Opinie

Jean-Louis Coppers

‘België verliest 3,8 miljard per jaar aan maatschappelijke waarde door zelfdoding’

Jean-Louis Coppers Oprichter vzw Tout Bien – Okidoki

Na de zelfdoding van zijn zoon startte Jean-Louis Coppers de vzw Tout Bien – Okidoki en het initiatief ‘Hey hoe gaat het’. De vzw heeft als doel het taboe te doorbreken dat zelfdoding nog altijd is en suïcide bespreekbaar te maken. Ook wil de vzw méér overheidsgeld naar preventie van zelfdoding laten vloeien. ‘Waarom investeren we maar een fractie van het budget van verkeersveiligheid in een belangrijke problematiek als zelfdoding?’

De overheid geeft nog steeds te weinig geld uit aan de preventie van zelfdoding. Vlaanderen investeert 3,7 miljoen euro, België minder dan 5 miljoen. En dat is zeer weinig. Jaarlijks sterven er officieel 1800 mensen in België door zelfdoding. En de verdoken zelfdodingen kennen we uiteraard niet.

België verliest 3,8 miljard per jaar aan maatschappelijke waarde door zelfdoding.

Ter vergelijking: volgens het verkeersinstituut Vias vielen er vorig jaar 620 doden in het verkeer. Tegen 2020 wil men het aantal verkeersslachtoffers terugdringen tot 420 personen. Uiteraard is elk verkeersslachtoffer er een te veel, maar jammer genoeg moeten we vaststellen dat er drie keer meer mensen sterven in België door zelfdoding.

Om een cijfervoorbeeld te geven: Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts heeft in 2017 ongeveer 100 miljoen gespendeerd aan fietsinvesteringen. En hij is fier om dat op te trekken naar 110 miljoen. Begrijp me niet verkeerd, dat is goed, maar staat in schrijnend contrast tot de 3,7 miljoen euro van Vlaanderen voor de preventie van zelfdoding.

De vzw Tout Bien – Okidokidie ik oprichtte, wenst het budget voor preventie fors op te trekken. Zelfdoding is namelijk geen noodlot. Het is een misvatting dat er niets aan te doen valt en dat de maatschappij het aantal zelfdodingen maar moet ondergaan. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft overtuigende bewijzen geleverd dat een goed werkend nationaal preventieplan de zelfdodingscijfers doet dalen.

Er zijn twee redenen waarom de preventie van zelfdoding zo stiefmoederlijk behandeld wordt. Ten eerste is zelfdoding historisch belast en ten tweede ziet men zelfdoding als een volledig vrije en persoonlijke keuze. In sommige gevallen is zelfdoding inderdaad een vrije keuze, een soort euthanasie. Maar in veel gevallen is zelfdoding een gevolg van een aantal zaken die verkeerd gaan. En dan is er sprake van een proces dat gestopt kan worden.

De historische reden voor de achterstelling van de preventie van zelfdoding verdient ook onze aandacht. De Kerk heeft zelfdoding steeds gezien als een zware zonde: de twijfel aan de goddelijke barmhartigheid. En deze strenge moraal werd opgenomen in het strafrecht. Er werden ‘eerstraffen’ uitgesproken: het lijk werd door de straten gesleept en opgehangen aan een hooivork. Alsook vermogensstraffen: alle goederen werden geconfisqueerd. En tenslotte ook religieuze straffen: het lichaam mocht niet begraven worden in gewijde grond. Zelfs vandaag hebben alle religies nog geen volledige afstand genomen van deze ideeën. Bij zelfdoding ondergaat de familie het trauma van het verlies, maar volgt er ook nog eens een maatschappelijke schandvlek.

We moeten weten te becijferen wat het economische verlies is voor onze maatschappij.

De preventie van zelfdoding moet op verschillende manieren aangepakt worden. Toegang tot instellingen en hulpverlening moet verruimd worden: enkele weken wachten om opgenomen te worden in een verzorgingsinstelling, dat kan gewoon niet. Bij acute problemen is zelfs een wachttijd van vierentwintig uur véél te lang. Als bijvoorbeeld een jongere vandaag een noodkreet uitstuurt per mail en pas twee of drie weken later gehoord wordt, zijn we fout bezig.

Hoe kunnen we onze politici overtuigen om méér te investeren in de preventie van zelfdoding? Het antwoord is duidelijk: we moeten weten te becijferen wat het economische verlies is voor onze maatschappij. Is het ‘onkies’ om dat te berekenen? Neen, want enkel zo kan je berekenen hoeveel investeringen je als maatschappij dient te voorzien om zelfdoding te voorkomen. En ook op andere terreinen worden dergelijke berekeningen gemaakt: hoeveel willen we spenderen aan verkeersveiligheid ten opzichte van het economisch verlies van de slachtoffers? Hoeveel mogen de behandelingen kosten van een patiënt eens die een bepaalde leeftijd bereikt heeft?

Om het maatschappelijk verlies te berekenen gebruiken we twee variabelen: hoeveel zelfdodingen er zijn in België en hoeveel een gemiddeld mensenleven kost. Er zijn talrijke studies uitgevoerd naar wat een mensenleven waard is en de bedragen variëren. Een leven in Bangladesh is gemiddeld maar 5000 euro waard, in de Verenigde Staten is dat maar liefst 9 miljoen dollar. Daarom heeft de OESO een meta-analyse uitgevoerd waarbij zij een vergelijking heeft gemaakt van 92 verschillende studies. Hun besluit was dat een gemiddeld mensenleven 2,2 miljoen euro waard is. Het ‘Steunpunt verkeersveiligheid’ in België schat een mensenleven op ongeveer 2, 1 miljoen euro. Ook Nederlandse studies van de Nationale Spoorwegen wijzen in de richting van een dergelijk bedrag.

Het aantal zelfdodingen wordt gepubliceerd. Volgens het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie overleden in 2015 in Vlaanderen 1051 personen door suïcide en in 2017 in België 1896 personen, waarvan 1336 mannen en 560 vrouwen. We kunnen dus veronderstellen dat er in 2018 ongeveer 1800 mensen in België zullen sterven door zelfdoding.

Als we een verlies van 2,1 miljoen euro per mensenleven vermenigvuldigen met 1800 mensenlevens, resulteert dat in een totaal jaarlijks verlies van 3.780.000.000 euro voor België en 2.100.000.000 euro voor Vlaanderen.

De maatschappelijke verliezen van zelfdoding en het verkeer zijn zéér vergelijkbaar.

Ter vergelijking, de Europese Commissie schat de kost van 1 verkeersdode op gemiddeld 2,178 miljoen euro. Voor een zwaar- en lichtgewonde is dat 330.400 euro en 21.300 euro. De totale kostprijs liep voor Vlaanderen daardoor in 2015 op tot 2,4 miljard euro. De maatschappelijke verliezen van zelfdoding en het verkeer zijn dus zéér vergelijkbaar, en dan houden we nog geen rekening met de vele mislukte zelfmoordpogingen.

Waarom investeert Vlaanderen en België dan maar een fractie van het budget van verkeersveiligheid in zo’n belangrijke problematiek als zelfdoding? België is de nummer twee in West-Europa wanneer het om het aantal zelfdodingen gaat. Als een overheid beslist een uitgave die levens kan redden niet te doen, zeggen de politici niet meer dan dat de oplossing van het probleem de vele kosten niet waard is. Ja, ik denk dat onze politici vandaag dus nog steeds besmet zijn met middeleeuwse ideeën. De vzw Tout Bien – Okidoki wenst dat te veranderen en zal het taboe doorbreken.

Lees ook een interview met de auteur van dit opiniestuk: ‘We moeten verder durven gaan in de strijd tegen zelfdoding’

Partner Content