Na lang wachten presenteerde Boris Johnson woensdagmiddag voor de eerste keer een alternatief voorstel waarmee hij het Verenigd Koninkrijk voor 31 oktober uit de Europese Unie wil loodsen. Aanvankelijk reageerden de Europese staatshoofden en regeringsleiders gematigd positief op zijn plan. De parlementaire brexitwerkgroep onder leiding van Guy Verhofstadt reageerde donderdagnamiddag echter veel strenger.

Wat houdt het voorstel in een notendop in? Johnson wil Groot-Brittannië effectief uit de Europese Unie halen. Noord-Ierland blijft daarentegen voor landbouw- en voedselproducten en industriële goederen aan de regels van de Europese interne markt gebonden. In dat opzicht benadert het voorstel van de Britse regering ietwat de backstop, de noodoplossing voor de Ierse grenskwestie die de regering-May en de Europese Unie eind 2018 in het terugtrekkingsakkoord vervatten.

Een handtekening, een stevige handdruk en klaar? Absoluut niet. In het vorige terugtrekkingsakkoord kwamen Londen en Brussel overeen dat alternatieven voor de noodoplossing de doelen ervan moesten respecteren: geen harde grens, de samenwerking tussen Noord-Ierland en Ierland bewaren én het Goedevrijdagakkoord van 1998 respecteren. De Europese Unie heeft steeds benadrukt dat het elk voorstel zal bestuderen, maar enkel zal overwegen als dat de drie bovenstaande criteria in de praktijk respecteert. De duivel zit niet alleen in het detail.

Smokkelparadijs

Johnsons voorstel stuit op heel wat bezwaren. Eerst en vooral moeten de parlementsleden in Stormont, het Noord-Ierse parlementsgebouw, elke vier jaar stemmen of het wel aan de Europese regels gebonden wil blijven. Met andere woorden krijgt Belfast een vierjaarlijks veto over de voortgang van de gemaakte afspraken. Die schikking staat in schril contrast met de eisen in Brussel. Voor de Unie is de backstop een garantieregeling die, met het Goedevrijdagakkoord in het achterhoofd, een harde grens moet voorkomen tussen Ierland en Noord-Ierland. 'Op een vredesakkoord zet je toch ook geen tijdslimiet?', valt in Brussel te horen.

De stuurgroep van Verhofstadt levert meer dan terechte kritiek, maar bedient Johnson tegelijkertijd op zijn wenken.

Waarom is die noodoplossing per se nodig? Indien Brussel en Londen een overeenkomst bereiken, volgt een transitieperiode die meermaals verlengd kan worden om een toekomstige handelsrelatie uit te werken. In het - onwaarschijnlijke - geval dat een van de twee belanghebbenden toch besluit om die overgangsperiode niet te verlengen, is een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland onvermijdelijk om de integriteit van de Europese interne markt te bewaren. De Unie wil niet dat het lot van Ierland - en dus van zichzelf - in handen komt van Noord-Ierland, dat overigens al meer dan twee jaar zonder regering zit.

Het is niet de enige valkuil in Johnsons voorstel. De Britse regering wil dat heel het Verenigd Koninkrijk de Europese douane-unie verlaat zodat het een eigen handelsbeleid kan voeren. Ondernemers die handel drijven tussen Noord-Ierland en Ierland zullen daarom verplicht tarieven moeten betalen en de nodige documenten moeten invullen. Voor kleine zelfstandigen, die niet de capaciteit hebben om aan die voorwaarden te voldoen, kan dat de nodige problemen opleveren. Johnson vraagt om kleine ondernemers een vrijgeleide te geven, maar de Unie is niet van plan om cadeaus uit te delen waar andere landen niet van kunnen genieten.

Bovendien moeten die documenten ook effectief nagekeken worden aan de grens. Hoe die grenscontroles moeten worden geoperationaliseerd, is nog niet helemaal duidelijk. Johnson vraagt tijd om gedurende de transitieperiode de controles verder uit te werken. Grenscontroles zijn echter in strijd met het Goedevrijdagakkoord en brengen de wrijvingsloze handel tussen Ierland en Noord-Ierland in het gedrang. Om het euvel te verzachten wil de Britse regering controlecentra op een tiental kilometer langs beide kanten van de grens opzetten. Maar een grens die opschuift, blijft natuurlijk een grens. Bovendien vrezen critici voor een niemandsland van twintig kilometer waarin smokkelaars vrij spel krijgen. 'Dit wordt een smokkelparadijs', sneerde Labourparlementslid Ben Bradshaw donderdagmiddag in het Britse parlement.

'We zitten nog mijlenver van een werkbaar alternatief voor de backstop. Het Verenigd Koninkrijk wil naar eigen zeggen geen controles aan de grens tussen Ierland en Noord-Ierland, maar creërert een douanegrens. Dat is een pure contradictie', vertelt een Europese topdiplomaat aan Knack.

Verkiezingen

Ondanks de waslijst bezwaren reageerden de Europese regeringsleiders - op Iers premier Leo Varadkar na - in koor gematigd positief op het voorstel van de Britse regering. Dat hoeft niet te verbazen. Achter de schermen wil noch de Europese Unie noch de Britse regering de schuld krijgen als het tot een harde brexit komt. Indien de Unie het voorstel meteen zou afschieten, geeft ze Johnson voldoende munitie om Brussel als de schuldige aan te wijzen. Nochtans is dat laatste net waar de Britse premier op rekent. Johnson en zijn adviseur Dominic Cummings weten dat het voorstel niet door het Britse en zelfs het Europees Parlement zal geraken.

Johnson wil tijdens de verkiezingscampagne een een-tegen-allen-scenario.

Waarom met een onhaalbaar ontwerp op de proppen komen, als het uiteindelijk toch een stille dood zal sterven? Alles heeft te maken met de nieuwe verkiezingen die er in het Verenigd Koninkrijk zitten aan te komen. Johnson wil een - volstrekt logische - weigering van de Unie aangrijpen om aan te tonen dat niet hijzelf, maar wel Brussel zich weerbarstig opstelt. Als Boris Johnson na de Europese top zonder resultaat terugkeert en verplicht uitstel moet vragen, kan hij beargumenteren dat de Unie, het Britse parlement en het Hooggerechtshof de wil van het volk niet respecteren. Dat moet een een-tegen-allen-scenario opleveren waarbij Johnson zichzelf in het middelpunt van de debatten manifesteert en tegelijkertijd zijn concurrent van de Brexit Party Nigel Farage overvleugelt.

Voorlopig is de brexitwerkgroep van Guy Verhofstadt de enige betrokkene die openlijk - terechte - kritiek levert op het voorstel, maar tegelijkertijd Johnson op zijn wenken bedient om zijn binnenlandse strategie te laten slagen. Volgens de meest recente peilingen behaalt de Conservatieve Partij momenteel 33 procent van de stemmen. Dat is naar alle waarschijnlijkheid net voldoende om in het meerderheidsstelsel meer dan 325 parlementszetels binnen te halen. Kijkt de Europese Unie dan lijdzaam toe? Niet per se. Momenteel is het Britse parlement dusdanig versnipperd dat het quasi ondenkbaar is dat eender welk akkoord goedgekeurd wordt. Met een stabiele meerderheid in het Britse parlement is er tenminste opnieuw perspectief dat de jarenlange onderhandelingen effectief iets zullen opleveren.

Toch zal ook dat geen evidentie worden. Als Johnson een bijzonder scherpe toon hanteert tijdens de verkiezingscampagne, zullen de Leave-stemmers uit 2016 de kant van de Conservatieve Partij kiezen. De afgevaardigde parlementsleden moeten natuurlijk rekenschap afleggen aan hun kiezers en zullen niet zomaar akkoord kunnen gaan met een overeenkomst die ingaat tegen de gemaakte verkiezingsbeloftes. Met andere woorden zal een harde verkiezingscampagne tegen de Europese Unie ook zijn weerslag hebben op de manier waarop het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie in de toekomst zullen samenwerken.

Toch ziet Brussel zich niet noodzakelijk gedwongen om mee te gaan in Johnsons strategie. Wat als onderhandelaar Michel Barnier de komende dagen communiceert dat het brexitvoorstel van Johnson de goede richting uitgaat, maar dat er uitstel nodig is om het ontwerp van Johnson dieper uit te werken? Voor Johnson zal het dan moeilijker zijn om aan het thuisfront te verkopen dat de Unie zich niet constructief opstelt en het Verenigd Koninkrijk tot uitstel dwingt.