Marnix Beyen

”Het verhaal van Vlaanderen’: lastig om de reeks op haar merites te beoordelen’

Marnix Beyen Historicus aan de Universiteit Antwerpen.

‘Hoe beter de reeks vanuit wetenschappelijk en educatief oogpunt is, hoe meer de makers ervan de identitaire politiek van de Vlaamse regering in de hand werken’, schrijft historicus Marnix Beyen na het zien van de eerste aflevering van ‘Het verhaal van Vlaanderen’.

Zelden werd een historisch televisieprogramma al vóór zijn verschijning drukker bediscussieerd dan Het verhaal van Vlaanderen. Verwonderlijk is dat niet, aangezien de reeks rijkelijk gesubsidieerd wordt door de Vlaamse regering en dus ook onvermijdelijk deel is gaan uitmaken van de identitaire politiek die deze voorstaat. Daardoor werd het onduidelijk wie er nu eigenlijk het woord in neemt. Tom Waes en het productiehuis De Mensen laten niet na te benadrukken dat zij gewoon een succesrijk format uit het buitenland hebben overgenomen, en dat volledig autonoom hebben kunnen uitwerken tot tien uur aantrekkelijke en leerrijke televisie over 38000 jaar geschiedenis van het lapje grond dat nu Vlaanderen heet.

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) laat er daarentegen geen twijfel over bestaan dat deze reeks past in de doelstelling die de Vlaamse regering zichzelf heeft gesteld, namelijk om de Vlamingen ‘complexloos’ hun identiteit te laten beleven. Een cruciale voorwaarde daartoe, zo luidt het nationalistische credo, is dat zij ‘hun’ verleden kennen.

Elk van beide heeft vanuit zijn eigen perspectief ongetwijfeld gelijk, en precies dat maakt het lastig de reeks op haar merites te beoordelen. Uiteraard valt het te begrijpen dat De Mensen de gulle gift van de overheid dankbaar hebben aangenomen om een kwaliteitsvol en aantrekkelijk product te maken – des te meer omdat ze de garantie kregen dat ze hun programma in alle vrijheid konden uitwerken. Maar hoe oprecht deze garantie ook was, toch sluit ze geen politieke instrumentalisering uit.

In wezen geldt zelfs dat hoe beter de reeks vanuit wetenschappelijk en educatief oogpunt is, hoe meer de makers ervan de identitaire politiek van de Vlaamse regering in de hand werken. De regering kan de critici dan immers eenvoudig de mond snoeren door te zeggen: kijk, wij doen niet aan nationalistische propaganda, maar we steunen gewoon goede, wetenschappelijk onderbouwde programma’s en laten daarbij ook ongemakkelijke boodschappen toe.

Te oordelen naar de eerste aflevering lijkt er inderdaad een win-win-situatie te ontstaan voor De Mensen en de Vlaamse regering. Vriend en vijand erkent dat op dit aantrekkelijk gemaakte verhaal over de prehistorie vanuit wetenschappelijk perspectief weinig aan te merken valt. Als historicus van de negentiende en twintigste eeuw kan ik dat inhoudelijk moeilijk beoordelen, maar de manier waarop het verhaal werd verteld, boezemde vertrouwen in.

In vergelijking met andere recente historische reeksen – zoals de mooie De kinderen van…-reeks – kwam het als een opluchting dat experts ditmaal wel vanaf het begin ruim aan het woord werden gelaten. Ook de moeizame processen van archeologische waarheidsvinding en de onzekerheden die daarmee gepaard gaan, kregen veel aandacht. Daardoor wonnen de re-enactments ook aan geloofwaardigheid. In de eerste aflevering bleken deze gelukkig veel meer de nadruk te leggen op de dagelijkse sociale interacties dan de gewelddadige en sensationele scènes die in de trailers te zien en te horen zijn.

En ja, de makers ontkennen niet dat de term Vlaanderen op een anachronistische wijze wordt gebruikt – net zoals de term Groot-Brittannië trouwens, waar men tijdens de ijstijd naartoe kon stappen. Zelf had ik het beter gevonden indien de makers niet naar Vlaanderen hadden verwezen in hun titel en al zeker de suggestie hadden vermeden dat er slechts één verhaal over deze regio kon worden verteld (waarom niet zoiets als Het gebeurde hier?).

Enkele jaren geleden kon ikzelf echter ook niet beletten dat een interessant populariserend boek waaraan ikzelf en vele collegae-historici meewerkten de titel Wereldgeschiedenis van Vlaanderen kreeg. Wie zich tegen dit algemeen gangbare proces verzet, wordt al snel weggezet als een wereldvreemde historicus. Ironisch genoeg had een minder nationalistische titel ‘ons Vlamingen’ nochtans voor de afgang kunnen behoeden dat voor de interessantste passages uit de aflevering over ‘de taalgrens’ moest worden gereisd, namelijk naar de grotten van Spy en de vuursteenmijnen van Spiennes. Op een fundamenteler niveau blijft het vermijden van anachronismen de basis van het historisch denken, en daarop mogen we als historici niet te lichtzinnig toegevingen doen.

Het dient gezegd: dankzij deze aflevering heb ik een duidelijker idee van wat zich in deze streken tijdens de prehistorie afspeelde dan door wat ik er lang geleden aan de universiteit over leerde. Ik zal alvast deze aflevering met een gerust hart – zij het met de nodige disclaimers in verband met de titel, de trailers, de politieke ontstaanscontext en ook wel de Antwerpse tongval van Tom Waes – aanbevelen aan wie geïnteresseerd is in de prehistorische geschiedenis van deze gewesten. Dat ikzelf geen fan ben van de nationalistische politiek van de Vlaamse regering mag immers niet betekenen dat ik mensen weghoud van goed gemaakte historische popularisering.

Of ik ook de volgende afleveringen zal kunnen aanbevelen, valt uiteraard nog te bezien. Tom Waes noemde de sprong in de tijd die hij voor deze eerste aflevering maakte niet alleen de verste, maar ook de moeilijkste. Daarmee doelde hij op het feit dat voor deze periode slechts schaarse, en uitsluitend archeologische bronnen voorhanden zijn. Naarmate de reeks vordert, zullen de makers echter steeds meer met het tegengestelde probleem worden geconfronteerd. De bronnen worden mettertijd immers zo overvloedig dat zij steeds meer zullen moeten selecteren. En precies in die selecties schuilen onvermijdelijk eenzijdigheden. Bovendien zullen de groeiende nabijheid en herkenbaarheid de aandrang ook verhogen om deze selecties in verband te brengen met identiteitsvorming in het heden. Hoe dichter het programma het heden nadert, hoe meer het behandelde verleden al het voorwerp heeft uitgemaakt van mythevorming. De keuze van hét verhaal van Vlaanderen te midden van de vele verhalen die over deze regio al verteld zijn of nog te vertellen vallen, wordt daardoor alsmaar complexer én politieker. De invloed van de identitaire politiek kan zich dan op subtielere en meer diverse manieren doen gelden dan door het anachronistische gebruik van de term Vlaanderen. Het valt af te wachten hoe bewust en expliciet de makers daar in de volgende afleveringen mee zullen omgaan.

Ik kan maar hopen dat het vele geld dat aan deze reeks is uitgegeven, goed besteed zal blijken te zijn. Maar ook dan zal ik het hoogst problematisch blijven vinden dat de regering precies aan deze reeks zo veel prioriteit heeft gegeven. Het creëren van een Vlaamse identiteit mag onze huidige minister-president en zijn partij electoraal dan al welgevallig zijn, het is niet de grootste uitdaging waar onze maatschappij voor staat.

Marnix Beyen is historicus aan de Universiteit Antwerpen.

Partner Content