‘ADHD kan op latere leeftijd voor ernstige problemen zorgen’

© iStock
Marleen Finoulst
Marleen Finoulst Hoofdredacteur Bodytalk en arts

ADHD is geen modeverschijnsel, zo blijkt uit het grootste onderzoek ooit naar de hersenen van ADHD’ers in The Lancet Psychology. Het is een mentale stoornis die op latere leeftijd voor ernstige problemen kan zorgen. Zoals druggebruik.

Echte ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) komt voor bij 5,2 procent van de kinderen, 3,4 procent van de volwassenen en 2,8 procent van de oudere populatie. De psychiatrische aandoening wordt gekenmerkt door onoplettendheid (moeite om de aandacht ergens bij te houden, ongestructureerd studeren en werken), hyperactiviteit (niet stil kunnen zitten, friemelen, rusteloosheid…) en impulsiviteit (overhaaste beslissingen nemen zonder nadenken, niet stilstaan bij langetermijngevolgen…).

Met het opgroeien raakt ruim de helft van de kinderen met ADHD verstrikt in allerhande bijkomende problemen

Volgens de Britse professor psychiatrie Philip Asherson kan daar nog een vierde kenmerk aan toegevoegd worden: emotionele labiliteit. Met het opgroeien raakt ruim de helft van de kinderen met ADHD verstrikt in allerhande bijkomende problemen, waaronder depressie, angststoornissen, relatieproblemen, moeilijkheden op het werk en druggebruik.

Middelenmisbruik

Ongeveer de helft van alle jongeren met ADHD komt vroeg of laat met drugs in aanraking. Drugverslaafden met ADHD vormen een bijzonder moeilijk te behandelen groep (1 op de 5 druggebruikers heeft ADHD). Om hen te helpen werd in 2010 een internationaal samenwerkingsverband opgericht, de ICASA-stichting (International Collaboration on ADHD and Substance Abuse). Het gaat om een groep betrokken experts die via wetenschappelijk onderzoek zoeken naar betere diagnostische en therapeutische methoden en middelen voor mensen met ADHD en middelenmisbruik.

Een van hen is psychiater Frieda Matthys (VUB). Op haar initiatief organiseerde de ICASA-stichting in juni een conferentie in Brussel en Bodytalk was erbij. “Cliënten met alcohol- en drugproblemen verdwijnen vaak vroegtijdig uit de hulpverlening, omdat hun onbehandelde ADHD-symptomen het volgen van therapie bemoeilijken”, stelt ze. Matthys, die 10 jaar voorzitter was van de Vereniging voor Alcohol en Drugproblemen (VAD), schreef een boek voor hulpverleners over omgaan met ADHD bij verslaving.

Volgens de Nederlandse professor Geurt van der Glind (Amsterdam) wordt amper aandacht besteed aan het fenomeen ADHD bij volwassenen. “In heel wat Europese landen gaat alle aandacht naar het middelenmisbruik of de persoonlijkheidsstoornissen waar deze mensen zo vaak mee worstelen. In Ierland wordt zelfs beweerd dat ADHD bij volwassenen niet bestaat.” Bij veel volwassenen met verslavingsproblemen is ADHD nochtans het centrale, maar veelal miskende probleem.

Crimineel gedrag

Dat opvallend veel ADHD’ers zich te buiten gaan aan tabak, alcohol en andere drugs kan volgens professor Susan Young (Londen) te maken hebben met het tot rust brengen van hun rusteloze geest. “Mogelijk grijpen ze naar drugs als een vorm van zelfmedicatie en minder om een roes op te zoeken. Ze willen zich normaal voelen en geaccepteerd worden”, zegt ze. De vrees dat Rilatine-gebruik in de kindertijd aanzet tot druggebruik op latere leeftijd, is ongegrond, heeft onderzoek aangetoond.

Psychiatrisch onderzoek bij gevangenispopulaties toont verrassend hoge incidenties van ADHD

Druggebruik bij ADHD verlaagt wel de drempel naar criminaliteit. Psychiatrisch onderzoek bij gevangenispopulaties toont verrassend hoge incidenties van ADHD: bij 26 procent van de volwassen delinquenten en bij 30 procent van de adolescenten kan men de diagnose stellen. Er bestaan tools (korte gevalideerde vragenlijsten) waarmee je de diagnose snel en eenvoudig kunt stellen, maar ze worden te weinig gebruikt. Dat is nochtans niet onbelangrijk, want het behandelen van de ADHD vermindert het risico op crimineel gedrag, zo toont placebogecontroleerd dubbelblind onderzoek bij Zweedse gevangenen met ADHD.

Therapie

Stimulerende medicatie (zoals Rilatine) is slechts 1 pijler in de behandeling van ADHD. Een tweede is psychotherapie. Ook als volwassenen de diagnose ADHD pas in het latere leven krijgen, is er nood aan psychotherapie, degelijke informatie en omkadering van problemen uit het verleden. Dat helpt mensen met de aandoening om met de stoornis en aanverwante problemen om te gaan.

Sommige artsen zijn terughoudend om stimulerende medicatie voor te schrijven aan volwassenen met ADHD, zeker in het geval van middelenmisbruik. Ze vrezen dat hun patiënt daardoor nog meer drugs zal gebruiken. Onterecht, zeggen de ICASA-experts: het middelenmisbruik vermindert eerder als de ADHD behandeld wordt met medicatie in combinatie met psychotherapie. Op roken na, een zeer hardnekkige gewoonte bij ADHD’ers.

Besluit

ADHD verdwijnt niet altijd na de kindertijd. Meestal blijft het doorsluimeren in andere gedaantes, die minder goed herkend worden. Op adolescente en volwassen leeftijd zet ADHD vaak aan tot antisociaal gedrag, persoonlijkheidsstoornissen, angst, depressie en middelenmisbruik. Complexe bijkomende problemen die de aandoening aan de basis, namelijk ADHD, doen vergeten. Psychiaters roepen op om het hele plaatje te bekijken en ADHD te behandelen.

ADHD bij volwassenen

Onlangs kwamen twee onderzoeksgroepen, een Britse en een Brazilaanse, onafhankelijk van elkaar tot de bevinding dat de diagnose ADHD soms ook gesteld kan worden bij volwassenen die in hun kinderjaren geen dergelijke mentale problemen hadden. Plotseling voelen mensen een rusteloosheid die ze als kind nooit ervaren hebben. Ook hebben ze moeite met timemanagement, multitasken, plannen en stress, in zo erge mate dat hun leven overhoop ligt.

Volgens de auteurs van beide studies moet er een vorm van ADHD bestaan die pas opduikt op volwassen leeftijd. Ze noemen die ‘late-onset ADHD’ (letterlijk: ADHD die op latere leeftijd start). Het concept kreeg de voorbije maanden heel wat tegenwind. Volgens sommige psychiaters is het een truc om de markt voor het ADHD-medicijn te vergroten. Anderen stellen dat het moet gaan om ADHD die niet herkend werd in de kinderjaren, maar toen al wel bestond.

ADHD werd voor het eerst beschreven in 1980. Toen werd gesteld dat de symptomen aanwezig moesten zijn voor de leeftijd van 7 jaar. Twintig jaar later werd die leeftijdsgrens opgetrokken tot 12 jaar. De leeftijdsgrens nu loslaten, vinden sommige psychiaters een brug te ver. Op die manier worden symptomen, zoals rusteloosheid, stress en moeilijk functioneren, gemedicaliseerd, terwijl ze eigen kunnen zijn aan een voorbijgaande moeilijke fase in het leven. Mogelijk hadden mensen met zogenaamde ‘late-onset ADHD’ al een milde vorm van ADHD, die niet gediagnosticeerd werd omdat de ouders geen medische hulp zochten, of omdat het intelligente kinderen waren met ondersteunende ouders.

Partner Content