Vorige week presenteerde Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het Next Generation EU-pakket. Dat is het herstelfonds waarmee ze de gevolgen van de coronapandemie in de Unie wil aanpakken. De Commissie wil het geld zelf gaan lenen op de kapitaalmarkten en vervolgens grotendeels via de programma's van de Europese meerjarenbegroting (2021-2028) verdelen.
...

Vorige week presenteerde Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het Next Generation EU-pakket. Dat is het herstelfonds waarmee ze de gevolgen van de coronapandemie in de Unie wil aanpakken. De Commissie wil het geld zelf gaan lenen op de kapitaalmarkten en vervolgens grotendeels via de programma's van de Europese meerjarenbegroting (2021-2028) verdelen. Het bedrag van 750 miljard is niet louter voor de directe gevolgen van het coronavirus bestemd. Naast economische steunmaatregelen bevat het pakket bijvoorbeeld bijkomende middelen voor de Europese gezondheidscomponent en extra ondersteuning in het kader van de Europese Green Deal. Daarom wordt de verdeling van de centen niet zozeer gebaseerd op het aantal sterfgevallen of ziekenhuisopnames door het coronavirus, maar wel op andere parameters zoals de gemiddelde werkloosheidsgraad, het bevolkingsaantal en het bbp van de lidstaten. Voor het grootste deel zullen daarom data gebruikt worden uit 2019, die dus geen rekening houden met de medische en economische impact van de coronacrisis. Om die reden zou het nieuwe herstelfonds een transfer betekenen van de rijkere naar de armere regio's, ondanks het feit dat België per hoofd van de bevolking veel meer overlijdens kent dat pakweg Hongarije. Waarom komt de Commissie met zoiets op de proppen? Von der Leyen en co. gaan vooral uit van het principe dat de Europese interne markt en economie van belang is voor alle lidstaten. Zonder Europese afzetmarkt of kwaliteitsvolle import uit de Unie komen veel bedrijven in moeilijkheden en dreigen de overheidsinkomsten te verminderen. Ter illustratie: uit een recente studie van de Duitse Bertelsmann Stiftung blijkt dat de meest welvarende regio's meer profiteren van de voordelen van de interne markt. Een inwoner van Antwerpen verdient jaarlijks gemiddeld 1.969 euro door de Europese eenheidsmarkt. In de Roemeense provincie Zuidwest-Oltenië ligt dat bedrag maar op 177 euro. Von der Leyen rekent er met andere woorden op dat de welvarende lidstaten begrijpen dat de armere landen van de Unie die eenheidsmarkt mee garanderen. Solidariteit uit eigenbelang, luidt de idee, ook al valt dat politiek gezien niet altijd even gemakkelijk te verkopen aan het thuispubliek. Toch kijken de lidstaten nauwgezet naar het bedrag dat ze in vergelijking met andere Europese lidstaten zullen ontvangen of moeten ophoesten. De klassieke discussie over de zogenaamde nettobetalers en -ontvangers komt opnieuw aan de oppervlakte. De afgelopen dagen circuleerden alvast heel wat bedragen die door politici en commentatoren met gejuich dan wel verontwaardiging werden onthaald. Belangrijk om te weten: in de eerste plaats gaat het om een voorstel van de Commissie waarover de lidstaten onderling nog een flink potje zullen bakkeleien. De getallen die nu circuleren zijn hoogstens een indicatie van de uiteindelijke landingszone waar momenteel naar wordt gezocht. Wat zeggen de cijfers waar we al meer over weten? De Commissie wil 750 miljard vrijmaken, dat voor 500 miljard aan subsidies en voor 250 miljard aan leningen bestaat. Bedoeling van de subsidies is dat die hoe dan ook worden overgemaakt. Dat is niet het geval voor de leningen die moeten worden terugbetaald. Aangezien de Commissie een goede kredietwaardigheid (AAA) heeft kan ze het geleende geld op haar beurt heel goedkoop aan de lidstaten doorgeven. Goedkoper dan de bedragen die sommige lidstaten met een lagere kredietwaardigheid - denk maar aan Italië (BBB) of België (AA) - zelf op de kapitaalmarkten kunnen ophalen. Maar uieindelijk zijn het de lidstaten die zelf beslissen of ze van zulke leningen gebruik willen maken. Kortom, het is niet geweten in welke mate de 250 miljard zal worden aangeboord. Over slechts twee pakketten kunnen we momenteel met zekerheid zeggen hoe het geld verdeeld zal worden over de lidstaten. Tenminste als het voorstel van de Commissie in haar huidige hoedanigheid wordt aangenomen. Het eerste is het zogenaamde Recovery & Resilience Facility (RFF) waarmee de economische gevolgen van de coronacrisis met het oog op de toekomst moeten worden aangepakt. Met een bedrag van 560 miljard euro, dat bestaat uit 310 miljard aan subsidies en 250 miljard aan leningen, is het RRF duidelijk de grootste uitgavenpost met ongeveer 80 procent van het totaalbedrag. Volgens het voorstel van de Commissie ontvangt België daaruit 4,821 miljard euro aan subsidies, ruim anderhalve procent van het RRF.Een ander pakket is de versterking van het zogenaamde Just Transition Fund (JTF), dat eerder werd voorgesteld in het kader van de Green Deal om de meest getroffen regio's van de ecologische omslag te ondersteunen. Voor de coronacrisis wilde de Europese Commissie daar 7,5 miljard euro voor uittrekken binnen het kader van de Europese meerjarenbegroting (MFF 2021-2027). Daaruit mocht België - het geld zou allemaal naar de regio Henegouwen vloeien - rekenen op 68 miljoen euro. Maar door de coronacrisis wordt dat Europese bedrag opgetrokken tot 40 miljard, waarvan 10 miljard binnen het MFF en 30 miljard binnen het nieuwe herstelfonds. België zou uit de pot ongeveer 380 miljoen euro krijgen: 285 miljoen uit het herstelfonds en 95 miljoen via het MFF. Uit het bedrag van 340 miljard aan subsidies uit het Europese herstelfonds (310 van het RFF en 30 van het JTF) zou België dus 5,106 miljard euro ontvangen. Maar die som is onvolledig: ook de overige 160 miljard euro aan subsidies en de 250 miljard aan leningen moeten nog worden besteed. De toewijzing daarvan is voorlopig nog onbekend. Dat heeft zo zijn redenen: voor de berekening van ReactEU, een fonds van 50 miljard euro dat het Europese cohesiebeleid moet versterken, wacht de Commissie op data van het Europees statistiekbureau Eurostat die pas in oktober bekend zullen zijn. Andere fondsen zoals het gezondheidsprogramma en het civiele beschermingsprogramma RescEU worden dan weer centraal beheerd en niet op voorhand toegewezen. Van de leningen weten we voorlopig nog niet hoe ze zouden worden verdeeld omdat - zoals hierboven verduidelijkt - dat afhangt van de mate waarin België daar beroep op wil doen. Hier en daar duiken er ook cijfers op dat België 12 miljard zou ontvangen, maar wel 25,5 miljard zou moeten betalen. Met andere woorden: het nettoverlies voor ons land zou 13,5 miljard euro bedragen. Die geldsommen komen uit een werkdocument van de Europese Commissie (p.51). Maar zoals het document in de kleine lettertjes vertelt, gaat het om een simulatie. De Commissie heeft de verdeelsleutel van het subsidiegedeelte van het RFF (de 310 miljard euro waar België 4,821 miljard uit ontvangt) omgezet naar het volledige pakket van 750 miljard om de lidstaten een illustratie te geven van de macro-economische impact van het herstelplan. Aangezien de tabel geen rekening houdt met de leningen van 250 miljard - waarvan het dus onduidelijk is of de lidstaten daar überhaupt gebruik van zullen maken - of de centraal beheerde fondsen, kunnen de cijfers dus niet zomaar worden gebruikt om de totale inkomsten en uitgaven van de lidstaten binnen Next Generation EU te verslaan. Hoe zit het dan met de bijdragen? Aangezien de Commissie gaat lenen op de kapitaalmarkten, moet dat geld ook worden terugbetaald. Von der Leyen stelt voor om dat tussen 2028 en 2058 te doen. Hamvraag is waar het geld vandaan moet komen. Enerzijds wil de Commissie nieuwe inkomstenbronnen aanboren, denk maar aan een fossiele brandstoftaks of een belasting op grote bedrijven. Anderzijds zullen ook de lidstaten het bedrag mee moeten afbetalen, weliswaar gespreid over een periode van dertig jaar. Als de lidstaten niet willen dat de Commissie bijkomende inkomsten genereert - alle lidstaten moet het zogenaamde eigenmiddelenbesluit goedkeuren en ratificeren - dan zullen ze op termijn meer moeten terugbetalen. Een vereenvoudigd en hypothetisch cijfervoorbeeld: stel dat de meerjarenbegroting uit 100 miljard euro zou bestaan waarvan de Unie 10 miljard en de lidstaten 90 miljard betalen. Door de extra uitgaven vanwege de coronacrisis verhoogt het totaalbedrag naar pakweg 125 miljard euro. In een situatie waarin de lastenverdeling hetzelfde blijft, zouden de lidstaten 115 miljard moeten betalen en de Unie 10 miljard. Maar door nieuwe inkomstenbronnen aan te boren zou de Commissie mee(r) kunnen afbetalen en zou de bijdrage van de lidstaten bijvoorbeeld op 90 miljard kunnen blijven. Het zal er dus van afhangen in welke mate de lidstaten bereid zijn om de Unie nieuwe inkomstenbronnen te geven. Als ze dat niet willen doen, dan kunnen we een inschatting maken van wat België momenteel zou moeten betalen aan de subsidiecomponent van het Recovery & Reselience Facility van 310 miljard euro. De tabel van de Commissie, waarin sprake is van een Belgische bijdrage van 25,5 miljard, houdt namelijk geen rekening met de verhoging van de eigen middelen en baseert zich dus op de situatie zoals die vandaag is. Indien de bijdragen louter gebeuren op basis van het huidige bbp, dan zou België vandaag 10,55 miljard moeten betalen aan de pot waar het zelf een kleine vijf miljard uit ontvangt. Voor alle duidelijkheid: de terugbetalingen gaan in het voorstel van de Commissie pas binnen acht jaar van start. Op dat moment zijn de bbp-cijfers van de lidstaten anders en zal ook het aandeel van de Belgiche bijdrage veranderen. Slotsom: als het voorstel van de Commissie zonder wijzigingen goedgekeurd wordt, weten we dat België uit het herstelfonds van 750 miljard minstens 5,106 miljard euro zal ontvangen volgens de prijzen van 2018. Over de bijdragen die België vanaf 2028 zou moeten beginnen betalen, kunnen we momenteel nog niets met zekerheid zeggen.