Sandra Gallina is een rijzende ster aan het Europese firmament, maar de laatste weken waren niet de makkelijkste van haar carrière. In volle coronacrisis werd de Italiaanse van het departement Handel weggeplukt om de afdeling Gezondheid te gaan leiden, onder het toeziend oog van de Cypriotische commissaris Stella Kyriakides. 'Ze is niet te verlegen om de argumenten van haar tegenstanders aan flarden te scheuren', schreef Politico al toen ze nog op haar vorige job zat. Vandaag wordt haar rol in de Europese vaccindeals 'beslissend' genoemd. Maar zijn die deals met big pharma wel iets om vrolijk van te worden?
...

Sandra Gallina is een rijzende ster aan het Europese firmament, maar de laatste weken waren niet de makkelijkste van haar carrière. In volle coronacrisis werd de Italiaanse van het departement Handel weggeplukt om de afdeling Gezondheid te gaan leiden, onder het toeziend oog van de Cypriotische commissaris Stella Kyriakides. 'Ze is niet te verlegen om de argumenten van haar tegenstanders aan flarden te scheuren', schreef Politico al toen ze nog op haar vorige job zat. Vandaag wordt haar rol in de Europese vaccindeals 'beslissend' genoemd. Maar zijn die deals met big pharma wel iets om vrolijk van te worden? Het was een mager beestje, de toegeving die Commissievoorzitter Ursula von der Leyen afgelopen zondag uit de brand wist te slepen bij AstraZeneca. Toen het Brits-Zweedse farmabedrijf tien dagen geleden aankondigde dat het veel minder vaccins zou leveren dan verwacht, brak de hel los. Dat was te verwachten. Zowat alle Europese regeringen kampen met een uitdijend verzet van de bevolking tegen de coronamaatregelen. Elke tegenslag met de vaccins is meteen goed voor een politieke crisis, met premiers die peentjes zweten voor de camera. Na de onheilstijding van AstraZeneca rees het vermoeden dat het farmabedrijf productieproblemen voorwendde om landen voor te trekken die een hogere prijs betalen voor hun vaccin, zoals het Verenigd Koninkrijk. Dat pikte Von der Leyen niet. En zo werd Europa - geweldig! - in de vaccinoorlog plots assertiever dan het in jaren was geweest. Scherpe woorden, dreigementen over exportverboden, zelfs een inval in de toeleverancier van AstraZeneca in het Waalse Seneffe: het leek even alsof Brussel de daadkracht van Berlijn had, of Parijs. Uiteindelijk werd Von der Leyen zondag met een pleister op een houten been naar huis gestuurd. Ze kreeg de toezegging dat het farmabedrijf 9 miljoen extra dosissen zou leveren. Dat is niet veel meer dan een symbolische geste. Aanvankelijk waren er ongeveer 80 miljoen dosissen beloofd - sommigen spreken zelfs van 120 miljoen. Nu zijn we geland op 40 miljoen. Dat is en blijft een serieuze streep door de vaccinatieschema's. Was het probleem met AstraZeneca te vermijden geweest als Gallina en Kyriakides het anders hadden aangepakt? Deze week in Knack vertelt Gallina's voorgangster Anne Bucher dat de EU jarenlang veel te weinig geld in de productie van vaccins heeft gestopt. Dat kan Gallina niet echt aangerekend worden. Dat de regering-Trump - ja, Trump - veel sneller in de smiezen had dat ze onderhandelingen moest aanknopen met big pharma, ook dat lijkt veeleer chefsache iets voor Von der Leyen dus, of Charles Michel. Maar de Commissie koos zelf drie prioriteiten, zoals blijkt uit een diepgaande reconstructie van, alweer, Politico: inzetten op een brede waaier aan vaccins (om het risico te spreiden), de aansprakelijkheid van de farmabedrijven garanderen (voor het geval de vaccins schade zouden toebrengen) en, last but not least: de prijs. Eén ding ontbreekt omineus in dat rijtje: de leveringstermijn. Op de drie eigen criteria scoort de Commissie goed. Zo betalen wij, bijvoorbeeld, ongeveer twee dollar voor het Brits-Zweedse vaccin, terwijl de Amerikanen ongeveer vier dollar neertellen. Vandaag gaat de heisa over de leveringsvoorwaarden, maar het is niet ondenkbaar dat er even grote verontwaardiging zou zijn geweest als we meer geld voor de vaccins hadden betaald dan nu het geval is. Als straks - God verhoede - blijkt dat er iets mis loopt met de vaccins, dan zal de Commissie kunnen zwaaien met een betere deal over de aansprakelijkheid. Het AstraZeneca-verhaal bewijst vooral hoe moeilijk de taak van politici vandaag is, in een gezondheidscrisis vol met politieke boobytraps, zeker in een los-vaste Unie als de Europese. Gezondheid is vooral een bevoegdheid van de lidstaten, dat bleek al vroeg in de coronacrisis een stevige handicap. Dat er in de Europese constructie ook nog eens vertragingen ingebakken zitten, met lidstaten die blijven botsen met de Commissie, en vooral ook onderling, dat is al lang duidelijk. Dat de Commissie fouten heeft gemaakt valt niet te ontkennen. Maar als België op zijn eentje had moeten onderhandelen met de farmabedrijven, dan zouden de voorwaarden ongetwijfeld nog slechter geweest zijn. Zeker ons land kan daar maar één conclusie aan verbinden: die fouten kunnen alleen vermeden worden met een sterker Europa. Tegenover big pharma moet dringend een slagkrachtiger Europa staan. Een echte, rechtstreekse verkiezing van de volgende Commissievoorzitter zou al een geweldige stap vooruit zijn.