Beschermingskledij tegen pesticiden werkt niet: riskeren boeren parkinson?

'Risicobeoordelaars hebben totaal geen voeling met de realiteit.' © Ed Alcock/MYOP voor Le Monde
Kristof Clerix
Kristof Clerix is redacteur bij Knack

Pesticiden mogen dan wel zijn gewassen beschermen, voor de landbouwer zelf zijn ze niet ongevaarlijk. Zo toont wetenschappelijk onderzoek aan dat er een verband is tussen pesticiden en de ziekte van Parkinson. En de beschermende kledij die landbouwers (zouden) moeten dragen, beschermt hen in veel gevallen helemaal niet. Dat blijkt uit een samenwerkingsproject van media in tien Europese landen, waaronder Knack.

Op zijn boerderij in La Baucherie, Normandië, verbouwt Jean-Baptiste Lefoulon graan en mais. Maar op een zonnige dag in mei 2021 staat hij voor een andere reden op het veld. De Franse landbouwer neemt deel aan Pestexpo, een wetenschappelijk onderzoek over blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Op Lefoulons grijze overall zijn witte patches van tien bij tien centimeter aangebracht. Twee wetenschappers registreren nauwgezet alle handelingen die Lefoulon tijdens zijn dagelijkse werk uitvoert, zoals mais zaaien. De patches zijn bedoeld om pesticidedeeltjes op te vangen.

Het Pestexpo-onderzoek staat onder leiding van de Franse wetenschappers Isabelle Baldi (van het Franse onderzoeksinstituut Inserm) en Pierre Lebailly (van de Université de Caen Normandie). Het ging meer dan twintig jaar geleden van start in Normandië en Bordeaux en heeft aangetoond dat landbouwers tijdens hun werk veel meer zijn blootgesteld aan pesticiden dan eerder gedacht. Sterker nog: de uitrusting die landbouwers moeten dragen om zich te beschermen, voldoet niet aan de eisen. En dat terwijl de onderzoekers schatten dat landbouwers tijdens hun beroepsleven aan meer dan honderd pesticiden kunnen worden blootgesteld.

Het idee dat je pesticiden veilig kunt gebruiken is pure fictie.

Jean-Noël Jouzel, onderzoeksdirecteur van het Franse Nationale Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek (CNRS)

‘Normale’ omstandigheden

Pesticiden, ook wel gewasbeschermingsmiddelen genoemd, beschermen gewassen tegen ziekten, plagen en onkruid. Om pesticiden op de markt te brengen, moeten fabrikanten aantonen dat de blootstelling het ‘aanvaardbare blootstellingsniveau voor de toepasser’ (Acceptable Operator Exposure Level/AOEL) niet overschrijdt. Dat is de maximale hoeveelheid werkzame stof waaraan je kunt worden blootgesteld zonder dat het schadelijke gevolgen heeft voor je gezondheid. Wordt het AOEL toch overschreden, dan kan de pesticidefabrikant aanbevelingen op het etiket van zijn producten zetten. Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen, overalls, brillen en maskers moeten vervolgens garanderen dat de blootstelling voor de landbouwers aanvaardbaar blijft.

Fabrikanten en regelgevende instanties stellen dat pesticiden onder ‘normale gebruiksomstandigheden’ geen gevaar voor de menselijke gezondheid op- leveren. Maar de afgelopen twintig jaar heeft het Pestexpo-onderzoek aangetoond dat die normale omstandigheden in feite niet bestaan. Terwijl steeds meer toxicologisch en epidemiologisch onderzoek aantoont dat pesticiden wel degelijk schadelijk zijn voor de gezondheid.

In juni 2021 publiceerde het wereldberoemde Franse onderzoeksinstituut Inserm nog een baanbrekend rapport dat bevestigt dat beroepsmatige blootstelling aan pesticiden verband houdt met minstens zes ernstige ziekten. Na bestudering van gegevens uit meer dan 5300 wetenschappelijke rapporten en studies van over de hele wereld, concludeerde een multidisciplinaire groep deskundigen dat pesticiden cognitieve stoornissen en de ziekte van Parkinson kunnen veroorzaken, net zoals kankers die witte bloedcellen aantasten, prostaatkanker en bepaalde aandoeningen van de luchtwegen.

‘Het idee dat je pesticiden veilig kunt gebruiken is pure fictie’, zegt socioloog Jean-Noël Jouzel, onderzoeksdirecteur van het Franse Nationale Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek (CNRS). ‘Pesticiden worden op de markt gebracht met de boodschap dat ze geen on- gewenste effecten zullen hebben wanneer ze worden gebruikt onder de voorwaarden die op het productetiket staan. Maar in de praktijk werkt dat zo niet.’

De onderzoekers Isabelle Baldi en Pierre Lebailly ontmoetten elkaar in 1999 op een conferentie over epidemiologie in Bretagne. Beiden hadden vragen bij de reële blootstelling van landbouwers aan pesticiden. Het gros van de beschikbare blootstellingsstudies waren immers uitgevoerd of gesponsord door fabrikanten van pesticiden. En de onderliggende data werden niet publiek gemaakt. Aangezien pesticiden gevaarlijke producten zijn, bedoeld om levende organismen te doden, vonden Baldi en Lebailly dat onafhankelijke gegevens moesten worden ingezameld.

Chemische nevel

Pesticiden bestaan in de vorm van poeders, korrels of vloeistoffen, en moeten worden gemengd. Volgens Lebailly is het onzin te denken dat je de producten kunt openen en mengen zonder dat daarbij kleine druppeltjes vrijkomen. Tijdens hun veldonderzoeken zien Baldi en Lebailly hoe landbouwers een mogelijk besmette tank opklimmen om de producten erin te gieten of water toe te voegen. Blikken morsen, mengsels schuimen, tanks lopen over, leidingen raken verstopt. En dan zijn er nog maar 20 minuten voorbij. Vervolgens is het tijd om te gaan sproeien. Op grote akkers lopen landbouwers voortdurend onder de druipende gieken door. Veel tractors hebben open cabines. Een windvlaag volstaat om door een chemische nevel te rijden.

Bovendien doen zich voortdurend technische problemen voor. Sproeiers raken verstopt met slib van op de bodem van de pesticidetank. Landbouwers klimmen uit hun cabine, stappen onder de gieken door, draaien de verstopte onderdelen los, krijgen druppels over zich heen. Sommigen brengen het verstopte onderdeel zelfs naar hun mond en blazen erin.

'Pesticiden zijn gemaakt om te doden. Ze hebben een uitzonderlijk penetratievermogen.'
‘Pesticiden zijn gemaakt om te doden. Ze hebben een uitzonderlijk penetratievermogen.’© Ed Alcock/MYOP voor Le Monde

Als het sproeien erop zit, moet het materiaal nog worden opgeruimd. Bij sommige teelten, zoals appels of druiven, moeten landbouwers terug het veld op om te werken of te oogsten, en dat terwijl de vruchten en bladeren nog doordrenkt zijn van de pesticiden die kort daarvoor zijn aangebracht.

Korte broek en T-shirt

De Pestexpo-wetenschappers stellen vast dat landbouwers in talrijke gevallen helemaal géén beschermingsmiddelen dragen. Zes tot acht uur lang in een overall werken terwijl het buiten meer dan dertig graden is, dat houdt niemand vol. ‘Als landbouwers een overall, handschoenen en een masker dragen, lopen ze het risico op hyperthermie en een hitteberoerte. Landbouwers werken vaak in korte broek en T-shirt. Dat is misschien geen goede landbouwpraktijk, maar het is het echte leven’, zegt Baldi. Hoe zou het op papier moeten gebeuren dan? ‘Zoals chirurgen met beide handen in de lucht, zodat iemand achter hen de handschoenen kan aantrekken. Zo gaat dat op een operatieafdeling, en zo moet het ook op de boerderij.’

Penetratievermogen

Nadat hij de resultaten van het Pestexpo- onderzoek heeft bestudeerd en bijkomend eigen onderzoek heeft verricht, beseft de Franse ergonoom Alain Garrigou dat ‘er niet zoiets bestaat als speciale beschermende kleding tegen pesticiden’. De overalls die op de markt zijn, zijn ontworpen voor de chemische industrie, ‘maar niet om te beschermen tegen pesticiden’. Ze worden misschien aanbevolen in de landbouw, maar ze zijn nooit specifiek getest op pesticiden. Garrigou achterhaalde onder meer dat pesticiden zelfs door plastic kunnen dringen. Niet door gaten, scheuren of naden in het materiaal, maar op intramoleculair niveau. ‘Permeatie’ heet dat in het jargon. ‘Pesticiden hebben een uitzonderlijk penetratievermogen’, zegt Garrigou. ‘Het zijn eigenaardige chemische stoffen die gemaakt zijn om te doden, maar vooral om planten- en dierencellen binnen te dringen’.

Het Franse ministerie van Arbeid gaf de opdracht om tien veel verkochte overalls te onderzoeken. De resultaten, gepubliceerd in 2010, zijn alarmerend. Sommige modellen, waarvan wordt beweerd dat ze de hoogste weerstand bieden, lieten de chemicaliën ‘ogenblikkelijk’ door. Slechts twee overalls deden wat ze beloofden te doen.

De reële werkomstandigheden die in het Pestexpo-onderzoek worden bestudeerd, zijn voor de regelgevende instanties inderdaad geen ‘goede landbouw- praktijken’. Ze worden beschouwd als ‘incidenten’, waar bij het vergunningsproces om pesticiden op de markt te brengen géén rekening mee wordt gehouden.

Fabrikanten van pesticiden hoeven niet voor elk product dat ze op de markt willen brengen een apart veldonderzoek te doen. Om hen die moeite te besparen zijn wiskundige modellen ontwikkeld. Die berekenen de potentiële besmetting aan de hand van oudere blootstellingsgegevens.

Risico’s onderschat

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) ontwikkelde richtsnoeren om de blootstelling van pesticiden te beoordelen. Maar zelfs in de recentste versie, bijgewerkt in januari 2022, wordt met geen woord gerept over studies van het Pestexpo-team, en ook de term ‘permeatie’ valt nergens. ‘De EFSA-richtsnoeren zijn gebaseerd op correct uitgevoerde en gevalideerde wetenschappelijke gegevens’, reageert de EFSA.

De Pestexpo-onderzoekers stellen dat blootstellingsniveaus in wiskundige modellen grotendeels worden onderschat. ‘Risicobeoordelaars hebben totaal geen voeling met de realiteit’, zegt Lebailly. ‘Maar als we hen uitleggen wat we zien, antwoorden ze: “Ah, maar dat is disfunctioneel.” Nou, nee. Het is het echte leven!’

De landbouwers gaan het veld op om te oogsten terwijl de appels of druiven nog doordrenkt zijn van pesticiden.

Bescherming overschat

Omdat Isabelle Baldi, Alain Garrigou en twaalf andere academici uit vijf landen zagen dat er voor landbouwers op het terrein helemaal niets veranderde, besloten ze een wetenschappelijk overzicht te maken van al hun bevindingen. Ze concluderen dat de aanbeveling om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken ‘essentieel is’ bij de vergunningstoekenning om pesticiden in de handel te brengen.

‘Sommige gevaarlijke producten krijgen alleen een vergunning omdat ervan uitgegaan wordt dat het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen de blootstelling aanzienlijk zal beperken. Anders zouden ze verboden zijn. De werkelijke doeltreffendheid van persoonlijke beschermingsmiddelen in arbeidsomstandigheden kan echter worden overschat. Bovendien kunnen vele factoren (kosten, beschikbaarheid, thermisch en mechanisch ongemak) ertoe leiden dat instructies om persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen niet van toepassing zijn. Het adviseren van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen betekent niet altijd een doeltreffende bescherming.’

De lobby slaat terug

Het onderzoek werd eind 2019 gepubliceerd in het peer-reviewed tijdschrift Safety Science. Maar al snel werd het artikel op de korrel genomen door de pesticide-industrie, via haar lobbyorganisatie CropLife Europe. In een brief aan het tijdschrift beschuldigde de lobbygroep de onderzoekers ervan een ‘emotioneel standpunt’ in te nemen, ‘overdreven in het beste geval en misleidend in het slechtste geval’. In een schriftelijke verklaring aan Le Monde stelde CropLife Europe dat het vond dat het rapport ‘geen evenwichtig beeld schetste’ en ‘de gezondheidsrisico’s voor gebruikers overdreef’.

Geen beroepsziekte

Slechts twee EU-landen – Frankrijk en Italië – beschouwen de ziekte van Parkinson officieel als een mogelijk direct gevolg van de ongezonde arbeidsomstandigheden op de akker. In beide landen is parkinson erkend als beroepsziekte. Maar zelfs dan: in Italië hebben slechts 10 landbouwers tussen 2016 en 2020 een schadevergoeding gekregen wegens Parkinson. In Frankrijk kregen amper 278 patiënten de erkenning sinds 2012 – op een totaal van 1,2 miljoen landbouwers.

In Duitsland blijkt uit vertrouwelijke regeringsdocumenten dat de Medische Adviesraad van deskundigen voor beroepsziekten, die afhankelijk is van het Duitse federale ministerie van Arbeid, al meer dan twaalf jaar bespreekt of de ziekte van Parkinson op de officiële lijst van door pesticiden veroorzaakte beroepsziekten moet komen te staan.

Aangezien de gezondheid van werknemers niet onder de bevoegdheid van de Europese Unie valt, bestaat er geen geharmoniseerde bindende EU-wetgeving over dit onderwerp. Eurostat, het Bureau voor de Statistiek van de EU, heeft een experimentele databank over beroepsziekten opgezet. Maar die is onvolledig en laat vooral zien hoe moeilijk het is om de situatie in de lidstaten te vergelijken.

Het enige bestaande instrument op EU-niveau is de ‘Europese lijst van beroepsziekten’. Het is een lijst van ziekten die de lidstaten wordt aangeraden – zonder verplichtingen – in hun nationale wetgeving op te nemen met het oog op schadeloosstelling en preventieve maatregelen. De ziekte van Parkinson komt er niet op voor.

In 2017 al stelde de toenmalige Europese Commissaris voor Gezondheid en Voedselveiligheid, Vytenis Andriukaitis, dat er ‘geen duidelijk wetenschappelijk bewijs was over de beroepsoorsprong van de ziekte van Parkinson’. Het standpunt van de Commissie is sindsdien niet veranderd, reageert een een woordvoerder van de Europese Commissie.

Het internationale journalistieke samenwerkingsproject Pesticides at work wordt geleid door Investigative Reporting Denmark, onder redactie van Le Monde en Katharine Quamby. Het is uitgevoerd in samenwerking met journalisten van Le Monde in Frankrijk, Knack in België, De Groene Amsterdammer in Nederland, Tygodnik Powszechny in Polen, Ostro in Kroatië en Slovenië, IRPI in Italië, Ippen Investigativ in Duitsland, Marcos Garcia Rey uit Spanje en The Midwest Center for Investigative Reporting in de VS. Het wordt ondersteund door Journalismfund.eu en IJ4EU.

DE BOERENBOND REAGEERT:

‘Waren gewasbeschermingsmiddelen niet nodig, dan zou niemand ze nog gebruiken’, reageert Vanessa Saenen, woordvoerster van de Boerenbond. ‘Je kunt er natuurlijk voor kiezen om ze niet te gebruiken, maar weet dan dat 50 tot 70 procent van de oogsten niet slaagt en dus dat voedsel ook veel duurder wordt. De 36.000 land- en tuinbouwers in België gebruiken producten die op de markt zijn en die streng gereglementeerd zijn. De adviezen van de EFSA beschouwen we als de wetenschappelijke standaard.’

Als je geen pesticiden gebruikt, mislukt 50 tot 70 procent van de oogst en wordt voedsel veel duurder.

Vanessa Saenen, woordvoerster van de Boerenbond

Volgens Saenen krijgt de Boerenbond geen onrustwekkende signalen van de leden over pesticiden. ‘Het is niet zo dat wij berichten krijgen genre “ik ben ziek geworden” of “ik maak me daar zorgen over”. Natuurlijk is dat info uit de privésfeer, die stroomt niet automatisch door.’ Om dezelfde reden heeft de Boerenbond geen zicht op hoeveel Belgische landbouwers de ziekte van Parkinson kregen of andere ziektes die gelinkt worden aan langdurige blootstelling aan pesticiden.

‘Hoewel wij noch onze leden gewasbeschermingsmiddelen produceren, zijn we vragende partij voor meer en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek rond gewasbescherming’, zegt Saenen. ‘In die zin is het onderzoek van Safety Science uit 2019 – en ook ander onderzoek – uiteraard nuttig. De Boerenbond was al op de hoogte van die studie. De veiligheid en gezondheid van onze leden is erg belangrijk. Daarom geven we zelf ook bijkomende vormingen en bewustmakingssessies aan onze leden. Onder meer door middel van fluo oplichtende spuitstof maken we hen ervan bewust hoe breed gewasbeschermingsmiddelen verstuifd worden. Zo benadrukken we het belang van goede preventie, beschermende kledij en het rigoureus naleven van gebruiksaanwijzingen.’ Saenen stipt ook aan dat de Boerenbond investeert in onderzoek naar alternatieve, biologische gewasbeschermingsmiddelen.

Vzw Prevent Agri is opgericht door de Boerenbond en andere sociale partners om landbouwers te helpen met veiligheidsscans. ‘Wij sensibiliseren landbouwers maar zijn géén inspectiedienst die boetes oplegt’, zegt Mieke Sevenans, preventieadviseur bij Prevent Agri. ‘In elke veiligheidsaudit die we bij landbouwbedrijven uitvoeren, komt het thema van pesticiden en persoonlijke beschermingsmiddelen aan bod. Vaststelling? Het correcte gebruik hangt af van bedrijf tot bedrijf. Ik kan er niet echt een lijn in trekken. Er is meer en meer aandacht voor, maar het gebeurt nog te slordig. De opslag van pesticiden en het administratieve luik zijn doorgaans in orde. Maar wat persoonlijke beschermingsmiddelen betreft, hapert er soms nog wel een en ander. Omdat landbouwers ook niet altijd direct het effect merken, vermoed ik. Blootstelling aan pesticiden is iets anders dan je in je vinger snijden. Het effect treedt meestal pas na vele jaren op.’

Febelsafe is de Belgische beroepsfederatie van fabrikanten, distributeurs en dienstverleners wat betreft veiligheid en welzijn op het werk. Secretaris-generaal Gwin Steenhoudt roept Belgische landbouwers op om fabrikanten van persoonlijke beschermingsmiddelen méér input te geven over specifieke noden op het terrein. ‘We zijn vragende partij om daarover met de Boerenbond rond tafel te zitten.’

BELGISCHE EXPERTS OVER DE ZIEKTE VAN PARKINSON

‘De ziekte van Parkinson is een redelijk frequent voorkomende aandoening’, zegt professor David Crosiers, neuroloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, docent aan de Universiteit Antwerpen en lid van de multidisciplinaire adviesraad van de Vlaamse Parkinson Liga. ‘In België zijn er naar schatting 35.000 tot 50.000 patiënten. Hoeveel landbouwers in België de ziekte van Parkinson kregen, is bij mijn weten nooit in kaart gebracht.’

Volgens Crosiers is de blootstelling aan pesticiden, herbiciden en andere toxines niet eenvoudig te onderzoeken. ‘Omdat het gaat om blootstelling over een lange tijdsduur, en meestal met heel kleine hoeveelheden van het toxine. In de literatuur zijn er ook wel wat conflicterende resultaten. Sommige studies spreken elkaar tegen. Maar er is wel wetenschappelijke consensus over een aantal zaken. Dat blootstelling aan pesticiden wel degelijk het risico verhoogt op de ziekte van Parkinson, daarvoor zijn er sterke aanwijzingen. En dat bepaalde beroepsgroepen meer risico lopen om de ziekte te ontwikkelen, zoals landbouwers.

Hoeveel landbouwers in België de ziekte van Parkinson kregen, is bij mijn weten nooit in kaart gebracht.

David Crosiers, neuroloog en lid van de adviesraad van de Vlaamse Parkinson Liga

‘We weten dat de ziekte van Parkinson wordt veroorzaakt door een samenspel van genetische en omgevingsfactoren. De erfelijkheid van de ziekte verklaart ongeveer 25 procent van de oorzaak, de rest zijn omgevingsfactoren. Het goede nieuws is dat die omgevingsfactoren kunnen wijzigen. We zijn vooral met het curatieve bezig, maar ik denk dat we een shift moeten maken naar het preventieve aspect: de ziekte voorkomen. Omgevingsfactoren spelen daarin een belangrijke rol.’

Dokter Philippe Pals, neuroloog in het AZ Sint-Maarten in Mechelen, schreef een doctoraat over de gen-omgevingsinteracties bij de ziekte van Parkinson. ‘We weten dat er een verband is tussen parkinson krijgen en blootgesteld geweest zijn aan pesticiden’, zegt Pals. ‘Er ís dus een relatie. Maar om de causaliteit te onderzoeken, zou je een prospectieve studie moeten doen. Je zou bijvoorbeeld 1000 landbouwers en 1000 leerkrachten kunnen nemen, en die tien of twintig jaar lang volgen, en vervolgens nagaan hoeveel mensen parkinson krijgen.’

In een retrospectieve studie die Pals zelf deed in België, vond hij géén significant verband met pesticiden, maar wel met metaalblootstelling. ‘Als je de geografische distributie van de geboorteplaatsen van parkinson-patiënten in kaart brengt, zie je dat die als een mantel rond de as Antwerpen- Kempen liggen. We stelden vast dat voornamelijk de blootstelling aan metalen, of werken in metallurgie, belangrijker is.’

Partner Content