Echte ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) komt voor bij 5,2 procent van de kinderen, 3,4 procent van de volwassenen en 2,8 procent van de oudere populatie. De psychiatrische aandoening wordt gekenmerkt door onoplettendheid (moeite om de aandacht ergens bij te houden, ongestructureerd studeren en werken), hyperactiviteit (niet stil kunnen zitten, friemelen, rusteloosheid...) en impulsiviteit (overhaaste beslissingen nemen zonder nadenken, niet stilstaan bij langetermijngevolgen...).
...

Echte ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) komt voor bij 5,2 procent van de kinderen, 3,4 procent van de volwassenen en 2,8 procent van de oudere populatie. De psychiatrische aandoening wordt gekenmerkt door onoplettendheid (moeite om de aandacht ergens bij te houden, ongestructureerd studeren en werken), hyperactiviteit (niet stil kunnen zitten, friemelen, rusteloosheid...) en impulsiviteit (overhaaste beslissingen nemen zonder nadenken, niet stilstaan bij langetermijngevolgen...). Volgens de Britse professor psychiatrie Philip Asherson kan daar nog een vierde kenmerk aan toegevoegd worden: emotionele labiliteit. Met het opgroeien raakt ruim de helft van de kinderen met ADHD verstrikt in allerhande bijkomende problemen, waaronder depressie, angststoornissen, relatieproblemen, moeilijkheden op het werk en druggebruik. Ongeveer de helft van alle jongeren met ADHD komt vroeg of laat met drugs in aanraking. Drugverslaafden met ADHD vormen een bijzonder moeilijk te behandelen groep (1 op de 5 druggebruikers heeft ADHD). Om hen te helpen werd in 2010 een internationaal samenwerkingsverband opgericht, de ICASA-stichting (International Collaboration on ADHD and Substance Abuse). Het gaat om een groep betrokken experts die via wetenschappelijk onderzoek zoeken naar betere diagnostische en therapeutische methoden en middelen voor mensen met ADHD en middelenmisbruik. Een van hen is psychiater Frieda Matthys (VUB). Op haar initiatief organiseerde de ICASA-stichting in juni een conferentie in Brussel en Bodytalk was erbij. "Cliënten met alcohol- en drugproblemen verdwijnen vaak vroegtijdig uit de hulpverlening, omdat hun onbehandelde ADHD-symptomen het volgen van therapie bemoeilijken", stelt ze. Matthys, die 10 jaar voorzitter was van de Vereniging voor Alcohol en Drugproblemen (VAD), schreef een boek voor hulpverleners over omgaan met ADHD bij verslaving. Volgens de Nederlandse professor Geurt van der Glind (Amsterdam) wordt amper aandacht besteed aan het fenomeen ADHD bij volwassenen. "In heel wat Europese landen gaat alle aandacht naar het middelenmisbruik of de persoonlijkheidsstoornissen waar deze mensen zo vaak mee worstelen. In Ierland wordt zelfs beweerd dat ADHD bij volwassenen niet bestaat." Bij veel volwassenen met verslavingsproblemen is ADHD nochtans het centrale, maar veelal miskende probleem. Dat opvallend veel ADHD'ers zich te buiten gaan aan tabak, alcohol en andere drugs kan volgens professor Susan Young (Londen) te maken hebben met het tot rust brengen van hun rusteloze geest. "Mogelijk grijpen ze naar drugs als een vorm van zelfmedicatie en minder om een roes op te zoeken. Ze willen zich normaal voelen en geaccepteerd worden", zegt ze. De vrees dat Rilatine-gebruik in de kindertijd aanzet tot druggebruik op latere leeftijd, is ongegrond, heeft onderzoek aangetoond. Druggebruik bij ADHD verlaagt wel de drempel naar criminaliteit. Psychiatrisch onderzoek bij gevangenispopulaties toont verrassend hoge incidenties van ADHD: bij 26 procent van de volwassen delinquenten en bij 30 procent van de adolescenten kan men de diagnose stellen. Er bestaan tools (korte gevalideerde vragenlijsten) waarmee je de diagnose snel en eenvoudig kunt stellen, maar ze worden te weinig gebruikt. Dat is nochtans niet onbelangrijk, want het behandelen van de ADHD vermindert het risico op crimineel gedrag, zo toont placebogecontroleerd dubbelblind onderzoek bij Zweedse gevangenen met ADHD. Stimulerende medicatie (zoals Rilatine) is slechts 1 pijler in de behandeling van ADHD. Een tweede is psychotherapie. Ook als volwassenen de diagnose ADHD pas in het latere leven krijgen, is er nood aan psychotherapie, degelijke informatie en omkadering van problemen uit het verleden. Dat helpt mensen met de aandoening om met de stoornis en aanverwante problemen om te gaan. Sommige artsen zijn terughoudend om stimulerende medicatie voor te schrijven aan volwassenen met ADHD, zeker in het geval van middelenmisbruik. Ze vrezen dat hun patiënt daardoor nog meer drugs zal gebruiken. Onterecht, zeggen de ICASA-experts: het middelenmisbruik vermindert eerder als de ADHD behandeld wordt met medicatie in combinatie met psychotherapie. Op roken na, een zeer hardnekkige gewoonte bij ADHD'ers. ADHD verdwijnt niet altijd na de kindertijd. Meestal blijft het doorsluimeren in andere gedaantes, die minder goed herkend worden. Op adolescente en volwassen leeftijd zet ADHD vaak aan tot antisociaal gedrag, persoonlijkheidsstoornissen, angst, depressie en middelenmisbruik. Complexe bijkomende problemen die de aandoening aan de basis, namelijk ADHD, doen vergeten. Psychiaters roepen op om het hele plaatje te bekijken en ADHD te behandelen.