Bijna zeventig jaar na zijn mysterieuze dood zijn de Vlaamse socialisten nog altijd niet helemaal in het reine met de figuur van Hendrik De Man (1885-1953). De Vlaamse Beweging heeft de voorbije decennia tot haar scha en schande en aanvankelijk zeer tegen haar zin moeten leren erkennen dat de collaboratie fout was - en de collaborateurs dus ook. Bij de linkse beweging ligt eenzelfde schuldbekentenis veel moeilijker.
...

Bijna zeventig jaar na zijn mysterieuze dood zijn de Vlaamse socialisten nog altijd niet helemaal in het reine met de figuur van Hendrik De Man (1885-1953). De Vlaamse Beweging heeft de voorbije decennia tot haar scha en schande en aanvankelijk zeer tegen haar zin moeten leren erkennen dat de collaboratie fout was - en de collaborateurs dus ook. Bij de linkse beweging ligt eenzelfde schuldbekentenis veel moeilijker. Dan valt natuurlijk de naam van Hendrik de Man. Vanaf de jaren twintig schreef de Antwerpenaar aan de universiteit van Frankfurt spraakmakende boeken, zoals Zur Psychologie des Sozialismus en Die sozialistische Idee. In de jaren dertig werd De Man (vice-)voorzitter van de Belgische Werklieden Partij (BWP), de voorganger van de SP.A. Partij en vakbond schaarden zich enthousiast achter zijn 'Plan van de Arbeid', ook wel 'Het Plan-De Man' genoemd. Maar meteen na de capitulatie in 1940 ontbond hij 'zijn' BWP, en ijverde hij voor de oprichting van de Unie van Hand- En Geestesarbeiders, een coöperatie tussen werkgevers en werknemers die de bestaande vakbonden moest vervangen. Na een veroordeling wegens collaboratie woonde hij in ballingschap in Zwitserland. Daar verongelukte hij in 1953 op 68-jarige leeftijd samen met zijn jongere echtgenote toen hun auto gegrepen werd door een trein. Binnen de socialistische beweging vervaagden in de loop der jaren de foute kanten van De Man. Zijn Verzameld Werk werd uitgegeven, er kwamen boeken, biografieën en studiedagen, waarbij de klemtoon veel meer lag op de originaliteit van zijn ideeën en zijn belang als politiek figuur dan op zijn positie tegenover de democratie, de Nieuwe Orde en de nazibezetting. Zijn partijgenoot en tegenstrever Paul-Henri Spaak loofde hem als 'de meest authentieke denker van de twintigste eeuw, die me vaak het gevoel gaf dat ik te maken had met een genie'. Mieke Van Haegendoren, een van zijn eerste biografen, somde ooit de belangrijkste elementen van de levensfilosofie van De Man op: een spottend humanisme, een relativering van ideologieën, goede smaak en een eenvoudige levenswijze. De vooraanstaande Gentse historicus Herman Balthazar zei dat De Man eervol was als wetenschapper, maar mislukt als politicus. 'Zo'n strikte scheiding tussen iemands politieke ideeën en zijn eigen optreden en daden kun je toch moeilijk volhouden', zegt de Nederlandse historicus Jan Willem Stutje. Hij is de auteur van Hendrik de Man. Een Man met een Plan, de nieuwe, goed geschreven en weldoordachte biografie van de koppige, eigengereide socialist die zijn eigen partij overbodig vond en op die manier ook zichzelf buitenspel zette. Stutje is een ervaren biograaf, die zich specialiseerde in markante leiders van de linkerzijde uit de vorige eeuw. Hij schreef al biografieën over de communist Paul de Groot ('de Nederlandse Stalin'), over de trotskist Ernest Mandel, de anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, en nu dus over de sociaaldemocraat Hendrik de Man. Het nieuwe boek heeft Stutje vierenhalf jaar gekost. 'Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in de overwinningen en de zeges van de linkse beweging', vertelt hij. 'Ik ben vooral geïntrigeerd in de achterkant ervan: het verraad, de verrijking en de overdreven ambities van de leiders van een politieke stroming die pretendeert te ijveren voor meer democratie en gelijkheid. Het benieuwt mij hoe dingen omslaan. In het geval van Domela Nieuwenhuis vond ik het feit dat hij een antisemiet was minder spannend dan de vraag waarom hij op een bepaald ogenblik zijn antisemitisme ging inzetten als politiek wapen. Ook Hendrik de Man schreef al in zijn herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog een paar giftige antisemitische regels over de bolsjewieken en Trotski. Via De Man zien we dus opnieuw dat ook de socialistische beweging haar duistere kanten heeft.' Het intrigerende aan het boek van Stutje is dat zijn benadering van het leven van De Man aardig afwijkt van wat er al geschreven was. De auteur staat bijvoorbeeld principieel kritisch tegenover de memoires die de politicus zelf schreef, wat bij vroegere biografen zelden het geval was. Tegelijk durft Stutje openlijk te praten over blanco pagina's in het leven van De Man - ondanks zijn jarenlange onderzoek is nog altijd veel niet bekend. Jan Willem Stutje: Eigenlijk had ik mijn boek willen beginnen met het verhaal van zijn dood. Er bestaan drie theorieën over: was het moord, zelfmoord of een ongeluk? Dat zijn drie beelden voor drie afzonderlijke visies op zijn leven. Als hij vermoord zou zijn geweest, betekent dit dat hij in de vroege jaren vijftig nog altijd een bedreiging was voor sommige figuren of partijen waarover hij geheimen zou kunnen verklappen. Dan kun je zijn leven via die lijn reconstrueren: de politicus die tot het einde best belangrijk bleef. In het tweede scenario, het geval van een zelfmoord, zou De Man tot de vaststelling zijn gekomen dat zijn bestaan was uitgelopen op een echec, dat hij zich bewust was geweest van de fouten die hij had gemaakt en de kansen die hij had laten liggen. Een ongeluk is dan weer het banale einde van een leven dat uiteindelijk niet zo heel veel meer voorstelde - zijn overlijden werd in België amper opgemerkt. Maar het zou hopeloos complex geworden zijn voor de lezer om die drie lijnen in één boek uit te werken. U koos voor de laatste these, de eenvoudigste: zijn dood was niets meer dan een verkeersongeluk. Stutje: En toch... Ergens schreef zijn schoonzoon: 'Wij begrijpen nog altijd niet wat er gebeurd is.' Daarin lees je toch de suggestie dat er wellicht iets meer aan de hand was. Wat? Het is toch niet verboden om bij die vreemde dood onwillekeurig te denken aan wat er in diezelfde jaren is gebeurd met de communist Julien Lahaut, die door 'onbekenden' werd doodgeschoten? Ook de Nederlandse naoorlogse geschiedenis kent zulke afrekeningen, bijvoorbeeld van het verzet met voormalige tegenstanders, die tot nu toe nog altijd niet echt zijn onderzocht. Het blijft natuurlijk vreemd. Hendrik de Man en zijn vrouw zitten samen in hun kleine Fiat 500 Topolino. Dat een van beiden niet oplet, tot daaraan toe. Maar dat de tweede óók niet ziet dat de trein eraan komt? Het blijft een intrigerende gedachte dat het zou kunnen dat ze aan die spoorweg werden opgewacht door een stel mannen die zich meester maakten van het Topolinootje - een autootje dat niets weegt - en het onder de trein duwden. Why not? Maar ik heb er dus absoluut geen concrete aanwijzingen voor. Of is het toch zelfdoding? De Man wás uitgeteld. Hij had geen enkele toekomst meer. Er waren nog wel wat lichtpunten in de duisternis. Zijn memoires werden uitgegeven, hij werd in Duitsland uitgenodigd om lezingen te geven - dat was allemaal prettig, maar het leven bleef natuurlijk knagen. Was De Man in staat geweest om zijn eigen leven te verdragen? Om zijn kleinheid onder ogen te zien? Ik heb de indruk dat dit tegen zijn aard zou zijn geweest. Maar goed, alle moord- en zelfmoordtheorieën steunen op aanwijzingen uit de derde of de vierde hand. Dus houd ik het in mijn boek bij een ongeval. Hoog gras dat het uitzicht hinderde, een oudere man aan het stuur. Een ongeluk is zo gebeurd. Zo eindigde zijn leven. Maar wanneer begon het? Wanneer ontpopte de auteur van 'Het Plan-De Man' zich voor het eerst als een man met een missie? Stutje: Dat gebeurde al van in zijn jeugd. Hij kwam uit een Vlaamsgezinde familie uit de Antwerpse burgerij. Onder invloed van leerkrachten zoals de schrijver Pol De Mont evolueerde hij niet alleen van Vlaamsgezind naar sociaal, maar kreeg hij ook interesse voor het Germaanse element. Al aan het eind van zijn puberteit had hij een bepaalde wereldopvatting en koppelde hij dat aan een concreet politiek engagement: hij sloot zich aan bij de vroege socialistische beweging. Vanuit zijn Vlaamsgezinde milieu stond hij in de traditie van een zeker protest tegen de gevestigde orde. Zijn ideeën gingen nog alle kanten op. De Man had een anarchistische reflex, maar las ook de werken van andere socialistische activisten en theoretici. Hij ging in Duitsland studeren, en als medewerker van de radicale Leipziger Volkszeitung maakte hij kennis met oude socialisten zoals Karl Kautsky. Dat waren figuren die de Russische revolutie van 1905 nog hadden meegemaakt, en nog hadden gedebatteerd met de oude Karl Marx en Friedrich Engels. In Leipzig kwam er een vaste structuur in zijn wereldbeschouwing. Hij vertoefde er in een internationaal milieu, waardoor hij veel contacten kon leggen. Uit die tijd dateert zijn vriendschap met de socialistische schrijfster Henriette Roland Holst. Ze vonden elkaar in het 'religieuze socialisme' dat De Man zou ontwikkelen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij aan de IJzer. De Man schreef achteraf dat hij daar genoten had van 'the joy of killing', van 'het immense genoegen van een voltreffer, inclusief krijsende slachtoffers en door de lucht vliegende armen en benen'. En ook: 'Ik moest voor mijzelf toegeven dat dit een van de gelukkigste momenten van mijn leven was.' Stutje: Maar is het ook wáár wat hij schreef? Of is het een constructie achteraf? Ik heb geaarzeld om dat citaat op te nemen. Ik heb namelijk soortgelijke passussen teruggevonden in het werk van de Duitser Ernst Jünger en de Fransman Marcel Déat. Ook Déat was een socialistisch politicus die tijdens de Tweede Wereldoorlog zou collaboreren, en in de jaren vijftig in ballingschap zou sterven. Pasten zulke zinnen in een bepaalde naoorlogse militaire cultuur, waarin oud-strijders de heroïek van de loopgraven verheerlijkten? Tegelijk heeft die passage ook iets erotiserends. De schrijver laat een glimp zien van zijn affectie voor geweld, van zijn fascinatie voor het lichamelijke ook, zijn liefde voor zijn mannen. In zijn eigen woorden: 'We hielden van elkaar en wisten het, hoewel de omstandigheden (geen zwakke momenten!) niet toelieten de gevoelens te tonen.' Er staat duidelijk meer dan wat er letterlijk geschreven is. Maar wat wilde De Man zijn lezers echt meedelen? Ik ben er niet helemaal uit geraakt. Als aankomende socialistische leider had hij een openlijke aversie tegen de parlementaire democratie: 'Minderheden regeren door middel van meerderheden.' Stutje: De Man nam wezenlijk afstand van de beroemde zin van Marx dat de bevrijding van de arbeidersklasse het werk van de arbeidersklasse zélf zou zijn. Zelfs figuren als Kautsky hadden die opvatting al losgelaten. De massa zou de weg naar het socialisme niet zelf vinden, ze moest erheen worden geleid. Dat zou de taak en het werk zijn van de voorhoede, een elite. Het is de historische, noodzakelijke taak van de elite om het volk te leiden. In díé traditie is De Man gevormd. Hij stond daarin niet alleen. Al op het einde van de negentiende eeuw omarmde een socialistisch anarchist als Domela Nieuwenhuis 'het socialisme van bovenaf'. In zijn boek Zur Psychologie des Sozialismus ontwikkelde De Man een definitie van de échte socialist. Die laat zijn politieke optreden niet bepalen door het eigen nastreven van materiële vooruitgang, maar omdat hij meent dat het socialisme de beste remedie is voor de hele samenleving. Stutje: Met die ideeën stond hij in die tijd niet alleen, zo origineel is die stelling ook weer niet. De man was een van de velen die aan het denken waren gezet door de gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog. In zijn ethisch socialisme ontwikkelde hij de stelling dat niet alleen materiële redenen het politieke bewustzijn van mensen bepalen en hen tot handelen aanzetten, maar dat er ook spirituele krachten en ethische waarden en impulsen zijn die mensen aansporen om zich in te zetten voor het goede en tegen het kwade. Die gedachte was niet nieuw, maar de manier waarop De Man ze uitwerkte, sprak zijn tijdgenoten wel aan. Het was een antwoord op de Russische interpretatie van het marxisme, die zoveel mensen had afgestoten. Om dezelfde reden kreeg je in de jaren zestig nog een zekere revival van zijn ideeën. Ook dat waren jaren waarin beklemtoond werd dat er méér is in het leven dan de drang naar nog meer materialisme. Was De Man daarmee een van de belangrijkste socialisten van zijn tijd? Stutje: Ik zou zijn belang toch niet overroepen. Zijn Plan-De Man uit de jaren dertig was een variant van wat toen in veel andere landen gebeurde, van de New Deal in de VS onder Franklin D. Roosevelt en Stalins vijfjarenplannen tot vergelijkbare maatregelen in Nederland en Duitsland. Dan was de impact van een boek als Zur Psychologie des Sozialismus toch aanzienlijker. De Man was een onderhoudend schrijver met een bekwame pen, maar zijn echte belang lag niet in de intrinsieke brille van zijn ideeën, wel in het feit dat dit boek mobiliserend werkte. Het werd niet alleen populair bij zijn eigen socialistische achterban, het gaf ook aan de rechterzijde munitie om zich te verzetten tegen de stalinistische variant van het socialisme. Vandaar dat hij met aandacht en instemming werd gelezen door de brede rechterzijde, tot in de nazipartij toe. Dat zie je ook aan zijn correspondentie. In zekere zin was Hendrik De Man de Steve Bannon van de sociaaldemocratie van zijn tijd, de alt-right-man die ook opereert tussen ideologie en politiek in, en door veel mensen werd geraadpleegd. Zij het dat De Man zichzelf nooit als rechts zou definiëren. Zijn kader was de sociaaldemocratie. De Man heeft wel veel politieke bochten gemaakt. Hij was academicus, werd politicus, dan de drijvende kracht achter Het Plan van De Arbeid, later de grote vriend van koning Leopold III, en finaal hief hij zijn eigen partij op. Stutje: Eigenhandig en eigengereid doekte hij in 1940 inderdaad de Belgische Werklieden Partij op. Hij liet zijn kameraden vallen op het moment dat het hem uitkwam. Dat hij zelf geen vrienden had, stond hem ook toe om zijn hele leven zoveel bochten te nemen. Bij communisten was dat een tweede natuur: om de vijf jaar veranderden die fundamenteel van opvatting. (lacht) Maar een normaal politicus die zo vaak van standpunt verandert als Hendrik De Man: dat kan maar als je sociaal niet ingebed bent. De Man was zo'n type dat wel hield van de mensheid maar niet van mensen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog profileerde de 'ethische socialist' De Man zich als een materialist pur sang. Terwijl het land kreunde onder de bezetting ging hij golfen met koning Leopold en Duitse officieren. In Parijs liet hij zich trakteren op 'vijftien oesters en een zeetong', terwijl de gewone man zwaar op rantsoen stond. Stutje: Zijn mecenas daar was Charles Ritz, de eigenaar van het befaamde Ritz-hotel aan de place Vendôme. Hij kon zich dat gedrag veroorloven. (denkt na) Zo zou het altijd zijn met De Man. Naar buiten toe hield hij de mythe op van de ascetische intellectueel, de sobere man die gezond leeft en zich ver houdt van de geneugten des levens. Maar in de praktijk leunde zijn levensstijl aan bij die van de haute bourgeoisie. Toch vond hij van zichzelf dat hij een sociaaldemocraat bleef. Soms doet hij me denken aan Afrikaanse leiders wier partijen waren aangesloten bij de Socialistische Internationale, en net uit dat socialistisch lidmaatschap de legitimatie haalden om de gruwelijkste regimes in stand te houden. Kleefde er bloed aan zijn handen? Stutje: Niet direct. De Man was een antisemiet, maar hij was geen politicus die de shoah zou organiseren. Hij keek ervan weg. Hij was een antimarxist en een antibolsjewiek, maar hij was niet geïnteresseerd in Lebensraum. Hij had een bijzonder elitaire opvatting van de maatschappij. Hij vond dat een deel van de arbeidersklasse - prostituees en dergelijke - eigenlijk niet verdiende te leven. Maar hij heeft er nooit voor gepleit om hen op te sluiten in concentratiekampen. Wat hij deed en niet deed, was voldoende om hem een collaborateur te noemen. Hij pleegde géén verzet, integendeel, hij boog voor het nieuwe regime. En hij vernietigde de socialistische partij en de vakbond, organisaties die weerstand hadden kunnen bieden. De Man was geen fascist, maar veel van wat hij deed en dacht was wel fascistisch. Daarom is het juist dat hij ter verantwoording is geroepen. Al in 1941 verhuisde hij van België naar het Franse Alpendorp La Clusaz. Het lijkt wel alsof hij toen al wegvluchtte van zichzelf. Stutje: Toch wees alles erop dat hij nog altijd klaarstond om namens koning Leopold III een regering te leiden. Tegelijk besefte hij dat het moment nog niet gekomen was, omdat de Duitsers er onderling niet uit raakten welk statuut België moest krijgen in het Derde Rijk. Pas na de Slag om Stalingrad in '42-'43 zag De Man in dat de Duitsers de oorlog nooit zouden kunnen winnen en dat zijn rol uitgespeeld was. Van dan af begon hij inderdaad te vluchten voor de man die hij was geweest: hij schoonde zijn archief op enzovoort. Tegelijk begon hij zijn eigen mythe te verzorgen. Hij schreef drie keer op rij zijn memoires, en telkens opnieuw nam hij daarin een andere positie in. Ook over zijn verblijf in Frankrijk en zijn ballingschap in Zwitserland blijven nog altijd erg veel vragen onbeantwoord. De Man was nog geen drie weken in Zwitserland of hij was al verloofd met Vali von Orelli, een jonge vrouw die hij nog maar pas had leren kennen. Geen half jaar later waren ze getrouwd. Wie organiseerde dat? Want zo'n huwelijk heeft belangrijke consequenties. Het huwelijk bond hem aan Zwitserland, en zou ingeroepen kunnen worden als een argument om hem niet te hoeven uitleveren aan België. Er doken plots ook intrigerende figuren op die in contact leken te staan met het hof en met de zakenwereld. Een van hen was de Joodse geheim agent Louis Blitz, de latere stichter van Club Méditerranée. (lacht)Veel wijst erop dat De Man werd bijgestaan door de geallieerden om naar het neutrale Zwitserland te kunnen ontkomen, en zo uit de handen te blijven van het Belgische gerecht. Om de een of andere reden kreeg hij hulp van verzetsgroepen. Mogelijk gingen de Amerikanen ervan uit dat hij nog bruikbare informatie kon leveren. Hij wist alles van het politieke milieu in België, hij kende de koning en zijn entourage, hij was uitstekend op de hoogte van de Belgische sociaaldemocratie. De Amerikanen zouden wel gek zijn geweest om hem niet te gebruiken en de mogelijkheid open te houden om via hem de Belgische politiek te kunnen manipuleren. Hebt u ook schoonheid gevonden in het leven van De Man? Goedheid, misschien? Iets nobels? Stutje:(denkt lang na) Eigenlijk niet. Ik kreeg bij mijn onderzoek het beeld van een man die zijn omgeving voortdurend mishandelde. Kijk naar zijn omgang met zijn kinderen. Zij aanbaden hem, en hij keek amper naar hen om. Zijn omgang met vrouwen was ronduit gruwelijk. Hij heeft zijn hele leven lang vriendschappen verbroken, en zowel in zijn persoonlijke als in zijn publieke leven maakte hij keuzes die vooral zijn eigen belang dienden. Vandaar ook de titel van dit boek: Een Man met een Plan. Er gaat iets dreigends van uit. Ik vind De Man een abject figuur. Als academicus en politicus sloot hij voortdurend de ogen voor wat er om hem heen gebeurde. Hij wíst waartoe de nazi's in staat waren, maar hij bleef passief. Hij schreef zijn dochter zelfs: 'Ik weet dat er boeken verbrand zullen worden, en ik hoop dat die van mij erbij zullen zijn.' Wat is dat voor misselijkmakende zelfingenomenheid? Wat voor een mens ben je als je uitkijkt naar de Kristallnacht als een kans om je eigen carrière vooruit te helpen? Hoe onoprecht kan een leven eigenlijk zijn?