'Deze keer is het anders', luidde het motto van de verkiezingscampagne van het Europees Parlement. 'Laten we samen aantonen (...) dat we in staat zijn om Europa echt te veranderen en te vernieuwen. En dat we samen aan de slag gaan om het vertrouwen van de burgers in het Europese project terug te winnen. Ik zal mijn uiterste best doen om het verschil te maken.'

Met die belofte eindige de nieuwe Commissievoorzitter Juncker in 2014 zijn openingsspeech voor het Europees Parlement. Maar was deze keer echt anders? Werd de Unie democratischer bestuurd? Stond ze dichter bij de burger?

Wanneer topjobs belangrijker zijn dan de burger, voeden Europese leiders de antipolitiek.

Gisteren werd Ursula von der Leyen door het Europees Parlement verkozen tot Voorzitter van de Europese Commissie. Het traject daarnaartoe, en dat naar de benoeming van Charles Michel als voorzitter van de Raad, schetst allesbehalve het beeld van een democratische Unie dicht bij de burger. Integendeel, het toonde opnieuw de traditionele partijen die enkel en alleen bezig waren met hun postjes.

Banencarrousel

Voor het eerst in twintig jaar is de opkomst van de Europese verkiezingen weer gestegen tot boven de 50%. Dat is zeker een positieve evolutie, want het verhoogt de democratische legitimiteit. Er zijn op Europees niveau ook nieuwe krachtverhoudingen. Voor het eerst hebben de christendemocraten en sociaaldemocraten samen geen meerderheid meer. Dé uitgelezen kans dus om een vernieuwend inhoudelijk project uit te tekenen. Hoe bouwen we een echt sociaal Europa? Hoe redden we het klimaat? Welk economisch beleid voeren we? Wat met de brexit? Hoe vangen we vluchtelingen op? Hoe maken we de Unie democratischer? Hoe blijven we meespelen in een wereld waar China machtiger wordt? Hoe beschermen we de mensenrechten nu de druk daarop zowel binnen als buiten Europa toeneemt?

Voldoende vragen dus over hoe we de Europeaan erop vooruithelpen. Je zou denken dat die zaken de absolute topprioriteit krijgen. Maar nee, de regeringsleiders startten de nieuwe legislatuur liever met de langste Europese top uit de recente geschiedenis, enkel en alleen om het over hun banencarrousel te hebben.

De logische volgorde was geweest om eerst op basis van de stem van de burgers de inhoudelijke krachtlijnen voor de komende vijf jaar te bepalen. Daarna hadden de Europese leiders de juiste personen kunnen zoeken om die krachtlijnen tot een goed einde te brengen. Nu hebben ze het omgekeerd aangepakt: eerst de topjobs uitgedeeld en dan een speech geschreven om het Parlement te verleiden toch maar zeker met von der Leyen akkoord te gaan.

De twee belangrijkste functies zijn bovendien gegaan naar mensen die niet eens zijn opgekomen in de Europese verkiezingen. Niemand heeft op Michel of von der Leyen gestemd. De inhoudelijke keuzes daarentegen werden pas achteraf gemaakt in functie van de benoemingenpuzzel. Hoe kan je burgers dan verwijten dat ze hun vertrouwen in de politiek en Europa opzeggen? Dat ze extremer stemmen? Dat ze politici als postjespakkers zien? Het is namelijk ook echt wat we de afgelopen weken te zien kregen: politici die hun postje wilden bemachtigen voordat er ook nog maar een woord was gevallen over het inhoudelijke Europese beleid voor de komende vijf jaar. De machtsverhoudingen tussen politieke partijen zijn blijkbaar belangrijker dan de inhoudelijke keuzes.

Kortom, de politici zijn weer vooral met zichzelf bezig geweest. Dat is dan het resultaat van vijf jaar Juncker, van 'deze keer is het anders'. En wanneer topjobs belangrijker zijn dan de burger, voeden Europese leiders euroscepticisme en antipolitiek.

Inhoud

Gelukkig was von der Leyens speech zeer inhoudelijk met best goede voorstellen, dus hopelijk maakt ze die ook waar. Eén van haar beloftes is meer Europese democratie, onder andere door middel van een Toekomstconferentie. Laten we die kans grijpen om een fundamenteel andere aanpak uit te werken zodat we in 2024 geen herhaling van dit soort postjespolitiek meer hebben. Als we het vertrouwen van de burger in de politiek en in Europa willen herstellen, moeten we het inhoudelijke beleid herwaarderen. We kunnen de procedures herdenken om inhoud centraal te stellen, eerder dan postjes.

Het Europees Parlement heeft de opdracht de stem van de burger te vertegenwoordigen. Dat Parlement is vaak de kracht van de Europese democratie en slaagt er vaak in de politieke partijen te overstijgen om echt op de inhoud te werken. Laat hen in het vervolg na verkiezingen als eerste inhoudelijke prioriteiten opstellen om zo tot een project te komen dat meer is dan een optelsom van nationale belangen en particratie. Op basis daarvan kunnen ze in onderhandeling gaan met de lidstaten om tot een gedeelde visie te komen. In een laatste fase kunnen ze dan de Europese Commissie samenstellen en andere topfuncties invullen. Zo zorgen we ervoor dat de persoon in een bepaalde functie bij de democratisch gedragen inhoudelijke keuzes past, en niet omgekeerd.

In een democratisch Europa moeten leiders zich focussen op het belang van de burger in plaats van op de verdeling van topjobs. Door het Parlement eerst de inhoudelijke krachtlijnen te laten bepalen, tonen we echt respect voor de wil van de burgers. Eerder dan politieke carrières zetten we zo de noden van mensen centraal. Dat is eens een keer echt anders.

Mattijs Van Miert (25) is voorzitter van Jong Groen, de jongerenpartij van Groen.