Groene rook uit Brussel. De Europese lidstaten hebben een akkoord bereikt over de hoeveelheid aan broeikasgassen die ze tegen 2030 willen terugdringen en de manier waarop dat in grote lijnen moet gebeuren. Ruim een jaar geleden was het nog de bedoeling om binnen tien jaar minstens 40 procent minder broeikasgassen uit te stoten in vergelijking met referentiejaar 1990. Maar de Unie heeft de ambitie vooropgesteld om tegen 2050 het eerste volledige klimaatneutrale continent op de aardbol te worden. Daarom was het hoog tijd om de tussentijdse doelstellingen aan te scherpen.
...

Groene rook uit Brussel. De Europese lidstaten hebben een akkoord bereikt over de hoeveelheid aan broeikasgassen die ze tegen 2030 willen terugdringen en de manier waarop dat in grote lijnen moet gebeuren. Ruim een jaar geleden was het nog de bedoeling om binnen tien jaar minstens 40 procent minder broeikasgassen uit te stoten in vergelijking met referentiejaar 1990. Maar de Unie heeft de ambitie vooropgesteld om tegen 2050 het eerste volledige klimaatneutrale continent op de aardbol te worden. Daarom was het hoog tijd om de tussentijdse doelstellingen aan te scherpen. Op de Europese top in Brussel kwamen de lidstaten overeen om binnen tien jaar minstens 55 procent minder broeikasgassen uit te stoten in vergelijking met 1990. Het gaat om een netto-vermindering, wat betekent dat het percentage in de praktijk iets lager zal uitvallen. Bovendien gaat het niet om een nationaal, maar wel om een collectief voornemen: als de ene lidstaat meer inspanningen levert, kan de andere in principe minder doen. Zolang het eindresultaat er maar is. Bedoeling van de vergadering was om de algemene principes vast te leggen. Het is aan de Commissie om tegen juni volgend jaar per lidstaat en sector voorstellen te formuleren waarmee de lidstaten aan de slag moeten. ToverwoordenVolgens nieuwsmedium Bloomberg vereisen de nieuwe doelstellingen jaarlijkse investeringen van maar liefst 350 miljard euro in energie en infrastructuur. Het hoeft dus niet te verbazen dat de kwestie voor hevige debatten zorgt tussen de staatshoofden en regeringsleiders. Landen zoals Polen, Hongarije en Tsjechië vrezen voor de financiële kosten en vragen bijkomende steun, onder meer Nederland vindt dat zulke landen al voldoende middelen toegestopt krijgen. Voor heel wat West-Europese landen - ook voor België - waren kostenefficiëntie, flexibiliteit en een eerlijke lastenverdeling belangrijke prioriteiten. Maar wat wordt er met die gebruikelijke toverwoorden van dienst eigenlijk bedoeld? De lidstaten willen in de eerste plaats voorkomen dat de opgeschroefde ambities tot een alomvattend keurslijf leiden. De staats- en regeringsleiders willen zelf kunnen beslissen hoe ze hun energiemix samenstellen en behouden de mogelijkheid om propere lucht in het buitenland aan te kopen wanneer doelstellingen niet gehaald worden. Bovendien verzoeken de lidstaten de Commissie om rekening te houden met landenspecifieke situaties en de ingediende nationale energie- en klimaatplannen. Daarbij worden ook parameters zoals bosbouw en de gevolgen van klimaatverandering in rekening gebracht. Dat laatste kwam er specifiek op vraag van de Tsjechische premier Andrej Babis, die in zijn land wordt geconfronteerd met een schorskeverplaag en heel wat bomen moet kappen. Daarnaast menen de lidstaten dat het laaghangende fruit eerst geplukt moet worden. Het is namelijk efficiënter om geld te investeren op een plaats waar de kosten lager liggen en de reductiemarges veel groter zijn. Bij wijze van voorbeeld: hoewel ze nog veel uitstoten, zijn de installaties van ArcelorMittal in Gent in vergelijking met andere Europese staalondernemingen erg modern. Het heeft dus niet veel zin om er met veel geld weinig uitstootvermindering te realiseren wanneer dat elders omgekeerd kan. Hoewel die kostenefficiënte in de besluiten van de Europese top meermaals benadrukt wordt en de regering-De Croo zich tevreden uit, maakt de Vlaamse regering zich toch zorgen over de afloop. 'De Vlaamse vraag naar rechtvaardige spreiding van inspanningen kreeg geen gevolg. (...) Geen goede zaak', aldus Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) vrijdagmiddag op haar Twitteraccount. Demir vreest dat de Commissie enkel of vooral rekening zal houden met het bruto nationaal product per capita wanneer het bekijkt waar er gemakkelijk inspanningen kunnen geleverd wordt. Afwachten of dat ook bewaarheid wordt. Maar ook de Oost-Europese landen maken zich zorgen over klap van de energie-omslag omdat ze op kortere termijn zwaardere inspanningen zullen moeten leveren. Vooral de Poolse premier Matteusz Morawiecki klopte deze nacht met zijn vuist op de tafel door bijkomende Europese middelen te vragen. Uiteindelijk zijn de leiders overeengekomen dat de zwaarder getroffen landen kunnen rekenen op een compensatie van ongeveer twee procent uit opbrengsten van het zogenaamde Europese emissiehandelssysteem (ETS). Als dat niet blijkt te volstaan, kan er verder gekeken worden binnen Europese Moderniseringsfonds, waarmee de zwaarst getroffen landen door de Europese Commissie bijkomende middelen toegestopt kunnen krijgen. Communautaire spanningenDoor het akkoord kan de Unie zaterdag met opgeheven hoofd naar de virtuele klimaattop van de Verenigde Naties. Maar nog lang niet alles is in kannen en kruiken. Ook het Europees Parlement moet zijn zegen geven en vindt de huidige overeenkomst niet ambitieus genoeg. Zo kwam het halfrond midden oktober een reductie van 60 procent overeen die bovendien afzonderlijk voor alle lidstaten geldt. Het gros van de lidstaten beschouwt dat echter als onverantwoorde ambitie die zo duur zal uitvallen dat de concurrentiepositie van de Unie in het gedrang dreigt te komen. Beide instellingen zullen de komende weken en maanden nog een flinke portie onderhandelen om de finale tekst af te kloppen. Ook in België krijgt de kwestie waarschijnlijk nog een pittige politieke staart. Aangezien de Commissie plannen opstelt per land, moet er nadien nog een intra-Belgisch akkoord gevonden worden over wie welke inspanningen zal leveren. In het voorjaar kwam het reeds tot een confrontatie tussen de deelstaten toen bleek het volledige bedrag van 68 miljoen euro uit het Just Transition Fund louter naar de provincie Henegouwen zou vloeien. Dat bedrag is intussen opgetrokken tot een pot van182 miljoen euro, maar ook daar bestaat nog steeds geen intra-Belgische consensus.