Door zijn harde houding op de Europese top heeft Mark Rutte de indruk gewekt dat hij heel wat toegevingen uit de brand heeft kunnen slepen. Naast de lof die Rutte krijgt ontstaan er binnen zijn partij, de liberale VVD, ook enkele verzetshaarden die een stuk minder opgezet zijn met de resultaten.
...

Door zijn harde houding op de Europese top heeft Mark Rutte de indruk gewekt dat hij heel wat toegevingen uit de brand heeft kunnen slepen. Naast de lof die Rutte krijgt ontstaan er binnen zijn partij, de liberale VVD, ook enkele verzetshaarden die een stuk minder opgezet zijn met de resultaten. Wat heeft Rutte eigenlijk kunnen verwezenlijken op de Europese top? We moeten enerzijds naar zijn ambities en anderzijds naar de resultaten kijken. Op voorhand wilde de Nederlandse regering niet dat de Europese Unie zelf schulden zou aangaan om het geleende geld door middel van subsidies over de lidstaten te verdelen. Dat was nochtans net wat door Duits bondskanselier Angela Merkel en Frans president Emmanuel Macron midden mei werd voorgesteld. Enkele weken later werden de machtige EU-leiders gevolgd door commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Samen met vier andere landen heeft Rutte de aanvankelijke verhouding van 500 miljard euro subsidies en 250 miljard euro leningen kunnen ombuigen naar een verdeling van 390 miljard subsidies en 360 miljard leningen. Dat de Europese Commissie dat geld gaat lenen op de kapitaalmarkten heeft Rutte niet kunnen verhinderen. Daarnaast stond Rutte erop dat alle lidstaten het unaniem eens moesten zijn met de nationale herstelplannen die de lidstaten moeten indienen. Zonder die plannen kunnen ze geen beroep doen op het geld - tot weerzin van de Zuid-Europese lidstaten die geen heruitgave willen van de aanpak van de eurocrisis. In de praktijk zou die unanimiteit echter betekenen dat pakweg Litouwen het Belgische geld kan blokkeren. Voor de andere lidstaten ging dat soevereiniteitsverlies te ver. Uiteindelijk werd afgesproken dat de lidstaten zulke nationale plannen met een gekwalificeerde meerderheid (15 landen die minstens 65 procent van Europese bevolking vertegenwoordigen) moeten goedkeuren. Wanneer één nationale regering meent dat een andere de afspraken niet nakomt, kan die aan de alarmbel trekken. Op de daaropvolgende Raadsvergadering nemen de lidstaten de kwestie onder de loep, al blijft de finale beslissing in handen van de Europese Commissie. Het moet nog blijken of de zogenaamde 'supernoodrem' - zoals Rutte het mechanisme noemt - überhaupt betekenisvol zal zijn. Tot slot maakte Rutte ook een flink punt - een 'rode lijn' - van het respect voor de rechtsstaat. Volgens de Nederlandse premier mag er namelijk geen geld naar Polen en Hongarije vloeien zolang die de Europese verdragen met de voeten treden. Over de kwestie werd hooguit enkele uurtjes gesproken, met een voor discussie vatbaar resultaat. De staats- en regeringsleiders maakten wel degelijk een koppeling tussen de rechtsstaat en de Europese fondsen, maar die moet nog door de Commissie worden uitgewerkt. Het voorstel dat de Commissie zal presenteren moet door de lidstaten met gekwalificeerde meerderheid goedgekeurd worden, waardoor Orban en zijn Poolse collega Morawiecki geen veto meer hebben. Met andere woorden zal vooral de politieke wil van Von der Leyen en co. bepalend zijn voor wat Rutte eigenlijk hoopte te bereiken. Kortom: een transferunie, een schuldenunie, nieuwe (tijdelijke) eigen inkomsten, geen vetomacht en (nog) geen koppeling tussen de rechtstaat en de Europese fondsen. Als we de Nederlandse regering vóór de EU-top moesten geloven, zouden dat stuk voor stuk onaanvaardbare elementen zijn. Wel sleepte Rutte in ruil voor die toegevingen andere verwezenlijkingen uit de brand. Zo krijgt Nederland een hogere korting op zijn bijdrage aan de Europese meerjarenbegroting - het was aanvankelijk de bedoeling om die kortingen onder impuls van de brexit net naar de prullenmand te verwijzen. Door die bijkomende korting valt de bijkomende Nederlandse toelage in relatief opzicht een flink stuk lager uit dan voor andere landen, zoals België. Maar, door eerder te focussen op de aantallen dan op de inhoud, is er in vergelijking met het Commissievoorstel van 2018 wel gesnoeid in domeinen zoals wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Thema's die voor de Nederlander bovenaan het prioriteitenlijstje stonden. Het illustreert vooral dat één lidstaat ondanks de unanimiteitsregel en de vetomacht nooit alles kan verwezenlijken wat het aanvankelijk hoopt te bereiken. Rutte heeft door zijn harde houding heel wat kunnen verzachten waar hij zich aanvankelijk tegen verzette, maar moet anderzijds ook een flinke portie toegevingen slikken. Maar dat maakt dat van hem niet noodzakelijk een 'verliezer'. Wel had Rutte zijn huid publiekelijk minder duur kunnen verkopen om te anticiperen op de kritiek die hij nu binnen zijn partij en van oppositieleiders Geert Wilders en Thierry Baudet krijgt.