Sinds Luc Sels, rector van de KU Leuven, in zijn openingstoespraak van het academiejaar de aandacht vestigde op 'woke', een vaak militante afrekening met de 'witte' dominantie vande afgelopen decennia, zijn debatten over het koloniale verleden hete hangijzers. De discussie sluit nauw aan bij het werk van de Leuvense historicus Idesbald Goddeeris, die net het boek Missionarissen: geschiedenis, herinnering, dekolonisering uit heeft.
...

Sinds Luc Sels, rector van de KU Leuven, in zijn openingstoespraak van het academiejaar de aandacht vestigde op 'woke', een vaak militante afrekening met de 'witte' dominantie vande afgelopen decennia, zijn debatten over het koloniale verleden hete hangijzers. De discussie sluit nauw aan bij het werk van de Leuvense historicus Idesbald Goddeeris, die net het boek Missionarissen: geschiedenis, herinnering, dekolonisering uit heeft. Goddeeris heeft nog maar weinig last gehad van de cancelculture die zijn rector aan de kaak stelde: 'Ik onderbouw mijn standpunten altijd met wetenschappelijke argumenten, en tegelijk benadruk ik de tijds- en plaatsgebondenheid van mijn eigen kennis en perspectief. Daardoor kan ik met iedereen in debat gaan, van links tot rechts. Ik heb bovendien veel ervaring met de thema's. Ik geef les over migratie en identiteit in het vak interculturaliteit. En behalve historicus ben ik ook slavist. Het was een uitstekende oefening om onze samenleving te bekijken vanuit de invalshoek van een andere regio. Dat alles maakt dat ik mij vrij zeker voel om over gevoelige thema's de discussie aan te gaan. Twee jaar geleden heb ik meegedaan aan een debat van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV). Ik ben niet bang van rechtse studenten, maar ik weet dat sommige collega's het er moeilijker mee hebben.' U ervaart dus ook politieke druk?Idesbald Goddeeris: Enkele jaren geleden hadden studenten die ook lid waren van Schild & Vrienden een vlijmscherp opiniestuk geschreven over History of Migration, Subalternity and Postcolonialism, een vak dat ik samen met Magaly Rodriguez geef. Ze publiceerden het pas nadat ze waren afgestudeerd, en dat betreurde ik. Ze hadden hun opmerkingen beter in de les gegeven. We hebben ze het academiejaar daarop uitgenodigd om tijdens de eerste les en in aanwezigheid van de nieuwe lichting studenten hun bezwaren kenbaar te maken. Ik ben het debat aangegaan. Sommige collega's vonden dat we hen geen forum hadden mogen geven, maar dat zou censuur geweest zijn. Men spreekt soms over een pensée unique in het historisch onderzoek naar het kolonialisme - je zult geen historicus meer vinden die het kolonialisme an sich verdedigt. Maar dat betekent niet dat sommigen niet meer begrip kunnen opbrengen voor bepaalde aspecten dan anderen, dat er geen discussies meer mogelijk zijn. Ook ik zal missionarissen niet alleen maar bekritiseren - ik beklemtoon vooral de heterogeniteit en meerstemmigheid van missionering. En natuurlijk krijg ik mails van mensen die het niet met me eens zijn. Ze voelen zich vaak miskend, bijvoorbeeld door de oproepen tot meer etnische diversiteit op de campus: 'En ik dan? Telt sociaal-economische achterstand dan niet meer mee? Ik ben wit, maar ik heb nooit van enig privilege genoten.' Kreeg u nooit het klassieke woke-verwijt dat u als 'witte' academicus bij het bestuderen van het kolonialisme nooit écht in de huid van een zwarte Afrikaan kunt kruipen? Goddeeris: Ik niet, nee, maar collega's bij literatuurwetenschappen hebben zulke opmerkingen wel al gehad, van Amerikaanse studenten. Ze vonden dat een witte prof niet over black studies kon doceren. *** Idesbald Goddeeris werd in 1972 in Congo geboren, in Kananga (ex-Luluaburg), in de zuidelijke provincie Kasai. Dat was in het postkoloniale tijdperk, toen de Belgische overheid, de Belgische bedrijven en het Belgische middenveld nog enthousiast samenwerkten met de voormalige kolonie, die op dat moment onder president Mobutu Sese Seko was omgedoopt tot Zaïre. 'Mijn vader had geen zin in de verplichte legerdienst en koos voor het alternatief. Hij werd ontwikkelingswerker', zegt Goddeeris, die in 1973, amper een jaar na zijn geboorte, met zijn ouders naar België terugkeerde. 'Ik heb geen herinneringen aan Congo. En toch bepaalt het land mijn identiteit. Elke keer als ik ergens mijn geboorteplaats moet opgeven, is dat Kananga.' Als student ging Goddeeris' interesse nochtans niet naar Afrika uit. Hij studeerde slavistiek, en zijn eerste boeken behandelen typische Koude Oorlogonderwerpen als de Poolse immigratie in België, de Poolse vakbondsbeweging Solidarnosc en de communistische spionage. Pour la petite histoire: eind jaren 1990 was hij samen met Bart De Wever een van de twee assistenten van Louis Vos, destijds hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de KU Leuven. De Wever en Goddeeris waren mee verantwoordelijk voor de thesisseminaries. Als 'specialist' in transnationale (migratie) en imperiale (Koude Oorlog) geschiedenis kwam Goddeeris terecht op de nieuwe leerstoel koloniale geschiedenis. Hij richtte zich eerst op India, 'een pioniersland in de geschiedenis van kolonisatie en dekolonisatie', maar liet Congo niet links liggen. Vorig jaar nog was hij cosamensteller van Koloniaal Congo. Een geschiedenis in vragen, een must-read voor iedereen die op de hoogte wil zijn van de recente inzichten in het geschiedkundig onderzoek naar wat in Congo is gebeurd. Vandaag vindt u in de boekhandel zijn nieuwe monografie, over missionarissen. De academicus is geen activist geworden, maar Goddeeris durft zich wel te outen als een uitstekend geïnformeerde en dus betrokken burger. Dat bleek al uit andere opdrachten die hem werden toegeschoven. Vorige week kwam hij in het nieuws omdat hij als voorzitter van de interuniversitaire werkgroep Koloniaal Verleden België de pen vasthield van een rapport over het koloniale verleden van de Belgische universiteiten. Het rapport met Goddeeris' vaststellingen en aanbevelingen vrijgeven ligt moeilijker dan verwacht. Meer dan zestig jaar na de onafhankelijkheid van Congo is de koloniale kwestie nog altijd een gevoelige zaak. Ook in debatten over missionarissen kan de passie hoog oplaaien. In onze geseculariseerde tijden is er weinig begrip voor religieuzen die hun prestige te danken hadden aan het feit dat ze in andere werelddelen met hun scholen 'beschaving brachten' en in ziekenhuizen 'humanitaire bijstand' verleenden.Goddeeris: Bij het schrijven van mijn boek heb ik vastgesteld dat de Vlaamse publieke opinie de woorden 'missies' en 'missionarissen' heeft losgekoppeld van de herinnering aan ons koloniale verleden. Het icoon van de Belgische aanwezigheid in Congo is dan wel de Kuifje in Congo-achtige missionaris met baard en tropenhelm, maar verder associëren wij de missies niet met het kolonialisme en al zijn schaduwkanten - de exploitatie van Congo en zijn bodemrijkdommen, de verdrukking van de bevolking, de gewelddaden van de koloniale overheid en de apartheid die er werd geïnstalleerd. Voor veel Vlamingen waren de missionarissen de enige kolonialen die ze kenden. Ze associeerden ze niet met het kolonialisme, maar met de 'zwartjes' en het 'humanitaire werk' dat ze deden. Daardoor hebben de missionarissen gezorgd voor een te positief beeld van het kolonialisme in Congo, en hebben ze ertoe bijgedragen dat onze herinneringen aan die tijd nog lange tijd 'gekoloniseerd' zijn gebleven. Het narratief dat wij er uitstekend beschavingswerk hebben verricht - een narratief dat in de propaganda voor de missies is geworteld - bleef op die manier verbazend lang standhouden. Dat beeld ligt nu onder vuur: vandaag is de dekolonisatie van het geheugen en de geschiedenis het leitmotiv. Dat treft natuurlijk ook de missionarissen.Goddeeris: De missionarissen speelden een cruciale rol in het koloniale systeem, in wat wij 'de beschaving van Congo' noemden. Dat was onze rechtvaardiging ervan: de voorstelling van wat in werkelijkheid de uitbuiting van het land was als een nobel en humanitair doel. Onze herinnering aan de missionarissen doet ons nog altijd leven met de geruststellende gedachte dat wij er scholen en ziekenhuizen hebben opgericht - begrijp als: dat wat wij er deden de Congolezen welzijn en welvaart heeft gebracht. Recent historisch onderzoek plaatst dat in perspectief. In 1939 waren er amper achttien missiedokters. Gezondheidszorg stond grotendeels in dienst van bekering en de koloniale economie. En het lager onderwijs in Belgisch-Congo duurde slechts twee jaar. Congolese kinderen leerden alleen lezen en schrijven, naast kuis gedrag en godsdienst uiteraard. Missie en economie liepen door elkaar bij de exploitatie van Congo.Goddeeris: Ja, maar heel wat missionarissen waren ook tégen de industrialisering van Congo. Ze koesterden en idealiseerden het dorpsleven. Ze verlangden naar de Congolese variant van het dorpse sentiment uit De Witte van Ernest Claes?Goddeeris:(lacht) Een beetje. Nogal wat missionarissen keerden zich af van de moderniteit. Maar er waren er ook die ze actief verspreidden, zoals de benedictijn Jean-Félix de Hemptinne in Katanga. En Raphaël-Marie-Joseph de la Kethulle de Ryhove, bijgenaamd 'Tata Raphaël', die met zijn scholen en sportclubs meehielp aan de uitbouw van Leopoldstad als koloniale metropool. In onze collectieve herinnering heeft de idealistische missionaris weinig gemeen met de vaak brutale plantage-uitbaters, laat staan met de promiscue koloniale ambtenaar zoals Jef Geeraerts hem neerzet in zijn Gangreen-boeken.Goddeeris: Veel missionarissen verzetten zich tegen het gedrag van andere Europeanen in de kolonie. Andere deinsden niet terug voor lijfstraffen of braken hun celibaatsbelofte. Meer algemeen is het opvallend dat wij 'de missies' zelfs loskoppelen van 'het kolonialisme'. Het is toch merkwaardig dat de Vlaamse missionarissen die wij vereerd hebben met opvallend veel publieke eerbewijzen - van standbeelden tot straatnamen - níét actief waren in Congo. Pater Damiaan, een picpuspater, werkte op Hawaï, jezuïeten als Pieter-Jan De Smet en Constant Lievens bij tribale groepen in Noord-Amerika en India. Al in de zeventiende eeuw was Ferdinand Verbiest, ook al een jezuïet, een vertrouweling van de Chinese keizer Kangxi. Een recenter voorbeeld is de oblaat Franz Van de Velde, die leefde en werkte bij de Canadese Inuit. Hoewel er ongeveer evenveel missiezusters als paters en broeders waren, zijn alle bekende missionarissen mannen. En hoewel missionering een collectieve onderneming van congregaties was, waren die celebrities ook einzelgängers met eigen projecten, waarmee ze in conflict kwamen met de kerkelijke hiërarchie en de koloniale overheid. Aangezien geen van hen in Congo actief was, voelen we ons niet genoodzaakt om hun werk rechtstreeks te linken aan het koloniale project. Terwijl hun missie natuurlijk een cruciaal element was in de kolonisering. Wij rechtvaardigden dat als het uitdragen van onze beschaving. In Belgisch-Congo werd die taak uitbesteed aan de missionarissen: vooral zij zorgden voor het onderwijs en de gezondheidszorg. In uw boek heeft u ook een foto afgedrukt van Jeanne Devos, een Belgische missiezuster die in India actief was en bekend is geworden als voorvechtster van de sociale rechten van het huispersoneel. Devos leeft nog, en toch is zij bij wijze van spreken al half heilig verklaard. Goddeeris: In Leuven is een plein naar haar vernoemd, aan de achterkant van het station. Officieel heet het nog het Benedenplein, maar er hangt al een straatnaambord, met daarop 'Jeanne Devosplein'. Er zijn weinig categorieën Vlamingen naar wie in verhouding zo veel straten en pleinen zijn vernoemd of voor wie zo veel standbeelden zijn opgericht als missionarissen. Ik heb het nageteld: in Vlaanderen zijn er niet minder dan 58 monumenten, 167 straatnamen en 98 andere markers voor missionarissen. Van de 300 Vlaamse steden en gemeenten huldigen er 130 minstens één missionaris. Soms zie je zelfs een soort opbod tussen buurgemeenten. Als het ene dorp een straat vernoemde naar zijn missionaris, plaatste het andere een beeld van de zijne. Als een manier om te tonen hoe sociaal en edelmoedig de lokale gemeenschap wel was. En hoe katholiek en godsdienstig - al wordt dat vandaag vergeten.Goddeeris: Voor de oudere generaties ligt het voor de hand dat missionarissen aan geloofsverspreiding deden. Jongere generaties Vlamingen hebben de missionarissen geseculariseerd: zij rukken hen los uit de religieuze context en benadrukken hun inzet en engagement. De voornaamste kritiek op missionering vind je nu in wetenschappelijke publicaties. Maar vroeg of laat zullen ze doorsijpelen, en zullen sommige van die monumenten ophef veroorzaken. Onze maatschappij wordt steeds diverser, de secularisering is in alle generaties doorgedrongen en de laatste missionarissen zijn stilaan aan het uitsterven. Ooit zullen er vragen komen over de verering van figuren van wie de hagiografie soms ver afstaat van de historische werkelijkheid. In Wilrijk werd het beeld van de brutale pater Constant De Deken niet neergehaald maar verplaatst. Nochtans heeft hij goedgepraat hoe hele Congelese dorpen werden uitgemoord, vrouwen en kinderen incluis. U hebt het in uw boek ook over zedenfeiten waaraan missionarissen zich bezondigden. Toch staat 'de missionaris' op een pedestal?Goddeeris: Vandaag is de bewondering voor missionarissen haast unaniem, maar in de koloniale periode was er veel meer kritiek op hen. Ze waren toen voorwerp van spot en discussie. Dat kwam door de scherpe tegenstelling tussen gelovigen en vrijzinnigen. Vrijzinnigen benadrukten graag het niet altijd stichtelijke leven van onze missionarissen. Dat is veranderd. De missionaris is een halve heilige geworden. Pater Damiaan werd in 2005 verkozen tot 'de grootste Belg'. David Van Reybrouck schreef in 2007 het theaterstuk Missie, over een witte pater in Congo, met de bekende acteur Bruno Vanden Broecke in de hoofdrol. Hoe moet het verder?Goddeeris: Elke tijd heeft zijn eigen klemtonen, waarheden en blinde vlekken. Vroeger zagen mensen zaken anders dan vandaag en handelden ze er ook naar. Ik begrijp dat ze zich laten inspireren door pater Damiaan. Maar ik zou het ook goed vinden dat ze zich bewust zijn van de koloniale context waarin zijn leven en legende vorm hebben gekregen. En ik zou het jammer vinden als kritiek op Damiaan meteen weggewuifd wordt als woke. Ik wil ook niet negeren dat er in de voormalige missiegebieden nog heel wat positieve herinneringen leven aan de Vlaamse missionarissen. Vorig jaar nog is het lichaam van Joseph Hagendorens, een Belgische missiebisschop die in 1976 in België overleed, opgegraven en gerepatrieerd naar Congo, om daar in de kathedraal van Tshumbe te worden bijgezet. Op verzoek van de Congolezen. Tegelijk moeten we beseffen dat missionarissen een westerse cultuur, een vreemde religie en een eurocentrisch wereldbeeld hielpen opleggen, en dat ze zo veel Afrikanen een minderwaardigheidscomplex hebben bezorgd. Als we dat niet inzien, zullen we nooit oprecht dekoloniseren. Hoe 'slecht' was het dat missionarissen herauten waren van een westerse cultuur? Anders gezegd: hoe 'goed' was de oorspronkelijke Afrikaanse cultuur? Was die in wezen democratisch of emancipatorisch?Goddeeris: Die discussie is vaste prik in debatten over het kolonialisme: hoe goed was het vóór de komst van de Europeanen? Tegenstanders van het kolonialisme zullen het prekoloniale verleden ophemelen, voorstanders zullen het diaboliseren. Ik zeg: kijk naar de bronnen en de feiten. Ook in Congo was de missionering geen zwart-witverhaal.Dat was niet het sentiment toen vorig jaar na de moord op George Floyd in de VS wereldwijd beelden tegen de grond gingen of met verf werden beklad. In België ondergingen vooral beelden van koning Leopold II dat lot. Rector Sels liet een borstbeeld van hem weghalen uit de bibliotheek van de Leuvense universiteit, en ook op het stadhuis van Leuven verdween een beeld.Goddeeris: We zijn in een stroomversnelling terechtgekomen. Ik vond het een goed signaal dat de rector dat borstbeeld uit de bibliotheek liet verwijderen. Het was een beeld dat je zo kon wegnemen - nogal wat collega's wisten niet eens dat het er stond. Een boek als King Leopold's Ghost van Adam Hochschild heeft ervoor gezorgd dat Leopold II, zeker in de Angelsaksische wereld, dé verpersoonlijking is van de wrede uitbuiting van Afrika. Sels heeft dat debat ontmijnd door het beeld weg te nemen voor men erover begon te ruziën. Het was een verstandige toegeving. Het beeld van Leopold II op het stadhuis had wat mij betreft wel mogen blijven staan. Hij stond er als hertog van Brabant, naast Napoleon, en die is niet weggehaald. (lacht) Ik denk dat mijn visie te hard is voor de generatie van mijn ouders en te mild voor de woke-jongeren vandaag. U bent dus geen principiële beeldenstormer?Goddeeris: De meeste beelden mogen blijven. Maar het is ook niet erg als er een verdwijnt, en ik zou het een goed idee vinden om alle beelden waar men geen raad mee weet samen te zetten in een museum, zodat duidelijk wordt hoe zij onderdeel waren van een koloniale propagandamachine. Belangrijker is dat de publieke ruimte meerstemmig wordt. Er zijn nauwelijks verwijzingen naar Congolezen. In Charleroi is er een Rue Lumumba en in Brussel een Square Patrice Lumumba. Hij wordt op het toelichtingsbord overigens de 'eerste minister van de Congo-Vrijstaat' genoemd. Het kan amper gênanter: Congo-Vrijstaat was de naam van het land onder Leopold II, voordat Congo in 1908 een Belgische kolonie werd. Ik vraag me trouwens af of het ook niet voor binnenlands politiek gebruik is dat er in dit land veel meer monumenten zijn voor de Armeense genocide dan voor Turken of Marokkanen. Zijn we oprecht bekommerd om de Armeniërs, of dienen ze om 'onze' Turken te jennen? Gelukkig is er een kentering ingezet, en hebben verschillende steden al aangekondigd straten naar Congolezen te vernoemen. Onze herinnering aan de koloniale geschiedenis verandert, en dat wordt dus ook zichtbaar in het straatbeeld. Maar goed ook.