'Dit is hét moment voor Europa!', aldus een enthousiaste Ursula von der Leyen toen ze vorig jaar de gemeenschappelijke Europese vaccinstrategie aankondigde. Het was niet de laatste keer dat de Europese Commissievoorzitter met veel bombarie op de bühne trad. De afgelopen maanden liet de Duitse nauwelijks een moment onbenut om positief vaccinnieuws met grote woorden aan te kondigen.
...

'Dit is hét moment voor Europa!', aldus een enthousiaste Ursula von der Leyen toen ze vorig jaar de gemeenschappelijke Europese vaccinstrategie aankondigde. Het was niet de laatste keer dat de Europese Commissievoorzitter met veel bombarie op de bühne trad. De afgelopen maanden liet de Duitse nauwelijks een moment onbenut om positief vaccinnieuws met grote woorden aan te kondigen. Met die voortvarende communicatie neemt Von der Leyen een dubbel risico. In tegenstelling tot de Europese interne markt of de brexitonderhandelingen begeeft de Commissie zich plots op een domein waarmee ze tot in elke huiskamer doordringt. Bovendien riskeert ze de verantwoordelijkheid te moeten opnemen voor iets waar ze slechts deels voor aansprakelijk is.En zo geschiedde. Sinds vaccinproducenten AstraZeneca, Pfizer en Moderna de afgelopen weken aankondigden dat ze de gemaakte afspraken niet tijdig kunnen nakomen, krijgt Von der Leyen de wind van voren. Heel wat commentatoren houden Von der Leyen en de Commissie intussen persoonlijk verantwoordelijk voor de moeilijkheden die de gezamenlijke Europese aankoopstrategie ondervindt. Nochtans is die gemeenschappelijke Europese vaccinstrategie nog steeds de juiste. De nationalistische reflexen uit de eerste golf van de pandemie - zoals het exportverbod voor medisch materieel van Duitsland en Frankrijk - zijn niet voor herhaling vatbaar. Met een ieder-voor-zich-aanpak zouden zwakkere lidstaten wellicht moeten toekijken hoe sterkere landen de vaccins voor zichzelf opeisen. Een eerlijke en relatief gelijktijdige oplevering van de vaccins voorkomt afgunst tussen de lidstaten, goedkopere prijzen bieden een welgekomen toemaatje.Het probleem is echter dat de Europese Unie in ruil voor solidariteit en een mild kostenplaatje aan snelheid inboet. En laat dat nu net van cruciaal belang zijn bij pandemiebestrijding. Wie te laat beperkende maatregelen invoert, riskeert een nieuwe golf. Wie te traag vaccineert, riskeert een nieuwe golf én een resistente variant. Hoewel van afgunst tussen de lidstaten nauwelijks sprake is, kijken de inwoners van de Europese Unie met de nodige jaloezie naar de manier waarop Israël en het Verenigd Koninkrijk aan sneltempo vaccineren. In een interview met het Franse dagblad Le Monde moest Von der Leyen maandag toegeven dat de Unie inderdaad te laat uit de startblokken is geschoten. Waarom verlopen de vaccinaankopen dan zo traag? Tijdens de onderhandelingen wilden de lidstaten en de Commissie in de eerste plaats niet aansprakelijkheid gesteld worden indien er in een onwaarschijnlijk scenario iets zou mislopen met de vaccins. Vooral bij de Amerikaanse bedrijven, voor wie het niet de gewoonte is om de aansprakelijkheid op zich te nemen, viel dat niet gemakkelijk te verteren. Eén bedrijf verliet zelfs kortstondig de onderhandelingstafel. De vraag is of dat uiteindelijk een goede keuze is gebleken: hoewel de vaccinbedrijven in theorie aansprakelijk zijn, staan de lidstaten in heel wat gevallen garant voor de kosten wanneer het misloopt. Een tweede element is de manier waarop de Europese Unie zich voor de vaccinaankopen heeft georganiseerd. Bij de onderhandelingen moeten de 27 lidstaten en de Commissie eerst akkoord gaan vooraleer die laatste een raamwerkcontract ondertekent. Daarbij moeten de vertegenwoordigers van de lidstaten meermaals terugkoppelen naar het nationale politieke niveau. Maar enkele maanden geleden - nog voor er een concreet zicht bestond op vaccins - hielden de nationale regeringen zich vooral bezig met coronamaatregelen in eigen land en niet met de gemeenschappelijke aankoopstrategie. Dat bood een dubbele garantie op vertraging. Zowel BioNTech als AstraZeneca hebben erop gewezen dat die manier van werken tot onnodig oponthoud leidt. Daarnaast weerklinkt het argument dat de Europese Commissie slecht onderhandeld heeft met de vaccinproducenten. Maar ook daar ligt de verantwoordelijkheid deels bij de lidstaten die mee aan de onderhandelingstafel zaten. Ook bij België. Nog voor de Europese Unie en AstraZeneca hun omstreden contract bezegelden, werden de productie, de bevoorrading en de juridische elementen bestudeerd door experts van het FAGG, Sciensano, de FOD Volksgezondheid en de gemeenschappen. Als het op Belgisch recht gebaseerde contract met AstraZeneca te weinig garanties biedt voor tijdige oplevering, waarom hebben de Belgische diensten dan een positief advies geformuleerd aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid? Het einde van de coronacrisis is ondanks de vaccins niet in zicht. Rekening houdend met eventuele mutaties zijn zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten volop bezig met vaccins te bestellen voor 2022. Als de Europese Unie - de Commissie en de lidstaten - niet achter de feiten wil blijven aanhollen, moet ze grondig nadenken over de manier waarop ze de huidige strategie wil aanpassen. Dat kan op ruwweg drie manieren: óf het wordt ieder voor zich, óf de lidstaten werken buiten de geijkte Europese structuren om, óf de huidige tekortkomingen worden grondig herbekeken. Voorlopig wijst alles in de richting van dat laatste. Naar goede gewoonte zal de Europese Unie waarschijnlijk meer bevoegdheden krijgen daar waar de lidstaten in crisistijd een gebrek aan samenwerking en coördinatie vaststellen. In de nieuwe Europese meerjarenbegroting zijn het Europees Parlement en de lidstaten reeds overeengekomen om 5,1 miljard euro aan gezondheidsprogramma's te spenderen. Al bij al een bescheiden bedrag, maar wel een vertwaalfvoudiging van de afgelopen zeven jaar. Die middelen moeten dienen voor de oprichting van het begin van een volwaardige Europese Volksgezondheidsunie waarmee men grensoverschrijdende bedreigingen voor de volksgezondheid efficiënter wil aanpakken.Zo heeft de Europese Commissie recent voorgesteld om het Europese Centrum voor Ziektebestrijding en Preventie (ECDC) meer slagkracht te geven. Daarnaast wil Von der Leyen op het einde van dit jaar een nieuw voorstel presenteren om het Europese niveau meer bevoegdheden te geven. Met het een zogenaamde Health Emergency Response Authority (HERA) hoopt de Commissie sneller in te kunnen grijpen zonder langs de Europese lidstaten te moeten passeren. De HERA moet een variant worden van het Amerikaanse BARDA, de centrale spil in het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid voor de ontwikkeling, aankoop en opslag van vaccins. Wil Von der Leyen dat alles realiseren, dan kan ze de komende maanden beter low profile blijven: geen bombarie, maar samen met de lidstaten in de luwte onderhandelen om zo snel mogelijk en zo veel mogelijk vaccins te garanderen. Maar de knullige publicatie van het AstraZeneca-contract, de omstreden exportbeperkingen voor vaccins en de vergissing om grenscontroles tussen Noord-Ierland en Ierland in te voeren, doen haar imago geen goed. Voorlopig heeft Von der Leyen geluk dat de nationale vaccinatieplannen nog niet op volle toeren draaien. Want eenmaal er nijpende vaccintekorten dreigen, zullen de nationale leiders er hun hand niet voor omdraaien om de verantwoordelijkheid bij de Duitse te leggen. In het Europees Parlement zal ze niet op al te veel steun moeten rekenen. Daar is men nog niet vergeten hoe ze Von der Leyen anderhalf jaar tegen wil en dank als Commissievoorzitter hebben goedgekeurd. En het is aan het halfrond om te bepalen of het al dan niet de voltallige Commissie wandelen stuurt.