Beweging is belangrijk voor het brein. Meer: wellicht is bewegen een van de redenen waarom we überhaupt een brein hebben. Er bestaan nogal wat organismen, zoals bomen, die geen brein bezitten en daar ook geen nood aan hebben. Ze halen hun voedsel uit hun onmiddellijke omgeving zonder zich ervoor te moeten verplaatsen. Eens je achter je voedsel aan moet gaan, heb je iets nodig wat ervoor zorgt dat alle beweegbare structuren fatsoenlijk samenwerken. Zoetwateranemonen die op wandel afwisselend op hun kop en hun voet staan, komen toe met enkele cellen. Maar een jager die een prooi achtervolgt, heeft een krachtig rekencentrum nodig om kans op succes te hebben. Dat rekencentrum werkt ook als er niet bewogen wordt en dat overschot aan rekencapaciteit heeft waarschijnlijk tot het menselijke brein geleid.
...

Beweging is belangrijk voor het brein. Meer: wellicht is bewegen een van de redenen waarom we überhaupt een brein hebben. Er bestaan nogal wat organismen, zoals bomen, die geen brein bezitten en daar ook geen nood aan hebben. Ze halen hun voedsel uit hun onmiddellijke omgeving zonder zich ervoor te moeten verplaatsen. Eens je achter je voedsel aan moet gaan, heb je iets nodig wat ervoor zorgt dat alle beweegbare structuren fatsoenlijk samenwerken. Zoetwateranemonen die op wandel afwisselend op hun kop en hun voet staan, komen toe met enkele cellen. Maar een jager die een prooi achtervolgt, heeft een krachtig rekencentrum nodig om kans op succes te hebben. Dat rekencentrum werkt ook als er niet bewogen wordt en dat overschot aan rekencapaciteit heeft waarschijnlijk tot het menselijke brein geleid. Het rekencentrum in ons hoofd mag je best gigantisch noemen. Het lichaam bevat zo'n 100 miljard zenuwcellen of neuronen. Verweg het grootste deel daarvan bevindt zich in het centraal zenuwstelsel - de ruggengraat en de hersenen. De neuronen zenden via uitlopers signaalstoffen (neurotransmitters) naar elkaar voor de uitvoering van de meest diverse taken. Van die neurotransmitters zijn er meer dan 100 bekend, maar er zijn er meer. Hoeveel, dat weet niemand. We weten wel dat de neurotransmitters via een bijzonder complex geheel van checks en balances gecontroleerd worden. Dat maakt ook meteen duidelijk waarom een 'bewegingspil' nooit hetzelfde effect kan hebben als een uurtje uitwaaien op de dijk of gaan lopen in het bos. De signaalstoffen hebben verschillende functies. Adrenaline lokt in gevaarlijke omstandigheden een vecht- of vluchtreactie uit. Endorfines en serotonine worden tot de gelukshormonen gerekend. Ze komen in extra hoeveelheden vrij tijdens fysieke inspanning. Endorfines werken als een lichaamseigen morfine en onderdrukken pijn, waardoor je je goed voelt. Volgens sommigen is het hormoon verantwoordelijk voor de runner's high, het gelukzalige gevoel dat fervente lopers treft en dat ze vaak als verslavend omschrijven. De andere signaalstof, serotonine, draagt rechtstreeks bij tot gevoelens van welbevinden en gelukzaligheid. Ze speelt ook een rol bij depressie als er een tekort ontstaat in de hersenen. Een derde signaalstof die extra wordt aangemaakt bij inspanning is een zenuwcelstimulerende hersenstof ( brain-derived neurotrophic factor). Ze stimuleert de groei, de werking en de overleving van neuronen. Het afsterven van neuronen leidt tot mentale aftakeling en verstandelijke achteruitgang. Deze stimulerende signaalstof vormt daar een barrière tegen. Een van de beste manieren om de aanmaak van de stof aan te jagen is, inderdaad, fysieke inspanning. Fysieke inspanning draagt op nog meer manieren bij tot een gezond en goed werkend brein, maar de signaalstoffen nemen een belangrijke plaats in. Er is bijvoorbeeld voldoende bewijs dat ze bijdragen tot een toename van de grijze hersenmassa en van de hippocampus. Dat laatste is een klein onderdeel van de hersenen dat een cruciale rol speelt in leerprocessen en de geheugenwerking. Het is ook een van de eerste hersencentra die getroffen worden bij dementie. Bejaarden met een goede fysieke conditie blijken beter te scoren voor ruimtelijk inzicht en geheugenoefeningen. Het ziet er dus naar uit dat beweging de evolutie naar dementie kan afremmen, ook al bestaat daar geen absolute zekerheid over. Hoe dan ook blijft bewegen aangeraden, ook op hoge leeftijd. Bij bejaarden die actief zijn, neemt de hippocampus nog in volume toe. Dat ook een stijging van de hoeveelheid neurotransmitters optreedt, wekt geen verwondering op. Niet alleen bejaarden voelen de positieve effecten. Ze treden ook op bij kinderen, adolescenten en volwassenen. Zowat alle vormen van beweging zijn nuttig om de werking van de hersenen aan te jagen. Wandelen is een uitstekend idee, maar krachttraining evenzeer. Dat is interessant voor wie wat ouder wordt: krachttraining is ideaal voor het behoud van de kracht en de spiermassa, en net die raken veel bejaarden steeds meer kwijt met het oplopen der jaren. Zo houden ze niet alleen hun hoofd fris, maar blijven ze ook sterk genoeg om het leven nog naar hun hand te zetten.