelf vaak ook helpen door je levensstijl om te gooien, hoe moeilijk dat ook is. Het is een way of life. Met gewoon wat meer groentjes eten, kom je er niet. Ook je slaap, een positieve ingesteldheid en beweging spelen een rol.’

Op onze omgeving hebben we minder invloed. De laatste jaren worden we geconfronteerd met PFAS-vervuiling. Chemiebedrijf 3M verzekert ons dat na 20 jaar onderzoek er geen enkele impact is op onze gezondheid. Wat zegt een endocrinoloog?

Nieuwdorp: ‘Dat is lastig. Er zijn een aantal studies die een verband tonen tussen PFAS en schildklierziektes. Het gaat hier opnieuw om dwarsdoorsnede-onderzoeken. Toch is er wel degelijk een verband. Je kunt niet stellen dat PFAS helemaal geen schade aanricht. Je moet alert blijven. Maar net zoals bij microplastics breekt de ene persoon sneller PFAS af dan de andere. Het hangt bijvoorbeeld ook af van hoe het met je lever gesteld is.’

Te veel soja

Ook natuurlijke hormoonverstoorders, zoals plantenhormonen of fytohormonen, zijn niet onschuldig. Hoe schadelijk zijn ze?

Nieuwdorp: ‘Planten hebben hormonen waarmee ze signaalstoffen afgeven en met elkaar communiceren. Omdat ze veel op onze eigen hormonen lijken, is het helemaal niet zo gek dat ze een verstorend effect op onze hormoonhuishouding kunnen hebben. Als je ze met mate consumeert, zijn ze niet gevaarlijk. Eet je een appel per dag, hoef je je geen zorgen te maken. Maar drink je elke dag via smoothies tien appels, dan krijg je cumulatief weer meer binnen. Opnieuw hangt het effect af van de dosis en de genen van een persoon. Omgekeerd kunnen alternatieve therapieën met fytohormonen, zoals zilverkaars en gemberthee, mogelijk overgangsklachten bij sommige vrouwen verlichten. Maar dat moet nog verder onderzocht worden.’

Is de opkomende eiwittransitie waarbij vlees steeds meer vervangen wordt door voornamelijk sojabonen, die fyto-oestrogenen bevatten, dan een reden tot bezorgdheid?

Wij zijn onze hormonen, Max Nieuwdorp. UItgeverij: Bezige Bij. ISBN 9789403194103

Nieuwdorp: ‘Vooral voor kinderen lijkt opmerkzaamheid geboden. Langdurig dagelijks gebruik van plantaardige oestrogenen kan het oestrogeenniveau in het bloed van jonge kinderen sterk verhogen. Door supporters van soja wordt vaak gewezen op de lange  levensverwachting in Japan en andere Aziatische landen; ze zien daarin onomstotelijk bewijs dat sojaconsumptie geen kwaad kan. Maar we vergeten wel dat we in het Westen substantieel meer soja eten dan in Aziatische landen. Het wordt vaak  aan bewerkte producten toegevoegd, zoals vleesvervangers, en het is ook een van de belangrijkste eiwitbronnen voor varkens en pluimvee. Bovendien wordt soja in Aziatische landen vaak genuttigd in gefermenteerde vorm, zoals miso, natto en tempé, die biochemisch gezien andere stoffen zijn.’

De kennis over ons hormonaal systeem is de afgelopen honderd jaar in een stroomversnelling gekomen, maar over veel tasten we nog in het duister. Welke mysteries fascineren u het meest?

Nieuwdorp: ‘Ik ben bijzonder geboeid door de rol van de darmflora. Wie weet worden onze darmbacteriën wel een game changer in de behandeling van overgewicht. Ook de rol van de omgeving fascineert mij. Waarom zijn er seizoensgebonden hormoonziekten. Waarom komt diabetes type 1 bijvoorbeeld meer voor op plekken waar er minder zonlicht is en wat is de impact op het immuunsysteem en de darmbacteriën daarvan? Wat mij dan weer frustreert is dat we hormonale disbalans nog altijd heel statisch behandelen, net als 40 jaar geleden. We denken dat we het complexe hormonale systeem zomaar eventjes kunnen nabootsen met een pilletje of insuline-injectie. Het is fantastisch dat we bijvoorbeeld diabetes op die manier redelijk onder controle kunnen krijgen, maar het mag geen verrassing zijn dat patiënten bijwerkingen en complicaties ervaren. Tegelijk ben ik hoopvol over de nieuwe technologieën. Nu al injecteren de nieuwste versies van insulinepompen hormonen via zelfregulerende algoritmes. Hopelijk kunnen die technologieën ook ingezet worden voor andere hormoonziektes.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content