De financiële banden tussen artsen en implantaten-industrie: ‘Het gaat uiteindelijk toch om een soort cadeau’

Kristof Clerix
Kristof Clerix is redacteur bij Knack

In 2017 kregen 3468 Belgische artsen, apothekers, verpleegkundigen en andere gezondheidszorgbeoefenaars voor 7,3 miljoen euro premies en voordelen van de implantatenindustrie. Ziekenhuizen en andere organisaties uit de gezondheidssector ontvingen 13,6 miljoen euro. Dat blijkt uit een onderzoek van Knack, De Tijd en Le Soir op basis van gegevens uit het Transparantieregister.

Het is verboden premies of voordelen in geld of in natura toe te kennen aan artsen. Zo staat het in Artikel 10 van de geneesmiddelenwet van 1964. ‘België is een van de meest gereguleerde landen wat betreft de interactie tussen industrie en zorgverstrekker’, zegt Marnix Denys, directeur van beMedTech, de federatie van de industrie van de medische technologieën. ‘De wet staat drie uitzonderingen toe: een kleine gift, educatieve ondersteuning en onderzoek. Die rode lijn is echt gedetailleerd.’ Daarnaast is er ook nog de ethische code van de Orde der Artsen. ‘De arts stelt de belangen van de patiënt en van de maatschappij boven zijn eigen financiële belangen’, klinkt het. ‘Hij verkoopt, verhuurt noch promoot medische hulpmiddelen of gezondheidsproducten.’

24.000 euro is hoogste gedeclareerde reis- en verblijfskosten van een specialist.

Michel Deneyer, woordvoerder van de Orde der Artsen, heeft er geen probleem mee dat artsen samenwerken met de industrie. ‘Zolang maar duidelijk gecommuniceerd wordt over het belangenconflict. En zolang de ontvangen sommen stroken met het werkelijk geleverde werk en ook gedeclareerd worden. Je hebt artsen die veeleer als onderzoeker werken. Als zo iemand van een firma sponsorgeld ontvangt of financiering om te spreken op congressen, én dat als zodanig declareert, dan is het belangenconflict ontsloten. Opletten dus: het is niet omdat je samenwerkt met een firma dat het de facto frauduleus is. Er zijn veel artsen die commissies, fees of reisbeurzen krijgen omdat er een soort partnerschap bestaat. De arts heeft de kennis, de firma heeft de valorisatie nodig. Dan kunnen correcte bedragen worden uitgekeerd, zonder dat er per se iets verkeerd mee is.’

De financiële banden tussen artsen en implantaten-industrie: 'Het gaat uiteindelijk toch om een soort cadeau'

Ruim 25 miljoen euro

Dankzij een nieuw Belgisch Koninklijk Besluit, de zogenaamde Sunshine Act, krijgt het grote publiek sinds kort inzage in die financiële banden tussen de medische wereld en bedrijven. In Nederland, Frankrijk en Denemarken zijn de gegevens ook transparant, maar in heel wat andere Europese landen is dat niet het geval. In België zijn farma- en medtech-bedrijven (gespecialiseerd in medische technologie) verplicht om alle premies en voordelen publiek te maken die ze sinds 1 januari 2017 toekenden aan gezondheidszorgbeoefenaars (zoals artsen en verpleegkundigen), organisaties in de gezondheidszorgsector (ziekenhuizen, wetenschappelijke verenigingen, bedrijven van artsen) en patiëntenverenigingen (zoals Stop Darmkanker of de Diabetes Liga). Sinds juni 2018 staan al die financiële gegevens in het Transparantieregister, beschikbaar op www.betransparent.be. In de twee voorgaande jaren werden de gegevens enkel op vrijwillige basis openbaar gemaakt.

In het kader van de Implant Files scrapeten Knack, De Tijd en Le Soir het volledige register, gefilterd op bedrijven die actief zijn in de sector van medische implantaten. Daarvoor baseerden we ons op de 87 leden van beMedTech die zelf aangeven actief te zijn in implantaten. 80 van de 87 leden die betalingen declareerden, besteedden voor 25,45 miljoen euro aan premies en voordelen. Daarvan was 4,2 miljoen euro bestemd voor wetenschappelijk onderzoek, 7,3 miljoen voor 3468 gezondheidszorgbeoefenaars, 13,6 miljoen euro voor 937 organisaties uit de gezondheidssector en 203.542 euro voor 31 patiëntenverenigingen.

De implantatenbedrijven die in het Transparantieregister de grootste bedragen declareerden, zijn Medtronic Belgium (4,9 miljoen euro), Johnson & Johnson Medical (2,3 miljoen euro) en Abbott Medical Belgium (2,2 miljoen euro). De ontvangers van de hoogste individuele bedragen zijn een vzw en een bvba. De vzw kreeg meer dan 600.000 euro van één bedrijf in 2017, de bvba 430.000 euro van een andere fabrikant. Beide gebruiken het geld naar eigen zeggen voor medische opleidingen van specialisten, aangezien de overheid en ziekenhuizen die vorming niet aanbieden. ‘Als u sensatie zoekt zoals in het Belgische voetbal bent u bij ons aan het verkeerde adres’, reageert een bestuurder van de vzw. ‘Het gaat hier om hoogopgeleide mensen die weten aan welke deontologische regels zij zich moeten houden.’ De financiële banden met de industrie zouden de objectiviteit van de betrokken artsen niet in weg staan. ‘De keuze van het implantaat wordt bepaald door onder meer de kwaliteit, de hanteerbaarheid van het hulpmiddel en de wetenschappelijke onderbouwing’, reageert een woordvoerder van de bvba. ‘Bovendien worden implantaten altijd centraal aangekocht door de ziekenhuisapotheken. Artsen hebben daar natuurlijk inspraak in, maar het is uiteindelijk het ziekenhuis dat de aankopen realiseert.’

De financiële banden tussen artsen en implantaten-industrie: 'Het gaat uiteindelijk toch om een soort cadeau'

Top tien van artsen

Als we kijken naar de individuele artsen die de hoogste bedragen ontvingen, dan kreeg de top tien (nota bene allemaal Vlaamse mannen) bedragen van 43.000 euro tot 150.000 euro. Het gaat om vijf orthopedisten, drie abdominale specialisten, één cardioloog en één dermatoloog. Maar als we ons alleen zouden focussen op de betalingen aan individuele artsen, krijgen we niet het hele plaatje. Er zijn heel wat artsen die niet rechtstreeks door de industrie vergoed worden, maar de vergoedingen ontvangen via hun bedrijf. We namen contact op met enkele betrokkenen voor een reactie. Waarom krijgen ze dat geld? En tast het hun onafhankelijkheid niet aan? ‘De industrie heeft op zichzelf niet de nodige capaciteiten in huis om de juiste producten te ontwikkelen zonder input van de artsen’, zegt een van hen. ‘Artsen hebben de expertise en technische kennis om een nieuw en beter implantaat te ontwikkelen dat kan voldoen aan de noden van onze patiënten. In de orthopedie bestaat er een zeer lange traditie van Belgische knowhow over biomechanica. Verscheidene Belgische chirurgen staan wereldwijd zeer hoog aangeschreven. Hun kennis is nodig om succesvolle implantaten te kunnen ontwikkelen. Dat de tijd die ze daarin steken ook vergoed wordt, lijkt me volledig normaal.’

Een andere betrokkene benadrukt dat artsen de industrie ook nodig hebben. ‘We kunnen geen nieuwe chirurgische technieken ontwikkelen zonder de knowhow van de bedrijfswereld. Bovendien is de technologie zodanig geëvolueerd dat er een specifieke opleiding nodig is om instrumentensets en chirurgische navigatie te gebruiken – en recent ook robotica. Algemene opleidingen worden gegeven door universiteiten en wetenschappelijke verenigingen, maar voor de specifieke opleiding rond een bepaald systeem moet je bij de de fabrikant zijn. Voor beide activiteiten – ontwikkeling en opleiding – doet de industrie een beroep op gespecialiseerde artsen die technische, educatieve en communicatieve vaardigheden hebben.’

Bedrijven zijn geen liefdadigheidsinstanties die belangeloos miljoenen uitgeven.

Onder de geneesmiddelenwet en de regels van Mdeon, een deontologisch platform van verenigingen van gezondheidszorgbeoefenaars en de industrie, mogen bedrijven ook de kosten op zich nemen voor de inschrijving, de reis en het verblijf van artsen die wetenschappelijke bijeenkomsten bijwonen. Het moet dan wel écht gaan om wetenschappelijke congressen, en de vergoeding mag enkel slaan op de duur van het congres. Een dag langer blijven om de stad te bezichtigen is niet toegestaan. Er gelden ook maximumbedragen: 250 euro per nacht, 40 euro voor de lunch en 80 euro voor het diner.

Eén orthopedist kreeg in 2017 voor ruim 40.000 euro inschrijvingskosten vergoed voor wetenschappelijke bijeenkomsten. Een andere kreeg van hetzelfde bedrijf 33.000 euro inschrijvingskosten terugbetaald. De hoogste gedeclareerde reis- en verblijfskosten (ruim 24.000 euro) staan op naam van een neus-keel-oorspecialist. ‘Ik ben een veelgevraagd spreker. Om de twee à drie weken geef ik wel ergens ter wereld op een wetenschappelijk congres lezingen over mijn specialiteit ‘, reageert hij. ‘Ik blijf dan telkens maar een paar dagen ter plaatse. De contacten die ik daar leg, zijn ook voor mijn wetenschappelijk werk interessant.’

Liefdadigheidsinstanties

Martine Van Hecke, gezondheidsexperte bij de consumentenorganisatie Test Aankoop, juicht de transparantie over financiële relaties tussen artsen en industrie toe. ‘Het is goed dat de website Betransparent er gekomen is, én dat het intussen een verplichting geworden is – aanvankelijk was het vrijblijvend. Maar je zou nog verder kunnen gaan. Neem het Nederlandse transparantieregister. Daar wordt ook een verslag van gemaakt. Dat lijkt me in België ook wenselijk: dat in kaart zou worden gebracht wat in België precies de omvang van de financiering is. Dat er wordt opgelijst wie precies de grootverdieners zijn. In Nederland gebeurt daar ook inspectie op. Gevallen die eigenaardig lijken, worden er nader onderzocht. Dat lijkt me aangewezen voor België.’

De financiële banden tussen artsen en implantaten-industrie: 'Het gaat uiteindelijk toch om een soort cadeau'

Van Hecke vindt dat contacten tussen de industrie en zorgverleners nuttig kunnen zijn in een bepaalde context: ‘Samenwerken in het kader van onderzoek, om wetenschap en zorg voor patiënten te doen evalueren. Artsen mogen daar ook voor vergoed worden, op voorwaarde dat de vergoeding redelijk is, transparant is, én dat belangenconflicten gemeld worden, bijvoorbeeld wanneer een arts in een commissie gaat zitten. Wel stellen we ons de vraag of het echt nodig is dat er zoveel financiering is vanuit de industrie. Wij vinden niet dat het aan industrie is om een navorming van artsen te betalen, en dat de industrie moet instaan voor de kosten van een congres. Het gaat uiteindelijk toch om een soort cadeau, dat een relatie van wederkerigheid creëert – zij het in veel gevallen onbewust. Maar het is toch niet wenselijk in een situatie waarbij artsen onafhankelijke keuzes moeten maken in therapieën en gezondheidsproducten. Die bedrijven zijn geen liefdadigheidsinstanties die belangeloos een massa middelen besteden.’

Financiële tentakels

De financiële tentakels van de medtech-industrie reiken ver. Het FAGG, de overheidsinstantie die moet toezien op de veiligheid van implantaten, is voor 80 procent van zijn financiering aangewezen op taksen, heffingen en fees van de farmaceutische sector, de sector van de medische hulpmiddelen, apothekers enzovoort. De overige 20 procent komt van een dotatie van de federale overheid.

In ruil daarvoor is beMedTech vertegenwoordigd in… het interne auditcomité van het FAGG. Marnix Denys, de directeur van beMedTech, is zelfs de voorzitter van dat auditcomité. ‘Dat kun je moeilijk een ideale situatie noemen’, zegt Frank Hulstaert van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE).

‘Het lijkt misschien bizar,’ reageert Denys, ‘maar waar zou er eventueel een belangenvermenging kunnen ontstaan? Stel dat ik weet dat bedrijf X een inspectie ondergaat. Kan ik dan de uitslag van dat inspectieverslag beïnvloeden? Het antwoord is: nee. Ik ben als voorzitter van het interne auditcomité totaal niet op de hoogte van wat er gebeurt bij de inspectiediensten van het FAGG. Het agentschap vraagt meer geld aan de industrie om zijn taken te doen. Wij zeggen: “Goed, wij willen meer betalen, maar leg ons dan uit hoe je het gaat aanpakken. U wilt meer personeel? Oké, maar wat gaan die mensen dan doen?” Het is dát wat wij onder controle willen hebben. Om vervolgens aan onze leden uit te leggen dat zij moeten bijdragen aan het feit dat ze gecontroleerd zullen worden.’

En er is meer. In de Evaluatiecommissie Medische Hulpmiddelen zit een cardioloog die geld ontving van de implantatenindustrie. Die Evaluatiecommissie moet de minister van Volksgezondheid onder meer adviseren over maatregelen naar aanleiding van incidenten met implantaten. In 2017 kreeg de cardioloog van twee implantatenfabrikanten samen 23.642 euro honoraria voor diensten en consultancy. In de belangenverklaring die commissieleden moeten ondertekenen, had de man dat níét aangegeven.

‘Zijn belangenverklaring stemt inderdaad niet overeen met de informatie van Betransparent.be’, reageert het FAGG. ‘Hij heeft in 2018 wel niet meer deelgenomen aan vergaderingen van de commissie. Hoewel het een verklaring op erewoord betreft, worden momenteel de procedures voor de validatie van de openbare belangenverklaringen herzien. Dat gebeurt op basis van de informatie die het voorbije jaar via Betransparent beschikbaar is geworden. Elke substantiële verandering wat betreft belangenconflicten moet ons spontaan en onmiddellijk worden meegedeeld.’ De cardioloog zelf reageerde niet op onze vragen.

En dan is er nog de RIZIV-Commissie Tegemoetkoming Implantaten en Invasieve Medische Hulpmiddelen, die de minister van Volksgezondheid advies geeft over het al dan niet terugbetalen van een implantaat. Ook in die commissie zitten twee leden – een arts en een apotheker – die geld kregen van de medtech-industrie. Eén ontving ruim 9000 euro honoraria van een medisch technologiebedrijf voor consultancywerk. Ook de leden van die RIZIV-commissie moeten een belangenverklaring ondertekenen.

‘Idealiter heb je een totale loskoppeling tussen industrie en zorgverstrekker, en kan die laatste perfect zijn medische beslissingen nemen zonder enige zweem van beïnvloeding’, zegt Denys van beMedTech. ‘Dat wil je als patiënt, en dat wil de federatie ook. Die hele compliance is in evolutie. Staan we vandaag al een pak verder dan vijftien jaar geleden? Ja. Is het allemaal perfect? Dan denk ik: nog niet. En dan spreek ik namens mezelf, als burger.’

‘Tijd dat de etterbuil gaat barsten’

Het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) berekende dat fabrikanten van implantaten de voorbije tien jaar minstens 1,4 miljard euro moesten betalen om aanklachten van corruptie, fraude en andere overtredingen te schikken in de VS en andere landen. Het ging daarbij onder meer om omkoping van cardiologen, orthopedisten en andere artsen die implantaten plaatsen.


In 2014, bijvoorbeeld, betaalde de Duitse fabrikant Biotronik 4,9 miljoen dollar om een zaak te schikken met de Amerikaanse justitie. Biotronik werd er onder meer van beticht smeergeld te hebben betaald aan dokters. Vertegenwoordigers van het bedrijf beloonden artsen met toegangskaartjes voor sportevenementen, golfuitstapjes en rijkelijke diners, aldus een voormalige Biotronik-werknemer die klokkenluider werd. In een mededeling aan ICIJ zegt Biotronik dat zijn praktijken ‘wettelijk en ethisch’ zijn. Ook werd volgens Biotronik geen verder gevolg gegeven aan de aantijgingen.


Elders in de wereld betaalden fabrikanten ziekenhuismedewerkers en artsen met Armani-horloges en dure vakanties om hun verkoop op te krikken en contracten te bezegelen. In Italië staat een vertegenwoordiger van Johnson & Johnson momenteel terecht voor het omkopen van een chirurg. In ruil voor het implanteren van knieprotheses van J&J en onrechtmatige reclame voor het bedrijf op de televisie kreeg de arts 20.000 dollar, plus voordelen in natura. J&J reageert dat het geen commentaar kan geven op deze lopende case, maar dat het ‘volledig samenwerkt met het onderzoek’.

‘Ook in ons land’

En in België? Dé cruciale vraag is of artsen honoraria voor consultancy ontvangen zonder dat daar werkelijke prestaties tegenover staan. Die informatie valt echter niet af te leiden uit het Transparantieregister. Toch vingen we geluiden op uit de medische sector dat zulke financiële wanpraktijken – om chirurgen ertoe aan te zetten voor één specifiek implantaat te kiezen – ook hier voorvallen. Al valt dat natuurlijk moeilijk te bewijzen.


‘Neem de sector van knie- en heupprothesen’, zegt een gereputeerde orthopedist. ‘Minder dan 10 procent van die prothesen wordt geplaatst door chirurgen die amper 20 tot 30 van zulke operaties per jaar doen. Als uitgerekend zij kiezen voor implantaten die in internationale registers slecht presteren, dan roept dat toch vragen op. Waarom kiezen ze net voor die merken? Ook bij bedrijven die weigeren het Ethisch Charter van de Europese sectorfederatie MedTech Europe te onderschrijven, kun je je vragen stellen. En dan heb je nog de artsen die zogenaamd worden uitgenodigd om internationale congressen bij te wonen terwijl ze amper een woord Engels kunnen. Verhalen over cash betalingen en Luxemburgse bankrekeningen doen al langer de ronde. Het wordt tijd dat die etterbuil barst.’


Een andere topchirurg is nog meer uitgesproken: ‘Ik erger me al jaren aan de banden tussen bepaalde chirurgen en de industrie, zeker in de orthopedie. Ik schat dat chirurgen die consultancyvergoedingen krijgen van een firma daar in negen op de tien gevallen niets wezenlijks voor hebben gedaan. Het blijft een gangbare praktijk. Kunnen al die chirurgen ook verantwoorden wat ze doen in ruil voor de fees die worden bekendgemaakt via Betransparent?’

‘Onderlinge controle’

Volgens Marnix Denys, directeur van sectorfederatie beMedTech, bestaat er een grote onderlinge controle in de sector. ‘Iedereen kan op een anoniem meldpunt bij het geneesmiddelenagentschap FAGG inbreuken melden tegen Artikel 10 van de geneesmiddelenwet (‘Het is verboden premies of voordelen in geld of in natura toe te kennen aan artsen’)’.


Fabrikanten van implantaten betaalden 1,4 miljard euro om aanklachten te schikken.

We vroegen bij het FAGG de laatste cijfers op over klachten met betrekking tot de sector van medische hulpmiddelen. In 2017 onderzocht het FAGG 53 ‘Artikel 10-dossiers’. In 8 dossiers over ‘geweigerde visa’ werd een proces-verbaal opgesteld en een minnelijke schikking voorgesteld, één dossier loopt nog. Voor de financiering van een deelname aan congressen moeten bedrijven op voorhand een visum aanvragen bij het deontologische platform Mdeon.


Elf dossiers over het aanbieden van geschenken en gratis artikelen leidden tot een officiële waarschuwing. Vijf dossiers ten gevolge van een inspectie – bijvoorbeeld over het aanbieden van geschenken of organiseren van een wedstrijd – resulteerden in een officiële waarschuwing, en één in een pv en voorstel tot minnelijke schikking. In 2018 behandelde het FAGG zestien dossiers: elf zonder gevolg, vier lopen nog en in één dossier volgde een officiële waarschuwing.

‘Tijd dat de etterbuil gaat barsten’

Het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) berekende dat fabrikanten van implantaten de voorbije tien jaar minstens 1,4 miljard euro moesten betalen om aanklachten van corruptie, fraude en andere overtredingen te schikken in de VS en andere landen. Het ging daarbij onder meer om omkoping van cardiologen, orthopedisten en andere artsen die implantaten plaatsen.


In 2014, bijvoorbeeld, betaalde de Duitse fabrikant Biotronik 4,9 miljoen dollar om een zaak te schikken met de Amerikaanse justitie. Biotronik werd er onder meer van beticht smeergeld te hebben betaald aan dokters. Vertegenwoordigers van het bedrijf beloonden artsen met toegangskaartjes voor sportevenementen, golfuitstapjes en rijkelijke diners, aldus een voormalige Biotronik-werknemer die klokkenluider werd. In een mededeling aan ICIJ zegt Biotronik dat zijn praktijken ‘wettelijk en ethisch’ zijn. Ook werd volgens Biotronik geen verder gevolg gegeven aan de aantijgingen.


Elders in de wereld betaalden fabrikanten ziekenhuismedewerkers en artsen met Armani-horloges en dure vakanties om hun verkoop op te krikken en contracten te bezegelen. In Italië staat een vertegenwoordiger van Johnson & Johnson momenteel terecht voor het omkopen van een chirurg. In ruil voor het implanteren van knieprotheses van J&J en onrechtmatige reclame voor het bedrijf op de televisie kreeg de arts 20.000 dollar, plus voordelen in natura. J&J reageert dat het geen commentaar kan geven op deze lopende case, maar dat het ‘volledig samenwerkt met het onderzoek’.

‘Ook in ons land’

En in België? Dé cruciale vraag is of artsen honoraria voor consultancy ontvangen zonder dat daar werkelijke prestaties tegenover staan. Die informatie valt echter niet af te leiden uit het Transparantieregister. Toch vingen we geluiden op uit de medische sector dat zulke financiële wanpraktijken – om chirurgen ertoe aan te zetten voor één specifiek implantaat te kiezen – ook hier voorvallen. Al valt dat natuurlijk moeilijk te bewijzen.


‘Neem de sector van knie- en heupprothesen’, zegt een gereputeerde orthopedist. ‘Minder dan 10 procent van die prothesen wordt geplaatst door chirurgen die amper 20 tot 30 van zulke operaties per jaar doen. Als uitgerekend zij kiezen voor implantaten die in internationale registers slecht presteren, dan roept dat toch vragen op. Waarom kiezen ze net voor die merken? Ook bij bedrijven die weigeren het Ethisch Charter van de Europese sectorfederatie MedTech Europe te onderschrijven, kun je je vragen stellen. En dan heb je nog de artsen die zogenaamd worden uitgenodigd om internationale congressen bij te wonen terwijl ze amper een woord Engels kunnen. Verhalen over cash betalingen en Luxemburgse bankrekeningen doen al langer de ronde. Het wordt tijd dat die etterbuil barst.’


Een andere topchirurg is nog meer uitgesproken: ‘Ik erger me al jaren aan de banden tussen bepaalde chirurgen en de industrie, zeker in de orthopedie. Ik schat dat chirurgen die consultancyvergoedingen krijgen van een firma daar in negen op de tien gevallen niets wezenlijks voor hebben gedaan. Het blijft een gangbare praktijk. Kunnen al die chirurgen ook verantwoorden wat ze doen in ruil voor de fees die worden bekendgemaakt via Betransparent?’

‘Onderlinge controle’

Volgens Marnix Denys, directeur van sectorfederatie beMedTech, bestaat er een grote onderlinge controle in de sector. ‘Iedereen kan op een anoniem meldpunt bij het geneesmiddelenagentschap FAGG inbreuken melden tegen Artikel 10 van de geneesmiddelenwet (‘Het is verboden premies of voordelen in geld of in natura toe te kennen aan artsen’)’.


Fabrikanten van implantaten betaalden 1,4 miljard euro om aanklachten te schikken.

We vroegen bij het FAGG de laatste cijfers op over klachten met betrekking tot de sector van medische hulpmiddelen. In 2017 onderzocht het FAGG 53 ‘Artikel 10-dossiers’. In 8 dossiers over ‘geweigerde visa’ werd een proces-verbaal opgesteld en een minnelijke schikking voorgesteld, één dossier loopt nog. Voor de financiering van een deelname aan congressen moeten bedrijven op voorhand een visum aanvragen bij het deontologische platform Mdeon.


Elf dossiers over het aanbieden van geschenken en gratis artikelen leidden tot een officiële waarschuwing. Vijf dossiers ten gevolge van een inspectie – bijvoorbeeld over het aanbieden van geschenken of organiseren van een wedstrijd – resulteerden in een officiële waarschuwing, en één in een pv en voorstel tot minnelijke schikking. In 2018 behandelde het FAGG zestien dossiers: elf zonder gevolg, vier lopen nog en in één dossier volgde een officiële waarschuwing.

Partner Content